Venezuela in de ban van nieuwe poging tot staatsgreep

chavez-maduro
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Venezolaanse regering heeft op 22 februari 2015 Antonio Ledezma, burgemeester van de hoofdstad Caracas, aangehouden op beschuldiging van medewerking aan een poging tot staatsgreep. Venezuela heeft sinds 2002 meerdere pogingen tot staatsgreep overleefd. Wat er ditmaal van aan is, werd onderzocht door politicoloog Tristan Terryn.

Op 13 februari 2015 kondigde Venezolaans president Maduro aan dat Maximiliano Hernández Vásquez, een gepensioneerd generaal van de luchtmacht, samen met elf andere militairen en twee zakenlieden aangehouden was in verband met een poging tot staatsgreep, die zou gefinancierd worden vanuit organisaties en personen in de Amerikaanse stad Miami.

Het complot voorzag in het bombarderen van strategische locaties in de hoofdstad Caracas, met als doel de omverwerping van de regering van Maduro. Doelwitten waren het presidentieel paleis Miraflores, de hoofdkantoren van omroep Telesur en enkele strategische ministeries, onder andere dat van Defensie. Toen Antonio Ledezma, burgemeester van het hoofdstedelijk gewest Caracas, op 22 februari 2015 eveneens werd aangehouden en beschuldigd van samenzwering, ging de bal wat sneller aan het rollen.

Antonio Ledezma

Ledezma is een van de historische politieke figuren in Venezuela, die zowel de periode voor wijlen Hugo Chávez (1954-2013, president 1999-2013; zie foto uit 2008, met links van hem huidig president Maduro) symboliseert, nauw verbonden met de corrupte regering van president Carlos Andrés Pérez (1989-1993) [1]. Deze president vertegenwoordigt alles waartegen de Bolivariaanse revolutie is opgestaan[2]. Ledezma symboliseert eveneens de oppositie tegen president Hugo Chávez sinds 1999, onder andere door zijn deelname aan de mislukte staatsgreep van 2002.

Ledezma zou nu mede verantwoordelijk zijn voor de ondertekening van een document dat een “nationaal transitie-akkoord” voorstelde, dat na een komende staatsgreep in voege zou moeten treden. President Maduro heeft aangekondigd dat verdere bewijzen binnenkort openbaar gemaakt zullen worden. Op 23 februari 2015 heeft een rechter beslist dat er voldoende informatie beschikbaar was om een rechtszaak in te stellen tegen Antonio Ledezma.

Zodoende zal Ledezma zich onder meer moeten verantwoorden voor zijn banden met Lorent Saleh, een Colombiaanse leider van paramilitaire milities, die in 2014 al werd aangehouden op verdenking van het plannen van aanslagen op bruggen, publieke gebouwen en moorden op linkse politieke figuren.

De ‘guarimba’s van 2014

De polarisering tussen de aanhangers en de oppositie van de Bolivariaanse revolutie is sinds februari 2014 continu aan het stijgen. De zogeheten ‘guarimbas‘ [3] begonnen op 4 februari 2014 in de stad San Cristóbal in de oostelijke staat Táchira, in een gecoördineerde poging de hoge misdaadcijfers, de inflatie, en de afwezigheid van bepaalde basisproducten aan te klagen en druk uit te oefenen op de machthebbers.

De frustraties van de oppositie na de verloren presidentsverkiezingen die Nicolás Maduro aan de macht hadden gebracht in 2013, met een nipte overwinning van 50,6 procent van de stemmen, hadden een versplintering van de rechterzijde veroorzaakt. Leopoldo López was tot 2014 een minder zichtbaar lid van deze oppositie, ondanks zijn deelname aan de staatsgreep van 2002. Toen schond hij het internationaal diplomatiek recht, als burgemeester van Chacao, een randgemeente van de hoofdstad, door daar de Cubaanse ambassade binnen te vallen. Hij kwam nu centraal te staan in de guarimbas van 2014.

De oppositie, tot dan toe vertegenwoordigd door de politieke partij Primero Justicia en haar leider Henrique Capriles Radonski, en het politieke front van de oppositie Mesa de la Unidad Democrática riepen op tot straatprotesten, met als enige eis ‘la salida’ [4], het aftreden van de regering, amper tien maanden nadat die democratisch was verkozen en haar meerderheid terug wist te vergroten tijdens de gemeenteraadsverkiezingen amper twee maanden nadien.

De protesten begonnen op 4 februari, in Venezuela traditioneel bekend als de Dag van de Jeugd, waarbij elk jaar grote manifestaties worden gehouden. Dit is niet onbelangrijk, omdat de betogingen van de oppositie zich op die manier visueel mengden met die van universiteitsstudenten, veelal van private universiteiten. Zo wekten de protesten van de oppositie de indruk gedragen te worden door brede lagen van de bevolking.

In de daaropvolgende dagen bleven de betogingen aanhouden en werden door betogers gecoördineerde en strategische barricades opgeworpen. Vandalisme, brandstichting, geweldplegingen en moedwillig vernietigen van zowel publieke als private gebouwen wekten de indruk dat het land al gauw weggleed in een burgeroorlog.

De ontsporingen richtten zich in de daaropvolgende dagen voornamelijk tegen symbolen van de staat. Zo werden onder andere ministeries aangevallen, net zoals ziekenhuizen en sociale wijkcentra. In totaal vielen er 43 doden en meer dan 1600 gewonden, onder wie burgers, sympathisanten zowel als oppositieleden, politieagenten en leden van de Nationale Garde.

Leopoldo López, de meest uitgesproken leider van de protesten, werd door de overheid, na bedreigingen aan zijn adres door onbekenden, in bescherming genomen, maar later aangehouden omwille van zijn rol in de dood van de 43 burgers. Dit leidde tot internationale campagnes die pleitten voor zijn vrijlating.

De media van de oppositie

De onrusten werden gevolgd en begeleid door een openlijke oorlog tussen de privé-mediabedrijven, die nog steeds meer dan 70 procent van alle media in handen hebben en de 5 procent media die in handen zijn van de staat. De binnenlandse media zijn in Venezuela steeds een spil geweest in de destabilisering van regeringen.

Na de staatsgreep van 2002 ging een van de samenzweerders zelfs zo ver om te stellen dat “ons geheime wapen de media was”. Tegelijkertijd werden de sociale media overspoeld met beelden en beschuldigingen – die heel vaak bleken gemanipuleerd te zijn – om de regering in een kwaad daglicht te stellen.

De beelden die de wereld rondgingen, waren die van jonge mensen, veelal leden van de blanke, gegoede, politiek conservatief en rechts-liberaal geïnspireerde middenklasse, die zich niet kunnen vinden in de sociale maatregelen die de Venezolaanse regering al vijftien jaar neemt voor het arme deel van de bevolking.

Deze overheidsmaatregelen hebben de armoede met meer dan 20 procent doen dalen en hebben de extreme armoede bijna uitgeroeid. Bovendien wordt Venezuela vandaag gelauwerd als het land dat honger heeft kunnen uitroeien, waar het minimuminkomen het hoogste ligt van heel Latijns-Amerika, en waar de grootste vooruitgang is geboekt op vlak van alfabetisering.

Tevens heeft het de toegang tot het hoger onderwijs betekenisvol vergroot, gratis gezondheidszorg voorzien en de winsten van de petroleumsector aangewend voor de opbouw van het ‘socialisme van de 21ste eeuw’, zoals de in 2013 overleden president Hugo Chávez zijn politieke programma noemde.

Economische recessie

Daartegenover staat echter dat het land al enkele jaren te maken heeft met inflatie, een tekort aan bepaalde goederen en een instabiele bolívar, de nationale munt. De devaluatie van de bolívar is op dit moment zo erg dat de lonen uitbetaald in bolívares 70 procent van hun waarde hebben verloren tegenover 2012. De stijgende consumptieprijzen zouden tevens kunnen leiden tot een hyperinflatie.

De economische druk wordt nog verergerd door de dalende olieprijzen. Ondanks het feit dat Venezuela reeds veel moeite heeft gedaan om de andere leden van de organisatie van olieproducerende landen OPEC te overtuigen om de prijzen te verhogen, blijft voornamelijk Saoedi-Arabië zijn prijzen kunstmatig laag houden. Venezuela verliest op dit moment 16,7 miljard euro per jaar aan inkomsten uit de olie.

Op nationaal vlak heeft de regering van president Maduro stappen ondernomen om strenger te kunnen optreden tegen goederenspeculatie en de praktijk van het moedwillig achterhouden van schaarse consumptiegoederen. Er zijn immers duidelijke aanwijzingen dat grote delen van de huidige tekorten veroorzaakt worden door strategische actoren uit de zakensector.

Die houden bepaalde goederen achter, om het Bolivariaanse project te destabiliseren. Bovendien worden grote hoeveelheden goederen – men spreekt van 20.000 ton per maand – en 16 procent van de Venezolaanse olieproductie, over de grenzen heen verkocht, voornamelijk in Colombia. Dat heeft uiteraard een enorme impact op de staatsinkomsten.

Terwijl Maduro alle zeilen bijzet om deze economische sabotage te bestrijden en zijn sociale projecten verder te zetten ondanks de financiële druk op het overheidsbudget, zoekt de huidige oppositie, onder leiding van de Venezolaanse Kamer van Koophandel Fedemarcas, haar heil in markt-georiënteerde hervormingen. Zij pleit onder andere voor de afschaffing van het prijs-controlesysteem dat op bepaalde goederen is ingesteld, een regressieve herziening van de wetgeving die arbeidsrechten verstevigde en een verhoging van de deviezen voor import aan voordelige tarieven.

Private ondernemers provoceren ondertussen door het organiseren van kunstmatige tekorten, prijsstijgingen en het creëren van algehele chaos, net zoals in 2002 en 2003. Men kan hierin de technieken herkennen die al werden toegepast in Latijns-Amerika sinds Chili 1973. Toen werden president Salvador Allende en zijn regering van de Unidad Popular ook tegengewerkt en geboycot door het leger en de conservatieve krachten in de Chileense maatschappij.

De olifant in de kamer die je niet hoort te zien

De situatie in Venezuela wordt sinds de verkiezing van Hugo Chávez in 1999 met argusogen gevolgd door de VS. De Amerikaanse strategische belangen werden steeds behartigd door strategische interventies en het ondersteunen van de politieke oppositie. De historische traditie van de VS in Centraal- en Zuid-Amerika om contrarevolutionaire bewegingen te ondersteunen, werd in Venezuela gestaag verder gezet sinds het begin van de Bolivariaanse revolutie in 1999.

Een van de meest zichtbaar aanwezige elementen in deze continue destabilisering van Venezuela is de aanwezigheid van ngo’s die een anti-bolivariaans discours hanteren en die met miljoenen dollars, onder andere van het National Endowment for Democracy (NED) [5], de staat trachten te destabiliseren.

Na de staatsgreep van 2002 werden bewijzen gevonden dat vertegenwoordigers van de Amerikaanse ambassade in Caracas en van de Amerikaanse overheidsorganisatie voor ontwikkelingssamenwerking USAID betrokken waren in actieve ondersteuning van de oppositie. Na de mislukking van de staatsgreep van 2002 werd door deze organisaties en personen een ‘bureau voor transitie-initiatieven’ (OTA) opgericht [6].

De fondsen van het OTA werden voornamelijk gebruikt voor de oprichting van tientallen kleine ngo’s, met als doelstelling de destabilisering van de staat en de creatie van een daarbij horende groeiende politieke onzekerheid onder de bevolking. Net zoals in de VS zelf, mogen in Venezuela politieke activiteiten niet worden gefinancierd met geld van buitenlandse overheden.

Desalniettemin, en ondanks pogingen van de Venezolaanse regering om deze praktijken aan banden te leggen, deden de VS ongehinderd verder. Boven op het werk verricht door USAID, NED en andere agentschappen, keurde president Obama nog in 2015 een decreet goed dat de oprichting van een fonds ter waarde van 4,8 miljoen euro voorziet. Dat fonds zal anti-regeringsgroeperingen financieren, via het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

De VS heeft de aanhouding van Leopoldo López in 2014 en recent die van Antonio Ledezma consequent veroordeeld. Ondanks hun betrokkenheid bij vorige staatsgrepen hameren de VS er voortdurend op dat Venezuela door deze aanhoudingen “de legitieme democratische oppositie criminaliseert”.

De VS hebben bovendien verdere sancties aangekondigd tegen de regering-Maduro, door onder andere hun tegoeden in de VS te bevriezen en hun visarechten te beperken. In zijn Nationale Veiligheidsstrategie voor 2015 bevestigt Obama het recht van de VS op unilaterale interventie in de Amerika’s. Daarmee bevestigt hij de basisideeën van de Monroedoctrine[7], die de VS het alleenrecht geeft op hegemonie over de Amerika’s, naast het recht tot unilaterale interventie.

Buitenlandse media

Wat eveneens opvalt, is uiteraard ook de rol die de buitenlandse media spelen in de polarisering van buitenaf. De discreditering waarmee Venezuela te maken heeft, werd onder andere onderzocht en gedocumenteerd door onderzoekers van de University of West-Engeland in Bristol. Zij herbekeken meer dan driehonderd nieuwsberichten van de Britse overheidsomroep BBC van de voorbije tien jaar en stelden vast er amper drie refereerden aan positieve maatregelen van de Venezolaanse regering.

Verwijzingen naar democratiseringsinitiatieven, mensenrechtenwetgeving, voedselprogramma’s, gezondheidszorg en armoedevermindering waren er niet. Voor de BBC bestonden die simpelweg niet. Dit soort anti-bolivariaanse berichtgeving was en is dominant in de belangrijkste Amerikaanse en Europese media.

Zij beelden Venezuela systematisch af als een falende staat, met een complete verdraaiing van de realiteit, die de grenzen van normale en legitieme kritiek volledig te buiten gaat. De stemmen die aan het woord gelaten worden, zijn grotendeels leden van de oppositie, die als neutraal en geloofwaardig geportretteerd worden. Relevante feiten, die de regering in een positief daglicht zouden kunnen plaatsen, worden verloochend.

In de EU is dit het meest treffend in Spanje, waar een ware haatcampagne tegen Venezuela op poten is gezet in kranten zoals El Pais, El Mundo en ABC. Het gaat er zelfs zo ver dat lokale politieke partijen in een kwaad daglicht trachten te worden gesteld, door middel van een associatief verband met de regering van Venezuela.

Internationale solidariteit tegen toenemende druk

Desalniettemin heeft de Unie van Zuid-Amerikaanse Staten UNASUR aangegeven dat het de buitenlandse inmenging in de soevereine zaken van Venezuela ten sterkste veroordeelt, en dat noodzakelijke juridische onderzoeken naar de huidige gewelddadige polarisering en naar pogingen tot staatsgreep, niet gehinderd mogen worden.

Eind januari 2015 werd er bovendien op de top van de Vereniging van Latijns Amerikaanse en Caraïbische Staten CELAC een klaar en duidelijk unaniem standpunt ingenomen dat de unilaterale oplegging van sancties door de VS tegen Venezuela aanklaagt en de inmenging veroordeelt van de VS in de soevereine aangelegenheden van Venezuela.

Op 23 februari 2015 sprak Venezolaans minister van Buitenlandse Zaken Delcy Rodriguez in de VN-Veiligheidsraad expliciet over de rol die de VS spelen in de destabilisering van Venezuela en over de hypocrisie die de VS drijft in zijn discours dat democratie en mensenrechten propageert, terwijl het land unilaterale interventies en mensenrechtenschendingen begaan ten bate van eigen economische belangen.

Luis in de pels

Venezuela is en blijft de luis in de pels van de VS in Latijns-Amerika. Het lijkt er echter op dat de destabilisering van buitenaf steeds zwaardere gevolgen heeft en dat de regering van president Maduro te maken krijgt met stijgende interne kritiek.

Tot nader order is er nog geen duidelijkheid over het hoe en het wat van de samenzwering die op 15 februari 2015 geleden aan het licht werd gebracht. Wat we wel weten, is dat Venezuela het moeilijk heeft. Het wordt van binnen en van buiten belegerd. De nalatenschap van Hugo Chávez komt steeds meer onder druk te staan.

Op 5 maart 2015 wordt de tweede verjaardag van zijn overlijden herdacht. Het zal zonder twijfel de aanzet zijn voor nieuwe betogingen en straatgeweld. Later in 2015 zijn er parlementsverkiezingen die, als ze eventueel gewonnen zouden worden door de oppositie, hoogstwaarschijnlijk zullen leiden tot een initiatief voor een herroepingsreferendum[8] tegen zetelend president Maduro.

Dit artikel verscheen eerder in De Wereld Morgen: http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/02/25/venezuela-in-de-ban-van-nieuwe-poging-tot-staatsgreep

Een eerste versie van dit artikel verscheen eerder op de blog van TristanTerryn.

Voetnoten:

[1] Hij was eerder al president van 1974 tot 1979. Dit gaat over zijn tweede ambtstermijn van 1989 tot 1993. [2] De Bolivariaanse revolutie van Hugo Chávez dankt zijn naam aan Simón Bolívar (1783-1830), de voornaamste vrijheidsstrijder van Latijns-Amerika tegen de Spaanse kolonisator.

[3] Onvertaalbare term waarmee de onlusten van februari-maart 2014 in Venezuela worden bedoeld.

[4] Letterlijke betekenis: het ‘vertrek’.

[5] Officieel een onafhankelijke ngo die stelt de democratie in het buitenland te promoten, in werkelijkheid een ultra-liberale en Republikeinse denktank, die sterke banden heeft met de CIA.

[6] Office of Transition Initiatives (OTA), officieel een coördinatie van organisaties om de democratie in Venezuela te herstellen na de ‘transitie’, in werkelijkheid bedoeld om de verkozen regering van Venezuela te saboteren.

[7] De Monroe-doctrine was al een tijd de praktijk van de VS in de rest van de Amerika’s maar werd voor het eerst officieel vastgelegd in 1823 door president James Monroe (1817-1825). De VS verklaarden toen zich te zullen verzetten tegen elke verdere poging van de Europese mogendheden om Latijns-Amerika verder te koloniseren en zouden in ruil zelf afzien van pogingen tot kolonisatie in Afrika. De VS zouden elke poging tot Europese interventie voortaan beschouwen als een vorm van agressie, waartegen ze unilateraal zouden optreden.

[8] Het terugroepingsreferendum is een initiatief dat Venezolaanse burgers kunnen nemen om een zetelend verkozen politicus te vervangen door tussentijdse verkiezingen, na de helft van de termijn van het betrokken mandaat. Daarvoor moeten 20 procent van alle kiezers in het betrokken kiesdistrict hun handtekening zetten onder een petitie. Voor de terugroeping van de president gaat het dan over 20 procent van alle kiezers van Venezuela. De instelling van dit systeem was een van de allereerste grondwettelijke initiatieven van Hugo Chávez na zijn eerste verkiezing in 1999. Voor 1999 had de huidige oppositie altijd geweigerd een dergelijk systeem in te voeren. In 2004 slaagde de oppositie erin een referendum te eisen tegen Chávez, de man die het systeem in het leven had geroepen. Chávez werd echter met 58 procent van de stemmen herbevestigd in zijn mandaat. Het referendum werd door alle internationale observatoren als fair en transparant beoordeeld. Voormalig Amerikaans president Jimmy Carter verweet de oppositie toen van pogingen tot manipulatie van de tellingen.