Het oliewapen

usSaud
Facebooktwittergoogle_plusmail

Hij zakt en blijft zakken, de olieprijs. In juni bedroeg hij ongeveer 110 dollar, bij de recente OPEC bijeenkomst in Wenen 27 november 2014 werd hij tegen 74 dollar barrel verhandeld. Dat is op vijf maand een prijsverschil van meer dan 30 procent. Nu, januari 2015, is ie zelfs gedaald tot 50 dollar. Er is een echte economische olie-oorlog aan de gang die als doelstelling heeft Rusland, Iran en Venezuela op de knieën te dwingen.

 

Waar de goedkopere olie voor onze autorijders resulteert in een goedkopere tankbeurt en bij de burgers in het algemeen lagere verwarmingskosten oplevert en de inflatie laag houdt, betekent ze voor een reeks staatsbegrotingen in verschillende landen een hachelijke situatie. Vooral voor de landen die een groot deel van hun staatsbudget financieren met de inkomsten van hun olie- en gasverkoop, zoals Rusland, Venezuela, Iran, Irak, Nigeria, enz.… Maar ook in de EU zijn er een minder ontvangsten aan accijnzen en btw door de dalende olieprijs voor benzine, diesel en stookolie. Dat kan enkele miljarden dollar kosten voor de staatskas. Dit zorgt ervoor dat een herberekening van hun vooropgestelde begroting nodig zal zijn. Hun voorspelling over een stagnerende of lichte groei van hun economie blijkt eigenlijk een fata morgana.

oorzaken van de dalende olieprijs

Blijkbaar geraakt zowel het aanbod als de dagelijkse vraag onder druk door de sputterende wereldeconomie. De conjunctuurgegevens voor de Eurozone duiden eerder op een slechter dan op een beter vooruitzicht. Stagnatie, recessie en nulgroei kenmerken de economie van de EU. Voor Groot-Brittannië dreigt het gevaar dat de economische heropleving voorbij is en dat het land dus op een recessie afstevent. Japan bevindt zich reeds in deze toestand. Ook de economische groei van de BRICS- en andere groeilanden stagneert.

Een groot olieaanbod en een verminderde vraag op de mondiale oliemarkt werkt uiteraard in op de prijs. Vooral de Amerikaanse olieproductie steeg de laatste jaren dankzij de fracking boom. Deze onconventionele methode is zeer schadelijk voor het milieu. Door de op deze wijze verkregen olie werd de VS de grootste olieproducent van de wereld. De dagproductie bedroeg in 2008, 6,8 miljoen barrel, in 2014 bedroeg het 12 miljoen barrel. De stijging met 5,2 miljoen barrel betekent een aangroei die groter is dan de Chinese oliewinning.

Maar het groter aanbod van olie kan men ook verklaren door de terugkeer op de oliemarkt van Irak en Libië. OPEC laat vandaag de prijs verder dalen. Vroeger zou de beslissing in dergelijke omstandigheden zeer duidelijk geweest zijn, met name een vermindering van het petroleumaanbod. Een beperking van het quota van de op te pompen olie van iedere OPEC lidstaat, zou dan de olieprijs terug opdrijven. Op de bijeenkomst van OPEC in Wenen is echter duidelijk gebleken hoe verdeeld de olieclub is. De kleinere en arme OPEC-lidstaten wilden een beperking van het olie-aanbod om met een hogere prijs meer inkomsten te verwerven. Het betreft Venezuela, Ecuador, Nigeria, Angola en Iran. Ook Irak en Libië waren voorstanders van een hogere olieprijs om de wederopbouw van hun land te financieren. Al deze arme landen vrezen voor hun staatsbegroting die ze op basis van een hogere olieprijs opgesteld hebben. Ecuador heeft een prijs nodig van 80 dollar om de opgestelde begroting in evenwicht te hebben, Angola 81 dollar, Venezuela 120 dollar, Nigeria 122 dollar, Iran en Irak 136 tot 140 dollar.

interne twist

Venezuela was de aanvoerder van de arme OPEC landen. Rafael Ramirez, de minister van olie en van buitenlandse zaken, was bestendig op pad om de andere OPEC-lidstaten te overtuigen om de oliekraan gedeeltelijk dicht te draaien. Rusland was en is bereid om ook zijn olieproductie te verminderen als de OPEC zou beslissen om hun oliewinning te beperken.

De moeite van Ramirez was vruchteloos, zijn inspanningen botsten op de weigering van de rijke Golfstaten, Koeweit, Qatar, de VAR aangevoerd door Saoedi-Arabië. De monarchie van Riyad is de beslissende machtsfactor in het oliekartel: zonder haar gaat niets. De Saoedische productie is ongeveer 30 procent van de totale OPEC olie, het land beschikt over een grote reserve en bekleedt aldus een sleutelpositie. Riyad beschikt over een grote hoeveelheid nog niet gebruikte productiecapaciteit dat het al dan niet kan inzetten. Zelfs wanneer Venezuela, Iran en Rusland zouden beslissen om hun oliekraan gedeeltelijk dicht te draaien, kunnen Saoedi-Arabië en de andere Golfstaten deze beslissing neutraliseren door hun reservecapaciteit in te schakelen.

De neen-houding van de Golfstaten treft de andere kleinere olieproducerende landen bijzonder hard. Financieel heeft ook Saoedi-Arabië, om haar staatsbudget te bekostigen een olieprijs van 89 dollar barrel nodig om het suikerbrood van haar 30 miljoen onderdanen te betalen en om te verhinderen dat ze rebelleren tegen de brutale feodale machthebbers. Maar met een spaarboekje van 7401 miljard petrodollars kunnen ze een geruime tijd het deficit onder controle houden. Door de lage kosten voor hun oliewinning verzekeren ze zich van de hoogste oliewinst. Zo kan Saoedi-Arabië  de VS een gunstige olieprijs aanbieden, om zo hun marktaandeel in de VS veilig te stellen.

Globale olie-oorlog?

Het moet Saoedi-Arabië bij haar veto om meer gaan dan de miljarden zware oliewinst. Sinds haar neen voor de vermindering van het olieaanbod, wordt er in de financiële pers vooral gespeculeerd over de achtergrond van haar motieven. Men benadert de oplossing van het raadsel als men de vraag stelt ‘wie baat of schaadt het’? Men komt dan vrij vlug tot de vaststelling dat het hier om een imperiale machtsprojectie gaat, dat hier fronten voor een globale economische en olie-oorlog in stelling gebracht worden, of zoals columnist Thomas L. Friedman het in de Times formuleerde wordt er een globale olie-oorlog van de VS en Saoedi-Arabië tegen Rusland en Iran ijverig voorbereid.

Met het oliewapen wordt klaarblijkelijk de ‘vijandelijke’ staten Iran, Rusland en Venezuela in het vizier genomen. Ook Syrië, met zijn relatief kleine olieproductie wordt bij deze lage olieprijs geviseerd, omdat het nu de hoofdvijand is van de VS en Saoedi-Arabië. Venezuela wordt ook door Saoedi-Arabië en de VS geviseerd. Venezuela en Iran zijn in de schoot van het OPEC-kartel de tegenstanders van de Saoedi’s. Ze coördineren ook het front met de olieproducerende landen die geen lid van OPEC zijn, van Afrika en Latijns-Amerika. Bovendien ligt Caracas slecht bij de strategen van Washington omwille van zijn beleidslijn ‘Latijns-Amerika aan de Latijns-Amerikanen’.

Rusland is de belangrijkste concurrent van Riyad op de globale oliemarkt en bovendien nog beschermheer van Syrië en Iran. De Saoedische politiek die samen met Washington wordt ontwikkeld wil de “schurkenstaten” Iran, Venezuela en Rusland verzwakken om een ‘regime change’ te bewerkstelligen. De lage olieprijs brengt deze landen in de problemen om hun sociale en ontwikkelingsprogramma’s uit te voeren, het geeft de olie-imperialisten vooruitzicht op sociale onlusten of opstand in de betrokken landen. Hiervoor zijn geen complotafspraken tussen de VS en Saoedi-Arabië nodig, alhoewel dat in het verleden wel al gebeurd is. Saoedi-Arabië kan met zijn positie in OPEC de gang van zaken bepalen, zelfs als het er helemaal alleen zou voor staan moet het slechts de vermindering van de productiequota verhinderen. Iets waarvoor Riyad zeker de macht heeft.

Schalie-olie in de VS

De Amerikaanse schalie-olieproducenten zullen ook bij dalende olieprijs verder produceren en een groter marktaandeel proberen in te palmen. Want bij een lagere prijs proberen ze het verlies aan winst te compenseren door meer olie te produceren, om zo de investeerders en kredietverleners te bedienen. Een groot deel van de fracking ondernemingen in de VS zijn onafhankelijke middelgrote concerns zoals bijvoorbeeld Continental Resources en Whiting Petroleum, die voor hun investeringen grote kredieten hebben opgenomen. Waarnemers menen dat Saoedi-Arabië met zijn prijsoorlog de fracking-concurrentie eigenlijk wil uitschakelen om zijn dominante positie op de mondiale oliemarkt te verstevigen en veilig te stellen. Maar dat is voorlopig niet het primaire doel.

Voorlopig hebben Riyad en Washington het overaanbod op de oliemarkt nodig om hun politieke strategische doelstelling waar te maken, zoals eerder al gemeld. Wanneer hierdoor enkele schalie-olieproducenten uit de boot vallen dan is dat collateral damage voor Saoedi-Arabië, maar voor de VS anderzijds draagbaar. Kritisch wordt het pas voor de schalie-olieproducenten wanneer de olieprijs verder daalt tot 60 dollar of lager, waar we echter nu kennelijk aanbeland zijn. Met het nastreven van hun geopolitieke doeleinden zouden ze zich dus wel ’s in eigen voet kunnen schieten.

Er is dus enerzijds het gevaar van te moeten verkopen onder de productiekost maar voor Washington komt die lage olieprijs anderzijds wel gelegen, niet alleen voor het verzwakken en ondermijnen van de politieke tegenstander, maar ook voor het eigen algemeen economisch voordeel. De VS heeft van alle industrielanden het intensiefste verkeer- en transportsysteem, en tevens beslist het tot op heden over het mondiaal beleid. De fundamentele (langetermijn-)doelstelling van Washington is dat de olie- en gasmacht van de tegenstander bankroet gaat.

Oorlog tegen Rusland

Het grootste slachtoffer in deze oorlogspolitiek is ongetwijfeld Rusland. Voor Moskou komt de olie-oorlog bij wijze van spreken overeen met het openen van een tweede front naast de Westerse handelssancties. Mogelijkerwijs met nog grotere gevolgen dan de opgelegde sancties. Opmerkelijk is ook dat sinds het in werking treden van de sancties de erosie van de olieprijs zich in versneld tempo voltrekt.

Het Russische staatsbudget is voor 45 procent gebaseerd op de grondstoffenhandel met een petroleumprijs van 96 dollar. De verkoop van olie en gas is goed voor twee derde van de Russische exporthandel. Met een lage prijs voor ruwe aardolie van +- 75 dollar ondergaat het land een inkomstenverlies van 100 miljard dollar op jaarbasis. Wanneer er nog een prijsverval van 10 procent bijkomt, betekent dat een supplementaire 32,3 miljard verlies of 1,6 procent van het BIP.

De uitwerking op de staatsbegroting wordt nog groter door de devaluatie van de roebel, olie wordt immers nog altijd in dollar verhandeld. De Russisch exporteurs betalen nu 48 in de plaats van 37 roebel voor de Amerikaanse dollar waardoor de prijs voor import stijgt en hiermede ook de inflatie.

De erosie van de olieprijs en de opgelegde sancties kosten Rusland op jaarbasis minstens 140 miljard dollar, zeven procent van het BIP. Het wordt voor Rusland zeer moeilijk om haar overheidsprogramma’s te financieren, de economie gaat sputteren wat de ontevredenheid van de bevolking aanwakkert en tot mogelijke rebellie kan leiden. Met deze westerse politieke strategie wil men zonder meer de val van Poetin bewerkstelligen. Volgens het Russisch instituut voor strategische studie ( RISS) streeft het Westen met deze economische handelsoorlog ernaar om Poetin te vervangen door een meer westers georiënteerde persoon uit het politiek establishment.

 

Grootste

olieproducenten

Productie in miljoenen barrel

per dag

Productie kost

per barrel

Aandeel aan Wereldreserve

 

 

Verenigde Staten

12 miljoen

60 tot 70$

2,6%

Rusland

11 miljoen

40 tot 50$

5,5%

Saoedi-Arabië OPEC

9,5 miljoen

Minder dan10$

15,8%

China

4,2 miljoen

40 tot 50$

1,1%

Canada

4,0 miljoen

40 tot 50$

10,3%

Irak OPEC

3,3 miljoen

10$

8,9%

VAR OPEC

2,8 miljoen

Mind dan 10$

5,8%

Iran OPEC

2,8 miljoen

10$

9,32%

Mexico

2,7 miljoen

 ?

<1%

Koeweit OPEC

2,7 miljoen

Minder dn 10

6,0%

Venezuela OPEC

2,5 miljoen

40 tot 50$

4,7%

Nigeria OPEC

1,9 miljoen

 ?

ca. 2,5%

Angola OPEC

1,7 miljoen

 ?

1,0%

Algerije OPEC

1,1 miljoen

 ?

<1%

Libië OPEC

0,6 miljoen

 ?

Ca. 3%

Qatar OPEC

0;7 miljoen

 ?

Ca. 2%

Ecuador OPEC

0,6 miljoen

 ?

 ?

Bron: IEA EID BP

Situatie sept.2014

 

Olieproductie OPEC landen

Verdeelsleutel

     Dagproductie

% aandeel

Saoedi-Arabië

Irak

VAR

Iran

Koeweit

Venezuela

Nigeria

Angola

Algerije

Libië

Qatar

Ecuador

   9,5 miljoen barrel

   3,3 miljoen barrel

   2,8 miljoen barrel

   2,8 miljoen barrel

   2,7 miljoen barrel

   2,5 miljoen barrel

   1,9 miljoen barrel

   1,7 miljoen barrel

   1,1 miljoen barrel

   0,8 miljoen barrel

   0,7 miljoen barrel

   0,6 miljoen barrel

    31,5%

   10,11%

      9,21%

      9,21%

      8,88%

      8,22%

      6,24%

      5,60%

     3,62%

     2,63%

     2,30%

     1,98%

 

Bronnen:
Die Ölwaffe – Fred Schmid ­ www.isw.de
Ein wirtschaftskrieg soll Rusland, Iran und Venezuela in die Knie zwingen