Naar een hertekening van de landsgrenzen in het Midden-Oosten?

Sevres 1920
Facebooktwittergoogle_plusmail

Alles laat voorspellen dat het aan de gang zijnde wapengekletter in het Midden-Oosten tot een hertekening van landsgrenzen en het ontstaan van nieuwe staten zou kunnen leiden. Het bestaan van Irak, Syrië en Libanon in hun huidige landsgrenzen wordt bedreigd. Libië, Gaza en de Westelijke Jordaanoever blijven lijden onder verdrukking en bezetting. In het Midden-Oosten is de opkomst van Islamic State een duidelijk teken dat een territoriale herschikking op de tekentafel ligt. De statenvorming na de eerste wereldoorlog was gekenmerkt door westerse belangen die in de huidige context van crisis nog altijd dezelfde zijn.

 

Mogen de Koerden zich zich als overwinnaars van de geschiedenis beschouwen? Nog nooit heeft het zoveel de schijn gehad als op dit ogenblik, dat de tijd gunstig is om een eigen zelfstandige Koerdische staat tot stand te brengen. Sommige spreken zelf van een Groot–Koerdistan: een gebied gaande van Noord-Irak, over het zuidoosten van Anatolië, het noorden van Syrië tot het noordwesten van Iran. Een gebied dat ons doet denken aan de republiek van Mahabad (1946), toen er kortstondig een Koerdische nationale staat bestond.

Nieuwe opdeling?

De opstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn van een volksopstand in 2011 geëvolueerd naar een religieuze burgeroorlog in de Levant. Dat alles is een voorteken van een mogelijke, nieuwe territoriale opdeling waarvan de uitkomst een open vraag blijft.

De huidige realiteit biedt duidelijke vergelijkingsmogelijkheden met de periode na de eerste wereldoorlog en de opdeling door de Europese koloniale machten van het Ottomaanse rijk. Wat zich nu vandaag wreekt zijn de fouten van de toenmalige opgedrongen statenvorming, die gekenmerkt was door willekeur en grootmachtbelangen die haaks stonden op de confessionele en religieuze samenstelling van de bevolking in de regio. Zo is de Levant (Syrië, Jordanië, Libanon en Irak) wellicht aan een reorganisatie toe, waarbij niet alleen de IS-combattanten de Arabische landen omploegen. De eventuele nieuwe herordening zou zonder deze van honderd jaar geleden niet denkbaar of verklaarbaar zijn. Het kan banaal klinken, maar de door de Arabische lente op gang gebrachte conflicten zijn ook gevolg van de politieke geografie die na de eerste wereldoorlog aan het Arabisch subcontinent opgedrongen werd.

Na 1918 eindigde de Oostenrijks-Hongaarse monarchie en muteerde de tsarendynastie na revolutie en burgeroorlog tot de Sovjet-Unie in 1922. Het Ottomaanse rijk moest plaats ruimen, nieuwe staten werden door de Europese koloniale machten opgericht en onder hun koloniaal bestuur gebracht. In 1918 met het verdrag van Versailles moest de Habsburgse monarchie zelfstandigheid en soevereiniteit geven aan Tsjecho-Slowakije, Hongarije, Joegoslavië en Oostenrijk. De Duitse kolonies werden onder mandaat geplaatst en toegewezen aan de Europese koloniale machten. Een vergelijkbare ontwikkeling voltrok zich ook in het Midden-Oosten. Het akkoord van Sèvres (1920) tussen de zegevierende machten van WO I en de regering van Ferid Pasha betekende het einde van het Ottomaanse rijk.

De grenzen van het Sèvres akkoord

Met het akkoord van Sèvres werden 17 nieuwe staten gecreeerd, Griekenland en Armenië kregen gebieden bij. Palestina moest het thuisland worden voor het joodse volk. De opdeling van het Ottomaanse rijk was een zet op het schaakbord waarvan tot op heden de nefaste gevolgen nog duidelijk zichtbaar zijn.

In Parijs en Londen hield men er rekening mee dat de ‘joodse entiteit’ dank zij  beloofde privilegies een ganse reeks vijanden zou krijgen in de regio. Die situatie zou voor het Westen handig bruikbaar blijken om zijn belangen te verdedigen. Wanneer we de oorlogen en conflicten die het Midden-Oosten teisteren nader documenteren, dan blijken ze geen vergissing te zijn maar een wel bewust gekozen politiek.

De nieuw gecreëerde staten werden koloniale gebieden van Londen en Parijs of werden protectoraten van de grootmachten in de toenmalige Volkerenbond. Groot-Brittannië kreeg als mandaatgebied Cyprus, Mesopotamië (het huidige Irak) en Palestina. Frankrijk kreeg Syrië, Libanon, Tunesië en Marokko. Italië kreeg als mandaatgebied Libië en enkele eilanden in de Middellandse Zee, Rhodos en Dodekanesos. Er werden grenzen getrokken die in de regel een multi-etnisch en multi-confessioneel lappendeken als beeld opleverden. Hierdoor kon geen interne samenhorigheid tot stand komen.

Syrië

De door het Sèvres akkoord uitgetekende staten waren inderdaad gekenmerkt door clanrivaliteiten, dynastieke loyaliteit of religieuze dissonantie, die voor de geopolitieke doelstelling van Groot-Brittannië en Frankrijk handig gebruikt konden worden, zoals men kan vaststellen voor het verder verloop van Syrië. Daar werd de door de soennitische Ulama onderdrukte sekte van alawieten door de Franse koloniale mandaatmacht de mogelijkheid geboden op het voorplan te treden als hulpvaardige plaatselijke mandaatbeheerders. Zo konden de alawieten militaire en administratieve sleutelfuncties bekleden en werden de soennieten van hun macht beroofd.

De mandaatmacht schepte op die manier een geprivilegieerde elite, die er zich wel bewust van was dat, wanneer hen de verleende privilegies zouden onttrokken worden, ze hun positie in het mandaatbestel zouden kwijtspelen. Als bevoorrechte helpers en mandaatbekleders dachten de alevieten er niet aan om hun positie op te geven toen in 1946 het uur van het soevereine en onafhankelijke Syrië was aangebroken. De staatsmacht bleef dus in handen van een minderheid die miljoenen soennieten in bedwang hield, vooral de moslimbroeders.

Begin de tachtiger jaren van de 20ste eeuw, onder president Hafiz Assad, trad de seculiere staat van de alawieten hardhandig en met veel geweld op tegen de islamitische theocratie, ook werden de tegenstellingen opgedreven, wat vroeg of laat een burgeroorlog tot gevolg zou hebben.

Wat er over enkele tijd van Syrië zal overblijven zal niet het Syrië van vandaag zijn. In het beste geval een land van alevieten, christenen en druzen, die op bescherming van Iran aangewezen zullen zijn. Of een nieuwe soennitische kernstaat in de Levant zal gekenmerkt worden door zijn fundamentalistisch karakter hangt af van het feit of Islamitische Staat (IS) er in slaagt om zich blijvend te vestigen in de regio.

In ieder geval wordt het historisch verleden met de mantel van het stilzwijgen toegedekt, nu Frankrijk en het Westen met alle macht Assad van de macht willen verdrijven. De ex-koloniale heerser zou zich beter de eigen creatie berouwen. Men kan de geschiedenis niet onder het tapijt vegen. Onze westerse media gaan er vanuit dat de huidige conflicten schijnbaar geen vorig leven hebben en dat onderzoek naar oorzaken overbodig is. Nochtans is het duidelijk, willen we het waarom van deze conflicten ten volle begrijpen, dat we verplicht zijn ook de historische objectieve achtergrond te belichten. Bij de nieuwe veldtocht tegen IS is het ook nog onduidelijk wat de politieke gevolgtrekking zal zijn wanneer de jihadstrijder van IS tot capitulatie gedwongen zullen zijn? Wat zal er dan uit de bus zal komen? Wordt er een nieuw Syrië in de steigers gezet?

Libanon

Er is nog een probleem, met name welke voorzorgen er moeten getroffen worden opdat Libanon niet zou imploderen door de toestroom van 1 miljoen soennitische vluchtelingen uit Syrië die het interne evenwicht grondig veranderen. De machtsarchitectuur tussen maronieten, soennieten, christenen, alawieten, druzen en sjiieten is sinds de Libanese staatsvorming in 1943 vastgelegd; die kan nu echter grondig verstoord worden. Zal deze ontwikkeling tot een nieuwe burgeroorlog leiden?

De Libanese staat dankt zijn bestaan aan het feit dat de toenmalige mandaatmacht, Frankrijk, uitdrukkelijk wilde verhinderen dat het tijdens WO I beloofde Groot-Syrië tot stand zou komen. Zo bleven de landsgrenzen van het Verdrag van Sèvres na 1945 behouden. Maar de interne spanningen in die landen bleven aanhouden en konden de drang naar een nationale staat niet stoppen. Wanneer het in de landen van de regio intern sputtert, is het zeer moeilijk om een nationale identiteit te vormen. Wat kenmerkend is voor Syrië is het feit dat het land door de toenmalige mandaatmachten territoriaal geamputeerd werd door het afscheiden van Libanon.

In de jaren vijftig scheen het tot stand komen van een pan-Arabische statengemeenschap kans tot slagen te hebben. Vooral Egypte en Syrië waren grote voorstanders, beide landen fusioneerden in 1955 tot de Verenigde Arabische Republiek (VAR), die echter na drie jaar ophield te bestaan. Door de soennitische dominantie van Caïro ontstonden er spanningen met Damascus. De alevieten waren bevreesd voor de druk van de soennitische kolonels in de persoon van Abdel Nasser. De vraag is of men met de Arabische rebellie van 2011 het panarabisme wil reanimeren.

Koerden en Kosovaren

Wanneer we op het Koerdisch probleem terugblikken dan zouden de Koerden volgens artikel 64 van het Verdrag van Sèvres een eigen staat krijgen, maar ze moesten volgens een bepaling van de in 1920 opgerichte Volkenbond aantonen dat de meerderheid van het Koerdische volk, in Anatolië, Mesopotamië en de Kaukasus een onafhankelijke staat wilde. Voor deze volksbevraging hadden ze een jaar tijd. Dit was echter logistiek totaal niet haalbaar. Wanneer in 1920 in de Oriënt het tijdperk voor nationale staten uitgetekend werd bleven de Koerden van een eigen staat verstoken. Hiervoor kan men vele reden opsommen, maar de belangrijkste reden was omdat geen enkele beschermende macht zich wilde inzetten voor de aanspraak voor een eigen Koerdische staat.

Voor de Turkse leider en stichter van het huidig Turkije, Ata Turk, was dergelijke uitkomst echt onaanvaardbaar. Hij stele de Koerden voor de keuze: assimilatie of de diaspora. De Koerden dragen er nog altijd de gevolgen van.

Een territoriaal verankerde zelfstandige staat heeft bescherming nodig. Zo is er sinds 2008 door de Westerse machten een Kosovo staat opgedrongen, maar geen Palestijnse onafhankelijke staat en onderneemt men niets tegen de Israëlische bezetting en landroof van Palestijns land.

besluit

De herschikking van het Midden­-Oosten is zeker niet ondenkbaar, dat wordt duidelijk aangetoond door de enorme vluchtelingenstromen in hun religieuze en etnische identiteit. Niets zal blijven wat het was. Wat het zal worden is al enigszins vaag merkbaar.
 
Bron:
www.freitag.de – Lutz Herden- Neuland unterm Pflug
Verdrag van Sèvres – Wikepedia