Moeizame maar boeiende verandering Bolivia

Morales
Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 12 oktober 2014 behaalde Evo Morales een derde eclatante verkiezingsoverwinning op rij. Een analyse van Walter Lotens, auteur van “De pijn van Pachamama” en “Pijnen van een Pachakuti” over Bolivia.

De hele wereld kent intussen de geblokte 55-jarige Morales met zijn inheemse trekken en eenvoudige alpacatruien. Dat was twintig jaar geleden niet zo. De jonge vakbondsman van de cocaleros, de Boliviaanse cocatelers, kwam nochtans verschillende keren naar België op uitnodiging van Broederlijk Delen.

Evo Morales behoort tot de Aymara, een grote inheemse bevolkingsgroep. Hij komt uit een dorp in de buurt van de stad Oruro, midden in de onherbergzame hoogvlakte van de Altiplano (letterlijk hoogvlakte). De zieltogende mijnbouwsector verplichtte hem, zoals zovelen van zijn generatie, elders dan in zijn geboortestreek werk te gaan zoeken. Zo werd hij cocateler in de Chaparé, een vruchtbaarder, minder hoog gelegen gebied in de buurt van de grote stad Cochabamba.

Daar is zijn ster beginnen rijzen. In de jaren 1990 werd hij voorzitter van zes federaties van cocatelers en sinds 1997 was hij volksvertegenwoordiger. Hij wierp zich op als de onbetwiste leider van de nieuwe partij Movimiento al Socialismo (MAS- Beweging voor het Socialisme) en verloor in die hoedanigheid zeer nipt de presidentsverkiezingen van 2002 tegen de zittende mijnbouweigenaar Gony Sánchez de Lozada.

Nieuwe sociale bewegingen

Nieuwe sociale bewegingen legden Cochabamba en het land lam tijdens de ‘wateroorlog’ van 2000 en de ‘gasoorlog’ van 2003, waardoor president Sánchez de Lozada na hevige straatgevechten met tientallen doden tot aftreden werd gedwongen.

Evo Morales is een product van die nieuwe bewegingen (inheemsen, cocaleros, milieu- en vrouwenbewegingen), die van onderuit en tegen de traditionele partijen de staatsmacht wisten te veroveren. Eind 2005 werd hun voorman Evo Morales met 53 procent van de stemmen tot president verkozen.

Niemand had tot op dat ogenblik ooit beter gedaan in Bolivia. De hoogste score van een presidentskandidaat sinds het revolutiejaar 1952 was 35 procent. De Boliviaanse geschiedenis is trouwens geen mooi voorbeeld van democratische verkiezingen. Tijdens de 189 jaar van onafhankelijkheid vonden er niet minder dan 188 staatsgrepen plaats.

Eind december 2009 deed Evo Morales het voor zijn tweede mandaat nog veel beter. Hij kreeg niet minder dan 63 procent van de stemmen achter zijn naam en in 2014, vijf jaar later, zit hij opnieuw dicht bij dat percentage, waardoor hij tot 2020 in het presidentiële zadel blijft. Samuel Doria Medina, zijn belangrijkste tegenstrever, bleef steken op ongeveer 25 procent. Als Morales de presidentiële rit afmaakt, wordt hij het langst zittende Boliviaanse staatshoofd sinds 1839.

Er is meer. Als Morales een tweederdemeerderheid in het parlement behoudt – dat is nog niet zeker – is een grondwetswijziging mogelijk, waardoor hij nog een vierde ambtstermijn zou kunnen aanblijven. In acht van de negen departementen – alleen in het noordelijke departement Beni niet – behaalde de MAS een overwinning, ook in het machtige oostelijke departement Santa Cruz, dat in de afgelopen jaren nochtans een grote dwarsligger was geweest. Morales droeg zijn overwinning op aan de Cubaanse leider Fidel Castro en aan wijlen Hugo Chávez.

Economische verwezenlijkingen

In een van zijn eerste reacties op de overwinning zei Morales: “Dit is een triomf voor antikolonialisten en anti-imperialisten. We zullen onze groei doorzetten en het proces van economische bevrijding voortzetten.” Dat zijn inderdaad de twee sleutelelementen van het proceso de cambio (veranderingsproces) dat al sinds 2006 aan de gang is.

Op negen jaar tijd is Bolivia er economisch heel wat beter op geworden. Dat lees je ook in onverdachte bronnen. Onlangs verscheen in de New York Times een lovend artikel over het macro-economisch beleid van Evo Morales dat als “voorzichtig” werd bestempeld [i], ook La Nación, het dagblad van de Argentijnse oligarchie, titelde “Bolivia geeft de toon aan” [ii] en het programma Money van CNN schonk een gouden medaille aan Bolivia, dat fel verbeterd is sinds 2005 [iii].

Ondanks de totaal andere aanpak van de regering-Morales krijgt Bolivia van de Wereldbank goede economische cijfers. De buitenlandse handel is tussen 2006 en 2011 gegroeid naar 7,317 miljard dollar. Midden 2010 deelde de Wereldbank mee dat Bolivia was toegetreden tot de groep van landen met een “gemiddeld inkomen” zoals Argentinië, Brazilië, Mexico en Colombia.

Ook het IMF feliciteerde in 2010 Bolivia voor een economische groei van 6,1 procent, een van de hoogste in Latijns-Amerika. CEPAL, de economische commissie voor Latijns-Amerika en de Caraïben, berekende dat de Boliviaanse economie in 2011 met 5,3 procent groeide, wat boven het gemiddelde van heel Latijns-Amerika ligt.

Sociale verwezenlijkingen

Er is niet alleen economische groei, op sociaal gebied werd er ook heel wat verwezenlijkt. In de voorbije jaren zijn de opeenvolgende regeringen van Morales erin geslaagd om de levensstandaard van de bevolking behoorlijk op te krikken.

Het nationaal inkomen per persoon in Bolivia, nog steeds een van de armste landen van het continent, is in die periode verdubbeld van 894 dollar (700 euro) in 2003 naar 1849 dollar (1449 euro) in 2010. In 2003 was de schuldenlast van Bolivia nog 64 procent van het BNP en in 2010 was deze gedaald tot slechts 15 procent. Ter vergelijking: België zit met een schuldenlast van 99 procent van het BNP opgezadeld.

Economische indicatoren wijzen op een verlaging van de werkloosheid en een vermindering van de armoede, maar ook op een verbetering van de gezondheidszorg en het onderwijs. Tussen 2005 en 2010 is extreme armoede teruggevallen van 38 op 25 procent en de werkloosheid van 8,5 op 4 procent. Het UNDP-ontwikkelingsprogramma van de VN berekende dat Bolivia het topland in Latijns-Amerika is om middelen over te hevelen naar het armste deel van zijn bevolking, met name 2,25 procent van het BBP.

Die herverdeling via de overheid gebeurt via het toekennen van bonos(toeslagen) aan de zwakkere groepen in de samenleving. Zo kunnen gezinnen vandaag een maandelijkse kinderbijslag krijgen (de bono Juancito Pinto voor lagereschoolleerlingen) van ongeveer 45 dollar (35 euro).

Alleenstaande moeders krijgen de bono Juanita Azurday die kan oplopen tot 260 dollar (203 euro) voor vrouwen die in het ziekenhuis bevallen en geregeld op dokterscontrole komen. De renta dignidad (waardigheidsrente) is het begin van een pensioentje voor senioren. De overheid betaalt per jaar 2400 bolivianos (266 euro) aan 58-plussers die geen pensioen hebben en 1800 bolivianos (201 euro) aan zij die wel een pensioentje hebben.

Het Boliviaanse pensioenstelsel is intussen genationaliseerd en uitgebreid naar drie miljoen mensen – zestig procent van de werkende bevolking – die werken in de informele sector, zoals straatverkopers en buschauffeurs. “We creëren een pensioensysteem dat niemand uitsluit”, zei Evo Morales. Terwijl Bolivia de basis probeert te leggen voor een welvaartsstaat die nooit eerder bestaan heeft, doet men er in Europa alles aan om het tegenovergestelde te bewerkstelligen.

Hernationalisering en industrialisering

Om die herverdelende maatregelen te kunnen betalen zet de regering-Morales in op een politiek van hernationalisering, binnen het kader van een gemengde economie. Artikel 56 van de nieuwe grondwet garandeert immers het recht op privé-eigendom. Vanaf zijn eerste verkiezing in 2006 voerde Morales een zachte vorm van‘nationalisaties’ door die zich echter beperkte tot het heronderhandelen van de exploitatierechten aan de multinationals die in het land actief zijn.

In de nieuwe wetgeving werd bepaald dat achttien procent van de verkoopprijs per vat olie toekomt aan de productiemaatschappijen en tweeëntachtig procent aan de staat. Belangrijker nog zijn de ambitieuze pogingen om Bolivia om te vormen van grondstofexporterend naar geïndustrialiseerd land. Het beste voorbeeld daarvan zijn de ontginnings- en verwerkingspogingen van lithium in de zoutvlakte van Uyuni in het zuidwesten van Bolivia.

In de ondergrond van Bolivia zit een derde tot de helft van de wereldvoorraad aan lithium. Deze grondstof wordt gebruikt in onder meer batterijen van laptops, telefoons en auto’s en in geneesmiddelen. ”Als we de grootste voorraad van lithium in Bolivia hebben, waarom kunnen we dan niet de grootste fabriek van de sector hebben? Dat zal ons doel zijn en daar gaan we voor”, aldus Morales. Bolivia kan zo’n immens project niet alleen aan en moet daarvoor kapitaal en technologie uit het buitenland binnenhalen.

Onlangs demonstreerde Evo Morales een elektrische fiets met batterij van eigen fabrikaat. Het uiteindelijke doel? Elektrische auto’s made in Bolivia. Raf Custers schrijft daarover in Bolivia sleutelt aan de korte keten (MO* 10 oktober 2014) dat de Technische Universiteit Delft in Nederland technologie voor de vervaardiging van lithiumbatterijen levert en dat er een batterijenfabriek ‘sleutel-op-de-deur’ komt uit China.

Bolivia is ook voorbereidingen aan het treffen om een programma op te zetten voor elektriciteit uit kernenergie. Volgens een bron bij het Boliviaans Instituut voor Atoomwetenschap en Technologie heeft Bolivia langetermijnplannen om een kerncentrale te bouwen. De bedoeling van dit nucleaire programma is niet enkel het opwekken van elektriciteit maar ook een project om up-to-date te zijn in velden als radiotherapie, mijnindustrie en hydrologie.

De nieuwe grondwet

Een andere belangrijke verwezenlijking van de voorbije regeringen van Morales is de Boliviaanse nieuwe grondwet, een dikke pil van 411 artikels die in 2009 per referendum na jaren voorbereidingen werd goedgekeurd. Voor Morales ging het over niet meer of niet minder dan een “herstichting” van de staat Bolivia. Bij de creatie van de Boliviaanse staat in 1825, zo zei hij, waren de inheemsen immers niet betrokken.

In artikel één van de nieuwe grondwet wordt het nieuwe Bolivia gedefinieerd als een “plurinationale” staat met 36 erkende inheemse etnieën erkend. Ook het concept buen vivir (goed leven) werd in de nieuwe Boliviaanse grondwet verankerd. Het gaat in het leven immers niet alleen om productie en geldaccumulatie.

De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis merkt zeer terecht op dat het‘goede leven’ zich veelal buiten de markt afspeelt en zich eerder uit in wederkerigheidsrelaties, in de oikos met de mensen die ons het dierbaarst zijn, in de gemeenschappelijkheid met anderen, om zo de greep op ons leven te behouden.

Bij buen vivir gaat het om de omschrijving van een kwalitatief hoogstaand leven: vida en plenitud (leven in volheid), waarin een evenwicht bereikt wordt tussen het materiële en het spirituele. In de grondwet werden de voorwaarden om tot ‘buen vivir’ te komen opgesomd: recht op water, recht op voedsel en voedselsoevereiniteit, recht op een schoon leefmilieu, recht op onderwijs en gezondheid.

Ook heel de staatkundige organisatie werd hervormd, met meer bevoegdheden voor het lokale en departementale niveau. De grondwet laat toe dat inheemse bevolkingsgroepen hun grondgebied zelf besturen. Bijgevolg krijgen ze ook zeggenschap over de natuurlijke bodemrijkdommen.

Naast deze inheemse autonomie worden in de grondwet ook vormen van zelfbestuur erkend op departementaal, regionaal en gemeentelijk niveau. De oppositie tegen Evo Morales in de westelijke laaglanden eiste de afgelopen jaren meer departementale autonomie, om zich op die manier los te maken van de centrale overheid in La Paz. De departementale autonomie in de nieuwe grondwet gaat wel niet zo ver als de oppositie had gehoopt. Bolivia blijft als eenheidsstaat bestaan.

Met vallen en opstaan

Het resultaat van de verkiezingen van 2014 doet uitschijnen dat een meerderheid tevreden is met het beleid van Morales. Dat is ook zo en toch… Het proceso de cambio verloopt niet conflictloos. Verre van. In zijn tweede ambtsperiode heeft Evo Morales vaak voor hete vuren gestaan. Zijn populariteit kende een merkwaardige slingerbeweging.

Toen ik tijdens zijn tweede mandaat door Bolivia reisde, was de populariteit van Morales tot onder de dertig procent gezakt. Ik zag in Cochabamba en in La Paz betogingen van ontevreden groepen tegen de regering, ook van inheemse groepen, doorgaans toch zijn eigen achterban. Die vonden dat het proceso de cambio niet snel genoeg ging. Zij hadden nu wel voor iemand van hen gestemd, maar dat leverde niet dadelijk meer brood op de plank op. Dat leidde tot frustratie. Corruptie en cliëntelisme, ook binnen de MAS – de weg van beweging naar partij verloopt niet vlekkeloos – hebben zeker ook tot ongenoegen geleid.

Einde 2011 leidde de zogenaamde TIPNIS-affaire tot zeer grote spanningen. Dat conflict ging over de aanleg van een geasfalteerde weg van 306 km tussen Villa Tunari in het departement Cochabamba tot San Ignacio de Moxos in het departement Bení. Het traject werd opgedeeld in drie delen. Vooral het middengedeelte van 177 km dat van Isinuta tot Monte Grande del Apere gaat, lag onder vuur. Het is namelijk het stuk dat door het inheemse territorium en natuurpark Isiboro Sécure loopt (Territorio Indígena Parque Nacional Isiboro-Sécure, afgekort TIPNIS).

De gevolgen voor de flora en fauna in het TIPNIS-gebied en voor de inheemse volkeren die er leven (de Chimanes, Yuracarés en Moxeños), zouden volgens verschillende studies drastisch zijn. Het gaat over een belangrijk natuurgebied van ongeveer 12.000 km² dat sinds 1990 van een dubbel statuut geniet: als beschermd natuurgebied en als inheems territorium (Territorio Comunitario de Origen – TCO).

Inheemse groepen verzetten zich fel tegen het tracé van deze grote verbindingsweg. Ze ondernamen een protestmars naar de hoofdstad La Paz. Morales beloofde daarop terug te komen op de oorspronkelijke plannen, maar het dilemma tussen enerzijds de verdediging van pachamama (moeder aarde) en anderzijds de economische ontwikkeling blijft nog steeds bestaan. Het is dan ook een van de grote uitdagingen voor de derde ambtsperiode van Evo Morales.

De Boliviaanse president zit in een moeilijke spreidstand tussen economische ontwikkeling en bescherming van inheemse rechten én natuurbescherming. Rumoerige sociale bewegingen maken die positie dubbel moeilijk. Het vele bochtenwerk van de regering-Morales in het hele TIPNIS-dossier kan als een zwakte worden beschouwd, maar toch wijst de Uruguayaanse analist Raúl Zibechi, die de ontwikkelingen in Bolivia op de voet volgt, ook op een positief aspect van deze houding.

“Bolivia is rijk aan sociale bewegingen die bereid zijn hun leven te geven in de strijd tegen iets wat ze niet willen, maar het is tevens een land met een president die het aandurft om vergissingen te bekennen en daarop terug te komen.”

Misschien is dat een van de elementen die Morales een blanco cheque van een meerderheid van de Bolivianen heeft opgeleverd om verder te regeren. Vraag is echter of Morales voldoende soepel zal zijn om te kunnen omgaan met die spanning tussen pachamama en economische productiviteit. Aan twee kanten wordt er aan hem getrokken.

Er is ten eerste de niet geringe invloed van vicepresident García Linera die een sterkere staat wil met westers georiënteerde macro-economische maatregelen om groei te bevorderen. Aan de andere zijde is er daarentegen de eveneens niet geringe invloed van zijn minister van buitenlandse zaken David Choquehuanca, die meer het inheemse communautaire aspect en het etnisch pluralisme dat in de nieuwe grondwet verankerd zit, vertegenwoordigt.

Morales zal niet gevierendeeld worden zoals de held van de Aymara, Túpac Katari, maar hij zal in zijn derde regeringsperiode al de energie in zijn sterke lichaam moeten aanwenden om de middelpuntvliedende krachten van het nationaal project bij elkaar te houden.

Bolivia is een maatschappelijk laboratorium waarin oud en nieuw gisten. Moeder Aarde én moderniteit, buen vivir én productiviteit, platteland én verstedelijking, culturele eigenheid én pluraliteit, traditionele politiek én nieuwe sociale bewegingen, fundamentalisme én realpolitiek, centralisme én regionalisme, (neo)liberalisme én (neo)socialisme.

Een boeiend, maar moeilijk proceso de cambio.

Bronnen:

[i]Turnabout in Bolivia as Economy Rises From Instability [ii] Bolivia da la nota: ya es uno de los países más pujantes de la región [iii] Ministerio de Economía y Finanzas Públicas de Bolivia

Deze tekst verscheen eerder in De Wereld Morgen. Zie: http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2014/10/29/moeizame-maar-boeiende-verandering-bolivia

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.