Oorlog om de olieprijzen. Of partij schaduwboksen?

olie
Facebooktwittergoogle_plusmail

Oorlog om de olieprijzen? We kunnen er maar het beste uit halen en om de zoveel dagen weer minder betalen om bij te tanken. Een oorlog met dividend. Mediatitels spreken zelfs over een oorlog tussen de Verenigde Staten en Saudi-Arabië die beide de markten met olie zouden overspoelen. Twee goede vrienden op ramkoers. Of ligt het iets complexer?

De VS zouden aan de basis liggen van de scherpe daling van de olieprijzen sinds juni. Met hun schalie-olieproductie halen ze Rusland en Saudi-Arabië in als producent van olie, wat hen minder en minder afhankelijk maakt van de invoer van olie. De olieproductie van de VS steeg in de voorbije drie jaar met 60 %. De daling van de invoer was vorig jaar even groot als de olieproductie van Saudi-Arabië en Nigeria samen. Dat zijn dus wel ingrijpende verschuivingen. Die lagere afhankelijkheid van invoer, weegt al een tijdje op de politieke relaties tussen de Arabische Golfstaten en Washington.

Geen schaarste

Komt daar bij dat de vraag naar olieproducten toch minder sterk stijgt, tal van verbruikers kampen met economische recessie, de zogenaamde groeilanden van de BRICS groeien minder spectaculair of hebben zelfs zij met neergang te maken (Brazilië). Anderzijds hebben recente ingebruiknames van olievelden de productie de hoogte ingejaagd. Boren in moeilijke gebieden, zoals op zee, kost relatief steeds minder, zodat ook daarmee de productie de vraag permanent overtreft. Zijdelings is er ook de invloed van energiebesparende maatregelen in tal van invoerlanden.

Ook op lange termijn wordt nog niet onmiddellijk voor schaarste gevreesd. Er zijn nog heel wat nieuwe velden te ontginnen, de opwarming van de aarde, vooral dan in het hoge noorden, opent nieuwe perspectieven voor betaalbare ontginning van reusachtige velden. Dalende olieprijzen schuiven nieuwe dure ontginningen wel op de lange baan, maar de voorraden liggen er. Het zal de oliemaatschappijen een zorg wezen dat veel van die ontginningen de aan gang zijnde milieurampen nog erger maken, bij voorbeeld de ontginning van de leisteenolievelden in Canada en de VS.

Opec

Traditioneel was er vroeger dan wel de Opec (het kartel van olieuitvoerende landen, dat staten groepeert die rond een derde van de olieproductie voor zich nemen) die quota instelde om de productie te beperken en zo de prijzen omhoog te jagen, meestal aangevoerd door Saudi-Arabië. De Opec-bijeenkomst van eind november besliste echter tegen de traditie in, de productie op volle toeren te laten draaien. Saudi-Arabië leek wel op oorlogspad tegen de VS. “Waarom zouden wij onze productie moeten verlagen? De VS zijn nu ook een grote producent, moeten zij hun productie dan ook verlagen”, verklaarde de Saudische olieminister Ali al-Naïmi.

De Saudi’s zeggen geen probleem te hebben met de gevoelige prijsdaling, zij kunnen het wel aan. Hun redenering is dat de Amerikanen het meest onder die daling te lijden hebben. Want als de prijs zakt tot tegen de 60 dollar per vat, dan wordt de (relatief dure) winning van schalieolie niet meer rendabel. De VS hebben er dus geen belang bij dat de prijs blijft dalen. Saudi-Arabië wil in deze situatie tonen dat het in die sector nog altijd de baas is. Met de enorme oliereserves en bovendien de zeer lage ontginningskosten ervan, kunnen ze ook nu nog hoog van de toren blazen. De lage olieprijs is wel een probleem voor het budget, maar de Arabische oliestaten uit de Golfregio hebben enorme reserves waarmee ze dat probleem wel een tijdje aankunnen.

Verliezers

Saudi-Arabië, de Emiraten, Koeweit, Oman, Bahrein, Qatar… ze kunnen allemaal lang weerstand bieden. Dat is echter niet het geval voor andere olie-uitvoerende landen die allesbehalve gelukkig zijn met het Saudische veto tegen productieverminderingen. Vooral Iran en Venezuela hebben sterk te lijden onder de daling van de olieprijzen.

Iran zit al jaren in zware economische moeilijkheden, deels door de internationale sancties tegen het land in verband met het kernenergieprogramma. De mislukking van de recente gesprekken over dat programma zijn volgens Teheran grotendeels te wijten aan het lobbywerk van Israël en Saudi-Arabië die in Iran hun grootste vijand zien en dus zeker geen afzwakking van de sancties willen. Iran ziet in de Saudische weigering om druk op de olieprijzen uit te oefenen dan ook een manoeuvre om Iran te treffen. Want die dalende olieprijs is voor Iran wel een ernstige streep door de rekening van de regering.

Datzelfde geldt ook voor andere uitvoerlanden. De regering van Venezuela financiert een groot deel van haar sociale programma’s met de opbrengsten van de olie-uitvoer. Een scherpe daling van de olieprijs brengt dat budget onmiddellijk in gevaar.

Iran en Venezuela zijn geen vrienden van de VS noch van Saudi-Arabië (dat de goede banden tussen Venezuela en Iran kwalijk neemt). Tegelijk wordt een andere tegenstander van de VS ernstig getroffen, namelijk Rusland. Poetins financieel-economisch beleid is grotendeels gegrondvest op olie en gas. De lagere prijs betekent voor dit jaar wellicht 100 miljard dollar minder inkomsten dan verwacht. Het komt bovenop de gevolgen van de sancties.

Mogen we dan wel echt van een “olie-oorlog” tussen Saudi-Arabië en de VS spreken. Beide hebben hier enkele gelijklopende politieke belangen, op de eerste plaats de verzwakking van Iran dat ondanks zijn economische problemen een zeer grote speler is in het Midden Oosten. Dat Venezuela en Rusland ook te lijden hebben is zeker voor Washington meegenomen.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.