De globale machtsverhoudingen wijzigen

brics
Facebooktwittergoogle_plusmail

We zijn vandaag getuige van meerdere processen van wijziging in de mondiale krachtsverhoudingen: economisch, politiek, militair. Het blok van de groeilanden, aangevoerd door BRICS (Brazilië, Rusland, India, China,Zuid-Afrika) staat steeds meer tegenover de oude triade, VS, Europa en Japan. Anderzijds streven de oude metropoolstaten van de G7 naar een nieuwe formulering voor hun economische macht, met hun TTIP ( trans-Atlantisch handels en investeringspartnerschap) en het TPP ( trans- pacifiek partnerschap). Deze aanspraken voor een blijvende dominantie worden georkestreerd en geleid door de VS, die zoals bij vroegere confrontaties het leiderschap opeist voor het reilen en zeilen van het wereldeconomisch beleid.

President Obama heeft in zijn toespraak in Westpoint over het VS buitenlands beleid nog eens duidelijk gemaakt dat Amerika de rol van wereldleider opeist: “There is something in the American character that will always triumph…I believe in American exeptionalism with every fiber of my being”. Dat is duidelijke taal: de VS wil de koningsrol op de wereldbühne.
Bekijken we snel even de globale krachtsverhoudingen van de voorbije decennia. Na de tweede wereldoorlog stond het door de VS gedomineerd westers blok tegenover het socialistisch maatschappelijk wereldsysteem. Het Westen had bij deze confrontatie en concurrentie tussen de beide systemen een gunstigere uitgangspositie op economisch, politiek en ideologisch vlak. De Sovjet-Unie was immers bijzonder zwaar getroffen door de jarenlange oorlog tegen nazi-Duitsland, en had geen vrienden in de wereld. Bij de implosie van het oostblok schreef Francis Fukuyama in 1992 is zijn boek “ Einde van de geschiedenis”, dat hij constateerde dat de vraag “kapitalisme of socialisme” een uitgemaakte zaak betreft. Voor het kapitalisme is er geen alternatief meer.
Deze overwinning in de tijdcontext van 1945 – 1975 had het kapitalisme te danken aan de naoorlogse economische ontwikkelingen: zo werd bijvoorbeeld het kolonialisme politiek maar niet economisch beëindigd. Het gaat hier vooral om het opstarten van het neoliberale kapitalisme, dat de globalisering van de economische macht van het kapitalistische centrum op gang bracht.  In de ‘sociale markteconomie’ of beter gezegd het Fordisme dat de zeventiger jaren kenmerkte, was het streven van het kapitalisme vooral gericht geweest om de vraag naar verbruiksgoederen en productiemiddelen op de voorgrond te plaatsen, in functie van het realiseren van grote winsten. Het neoliberalisme gaf later ook nieuwe mogelijkheden aan kapitaalbezitters om veel winst te maken zonder te investeren in de industrie. Speculeren op de beurs nam een ongekende vlucht en maakte dat er meer rijkdom werd gecreëerd met financiële acties dan met reële productie. Met het neoliberalisme ontstond een nieuwe fase in de mondialisering: nieuwe gebieden voor afzet en productie bereiken in de wereldmarkt werd de uitdaging, om de winsten uit de reële economie op te drijven in concurrentie met de beurseconomie. Het moest en moet voor hen nieuwe perspectieven bieden. Men moest ijveren om wereldwijd de beste standaard te bereiken, loonkost, productiviteit, belastingen, winsten en vermogens om op globale schaal te zegevieren.
Wanneer deze criteria voor de reële productie op onvoldoende wijze in een land toegepast worden, dan trekken de privé-investeerders zich terug en gaan op zoek naar betere en gunstigere investeringsvoorwaarden. Nu is 80 procent van de handel in de wereld grensoverschrijdend. Hierdoor kwam het tot verschuivingen en wijziging in de economische regio’s van de wereld. De oude economische metropolen – de triade VS, Europa en Japan – die zich overwinnaar voelden in deze ontwikkelingen, moeten nu vaststellen dat ze in de context van de mondialisering met nieuwe tegenspelers geconfronteerd worden. De meeste zijn ontwikkelings- en groeilanden en de BRICS.
De globale herweging: aandeel van G7 en BRICS in het wereld BIP in procent
                      Naar nominale waarde BIP                                                                                Naar koopkrachtcapaciteit
              Wereld BIP: 31,9 biljoen $                                                Wereld BIP 71,7 biljoen $
      2000 ………………………………2013                                     2000…………………………….….2013
G7 66,4 % BRICS 8,6 %    G7 46,4 % BRICS 21,5%              G7 45,7 % BRICS 15,8%    G7 37,5% BRICS: 28,4%
VS 30,7%  China: 3,3%      VS 22,7%  China: 12,4%               VS 21%     China: 6,9%       VS 19,3% China 16,1%
Jap 14,7% Brazil 1,9%       Jap 6,6%   Brazil 3%                     Jap 7,2%   Brazil 3,3%        Jap 5,4%  Brazilië: 2,8%
Duits 6%    India 1,6%        Duits 4,9% India 3%                      Duits 4,9% India 2,6%         Duits 3,7% India 5,9%
GB 4,7%    Rusl 0,9%        GB 3,4%    Rusl: 3%                      GB 3,4%    Rusl 2,4%         GB 2,7%    Rusl 2,9%
Fra 4,9%   Z-Afrik 0,4%     Fra 3,6%   Z-Afrik 0,5%                 Fra 3,3%    Z-Afrik 0,6%     Fra 2,1%    Z-Afrik 0,7%

Deze grafiek toont ons de neergang van het aandeel van de G7 landen. De oude metropool is in het mondiale BNP van 66,4% in 2000 naar 46,4% in 2013 gedaald, terwijl het aandeel van de BRICS-landen in dezelfde periode een stijging laat optekenen van 8,6% naar 21,5% .De VS kende een teruggang van 30,7% naar 22,7%, Japan van 14,7% naar 6,6%, Duitsland van 6,0% naar 4,9%. De grote overwinnaar is China dat zijn aandeel in het globale BIP de voorbije dertien jaar praktisch verviervoudigde, Rusland verdrievoudigde zijn aandeel in deze periode. In 2000 kon de G7 naar koopkracht 300% meer dan de BRICS-landen konden opbrengen, maar in 2013 verschrompelde die voorsprong tot 25%.
Het UNDP, United Nations Development Program, meent dat deze trend zich aan een hoge snelheid voltlrekt. Nog nooit voordien in de geschiedenis veranderden de leefomstandigheden en toekomstperspectieven zo snel. Deze ontwikkeling zal zich verder zetten. China meldt voor het jaar 2014 een groei van 7,5%, terwijl in de meeste landen van de G7 er überhaupt geen positieve groei te voorspellen valt; deze schommelt tussen 0 en 1%.
Meer economische macht, betekent meer politieke macht. Onder de leiding van de BRICS hebben de groei- en ontwikkelingslanden zich in de WTO verzet tegen de oude metropolen, die een verdere liberalisering op wereldvlak ten gunste van de industrieconcerns wilde doordrukken. Sinds de WTO conferentie van DOHA in 2001, staat dit op de agenda. De BRICS-landen hebben in juli 2014 op hun bijeenkomst in Brazilië besloten om tegen 2016 een eigen fonds voor hun handelsverkeer en een eigen ontwikkelingsbank met een startkapitaal van 50 miljard dollar op te richten. Hiermede vormen ze een tegengewicht voor de WB en het IMF. Hun doelstelling is ook om een eigen handelsmunt in te stellen, onafhankelijk van de Amerikaanse dollar, om de mobiliteit van hun middelen voor ontwikkeling  te bevorderen.
De strijd in de economische wereldpolitiek wordt intensiever en conflictrijker. De belangrijkste reden voor groeiende conflicten en oorlogsgevaar ligt bij de oude metropolen, die een rabiaat handelsimperialisme bedrijven en met alle middelen in stand willen houden.
Het brandpunt van de oude metropolen wordt gevormd door de geplande TTIP en TPP associatieakkoorden waarmede ze zich willen wapenen in de globale economische machtsstrijd. Waarbij het niet ondenkbaar is dat deze strijd in een militair conflict kan overslaan. Zoals Hillary Clinton het in een van haar uitlatingen uitdrukte, zijn deze associatieakkoorden voor het imperiale Westen als een economische NATO. Ze moeten dienen om de positie van het imperiaal westers economisch machtscentrum in stand te houden, dat nog over een enorm machtspotentieel beschikt.

TTIP: Aandeel Wereld in %                                                           TPP: Aandeel Wereld in %

VS

EU

VS

Japan

Andere landen

Bevolking 2012

4,4

7,1

4,4

1,5

4,9

BIP 2012 in dollar

22,7

23,5

22,7

6,6

8,2

BIP 2013 in koopkracht

19,3

18,7

19,3

5,4

7,3

Directe investeringen

17,2

34,2

17,2

0,9

12,5

Export 2012

8,1

15,1

8,1

4,8

10,5

 

Bron : UNCTAD –WB- IMF

Hieruit blijkt dat 18% van de wereldbevolking 61% van het wereld BIP produceert, 65% van alle investeringen en 47% van de globale export. Het scharnierland en het politieke centrum van dat mondiaal economisch machtsblok is en blijft de VS. Het is de doelstelling om met de hulp van dat machtsblok de dominantie over het globale economisch gebeuren te winnen en in stand te houden. Maar er stellen zich enkele pertinente vragen over de verhouding en mogelijk confrontatie met nieuwe groeiende concurrerende economische blokken. Niet meer West tegen Oost, maar de oude metropolen tegen BRICS.

In de zoektocht naar maximale winsten en dominantie willen de ‘oude economieën  de transnationale handelsverkeersgrenzen in hun voordeel openbreken. De export- en importstructuren die de globale financiële markt en handel in goederen en diensten dekken zijn eng verweven met de nationale economieën. Stelt zich de vraag hoe dat zich verhoudt tot de nieuwe economische blokvorming die zich op wereldvlak aan het voltrekken is.

Met de transnationale akkoorden willen ze een mondiale investerings- en handelspolitiek naar eigen behoeften doordrukken. Dat is omwille van de meerderheidsquota in de WTO niet haalbaar. In de WTO gelden andere regels dan bij IMF en WB, waar er een overgewicht is van de oude metropolen en het meerderheids en blokkeringsprincipe van de VS geldt. Het is dan ook een van de Amerikaanse doelstellingen om samen met haar partners, de trend naar afschaffing te neutraliseren met hun TTIP en TPP akkoorden. Terwijl hun burgers en parlementen in dat debat van geheime onderhandelingen uitgesloten worden, zijn de onderhandelaars rond de gesprekstafel in feite de echte beleidsmakers. Ze willen deze verdragen juridisch afdwingbaar maken; ze kunnen landen die zich niet willen ordenen aan de spelregels, opgelegd door het privé-kapitaal, aanklagen en schadevergoeding eisen voor geleden verliezen.

Weliswaar is de mondiale verwevenheid en de internationalisering van de handel zeer groot, toch is de economische vervlechting en kapitaalverbondenheid tussen specifiek de VS en de EU bijzonder nauw. Volgens Javier Solana, de gewezen hoge vertegenwoordiger van de EU voor de Buitenlandse Zaken, zijn de Amerikaanse investeringen in Europa driemaal groter dan deze in Azië. De Europese investeringen in de VS zijn het achtvoudige van China en India samen.

De TTIP en TPP akkoorden zoeken politieke greep op de staatsinstellingen op te leggen met het doel de dictaten zo vlug mogelijk door te drukken. De VS wil ten alle prijze de positie van Wall Street in stand houden en dus moet ze de EU kort aan de lijn houden. Maar de BRICS-landen streven naar een opstelling los van het keurslijf opgelegd door de transnationale mega-ondernemingen. Vooral Rusland en China ontwikkelen zich als soevereine markteconomieën of als staatsgeleide oligarchieën buiten het invloedbereik van de trans-nationale reuzen.

Concurrentie in politieke systemen zijn voor de transnational corporations niet nieuw. Integendeel zij zijn zelf bestanddelen van een globaal systeem, waarin politieke en economische machtsblokken tegen elkaar optreden in de concurrentiestrijd van investeerders. Kunnen ze nu toelaten dat de groei en ontwikkelingslanden verder een eigen koers ontwikkelen die zich verzet tegen de imperatieven van de gevestigde machten in het globale naar maximale winststreven kapitalisme?

De belangrijkste Europese handelspartners in miljarden euro 2013
Export naar de VS                          282,2     Import uit de VS                             196,0
Export naar Zwitserland               169,6        Import uit  Zwitserland                   94,3
Export naar China                          148,3        Import uit China                             280,0
Export naar Rusland                      119,8        Import uit Rusland                         206,5
Bron:  Eurostat

Europa exporteert goederen ter waarde van 282 miljard euro naar de Verenigde Staten, voor 148 miljard euro naar China en voor 120 miljard naar Rusland. De afzetmarkt van China en Rusland samen zijn van dezelfde grote als VS-markt. Bij de import wordt het nog duidelijker, uit de VS is de import goed voor 196 miljard euro, Europa importeert vanuit China voor 280 miljard euro, Rusland 207 miljard euro. De import vanuit China en Rusland zijn aldus 2,5 hoger als deze van de VS.

De VS is het land met de hoogste buitenlands staatsschuld. China bezit een bedrag van 2 biljoen dollar aan Amerikaanse schuldpapieren. Als China deze op markt brengt is de VS van de een op andere dag bankroet. China zou dan weliswaar zelf ook vele miljarden dollar armer zijn. Wat ons tot de volgende finale vaststelling doet komen: dat de landen van de wereldeconomie, vooral de sterkste onder hen – de oude metropool, alsook de BRICS staten –  in hoge mate met elkaar verbonden zijn. Waardoor er een groot militair oorlogsconflict eerder onwaarschijnlijk lijkt. Dat wil niet zeggen dat het denkbeeldig is dat militaire conflicten kunnen ontstaan.

De Oekraïense crisis bewijst dat het Westen en de NAVO-landen, Rusland als hun strategisch tegenstander ten tonele opvoeren. Het Westen heeft geen bezwaar in deze crisis fascistische groepen als nuttige waterdragers in te zetten om zo zijn strategische expansie oostwaarts tot aan de grenzen van Rusland te vervolledigen. Er wordt geflirt met het militair opdrijven van de spanningen.

Na de koude oorlog zijn 10 vroegere Warschaupact-landen tot NATO-lidstaten gemaakt. Met Oekraïne heeft Rusland zich voor de eerste keer ernstig zorgen gemaakt over deze voortdurende oostwaartse NATO uitbreiding aan haar landsgrenzen. Zelf de gewezen Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joskha Fischer, moet vaststellen dat de EU niet alleen een economisch gemeenschap is, maar dat het ook een sterke actor van machtspolitiek is. Europa wil zich met alle macht en middelen op de wereldbühne plaatsen. De EU en NATO zijn vast besloten om het door Brzezinski ontworpen schaakspel met alle middelen te spelen om hun strategische belangen op te dringen.

De Militaire uitgaven

De meldingen over de vermindering van militaire uitgaven zijn misleidend. Sinds 2009 bevinden ze zich op recordhoogte van zowat 1,8 biljoen dollar.

De 15 landen met de hoogste militaire uitgaven

Rang 2013 /12

land

Uitgaven 2013 ($b)

% wijziging 2004-13

Aandeel BNP % 13 – 14

Rang 2013 /12

Land

Uitgaven 2013 ($b)

% wijziging 2004-13

Aandeel BNP % 13 – 14

1 / 1

VS

640

+12

3,8 / 3,9

9 / 8

India

47,4

+45

2,5 / 2,8

2 / 2

China

188

+170

2,0 / 2,1

10 / 12

Z.Korea

33,9

+42

2,8 / 2,5

3 / 3

Rusland

87,8

+108

4,1 / 3,5

11 / 11

Italië

32,7

-26

1,6 / 2,0

4 / 7

Saoedi-Arabië

67

+118

9,3 / 8,1

12 / 10

Brazilië

31,5

+48

1,4 / 1,5

5 / 4

Frankrijk

61,2

-6,4

2,2 / 2,6

13 / 13

Australië

24,0

+19

1,6 / 1,8

6 / 6

GB

57,9

-2,5

2,3 / 2,4

14 / 16

Turkije

19,1

+13

2,3 / 2,8

7 / 9

Duitsland

48,8

+3,8

1,4 / 1,4

15 / 15

V.A.E.

19,01

+85

4,7 / 4,7

8 / 9

Japan

48,6

-0,2

1,0 / 1,0

WERELD

1747

+26

2,4 / 2,4

Totaal top 15 = 1.408 biljoen $
Bron: SIPRI FACT SHEET april 2014

Zoals de tabel toont zijn 4/5 van de globale militaire uitgaven voor rekening van slechts 15 landen. De Verenigde Staten zijn veruit koploper met 37% van de globale militaire uitgaven. Meer dan het drievoudige van de Chinese uitgaven, tweede op de wereldranglijst.

Alle inschattingen tonen ons het overgewicht van de VS. Het Westen zonder de VS heeft sinds 2004 aan militaire sterkte verloren. Maar Washington heeft sinds 2004 haar uitgaven met 12% opgedreven. Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië realiseerden een vermindering. Alleen Duitsland heeft in het Westers kamp zijn militair budget verhoogd met 3,08%. Duitsland is op de wereldranglijst van de 9de  plaats opgeklommen naar 7de. Dat is een duidelijke aanwijzing dat Duitsland op militair vlak een actievere rol wil opnemen. Duitsland is op die manier een gevaarlijke opkomende macht in de toenemende spanningen en conflicten, de vrede verstorend in de economische globale machtsstrijd.

De BRICS-landen verhoogden hun militaire budgetten sneller dan het Westen. In het voorbije decennia steeg het defensiebudget van China met 170%, dat van Rusland met 108%, van Brazilië 48% en India 45%. Het aandeel van de militaire uitgaven in het BIP van de BRICS bleef gelijk, dat wil zeggen dat deze stijging van hun defensie-uitgaven toe te schrijven is aan de economische groei van deze landengroep .
Is het aandeel in het BIP gelijk gebleven, dan is echter het volume aan wapens en legersterkte enorm gestegen. De defensiestrategie zoals ze door de VS en Duitsland met de nodige aandrang op de agenda geplaatst wordt, leidt ontegensprekelijk tot een verscherpte en gevaarlijke confrontatie met sterke tegenstrevers die economisch nog zullen groeien. Het gevaar voor confrontatie wordt nog groter wanneer men de kernwapens in deze context plaatst. Van de 16.300 kernwapens die aanvang 2014 door SIPRI geteld zijn, ligt meer dan de helft bij de BRICS staten (Rusland alleen al 8000). Het evenwicht van afschrikking is geen garantie, want door de toegespitste economische machtsstrijd van de blokken blijft het gevaar groot dat bij regionale conflicten er meer drone-toestellen en efficiënter modern wapentuig zal ingezet worden.

Wanneer we het plaatje van militaire uitgaven vervolledigen, dan heeft Latijns-Amerika de uitgaven voor defensie verhoogd met 58%, Centraal-Amerika en de Caraïben met 94%, Afrika met 81%, Azië en Oceanië met 62%, het Midden-Oosten met 56%. Saoedi-Arabië heeft zijn militaire uitgaven in het voorbije decennia met 118% opgedreven, ze bedragen nu 9,3% van BIP, dat is het hoogste aandeel in de wereld. Het is een grote wapenkoper tot grote vreugde van de westerse wapenindustrie.

Men kan zich verwachten aan een grotere militaire machtsontplooiing van de oude metropolen bij interne conflicten, die in de meeste gevallen te wijten zijn aan de destabilisering door het westers imperium en lokale corruptie.

Het belangrijkste punt bij de inschatting van de gevaren in de context van de globale economische machtsherverdeling ten gunste van de groei en ontwikkelingslanden, is de vastberadenheid van het westers imperium om deze trend met militaire middelen – NATO en militaire partnerschappen in Azië –  terug te dringen en te stoppen.

Dat is gevaarlijk voor de wereldvrede, en de sociale ontwikkeling. Het alternatief moet een wereldorde zijn die democratisch, sociaal en vredelievend is. Het tegengestelde van NATO, TTIP en TPP.