Sociaal activisme voor dummies

Facebooktwittergoogle_plusmail

Bij uitgeverij LannooCampus is het boek “Activist. Je hebt gelijk. Maar hoe krijg je gelijk?” van Erik Tamboryn uitgegeven. Een jaar eerder bracht uitgeverij Zed Books al het boek “The Activists’ handbook. A step by step guide to participatory democracy” van de hand van Aiden Ricketts uit.

In hun boek reiken de auteurs handige hulpmiddelen aan voor toekomstige activisten. Zowel Tamboryn als Ricketts putten hierbij uit een rijke ervaring: de eerste als voorzitter van een actiegroep tegen de concentratie van de nachtvluchten in de Brusselse rand, de tweede als (consultant-) activist, tevens onderzoeker en lesgever ‘publieke belangenbehartiging’ in een universiteit in Australië.

Hoewel beide boeken gelijkenissen vertonen, willen we in deze bespreking focussen op de verschillen. We zullen hierbij onderzoeken hoe beide auteurs staan tegenover:

  • acties ontsproten uit een NIMBY-reflex (Not in my backyard);

  • materiële schade tijdens acties;

  • burgerlijke ongehoorzaamheid;

Het verschil in houding tussen beide auteurs tegenover acties ontsproten uit een NIMBY-reflex is één van de meest opvallende inhoudelijke verschillen in de boeken.

Tamboryn vertoont een uitgesproken aversie voor NIMBY’s ontstaan tijdens zijn strijd tegen de concentratie van de nachtvluchten in de Brusselse rand. Naast zijn actiegroep ontstonden ook andere actiegroepen met niet te verzoenen eisen. Het gevolg was een verdeeldheid, die een goede oplossing voor allen moeilijker maakte.

Daarom keurt Tamboryn NIMBY’s zonder pardon af. Zo schrijft hij: “Mijn boek geeft als geheel aan dat het net niets van doen heeft met dat egoïstische idee van ‘Not in my backyard.’” En: “Activisme heeft altijd te maken met engagement voor iets groter dan enkel je eigen gewin.” En ten slotte: “Een activist [heeft] niets gemeen met een egoïst, die enkel uit is op zijn persoonlijk voordeel (…). Wie enkel opkomt voor zijn eigen gewin, kun je moeilijk activisme toedichten.”, herhaalt hij verder.

Zijn afkeer voor NIMBY’s heeft als gevolg dat Tamboryn heel veel belang hecht aan de motieven van de activist: “Zijn ze eerlijk en dienen ze een hoger doel?”, vraagt hij in het boek.

Bijzonder handig is de opname in zijn boek van een categorisatie van doelen van activisten. Deze zijn volgens hem vaak terug te brengen tot volgende vier categorieën: solidariteit met de lokale gemeenschappen, mensenrechten, bescherming van de planeet en socio- economische kwesties.

Ricketts keurt NIMBY’s en acties ontsproten uit een NIMBY-reflex niet af. Neen, voor hem primeert de verzetsdaad. “What is important in all community campaigns is the potential to overcome passivity and unleash empowerment.” Want, schrijft hij: “My social change work has shown me time and again that when individuals first break the habit of political passivity they begin a journey from being a passive subject to an active citizen and beyond to being a lifelong activist.” Of met andere woorden: “een mens verandert door actie te voeren” zoals trouwens ook Tamboryn vaststelt en schrijft.

NIMBY’s hebben volgens Ricketts bovendien het voordeel dat zij abstracte milieuproblemen concreet en tastbaar maken.

Niet te min maakt Ricketts een onderscheid tussen publieke en private belangenbehartiging. Dit onderscheid bepaalt volgens Ricketts de wijze waarop de media met het dossier omgaat.

Ook heeft Ricketts het over het belang van waarden voor actiegroepen. Conflicten binnen groeperingen komen voor. En dan kunnen de individuen hun ego’s en hun gevoeligheden enigszins relativeren.

Een tweede opvallend verschil is de houding van Ricketts en Tamboryn tegenover materiële schade tijdens acties.

Volgens Ricketts kunnen groeperingen aanvaarden een minimale vorm van materiële schade bij derden te veroorzaken. Als voorbeeld verwijst hij naar de acties van de milieuorganisatie Greenpeace. Wat voor Ricketts hierbij wel van belang is dat actievoerders zich afvragen wat zij voor henzelf en hun zaak aanvaardbaar vinden.

Voor Tamboryn is materiële schade daarentegen uit den boze. Hij schrijft: “Je schaadt geen anderen, ook niet in hun materieel bezit. Dat wil zeggen, keten je wel vast aan een poort van een vervuilend bedrijf, maar verniel niets van de infrastructuur.” En: “Zorg dat je alles in zijn oorspronkelijke toestand achterlaat.”

Een derde verschil is ten slotte de houding van Ricketts en Tamboryn tegenover “burgerlijke ongehoorzaamheid“.

Actievoerders kunnen volgens Ricketts bewust de wet overtreden als politiek statement. Hij verwijst hierbij naar het vierde Neurenberg principe, die ongehoorzaamheid aan de wet als morele plicht erkent.

Over burgerlijke ongehoorzaamheid spreekt Tamboryn zich tegen. Enerzijds schrijft hij: “Activisten, zoals in dit boek bedoeld, gebruiken alle wettelijke middelen om hun doel te bereiken. Maar dan ook alleen dat.”

Anderzijds staat in zijn boek: “een zekere vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid moet kunnen. Wie alleen maar braaf binnen de lijntjes blijft kleuren en ervoor terugschrikt om iets te doen wat strikt genomen niet mag, vindt wellicht weinig gehoor. Als je zelf dergelijke acties overweegt, houd je wel rekening met enige afspraken zodat de publieke opinie op jouw hand blijft.”

Ondanks de inhoudelijke verschillen, waarover we het in deze bespreking hebben, kunnen we actievoerders zonder enige twijfel beide boeken aanraden.

Beide auteurs hebben een goede pen en slagen ze erin het onderwerp op een toegankelijke, verstaanbare en zeer leesbare wijze over te brengen.

Naar structuur en opmaak is het boek van Ricketts meer een handboek, terwijl het boek van Tamboryn eerder aanleunt bij de bekende reeks “voor dummies” met naast het centrale verhaal heel wat anekdotes en losstaande waardevolle tips.

Het boek van Ricketts bevat een Index van trefwoorden en de werken opgenomen in zijn referentielijst zijn thematisch geclusterd. Een minpunt in het boek van Tamboryn is dat het geen index bevat en dat de referenties (“bronnen en inspiratieboeken”) zonder enige vorm van structuur of van uitleg worden vernoemd. Hierdoor is de referentielijst een amalgaam van boeken gaande van gezondheidsstudies (“Onderzoek op de impact op de leefbaarheid van”), milieu (“Kyoto, recent beleid en praktijk”), economie (“bv De economische geschiedenis van het westen tot aan de Tweede wereldoorlog”, memoires, enz.

Aidan Ricketts. The Activists’ Handbook. A step-by-step guide to participatory democracy. Zed Books, 288p, 14,99 pond, ISBN: 9781848135925

Activist. Je hebt gelijk maar hoe krijg je gelijk?
Erik Tamboryn
2013
200
9789401412926

Hoe vind je een draagvlak voor jouw kwestie? Wat kun je doen? Hoe bepaal je je strategie om effectief actie te voeren? Iedereen heeft wel een kwestie waar hij of zij bij betrokken is. Actiegroepen rond de meest uiteenlopende thema's schieten als paddenstoelen uit de grond. Middenveld en goededoelorganisaties hebben veel gemeen met onbetaalde activisten. Activist schept een duidelijk beeld van hoe je een kwestie legitiem maakt en wat activisme kan doen om een twistpunt te laten bijsturen. Vanuit de oorsprong van het activisme lees je waar je best rekening mee houdt alvorens te beginnen. Bovendien heeft dit boek oog voor de trends die activisme in gang kan zetten, met als opmerkelijkste trend een systemisch plan voor het milieu.