Afghaanse brokstukken

Afgaansevr
Facebooktwittergoogle_plusmail

De ‘Islamitische Staat’ komt voor de Navo als geroepen. De VN kunnen de pot op, de N avo heeft zichzelf al  aangediend als coördinator  van  de strijdcoalitie tegen IS. Het komt gelegen, want Oekraïne is voor de Atlantische Alliantie geen succes, en Afghanistan, dat Navo-baas Rasmussen de grote test voor de Navo noemde, is dat nog minder. Na de mislukte verkiezingen van juni groeit met de dag het risico dat ook dat land uit elkaar spat.

De verkiezingen van april (en juni voor de tweede ronde) moesten de weg effenen voor de overgang naar Afghanistan 2105 met een gereduceerd aantal buitenlandse troepen.  Hamid Karzai gaf het na twaalf jaar en talrijke verkiezingsfraudes wel niet graag op, maar hoopte ook na de verkiezingen aan de touwtjes te blijven trekken, inspelend op de grote verdeeldheid onder zijn rivalen. Op dat vlak ziet het er goed uit voor Karzai.

Fraudes

De eerste ronde werd een succes voor de man die het vorige keer tegen de Tadzjiek  Karzai opnam, Abdullah Abdullah. Die weet zijn vorige nederlaag aan de massale fraude van Pathaan Karzai, vooral in de gebieden waar  vooral Pathanen wonen. Deze keer haalde Abdullah in de eerste ronde 45 %, ver vóór de Pathaan Ashrad Ghani, 31,5 %. Abdullah had voor de tweede ronde in juni nog een flinke reserve bij de kiezers die in de eerste ronde voor een van de andere kandidaten hadden gestemd. Maar de verkiezingscommissie gaf al snel te kennen dat ze Ghani als overwinnaar zou uitroepen.

Sindsdien raken de gemoederen steeds meer verhit. Abdullah weigerde zich neer te leggen bij wat hij massale fraude noemde – in sommige gebieden, vooral Pathaanse – waren er meer stemmen uitgebracht dan er kiezers waren ingeschreven. Washington, dat eerst de lof van de “Afghaanse democratie” had gezongen, zag verbijsterd hoe de ganse operatie in het honderd liep. Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry ging de gemoederen in Kaboel bedaren met het voorstel de stemmen rustig te hertellen.

Het is moeite voor niets geweest. Abdullah voelt zich bedrogen. Zijn achterban wordt erg ongeduldig, zoals bleek bij de herdenking op 9 september van de 13e verjaardag van de moord op Ahmed Massoud. Abdullah is zowat de erfgenaam van Massoud, de”leeuw van de Pansjir”. De Pansjirvallei, ten noorden van Kabul, bood jarenlang weerstand aan het Talibanbewind dat in 1996 in Kaboel met steun van het Pakistaanse leger aan de macht was gekomen.

Pathaans

Abdullahs achterban ziet in de proclamatie van Ghani tot president een Pathaanse machtsgreep. De Pathaanse elite domineert Afghanistan sinds het land in het midden van de 18e eeuw ontstond. Abdullah geniet vooral de steun van de Tadzjieken en van andere etnische minderheden zoals de (overwegend sjiitische) Hazara’s en de Oezbeken. Ghani had in de verkiezingscampagne zeer expliciet de Pathaanse kaart gespeeld, wat de onrust bij de niet-Pathanen natuurlijk versterkt.

De herinnering aan de burgeroorlog van 1992 tot 1996 is nog erg levendig, Kaboel draagt nog steeds de sporen van de gevechten tussen aan de ene kant Massoed en compagnie, aan de andere kant de troepen van “premier” Gulbuddin Hekmatyar, de Pathaanse krijgsheer die een islamfundamentalistische beweging leidde en de lieveling van de CIA was. Vandaar dat veel Afghanen in 1996 opgelucht waren toen de Taliban, bijna uitsluitend Pathanen,  een einde maakten aan die oorlog.

Abdullah wekt de indruk zijn toekomst veilig te willen stellen, met zegen van Washington. Maar zijn ‘troepen’ zien dat minder zitten. Bij de Tadzjieken rijst de ster van Mohammed Atta, bijgenaamd de “koning van het noorden” die oproept tot de vorming van een eigen regering.

Plan B

Washington tracht dat scenario af te remmen. Maar vooruitblikkend op 2015, met nog weinig buitenlandse troepen, wordt dan toch maar plan B achter de hand gehouden, een Amerikaans plan dat voorziet in de feitelijke opdeling van Afghanistan.  Met aan de ene kant vooral noorden en westen, waar niet-Pathanen het overwicht hebben, aan  de andere kant de zuidelijke en oostelijke gebieden met een Pathaans overwicht. 

Dat Pathaanse deel  is echter een makkelijke prooi voor de Taliban en onrechtstreeks de Pakistaanse militairen. Het dreigt echter Pakistan verder te ontwrichten in een periode dat dit land volop in politieke crisis verkeert. Het uiteenvallen van Afghanistan dreigt ook de implosie van Pakistan (een kernwapenmogendheid) in de hand te werken, en dat is voor Washington een ware nachtmerrie. President Obama heeft indertijd van Afpak een strategisch begrip gemaakt. Geen wonder dat Obama Afpak nog weinig ter sprake brengt.

Aan de andere kant is een opdeling van Afghanistan een goede zaak voor Washingtons vijand Iran. Teheran steunde ten tijde van de Taliban de Noordelijke Alliantie van Massoud en kan het goed vinden met zijn erfgenamen. De Tadzjieken zijn cultureel en taalkundig verwant met de Perzen, de overwegend sjiitische Hazara’s rekenen ook op Iran tegen de radicale soennitische Pathanen. 

Bloeitijd

Wat dus een demonstratie van democratische sterkte moest worden, de Afghaanse presidentsverkiezingen, draait uit op een conflict dat historische wonden openrijt. Komt daar bovenop dat van allerlei verwachtingen inzake mensenrechten weinig in huis is gekomen, zoals de rechten van de vrouwen. Terwijl de opiumvelden en de corruptie welig blijven bloeien.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.