Salman, koning van een Saudi-Arabië in crisis

Salman
Facebooktwittergoogle_plusmail

Prins Salman, 79, die vorige week zijn op 90-jarige leeftijd overleden halfbroer Abdullah opvolgde als koning van Saoedi-Arabië, is geen benijdenswaardig man. Het in 1932 door zijn vader Abdul Aziz ibn Saud opgerichte koninkrijk verkeert immers in een nooit gekende staat van crisis. Er zijn grote internationale, regionale en interne problemen, die koning Abdullah in de nadagen van zijn bewind drastisch probeerde te keren door de olieprijzen te doen kelderen van 100 tot 50 $ per vat in de hoop Iran en Rusland klein te krijgen.

 

Omwille van die crisis wordt niet verwacht dat koning Salman snel echt van koers zal veranderen. Zelfs niet de olieprijspolitiek zal herzien, alhoewel Saudi-Arabië ook 100 $ per vat nodig heeft om zijn begroting in evenwicht te houden. Om de kansen op overleven van de monarchie, die de privé-eigenaar is van het land waaraan de al-Saud-dynastie zijn naam heeft gegeven, gaaf te houden,  benoemde Salman al direct zijn jongere halfbroer Muqrin, 79, tot kroonprins. Die moet de achtste achtereenvolgende zoon van Ibn Saud zijn die de troon bestijgt. Daarna is het de beurt aan de kleinzonen van Ibn Saud, zo heeft de koninklijke familie, bestaande uit een 7.000-tal prinsen, beslist. Daarom benoemde koning Salman zijn in 1959 geboren neef, en nu minister van Binnenlandse Zaken, Mohammed ibn Nayef, tot vicekroonprins.

Iran: bondgenoot, vijand, vriend en weer vijand

Regionaal zijn de Saudische initiatieven van de laatste jaren alles behalve successen geworden. In de eerste plaats is er het conflict met Iran, dat ontstond toen in 1979 de islamitische revolutie zegevierde en de sjah verdreven werd. Tot dan waren de relaties tussen de twee landen goed. Zowel de Iraanse als de Saudische monarchieën waren immers conservatieve bondgenoten van het Westen in de strijd tegen het Arabische nationalisme en socialisme, dat een bedreiging was voor alle koningshuizen in de regio. En dat die van Egypte, Irak, Jemen en Libië ten val bracht. Dat Iran een sjiitisch land was woog toen niet door voor Saudi-Arabië, waar het wahhabisme, een uiterst gestrenge tak van de soennitische islam, die het sjiisme als ketterij beschouwt, de officiële leer is.

Ayatollah Ruhollah Khomeini (1902-1989), die in Teheran aan de macht kwam in 1979, had aanvankelijk de ambitie de islamitische revolutie uit te dragen naar alle islamitische landen en de opperste leider van de islamitische wereld te worden. Dit tot grote schrik van de Saudi’s die het dreigement ernstig namen. Niet onterecht want ze moesten het hoofd bieden aan een reeks door Iran geïnspireerde terroristische aanslagen. Geen wonder dus dat Saudi-Arabië één van de grote steunpilaren van Irak was, toen president Saddam Hoessein, die zich ook bedreigd voelde door Khomeini’s expansionisme, in 1982 een oorlog begon tegen Iran, die tot 1988 zou duren. Khomeini stopte de oorlog toen hij besefte dat Iran niet kon winnen gezien de Arabische en westerse steun voor Saddam Hoessein en het land een te hoge prijs moest betalen. Tegelijk gaf hij ook zijn plannen op om de islamitische revolutie uit te dragen.

De oorlog had echter geleid tot een verzwakking van Iran én een enorme militaire versterking van Irak. De twee landen konden niet meer tegen elkaar worden uitgespeeld. Irak was de nieuwe macht aan de Golf. Zozeer zelfs dat de voormalige bondgenoot de nieuwe boeman voor de conservatieve monarchieën op het Arabische schiereiland werd. Die zorgden voor een ineenstorting van de olieprijs om Saddam Hoessein klein te houden. Waarop die in 1990 het naburige emiraat Koeweit bezette. Dat veranderde de relaties tussen de monarchieën en Teheran, want Iran haatte Saddam Hoessein evenzeer als de Arabische Golfstaten. Eens Saddam Hoessein in 1991 verdreven uit Koeweit en verslagen vonden Riad, de Saudi-Arabische hoofdstad, en Teheran elkaar in hun afkeer van de Iraakse leider. De Amerikanen probeerden wel de Saudi’s op te zetten tegen Iran, maar koning Abdullah, merkte nuchter op dat Washington gemakkelijk spreken had omdat het ver van Iran lag en geen klappen moest vrezen. Militair was, en is, Saudi-Arabië geen partij voor Iran dat met zijn 85 miljoen inwoners bijna drie keer zoveel burgers telt als het koninkrijk. In 2007 waren de relaties zo goed dat president Mahmoud Ahmadinejad op bezoek ging naar Riad, waar hij door Abdullah met alle égards en als een broeder werd ontvangen.

Kernwapens

De vriendschap was echter maar van korte duur. De Amerikanen begonnen met een campagne tegen Iran omdat het land plannen zou hebben om kernwapens te produceren. Iets waarvoor totnogtoe geen enkel bewijs werd geleverd. De campagne doet daarom denken aan die tegen de vermeende massavernietigingswapens van Saddam Hoessein. Maar de Saudi’s gingen er in mee. Saddam Hoessein was immers geëlimineerd door de Amerikaanse invasie van Irak in 2003. Iran werd op zijn beurt nog de enige te duchten macht was in de regio.

Saudi-Arabië probeerde de Amerikanen aan te porren tot militaire actie tegen Iran. Het werd in die zin de beste bondgenoot van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die ook hemel en aarde bewoog in Washington om tot de aanval over te gaan. Hij dreigde zelfs eenzijdig Iraanse kerninstallaties te gaan plat smijten. President Barack Obama wou echter niet bijten. Netanyahu kreeg te verstaan dat hij geen Amerikaanse hulp tegen eventuele Iraanse represailles zou krijgen. Saudi-Arabië kreeg gewoonweg nul op het rekwest. Verder dan economische sancties wilden de VS niet gaan. De VS wilden onderhandelingen tussen de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad (de VS, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk) plus Duitsland, de zgn. 5 + 1, met Iran die in 2009 begonnen een kans geven. Eind 2013 werd een interim-akkoord bereikt, waaronder Iran een aantal activiteiten terugschroefde. Een definitief akkoord had er eind november 2014 moeten zijn, maar de einddatum is nu verschoven naar 1 juli 2015. In afwachting wil president Obama geen bijkomende sancties tegen Iran, Dat heeft de vertrouwensband tussen Saudi-Arabië en de VS zwaar geschaad.

De Syrische kwestie

Een tweede reden voor de ruzie tussen Riad en Teheran is de hulp die Iran, evenals Rusland, geeft aan president Bashar al-Assad van Syrië, waar in maart 2011, in het kader van de Arabische lente, protest tegen het regime uitbrak. Dat evolueerde al snel tot een ware burgeroorlog die inmiddels al aan meer dan 200.000 mensen het leven kostte en zware vernielingen aanrichtte in het land. De rebellen in Syrië kregen en krijgen steun uit Saoedi-Arabië en de andere Golfstaten. Maar het regime is er aan de winnende hand. De gewapende opstand is niet langer alleen een Syrische opstand maar vooral het werk van extremistische islamistische jihadisten uit de hele wereld. Al Qaeda, in de vorm van zijn lokaal filiaal Al-Nusra, en de Islamitische Staat (IS of Daesh, de afkorting in het Arabisch) geven er de toon aan. Vooral IS is zichtbaar door zijn ongehoorde brutaliteiten, massamoorden en executies, die de VS en andere westerse landen ertoe gedwongen hebben luchtoorlogen te gaan voeren tegen IS in Irak en Syrië. Ook de terugkeer van jihadisten naar hun landen van oorsprong en/of verblijf en de terreuracties die ze daar uitvoeren en plannen, hebben de zgn. westerse “vrienden van Syrië”, die het verzet daar steunden met wapens en geld, tot nieuwe inzichten gebracht. Was het vertrek van Bashar al-Assad de voorafgaandelijke voorwaarde bij vredesoverleg, nu spreekt men in de VS en andere westerse landen, zoals Frankrijk, al openlijk over de mogelijkheid dat het Syrische regime goeddeels kan blijven bestaan. Assad moet niet weg, maar van politiek veranderen, zo luidt het nu. Er is steun voor een Russisch plan voor ontmoetingen eind deze maand in Moskou tussen sommige opposanten en de Syrische regering om te praten over machtsdeling en eventuele parlementsverkiezingen vóóraleer er kan worden gepraat over een nieuwe president. Ook hierdoor voelt Saudi-Arabië, dat aangedrongen heeft op een gewapende westerse interventie, zeg maar een oorlog, zich geschoffeerd door Washington. Het lijkt te twijfelen of het nog wel kan rekenen op de steun van de Verenigde Staten, één van de pijlers van de Saudi-Arabische politiek. Het voelt zich meer en meer in de steek gelaten.

Sjiitische opmars in Jemen

Zowel de Iraanse als de Syrische politiek van Riad is een mislukking. Om dan nog niet te spreken van Irak, waar Saudi-Arabië de soennitische minderheid bewapent tegen de door de Amerikanen gesteunde sjiitische meerderheid. En dan is er nog buurland Jemen. In Noord-Jemen bestond van 898 tot de revolutie van 1962, met steun van het Egypte van president Gamal Abdel Nasser, een imamaat van de Zaidieten, een stroming binnen het sjiisme. De meerderheid van de Jemenieten zijn echter soennieten, die na de revolutie de machthebbers werden. Omdat de zaidieten zich meer en meer gediscrimineerd voelden, brak er in 2004 een gewapend conflict uit onder leiding van Hussein Badredin al-Houthi, het hoofd van de zaidieten – vandaar de term “houthi’s” voor de opstandelingen. Hun kerngebied is het noordoosten van Jemen, aan de grens met Saudi-Arabië. De Saudi’s steunden president Ali Abdallah Saleh met wapens en geld en voerden geregeld ook aanvallen, vooral uit de lucht, uit op de stellingen van de houthi’s. Inmiddels bezetten de houthi’s in september jl. de hoofdstad Sanaa. Zij omsingelden er het huis van de opvolger van Saleh, president Abdu Rabbu Mansour Hadi. De feitelijk gevangen president nam, evenals de voltallige regering eind vorige week ontslag, zodat er nu een machtsvacuum is.

Ook Jemen is een mislukking geworden ondanks het enorme wapenarsenaal van Saudi-Arabië. Gevreesd wordt dat dit sjiitisch succes de gediscrimineerde sjiitische minderheid in het oosten van Saudi-Arabië een hart onder de riem zal steken. De Saoedische strijd tegen het sjiisme in het algemeen – in Iran, in Syrië en ook Libanon (Hezbollah), in Irak en in Jemen – kan moeilijk anders dan een fiasco worden genoemd. Vandaar wellicht dat er de laatste tijd weer sprake is van contacten tussen Riad en Teheran.

Wahhabitisch establishment

Koning Abdullah had de naam een hervormer te zijn. Er werden hier en daar hervormingen doorgevoerd, zoals bv. het houden van gemeenteraadsverkiezingen, het toelaten dat vrouwen kassierster konden in supermarkten, het toelaten van vrouwen tot een door de koning gebouwde elite-universiteit, de benoeming van een vrouwelijke vice-minister, de benoeming van 30 vrouwen in de Majlis as-Shura, de machteloze adviesraad van het koninkijk enz. Maar de koning botste voortdurend met het uiterst conservatieve klerikale wahhabitische establishment, dat al in de 18de eeuw een stevige machtspositie kon uitbouwen door de alliantie die het huis al-Saud toen aanging met de uiterst gestrenge islam-geleerde en predikant Muhammad ibn Abd al-Wahhab (1703-1792). Rond 1750 ontstond er een eerste Saudische staat die in 1818 door de Ottomanen werd vernietigd toen die expansie zocht in Irak en Noord-Jemen, gebieden die toen tot het Ottomaanse rijk behoorden. Een klein Saudisch staatje overleefde in de Nejd, de centrale woestijn. Van daaruit begon Ibn Saud in 1902 zijn grote veroveringstocht, waarbij hij het Koninkrijk van de Hejaz inpalmde, en ten slotte het Koninkrijk Saudi-Arabië oprichtte in 1932. De fanatiek-religieuze Ikhwan, de Broeders, die de veroveringstochten uitvoerden, kon de familie al-Saud wel klein krijgen toen ze te driest werden en een gevaar begonnen te worden voor het huis al-Saud. De alliantie met de wahhabitische clerus daarentegen houdt nog altijd stand. En die clerus houdt de bevolking, o.a. met een religieuze politie, nog altijd in een wurggreep. Abdullah had plannen om vrouwen toe te laten met de auto te rijden, maar die kreeg hij er niet door. Vrouwen die toch met de wagen op straat kwamen werden gebroodroofd en vervolgd. Onlangs nog wou een Saudi-Arabische vrouw per wagen haar land binnenrijden: ze zal worden vervolgd voor terrorisme. Abdallah’s plannen om vrouwen te laten stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen verdwenen in de archieven. Ook zijn broer Salman zal rekening moeten houden met de clerus die religieuze legitimiteit geeft aan de familie al-Saud.

De nadruk op een gestrenge religie heeft echter ook zijn nadelen. Al Qaeda werd opgericht door de Amerikanen en Saudi-Arabië voor de strijd tegen het communisme in Afghanistan, maar heeft zich ontpopt tot een monster dat zijn scheppers is beginnen aan te vallen. Denk aan  9/11 in New York waar de grote meerderheid van de vliegtuigkapers uit Saoedi-Arabië afkomstig leek te zijn. Ook Al-Nusra en Islamitische Staat, die konden groeien door steun vanuit het Arabische schiereiland, in manschappen, wapens en geld, gaan nu ook in Saudi-Arabië in de aanval en berokkenen hun voormalige steunheren zware imagoschade in de hele wereld.

Jonge bevolking

Saudi-Arabië heeft een snel groeiende en jonge bevolking, die doorgaans niet goed is opgeleid en ook geen werk meer vindt, maar wel ziet hoe een kleine elite in de ultieme luxe leeft. Geen wonder dat koning Abdullah bij het uitbreken van de Arabische lente plots 130 miljard $ bovenhaalde voor huisvestingsprojecten, voor hogere lonen voor de ambtenaren, voor schepping van arbeidsplaatsen, voor religieuze instellingen om de clerus te vriend te houden enz. Het blijft een tijdbom onder het regime.

Saudi-Arabië heeft ongeveer 730 miljard $ buitenlandse reserves. Waarmee het de bewuste keldering van de olieprijs om zijn tegenstanders, zoals Iran en Rusland te treffen, wel een tijdje kan volhouden. Maar de halvering van de olieprijs tot 50 $ zal dit jaar leiden tot een tekort op de begroting van 38,6 miljard $. Om de investeringen voort te zetten voor het tevreden houden van de bevolking zal er voortdurend diep in de zak moeten worden getast. Het is dan ook de vraag of de beslissing de prijs van het zwarte goud te doen ineenstorten niet al te lichtzinnig is genomen, ook al zijn de westerse bondgenoten – maar wellicht niet de eigen bevolking – er best tevreden mee.

 

Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.