Is Rik Pinxten dan geen anarchist?

Facebooktwittergoogle_plusmail

Ook na zijn pensionering blijft deze antropoloog-filosoof van de Gentse school productief. Een jaar na Kleine revoluties. Of willen we de barbarij? verschijnt Schoon protest, want er is wel een alternatief. Beide publicaties liggen in elkaars verlengde. Pinxtens basisstelling is dat het tijd wordt om de kleine alternatieve burgeracties, de kleine ‘revoluties’ ernstig te nemen. Hij houdt in Kleine revoluties een pleidooi om ook het belang van micro ontwikkelingen te erkennen en hij gebruikt daarvoor het beeld van de weg van het water. Water, zo schrijft hij, druppelt langzaam, geduldig en aanhoudend op de harde rots om zo de vorm van de rots te veranderen. Elke waterdruppel is ongelooflijk krachtig en vele aanhoudende waterdruppels kunnen de aarde veranderen.

Denken op microniveau

Is dat wel zo? Is dat niet maar wat prutsen in de marge met een hoog wollensokkengehalte? Dat was de sceptische reactie van vertegenwoordigers van een linkerzijde die voornamelijk focust op structurele veranderingen. Pinxten is niet onder de indruk, want ook in Schoon protest kiest hij als antropoloog voor dezelfde bescheiden schaal, namelijk die van het individu en de kleine groep. In de politieke analyses ter linkerzijde komt die micro- en mesoschaal minder aan bod – tenzij dan bij auteurs als Harald Welzer en Paul Verhaeghe die dat vanuit hun discipline wel doen – en wordt er meer gefocust op de macroschaal. Dat is meer de invalshoek van het, overigens uitstekende, boek van de Vooruitgroep Wereldvreemd in Vlaanderen, bakens voor een progressieve politiek.

Die grotere schalen: regio, natiestaat, EU, noem maar op, zijn belangrijk, maar ze bestaan uiteindelijk ook uit individuen en kleine groepen. Verandering gebeurt volgens mij vooral van beneden naar boven, dus van het individu of de kleine groep naar het nationale en hogere niveau.’ (p. 18)

De ‘subjectieve’ factor

Pinxten wijst er ook op dat in het marxisme de ‘subjectieve factor’ met de rol van het individu als potentieel bewuste en revolutionaire agent een weinig ontwikkeld luik is. Daarom gaat hij als linkse humanist ook te rade bij de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum en econoom-filosoof Amatya Sen, die met hun capability theoryvolgens hem radicaal zijn omdat ze een verdere invulling van die ‘subjectieve’ factor zoeken. Ook Harald Welzer stelt in zijn laatste boek Zelf denken, een leidraad voor verzet dat het niet alleen materiële en institutionele factoren zijn die ons leven bepalen en onze oordelen sturen, maar ook mentale. Radicale verandering moet niet enkel rekening houden met het materiële en het institutionele, maar ook met de mentale infrastructuur.

Pinxtenprobeert in dit boek na te gaan welke mens- en maatschappijvisies moeten bediscussieerd worden in de komende jaren, zeker in het Westen. ‘Schoon protest’ bestaat uit twee delen. Om de leesbaarheid te vergroten werkt hij met een tweevoudige tekststructuur. De stellingen en algemene opmerkingen geven de belangrijkste ideeën weer en de delen ‘argumentatie’ verwijzen naar de wetenschappelijke en filosofische literatuur. In het eerste deel ‘Uitgangspunten’ probeert Rik Pinxten de contouren van een mens- en maatschappijbeeld te schetsen die ook bepalend is voor zijn manier van wetenschapsbeoefening waarin plaats moet zijn voor de feilbare mens vanuit Pinxtens grondige afkeer voor onbetwijfelbare premissen. Bij de studie en de actieve organisatie van de samenleving vertrekt hij van een inclusieve benadering. Dat betekent dat hij als onderzoeker weigert om, zoals marxisten en liberalen vaak doen, één oorzaak aan te duiden voor de ontwikkelingen die we als mens meemaken. De complexiteit van de mens is zo groot dat een veelheid van medebepalende factoren speelt. Dat principe geldt ook voor maatschappelijke actie waar ook moet uitgegaan worden van een veelheid aan actievormen naast en met elkaar te overwegen in plaats van dogmatisch bij een mogelijke denkpiste te blijven (revolutie, TINA-denken…). Hij verzet zich tegen reductionistische aannames en pleit voor een holistische onderzoekshouding, waarbij de studie van het grotere geheel wel kan gebaat zijn met deelstudies, maar helemaal niet kan worden gereduceerd tot een optelsom ervan. Geen reductie dus van de mens tot de homo economicus maar een pleidooi voor een breder mens- en maatschappijbeeld waarin een waarderende, lerende maar feilbare mens zijn ‘schoon protest’ kan uiten en dat moet dan een protest zijn dat de volledige mens met al zijn capabilities en realisaties als uitgangspunt neemt.

Anarchistische uitgangspunten

Zonder het met zoveel woorden te zeggen leunt Pinxten in zijn benadering sterk aan bij een aantal anarchistische uitgangspunten. Het lijkt me zeker niet toevallig dat hij ook met instemming de Amerikaanse antropoloog en anarchist David Graeber vermeldt en zijn boek ‘het project democratie’. Nieuwe sociale bewegingen alsOccupy en de Indignados staan niet langer te zwaaien met het Rode Boekje of Das Kapital. Neen, zij zijn zoekende naar wat nog niet is, maar wat zij, met vallen en opstaan, toch al voor een stuk in praktijk willen brengen. In een interview van 4 augustus 2014 met De Groene Amsterdammer noemt Graeber zichzelf een anarchist met een kleine ‘a’:‘Anarchisme is voor mij vooral een praktijk, niet per se een ideologie. Ik kan speculeren over hoe ik dénk dat een samenleving zonder staat eruit ziet, maar ik kan het ook fout hebben. Ik heb geen zin om me daar nu al druk over te maken.’

Het gaat Graeber bovenal om twee principes. ‘Ten eerste: directe democratie. Ten tweede: directe actie. Dat betekent dat je je niet tot de overheid wendt met het verzoek om toch alsjeblieft niet te bezuinigen op cultuur, of onderwijs. In plaats daarvan gedraag je je zoveel mogelijk alsof die van bovenaf opgelegde macht – inclusief grenzen, politie, de hele mikmak – niet bestaat.’ Dat is voor hem anarchisme. In de woorden van Graeber: ‘Het gaat erom te leven alsof we nu al vrij zijn.’

L’Utopie est par un coup d’état sur soi-même, destituer l’abstraction qui règne sur nos vies, opposer ici et maintenant notre nature première à cette culture qui nous écrase, redonner vie aux fonctions créatrice, érotique et communautaire de notre organisme, retrouver foi dans la splendeur et la force du présent.Dat schreef vijftig jaar eerder al zijn anarchistische leermeester Paul Goodman van wie ik dit citaat alleen in het Frans heb teruggevonden over de krachten die loskomen bij de mens die zich in het hier en nu durft los te maken uit externe dwang.

In de traditie van de Gentse school

In het eerste deel van ‘Schoon protest’ is voornamelijk de antropoloog-filosoof aan het woord, maar in het tweede deel ‘Domeinen van impact voor ieder van ons’ vervelt hij zich tot aanreiker van perspectieven op enkele belangrijke maatschappijdomeinen, want – om de ondertitel van zijn boek waar te maken – er is wel een alternatief. Hij formuleert algemene voorstellen op verschillende domeinen: gezondheid en interculturaliteit, in de socioculturele wereld, over het gebruik van de publieke ruimte, de kunstwereld en de kwaliteit van het leven waarvoor hij met instemming verwijst naar Nussbaum en Sen. Wie vorig werk van Pinxten kent zal zeker elementen herkennen die hij al eerder vooropstelde, maar het interessante aan ‘Schoon protest’ is dat hij hier inventariseert wat in vorige boeken verspreid aanwezig was. Ja, er is wel een alternatief, maar verwacht van een filosoof-antropoloog geen blauwdrukken van toekomstgerichte projecten. Dat is zijn taak niet en bovendien zou het niet stroken met het mens- en maatschappijbeeld waarvan hij in dit boek de contouren uittekent.

Tijdens de lectuur van dit boek moest ik terugdenken aan de cursus eticologie die ik ooit bij Jaap Kruithof volgde en waarin ook veel aandacht besteed werd aan de waarderende mens. Het werk van Rik Pinxten plaatst zich in de lijn van het moraalwetenschapproject dat aan de Gentse Blandijn werd opgericht door figuren als Kruithof, Apostel en Boehm en waarvan hij zelf een creatief product is geworden. Hij behoort tot die generatie van tegendraadse maatschappelijk geëngageerde intellectuelen die zich niet hebben neergelegd bij de Bolognanormen maar eigenzinnig hun weg zijn blijven gaan. Dat bewijst hij ook weer met dit boek.

Schoon protest, want er is wel een alternatief
Rik Pixten
EPO
2014
286
9789462670099
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.