De erkenning van de Palestijnse staat of wachten op Godot?

palestijnse staat
Facebooktwittergoogle_plusmail

In Europa woedt het debat over de erkenning van een Palestijnse staat volop. Het Europees Parlement keurde zopas een resolutie goed die een Palestijnse staat ‘in principe’ erkent. Sinds Zweden twee maand geleden reageerde met de erkenning van Palestina als soevereine staat, kwamen er tal van resoluties en moties in verschillende Europese landen. In België stemde het Brusselse parlement al een resolutie. In het federaal parlement zijn tal van voorstellen ingediend, maar die blijven vooralsnog geblokkeerd door de meerderheidspartijen die een eigen fel afgezwakte resolutie willen indien.

Het debat over de erkenning van een Palestijnse staat is een gevolg van de impasse waarin het bezettingsconflict is terechtgekomen. De jongste jaren heeft de Israëlische regering in sneltempo het initiatief genomen tot de bouw van duizenden nieuwe kolonistenwoningen in Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. Dat is op de plaats waar de Palestijnen respectievelijk hun hoofdstad en staat willen vestigen. Geleidelijk aan begint het in de Europese politieke wereld te dagen dat Israël de tactiek van aanslepende onderhandelingen louter gebruikte om tijd te winnen. Die gebruikte de bezettingsmacht om de kolonisatie uit te breiden en te consolideren. Genoeg om de voldongen feiten te creëren die een Palestijnse staat met Jeruzalem als hoofdstad onmogelijk zouden maken.

Derde tempel

Die impasse zorgt voor veel onrust, terwijl de kolonisten en hun politieke vertegenwoordigers alsmaar agressiever hun doelstellingen proberen te realiseren. In Jeruzalem stapelen de incidenten zich op, als gevolg van provocaties van radicale zionisten die de Islamitische heiligdommen op de al-Haram al Sharif (de ‘Tempelberg’) willen vernietigen om er hun derde joodse tempel te bouwen. Volgens de – onbewezen – religieuze overlevering stond op die plek de tempel van Salomo die in de zesde eeuw voor onze tijdrekening werd vernietigd. De huidige klaagmuur is een overblijfsel van de tweede tempel die in de eerste joodse oorlog in het jaar 70 door de Romeinen is vernield. De status quo die er sinds 1967 heerst is de jongste maanden doorbroken door religieuze joodse fanatici en kolonisten die ongehinderd ‘religieuze’ acties voeren op de al-Haram al Sharif. Daarbij zijn ze zelfs al de Al Aqsa moskee binnengedrongen. Op de furieuze reacties van Palestijnse gelovigen trad de politie op met traangas, geluidsbommen en rubberkogels. In de Israëlische pers spreekt men zijn vrees uit voor een derde intifada.

De Israëlische regering lijkt evenwel niet van plan om op de acties van de joodse extremisten kordaat op te treden. Integendeel. De minister van Huisvesting, Uri Ariel van de extreemrechtse kolonistenpartij ‘Het Joods Huis’, zei begin november dat Israël de Al Aqsa zal vervangen door de derde tempel. Likoed-parlementslid Moshe Feiglin (van de partij van premier Netanyahu) heeft trouwens de leiding over de acties van deze extremisten.

Europa en de Palestijnse staat

In Europa zorgt de kwestie van de oprichting van een Palestijnse staat voor grote verdeeldheid. Tegenstanders poneren dat de Palestijnse staat er pas kan komen als resultaat van ‘vredesonderhandelingen’, hoewel die de afgelopen twintig jaar niet verhinderd hebben dat het aantal joodse kolonisten in de Israëlische nederzettingen meer dan verdubbelde. De Israëlische regering verhult niet dat ze streeft naar niets anders dan de annexatie van grote delen van de Palestijnse gebieden. Sommige partijen binnen de regering pleiten zelfs voor de volledige annexatie van de Palestijnse gebieden. Dit is niet meteen een goede basis voor onderhandelingen die volgens het officiële Europese standpunt moeten uitmonden in een staat die gebaseerd is op de grenzen van voor 1967, de fameuze Groene bestandslijn.

Dat lijkt ook de vaststelling van de Zweedse regering die op 30 oktober de Palestijnse staat erkende en sindsdien een Palestijnse ambassade op het grondgebied heeft gehuisvest. In een verklaring zei de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Margot Wallström: “Onze beslissing komt er op een kritisch moment want het afgelopen jaar hebben we gezien hoe de vredesgesprekken zijn vastgelopen, hoe beslissingen over nieuwe nederzettingen in bezet Palestijns gebied de twee-staten-oplossing gecompliceerder hebben gemaakt, en hoe geweld teruggekeerd is naar Gaza. Met onze beslissing willen we een nieuwe dynamiek brengen in het vastgelopen vredesproces.”

De Zweedse beslissing heeft inderdaad een dynamiek op gang gebracht, maar dan in Europa. In Groot-Brittannië en Ierland stemden de parlementen een niet dwingende resolutie tot erkenning van de Palestijnse staat. De Spaanse en Portugese parlementen riepen hun regeringen eveneens op om een Palestijnse staat te erkennen. In Portugal waren er maar 9 tegenstemmen van de 230 afgevaardigden. Het Franse parlement hield begin december eveneens een symbolische stemming, want vooralsnog is nergens een regering verplicht om de oproepen van de parlementen te volgen. Toch zou daar verandering in kunnen komen. Tijdens het Franse debat zei minister van Buitenlandse Zaken, Laurent Fabius, dat Parijs een Palestijnse staat zou erkennen als diplomatieke inspanningen opnieuw zouden falen waarna “Frankrijk zijn plicht moet doen en een Palestijnse staat zonder verwijl moet erkennen”. Hij liet uitschijnen dat dit binnen de twee jaar kan gebeuren.

Inmiddels heeft de debat ook het Europees Parlement bereikt. Op 17 december stemde het een niet bindende resolutie waarin het ‘in principe’ Palestina als staat en de tweestaten-oplossing erkent en stelt dat deze parallel moeten lopen met de ontwikkeling van vredesonderhandelingen, die bevorderd moeten worden. Hoewel het om een afgezwakte consensustekst gaat is een akkoord na ‘vredes’onderhandelingen geen voorwaarde voor erkenning, maar moet de erkenning net gezien worden als een middel om tot vrede te komen. In de resolutie In de resolutie herhaalt het EP “zijn krachtige steun voor de tweestaten-oplossing op basis van de grenzen van 1967, met Jeruzalem als de hoofdstad van beide staten, waarbij de veilige staat Israël en een onafhankelijke, democratische, aangrenzende en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid op basis van het recht van zelfbeschikking en volledige eerbiediging van het internationaal recht”. Het Europees Parlement vindt ook dat Europa een grotere rol moet spelen in het conflict en lanceerde het initiatief ‘Parlementsleden voor vrede’ dat Israëlische, Palestijnse en Europese parlementsleden rond de tafel moet krijgen. Het blijft allemaal erg symbolisch maar gezien de Israëlische inspanningen om de stemming voor een erkenning tegen te houden, ligt de resolutie in Israël erg gevoelig. In de resolutie worden de nederzettingen immers ondubbelzinnig als illegaal bestempeld, wat overigens altijd het officiële Europese standpunt is. De resolutie moet dan ook vooral gezien worden als een middel om de druk op de ketel te houden.

Het Brussels parlement erkent de Palestijnse staat

Ook op de Belgische politieke scene woedt het debat volop en werden er al diverse resoluties in de verschillende parlementen ingediend. Het Brussels parlement sprak zich op 12 december met overgrote meerderheid uit voor een onmiddellijke erkenning. De resolutie “verzoekt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om de kwestie aanhangig te maken bij de federale regering teneinde de Palestijnse Staat te juister tijde te erkennen als Staat en als onderworpen aan het internationale recht”. De resolutie onderstreept de “positieve impact van die erkenning teneinde een politiek proces, inclusief onderhandelingen tussen Israël en Palestina, opnieuw op gang te brengen of te steunen”. In het federaal parlement verwerpen de regeringspartijen een onvoorwaardelijk erkenning met een omgekeerde redenering. Volgens minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders is België weliswaar voorstander van de tweestatenoplossing en van de oprichting van een soevereine Palestijnse Staat, maar moet “dat bekeken worden in het kader van een onderhandelingsproces”. En hij voegt er nog een aantal voorwaarden aan toe: er moet een Europese consensus bestaan en beide

partijen moeten overeenstemming hebben bereikt over de belangrijkste punten van deze onderhandelingen, waaronder de afbakening van de grens en de status van de stad Jeruzalem. Met dat laatste lijkt Reynders afstand te nemen van het standpunt dat een oplossing sowieso moet gebaseerd zijn op de grenzen van 1967. Deze voorwaarden zorgen er in elk geval voor dat het in de praktijk zo goed als nooit tot een erkenning zal komen. Israël blokkeert net de onderhandelingen omdat de kolonisatiepolitiek een essentieel onderdeel is van haar beleid. En dat is al decennia zo, onafgezien van wie er aan de macht is.

Spreidstand van de N-VA

Reynders’ standpunt wordt gedeeld door de regeringspartijen die met een eigen afgezwakte resolutie een einde willen maken aan het debat. Vooral de N-VA lijkt op de rem te staan. Dat wekt nogal verbazing van een partij die de erfgenaam wil zijn van het volksnationalisme. Bovendien zijn deze partij en haar vertegenwoordigers ook weinig consequent. Zo was Peter De Roover (N-VA) die zich in het federaal parlement met het dossier bezig houdt, in een vorig leven het gezicht van de Vlaamse Volksbeweging (VVB). Hij is vandaag nog steeds erevoorzitter van de organisatie. De VVB voerde de afgelopen maanden actie ter ondersteuning van de Catalaanse en Schotse onafhankelijkheid. De VVB lag ook mee aan de basis van het Europees samenwerkingsverband ICEC (International Comission of European Citizens), dat het zelfbeschikkingsrecht wil laten inschrijven in de Europese verdragen. Eind 2012 was de VVB een van de gangmakers van de aanvraag tot een burgerinitiatief met de volgende vraag: “Ik ondersteun het initiatief dat het zelfbeschikkingsrecht van de Europese volkeren binnen de Europese Unie erkend wil zien als een fundamenteel mensenrecht en wens dat de Europese instellingen alle Europese burgers en hun naties ondersteunt als ze dit recht wensen toe te passen.”

In alles wat de VVB daarover zegt is er weinig plaats voor het benadrukken van onderhandelingen, het aanpassen van grenzen of een Europese consensus, zoals dat nu gebeurt in de Palestijnse kwestie. Zijn partijgenote en voormalig Europees parlementslid Frieda Brepoels zag het enkele jaren geleden overigens anders toen zij in het Europees Parlement met haar fractie een ontwerpresolutie indiende met volgende passage: “…verzoekt de EU en de EU-lidstaten alle mogelijke inspanningen te leveren om te komen tot een gemeenschappelijk standpunt dat aansluit bij de eerdere verklaringen ter ondersteuning van de erkenning van een Palestijnse staat met de grenzen van 1967, inclusief met betrekking tot Jeruzalem, en de opname hiervan als volwaardig lid van de VN.”

De partij voelt zich niet gemakkelijk in dit dossier omdat ze beseft dat ze hier de eigen principes de vloer aanveegt. Peter De Roover kronkelt zich dan ook in het debat met argumenten die in de meeste gevallen geen hout snijden. Zo beweren De Roover en zijn partijgenoot Peter Luyckx dat de Palestijnen Israël moeten erkennen en de veiligheid ervan moeten waarborgen. Nochtans gebeurde dat al in 1988 en vervolgens nog eens in het zog van de Oslo-onderhandelingen met de zogenaamde ‘Letters of Mutual Recognition’. Daarin erkent de PLO het bestaansrecht van Israël én het recht op vrede en veiligheid van deze staat, terwijl omgekeerd Israël enkel de PLO als officiële vertegenwoordiger van de Palestijnse bevolking erkent. Aan het dodenaantal te oordelen is het bovendien vooral met de veiligheid van de Palestijnen slecht gesteld.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers