Grootschalige corruptie in Spanje stuwt Podemos naar verkiezingswinst

podemos
Facebooktwittergoogle_plusmail

Ze zijn bijna niet bij te houden, de nieuwe schandalen die dag na dag opduiken in de pers. Daardoor slaat de traditionele apathie van de Spaanse burger stilaan om in weerzin, waar de nieuwe politieke partij Podemos garen bij spint.

 

Geen rotte appels maar een rotte mand

Dat men in Spanje wel een en ander gewoon is op het vlak van corruptie is geen geheim, maar de laatste maanden lijkt alles nog in een stroomversnelling te zijn gekomen. Een opsomming geven van de pittigste zaken gaat te ver, maar alle grote actoren zijn erbij betrokken: de belangrijkste politieke partijen, vakbonden, werkgeversorganisaties, koningshuis, allerhande culturele en sportieve verenigingen enz.

In een almaar ongelijker land waar de besparingen de bevolking zowat versmachten en enkel jobs van lage kwaliteit gecreëerd worden, is er een opperklasse die zich maar blijft verrijken en zichzelf indekt tegen de effecten van de crisis. De ongure zaken van fraude, ambtsmisdrijf, politieke beïnvloeding, omkoping e.d. die de laatste tijd aan het licht zijn gekomen, hebben de mentaliteit bij de gewone burger doen veranderen op het vlak van het kiesgedrag.

Het traditionele tweepartijenstelsel, met de conservatieve Partido Popular (PP) en de gematigd socialistische Partido Socialista (PSOE) die elkaar afwisselen aan de macht, brokkelt af omdat men ondervindt dat die alternantie weinig zichtbare verschillen oplevert en waarneemt dat de corruptie even diep verankerd zit in beide partijen.

De traditionele partijen doen hun uiterste best om mensen ervan te overtuigen dat het gaat om enkele rotte appels binnen hun groep. Het probleem ligt echter bij de mand die rot is, d.w.z. de publieke instellingen die vergaand gepolitiseerd zijn, benoemingen en staatsexamens op maat van de bevriende kandidaten, leden van belangrijke juridische organen die rechtstreeks worden benoemd door de politieke partijen, met belastinggeld gesaneerde spaarkassen die niet meer zijn dan speeltuigen van de politieke klasse, senatoren die hun onkosten op geen enkele wijze moeten rechtvaardigen, cumulerende staatslui, weinig transparant subsidiebeleid enz. Problemen die niet zullen verbeteren zolang de betrokken partijen aan de macht zijn, dat heeft de burger intussen ook door.

Podemos verzamelt de stemmen van de wanhopigen

De bovengenoemde structurele pijnpunten verklaren ook de verbazende opgang van nieuwkomer Podemos, wat zoveel betekent als “Wij kunnen [een nieuwe politiek scheppen]”. Podemos een politieke vertaling noemen van de protestbeweging van de indignados is iets te kort door de bocht, maar de partij is er wel uit gegroeid. De groep is sinds haar oprichting minder dan een jaar geleden spectaculair gegroeid en zou nu zelfs het grootste aantal stemmen halen indien de verkiezingen vandaag zouden plaatsvinden. Het sociale en duidelijk links getinte programma van Podemos (harde hand tegen corruptie, herverdeling van de rijkdom, minimumloon, participatieve democratie, minder buitenlandse inmenging…) slaat duidelijk aan en niemand bij het establishment die weet wat eraan te doen.

De typische kritiek ten tijde van de indignados, namelijk dat het niet meer was dan wat geschreeuw zonder concrete ideeën of voorstellen, kan tegenwoordig dus niet meer gehanteerd worden. Nu klinkt het dat het gaat om een populistische of idealistische partij, de regerende Partido Popular probeert Podemos zelfs te demoniseren door vrijwel altijd en direct de link te leggen met het Cuba van Castro, het Venezuela van Chávez of het geweld van de Baskische afscheidingsbeweging ETA.

Een ander klassiek argument tegen Podemos is dat ze de “stabiliteit van het land” in gevaar brengt, maar die stabiliteit wordt door vele burgers gezien als een status-quo van het huidige politieke stelsel, dat allesbehalve rechtvaardig genoemd kan worden. Of de op zich lovenswaardige initiatieven van Podemos ook haalbaar zijn in de context van de internationale organisaties en financiële waakhonden, zal de toekomst moeten uitwijzen. Wat geen twijfel lijdt, is dat achter het project gedreven mensen staan met een onberispelijke academische en professionele achtergrond, mensen ook die in tegenstelling tot de traditionele politici voeling hebben met de stampvolle gaarkeukens, voedselbanken en opvangcentra.

Bij de regeringspartij is men ongetwijfeld met man en macht aan het zoeken naar een of ander schandaal binnen Podemos om de partij in diskrediet te brengen (dankzij de machtige rechtse pers zou een schandaal van Podemos immers vele malen uitvergroot worden), maar voorlopig nog zonder resultaat. “Geef ze een kans”, lijken vele mensen te denken, aangezien de andere politieke partijen in het verleden hun onkunde en onwil om iets wezenlijks te veranderen al ruimschoots bewezen hebben. De verkiezingen zijn echter nog behoorlijk veraf, tegen de lente van volgend jaar zijn vele mensen de schandalen van PP en PSOE misschien al grotendeels vergeten.

De onzichtbare premier

Is de niet te stoppen opkomst van Podemos een brandhaard voor de nerveuze Spaanse regering, dan is de situatie in Catalonië dat zeker ook. Na maandenlang bomen vond er dan toch eindelijk een stemming plaats over de mogelijke afscheuring van de regio, maar men raakt het zelfs niet eens over de naam van de gebeurtenis (volksraadpleging? pre-referendum?), laat staan over de interpretatie van de resultaten ervan. Meer dan 80% van de stemmers toonde zich voor de onafhankelijk van de regio, maar tegelijk bleven miljoenen kiesgerechtigden thuis.

Voor de Spaanse premier Rajoy (PP) heeft het hele proces geen enkel bestaansrecht, aangezien de grondwet bepaalt dat Spanje een ondeelbare eenheid is. Zijn Catalaanse tegenhanger, de ook al rechtse Artur Mas van de regionale partij CiU, acht zich nu geruggensteund om een bindend referendum te organiseren op korte termijn. Het haantjesgedrag van de twee figuren, die weigeren elkaars standpunten te aanhoren en zelfs constant dreigen met allerhande rechtszaken, maakt het heel moeilijk om te voorspellen wat er vervolgens gaat gebeuren.

Rajoy wordt steeds vaker de “presidente invisible” (onzichtbare premier) genoemd, omdat hij op cruciale momenten (zoals na de stemming in Catalonië of bijvoorbeeld ook tijdens de erbarmelijk slecht aangepakte ebolacrisis) afwezig blijft en dan 3 of 4 dagen later plots verschijnt om een briefje met wat algemeenheden af te lezen. De nieuwe Spaanse koning Felipe geeft ook al niet thuis, zodat het wachten is op een andere, min of meer neutrale figuur die de Catalaanse knoop kan ontwarren.