Rasmussen: “NATO means business”.

AFRasmussen
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Commissie Defensie van het Britse Lagerhuis publiceerde eind juli een speciaal rapport. Hierin wordt gesteld dat de NAVO en het Verenigd Koninkrijk niet goed voorbereid zijn op de nieuwe dreiging die van Rusland uitgaat. De sturings- en commandostructuren, te beperkt analyse-vermogen om te waarschuwen voor potentiële aanvallen, en de paraatheid van de troepen blijken de zwakke punten te zijn. Hoewel een rechtstreekse aanval op een NAVO-lidstaat hoogst onwaarschijnlijk is, moet Brussel er op voorbereid zijn, alsook op “dubbelzinnige oorlogsvoeringstactieken” zoals nu in Oekraïne. De NAVO moet zich reorganiseren om beide eventualiteiten het hoofd te kunnen bieden. Dat is volgens de Britten de inzet van de NAVO-top begin september 2014 in Wales.

 

Uittredende secretaris-generaal van de NAVO, Anders Fogh Rasmussen, heeft in de Oekraïne crisis een actieve rol gespeeld om de Duitse en Noord-Amerikaanse benaderingen te stroomlijnen. Hij was de bezieler achter een reeks militaire maatregelen nadat Rusland de Krim annexeerde. Hij heeft hard zijn best gedaan om – zonder veel bewijs – de directe hand van Moskou aan te klagen bij een reeks ontwikkelingen in Oost-Oekraïne. Zijn lijn is is er een van een hernieuwd vijandbeeld, een hernieuwde koude oorlog, om zo het belang van de verdragsorganisatie te onderstrepen, en vooral om de lidstaten aan te zetten tot verhoogde defensie-uitgaven.

In de Financial Times van 5 augustus 2014 schreef hij in een opiniestuk een soort antwoord op het rapport van het Brits Lagerhuis. Hij meent dat de NAVO gepast heeft gereageerd op de gebeurtenissen in Oekraïne. Maar er is nog werk aan de winkel. Deze crisis heeft ons wakker geschud en ons gewezen op de noodzaak om beter voorbereid te zijn op verrassingsaanvallen, zegt hij met een woordgebruik dat zo uit het Britse rapport komt.
Rasmussen stelt dat de NAVO sedert het einde van het communisme veel inspanningen heeft geleverd om samen te werken met Moskou om te streven naar een strategisch partnerschap. Het antwoord van Rusland was het aanwakkeren van conflict in Moldavië, in Georgië en Oekraïne, en het uitdagen van internationale regels. Oekraïense separatisten die door Moskou worden gesteund werden gelinkt aan het tragisch verlies van het Maleisisch vliegtuig. Dit gedragspatroon heeft van de wereld een gevaarlijker en onvoorspelbare plaats gemaakt, aldus nog de NAVO-baas.

Hij somt dan op welke initiatieven de NAVO genomen heeft na de onwettige en illegitieme annexatie van de Krim. Elke praktische samenwerking met Moskou werd opgeschort maar de diplomatieke kanalen werden open gehouden voor dialoog. De samenwerking met Oekraïne werd opgedreven, evenals de paraatheid door meer schepen, meer vliegtuigen in te zetten en meer manoeuvres te realiseren. In het luchtruim van de Baltische staten werd de aanwezigheid van jachtvliegtuigen verdubbeld, het aantal schepen in de Zwarte Zee en in de Baltische Zee werd verhoogd.

Over de jarenlange samenwerking tussen de NAVO en Oekraïne via het “Distinctive Partnership” van 1997 had hij het nu niet. Maar zelfs onder (de intussen verdreven) president Janokovitsj ging de militaire samenwerking vlotjes door, voornamelijk met het oog op de invoering van de NAVO-standaarden in het Oekraïense leger. Er werd gewerkt aan de invoering van nieuwe technologie, aan het verbeteren van de inlichtingendiensten, de opleiding van hoge officieren om vertrouwd te geraken met het “versterken van de democratie, de rechtsstaat, de markteconomie”. Hij schreef ook niet over de deelname van Oekraïense troepen in het kader van het Partnerschap voor de Vrede aan NAVO-operaties in  Kosovo en Afghanistan. In 2013 nam Oekraïne als enig niet-lid deel aan NAVO-operatie Ocean Shield in het kader van de strijd tegen piraterij. Tijdens de Oranje-revolutie wilde de VS Oekraïne (en Georgië) lid laten worden van de NAVO. Dat botste toen op een veto van Duitsland en Frankrijk. Vandaag zijn we getuige van een geïntensiveerde toenadering.

Maar Rasmussen ziet Moskou niet als de enige vijand. Er is een heel gamma van crisissen waar de NAVO mee te maken heeft in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, de Kaukasus. De NAVO lidstaten werken hard aan de uitdagingen van de 21ste eeuw, van rakettenschild tot gezamenlijke militaire oefeningen, alles wordt in het werk gesteld om de sterkste militaire alliantie te blijven die de wereld ooit gekend heeft.

Na Wales moet de alliantie accurater, sneller, meer flexibel worden uitgebouwd: de richting die het Britse defensie-comité heeft aangegeven. De vraag, volgens Rasmussen, is hoe onze troepen te ontplooien opdat de veiligheid en de afschrikking er kunnen bij winnen. “Een van de zaken die we zullen ontwikkelen is de pre-positionering van materiaal en voorraden. We herbekijken de verdedigingsplannen, de akkoorden over het delen van inlichtingen, crisis response. Er komen meer oefeningen op meer plaatsen, die over meer onderdelen van defensie gaan dan ooit te voren: van tanks in Polen over cyberdefensie in Estland naar gezamenlijke operaties in Spanje en Italië. Er komen nieuwe ‘expeditietroepen’ onder leiding van de UK, maar ook multinationale korpsen in de Poolse stad Szczecin. Dit alles om sneller te kunnen inspelen op uitdagingen in de regio, ook onverwachte”.  Aldus nog Rasmussen.

En dat komt zijn finale, daar waar het eigenlijk allemaal om draait. De uittredende secretaris-generaal herhaalt nog maar ’s zijn mantra: de afgelopen vijf jaar hebben de NAVO-lidstaten hun defensiebudgetten met 20% verminderd, terwijl Rusland het zijn met 50% verhoogd heeft. De VS en sommige Europeanen, waaronder Londen, hebben hun troepen gemoderniseerd, maar velen anderen moeten dat nog doen. Nu de economie weer aantrekt moet deze dalende trend omgebogen worden. Geen makkelijke maar wel een vitale opdracht. Gelukkig zijn er al enkele landen, zoals Polen, Roemenië en de Baltische staten, goed op weg, zegt Rasmussen.

Hij besluit met de waarschuwing dat de acties van Rusland niet mogen genegeerd worden: de post-koude-oorlog-orde staat op het spel. De NAVO is meer dan ooit nodig. In Wales zullen we beslist aantonen dat “NATO means business”.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.