Wenen om Fallujah

fallujah
Facebooktwittergoogle_plusmail

De gruwel van de Duitse en Italiaanse bommen op Guernica – Spaans Baskenland, april 1937 – is meesterlijk in beeld gebracht door Pablo Picasso. Het inferno van Guernica staat symbool voor zinloos, brutaal geweld tegen burgers, net zoals Dresden (1945), My Lai (1968), Gaza (2008/09 en 2014) en… Fallujah (2004 en 2013/14).

Fallujah ligt in de Iraakse Anbar-provincie. De stad kreeg herhaaldelijke malen te maken met geweld en vernietiging, ver van alle camera’s. Op 28 april 2003 openden Amerikaanse soldaten er het vuur op een 200-tal manifestanten tijdens een uitgangsverbod. Balans: 17 doden en 70 gewonden, een Bloody Monday!

Een jaar later – april 2004 – escaleert de opstand in de stad tot een bloedbad. Het bezettingsgeweld maakte toen 800 doden van wie 600 burgers (300 vrouwen en kinderen). Nadat Fallujah dan toch in handen viel van opstandelingen reageerde het Amerikaanse leger in november 2004 met een nieuwe operatie: Phantom Fury. En woest was ze. CNN omschreef het offensief als een “explosie van de lucht” boven Fallujah. Gevechtsvliegtuigen dropten clusterbommen in een dicht bevolkt gebied. De krant The Washington Post beschrijft hoe witte fosfor en artilleriegeschut een “muur van vuur” creëerden. Dokters getuigden later over gesmolten lichamen. Rond de 70 procent van de huizen werd geheel of gedeeltelijk vernietigd, naast 60 scholen en 65 moskeeën. De Brits-Amerikaanse dodentol was hoog, de namen van de 99 gedode soldaten nauwkeurig bijgehouden en geëerd. Naar het aantal doden bij de opstandelingen is het gissen: 1200? 1500? Het Rode Kruis schat het aantal burgerdoden op 800. Dat allemaal op enkele dagen. De hel was in Fallujah gepasseerd en zou er blijven. In de jaren daarop zouden de toxische wapens zorgen voor heel wat miskramen, kankers, misvormde boorlingen, etc…

Tussen 2006 en 2008 werd heel Irak in brutaal geweld ondergedompeld. Bomaanslagen en moordpartijen volgende elkaar in sneltempo op. De oorlog kreeg steeds meer een sektarisch tintje. Sjiieten en soennieten organiseerden zich in milities. De ene al extremistischer dan de andere. Opstandelingen pleegden bomaanslagen. Al Qaida in Irak toonde zich erg actief. De door sjiieten gedomineerde regering gebruikte evenzeer brutaal geweld. Het ministerie van Binnenlandse Zaken, geleid door een voormalige leider van de Badr-militie, fungeerde als commandocentrum voor doodseskaders die luisteren naar namen als de ‘Wolf Brigade’, ‘Tigers’ en ‘Scorpions’. In 2011 trokken de Amerikaanse troepen zich terug, met een ontmantelde en corrupte staat en een land in puin als nalatenschap. De demonen bleven echter in Irak rondwaren. Het regime van al-Maliki leek vastbesloten om de sektarische opdeling van het land en de politiek van de marginalisering van de soennieten verder te zetten.

Terug naar Fallujah, 21 december 2012. De soennitische minister van Financiën, Rafi al-Issawi, wordt samen met zijn lijfwachten gearresteerd. De bevolking reageerde met een protestmanifestatie waarbij Fallujah het voortouw neemt. Het Iraakse leger antwoordde met ijzeren vuist. Op 25 januari 2013 vuurde het leger op een betoging in Fallujah. Er vielen 7 doden en 70 gewonden. Wat later volgde de reactie: 3 Iraakse soldaten sneuvelen. Protestmanifestaties volgden elkaar op, manifestanten haalden de Iraakse vlag van het Saddam Hoessein-tijdperk terug boven. Hawija, een stad in de regio van Kirkoek kreeg in april 2013 de volle laag. Er vielen 56 doden. Een ontredderde en gefrustreerde bevolking opende de armen voor radicale milities of sloot er allianties mee. Veiligheidstroepen vielen Fallujah binnen, opnieuw tientallen doden. Ze werden teruggedreven. Fallujah viel in de handen van de opstandelingen. ISIS kreeg voet aan grond. In de hele provincie namen gewapende milities steden en dorpen in. Het Iraakse leger ondernam verwoede pogingen om terug de controle te verwerven, gewapenderhand dan. Fallujah werd opnieuw hard getroffen.

Mensenrechtenorganisaties spreken over honderden doden dit voorjaar alleen. Niemand weet nog wat de tol is. Maar dat ze zwaar is, staat vast. Ik lees nu een recent bericht op de website van het Baghdad Center for Human Rights Studies. Droge cijfers, maar waarachter zoveel menselijk leed schuilt. “Fallujah losses 4855 civilians, including 669 children as a result of government shelling”, zo luidt de titel. Een officiële bron van een ziekenhuis in Fallujah zegt dat er 1622 mensen zijn gedood onder wie 260 kinderen. 3233 anderen zijn gewond met nogmaals 409 kinderen.

Cijfers en cijfers, maar telkens laten ze een vader, moeder, broer of zus in verdriet achter. Fallujah is niet in het nieuws; onze media vinden geen verhaal in de vele doden. Terwijl de ‘coalition of the willing’ het Iraakse leger luchtsteun verleent tegen IS, dropt datzelfde leger dodelijke bommen op deze al zo zwaar geteisterde stad.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers