Hebben we echt een leger nodig?

banksysoldiers
Facebooktwittergoogle_plusmail

Defensieminister Vandeput is een offensief gestart om defensie te redden van de besparingen. Meer nog, om te zorgen dat er extra budgettaire ruimte komt om de ambities, die tenslotte in het regeerakkoord zijn opgenomen, effectief waar te maken. Maar al dat tromgeroffel blijft steken in een zeer klassieke (militaristische) opvatting over veiligheid, terwijl veiligheid te waardevol is om het aan militairen over te laten.

Minister Vandeput heeft een zogenaamde raad van wijzen in het leven geroepen die, gezien de samenstelling, het pleidooi voor een sterker leger alleen maar zal ondersteunen. In De Morgen (25/02) zijn we er getuige van hoe traditioneel de academici van deze raad denken. Neem nu Jonathan Holslag, die een soort van koudeoorlog doembeeld ophangt van onze toekomst en samen met zijn collega’s de opvatting huldigt dat veiligheid vooral een kwestie is van militairen. Het leger als een levensverzekering. Enige kritische reflectie in welk mate een militaire aanpak tot veiligheid leidt, is hem vreemd. Holslag vreest de dreiging die kan uitgaan van een alliantie tussen grootmachten China en Rusland. Hij vergeet te melden dat de NAVO-koers van de laatste twee decennia, de oostwaartse uitbreiding (tegen de afspraken in) en de ontwikkeling tot een mondiale interventiemacht, andere machten juist op de gevoelige tenen trapt en werkt als een lap op een rode stier. Het zijn niet de Russen en Chinezen die overal in de wereld over militaire basissen beschikken. In Rusland heerst er een consensus over de perceptie dat in Georgië en Oekraïne veiligheidsbelangen tegen een al te agressief optredende NAVO in het geding zijn.

Historisch is het Belgisch leger, dat mensen als Holslag wensen te versterken en dat op eigen poten zou moeten kunnen blijven staan, overigens nooit in staat geweest om ons grondgebied te verdedigen. Daarop terugvallen is een zo goed als waardeloze levensverzekering.

Dan maar integreren in een internationaal samenwerkingsverband zoals de NAVO? Drie bedenkingen daarbij. Ten eerste zijn veel veiligheidsdreigingen zoals die binnen de NAVO, maar ook in Europa in strategische nota’s worden gedefinieerd, niet-militair van aard. We hebben toch geen leger nodig om aan klimaatveranderingen, waterschaarste en groeiende energiebehoeften (cfr. het Nieuw Strategisch Concept van de NAVO) tegemoet te komen? En is een militaire apparaat het beste middel om instabiliteit en terrorisme (NAVO en EU) te bestrijden?

Dat brengt mij bij het tweede punt: een aantal gedefinieerde veiligheidsdreigingen zijn in werkelijkheid het gevolg van ‘ons’ eigen gedrag. Instabiliteit (NAVO) heeft vooral ook te maken met sociaaleconomische variabelen. Het fenomeen Islamitische Staat, voor wie even de moeite doet om in de actuele geschiedenis te duiken, is gebouwd op de ruïnes van een ontwricht Irak kort na de Brits-Amerikaanse invasie van het land, onder valse voorwendselen. Het internationale radicale en gewelddadige salafisme kan niet worden los gezien van heersende politieke frustraties over de westerse politiek in een aantal regio’s, van Afghanistan, over Irak en Libië tot de Palestijnse kwestie. Zijn we vergeten dat de ‘meest succesvolle operatie in de geschiedenis van de NAVO’ (dixit Ramussen), Libië in complete chaos heeft doen eindigen? Dat onze luchtsteun en wapens de warlords hebben versterkt, met inbegrip van gewelddadige salafistische stromingen? En denken we nu echt dat bombarderen in Irak een bijdrage zal leveren aan onze veiligheid? Wel integendeel zou ik zeggen. Zoals Madrid (2004) en Londen (2005) het eerder al hebben mogen ervaren, vergroot dit alleen maar de onveiligheid en terreurdreiging in eigen land.

Ten derde is de vraag in welke mate de gevraagde investeringen in ons militair apparaat (gevechtsvliegtuigen en ander materieel) daadwerkelijk door veiligheidsbehoeften zijn ingegeven dan wel tegemoet moeten komen aan de belangen van het nog altijd invloedrijke en dicht bij de overheid staande militaire apparaat. Het geeft te denken dat elke oorlog de koersen van deze bedrijven de hoogte injaagt.

In het huidige mainstream debat over veiligheid vervalt men in clichés en heerst een gebrek aan durf en creativiteit. Het heeft weinig zin om miljarden te investeren in een militair apparaat met bijhorende peperdure gevechtsvliegtuigen om aan symptoombestrijding te doen, extra onveiligheid te genereren en de wapenindustrie te helpen overleven. Menselijk veiligheid is een breed concept dat vooral ook over economie, milieu, sociale zaken gaat en waar heel wat preventief werk valt te verrichten. Hebben we nog een leger nodig? Sta me toe even buiten de geaccepteerde krijtlijnen te denken en neen te antwoorden. Is het zo absurd om ons een land zonder leger voor te stellen? Om ons als onafhankelijke staat te profileren en de 2,5 miljard euro te investeren in geweldpreventie? Waarom ons niet specialiseren in internationale humanitaire opdrachten zoals het door de winter helpen van de Syrische vluchtelingen, waarvoor blijkbaar het geld ontbreekt, de strijd tegen dodelijk ziekten, de financiering van projecten voor conflicthantering, en zich te specialiseren als internationaal onafhankelijk bemiddelaar, enz… Misschien dat we dan nog enkel een klein contingent militairen nodig hebben dat zich specialiseert voor taken als interpositiemacht, ontwapeningsacties, enz… Zijn we dan een perfecte veiligheidsmanager? Natuurlijk niet, maar met beperkte middelen moeten we in eerste plaats denken op welke wijze een klein land als België een efficiënte bijdrage tot de menselijke veiligheid kan leveren. Met ons leger kunnen we duidelijk het verschil niet maken, met de ontwikkeling van een civiel veiligheidsbeleid misschien wel. We zouden ons begeven op onbekend terrein, maar met een experiment dat de moeite waard is om te proberen. Let’s give it a try, zou ik zeggen.

 

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers