“De rekening van de verzuiling” van Mieke Vogels

Facebooktwittergoogle_plusmail

De verzuiling in dit land bestaat nog steeds en zij kost handenvol geld. Zeker als het over welzijn en gezondheid gaat. Dat schrijft Mieke Vogels en zij kan het weten na dertig jaar actieve politiek. Zij pleit voor een andere benadering in de zorg: van een zuilgebonden naar een buurt- en regiogebonden aanpak.

Het lanceren van ‘De rekening van de verzuiling’ is goed getimed. Het gaat immers om een individuele en tegelijk maatschappelijk belangrijke overgang: de Groen!-politica gaat na dertig jaar in de politiek met pensioen net op een ogenblik dat door de zesde staatshervorming ook de bevoegdheden over welzijn en gezondheid (ouderenbeleid, geestelijke gezondheidszorg en hulpmiddelen voor gehandicapten) overgeheveld worden naar de gewesten en de gemeenschappen. En dat gaat over zeer veel geld. Miljarden euro worden van het budget van het RIZIV overgeheveld naar de Vlaamse begroting. Ook de kinderbijslag wordt ‘Vlaams’. Ondanks die goede timing kreeg haar boek tot nu toe relatief weinig aandacht – De Standaard bijvoorbeeld ging er volledig aan voorbij – , want de ex-politica raakt een zeer gevoelig thema aan in de Belgische politiek.

Een verzuild middenveld

In onze samenleving zien we een voortdurende spanning tussen drie belangrijke breuklijnen: de levensbeschouwelijke (katholieken/vrijzinnigen), de sociaaleconomische (arbeid versus kapitaal) en de communautaire (Nederlandstaligen/ Franstaligen). Rond die tegenstellingen hebben de klassieke sociale bewegingen (de socialistische en christelijke arbeidersbeweging) een verzuild middenveld uitgebouwd met vakbonden, ziekenfondsen, eigen scholen, hospitalen, jeugdwerking, ouderen- en gehandicaptenzorg, maar ook week- en dagbladen, sportclubs, cultuurverenigingen, bibliotheken, fanfares en ga zo maar door. Het gaat om een bedding waarin men van de wieg tot het graf opgevangen wordt. Of moet ik ‘werd’ schrijven? Neen, zegt Mieke Vogels, de ontzuiling is nog niet verteerd en zij verwijst daarvoor ook naar Luc Huyse die stelt dat de ontzuiling van de geesten niet of nauwelijks tot machtsverlies heeft geleid. Met instemming citeert Vogels de ook gepensioneerde Leuvense socioloog: ‘De nalatenschap van de zuilen, een enorm kapitaal aan materiële en niet-materiële goederen is geruisloos overgeheveld naar de organisaties van de politieke concerns’. De term ‘verzuiling’ is in onbruik geraakt en vervangen door het beter klinkende ‘middenveld’, maar de mechanismen zijn niet veranderd.

Vogels haast zich eraan toe te voegen dat haar boek geen manifest is tegen het ‘middenveld’ van vrijwilligers in jeugdbewegingen, wereldwinkels, ziekenzorg, enz. want dat is ook haar ‘middenveld’. De auteur verwijst uitdrukkelijk naar haar achtergrond: als medewerkster van de volkshogeschool Elcker-Ik maakte zij deel uit van de nieuwe sociale bewegingen die in het spoor van 1968 zijn ontstaan en die de verzuiling als betutteling en als veel te duur beoordeelden. Haar keuze voor Agalev in 1985 was trouwens ook ingegeven door het feit dat deze partij geen onderdeel uitmaakte van een politiek concern.

De ijzeren wet van de oligarchie

Zij constateert, dertig jaar later, dat de zuilen nog steeds aan het stuur zitten. ‘De verwevenheid tussen zuilen, administratie en politiek zorgt ervoor dat het marktaandeel en de controle van de zuilen over het aanbod intact blijft, ondanks de nieuwe inzichten.’ (p. 22) Door die hardnekkige verzuiling (en verkokering) wordt er ontzettend veel geld over de balk gesmeten. Die stelling illustreert ze in haar eerste hoofdstuk over de Vlaams zorgverzekering, die volgens haar een minikopie is geworden van de verzuilde ziekteverzekering. Zij berekent dat voor 2012 van de 321 miljoen euro 24,5 miljoen overheadkost nodig was om de zeven (!) zorgkassen te laten draaien. Haar conclusie? Meer zorg en minder kas.

Met heel veel voorbeelden en cijfermateriaal bespreekt Vogels de ontwikkelingen in de gehandicaptensector, de jeugdzorg, de ouderenzorg en de kinderopvang en zij komt tot dezelfde conclusies. In al die sectoren speelt ‘de ijzeren wet van de oligarchie’. Schaalvergroting leidt tot ‘supermarkten van welzijn en geluk’ en … machtsconcentratie. Zo heeft de vzw Emmaüs ongeveer 100.000 patiënten of gebruikers, bijna 6000 personeelsleden en een balanstotaal van 587.742.304 euro op 31.12.2012. Een nog grotere concentratie treft zij aan bij de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde, die naast ziekenhuizen en welzijnsvoorzieningen ook scholen in haar portefeuille heeft. Die concentratie van steeds meer zorgvormen binnen de verzuilde organisaties en de lange wachtlijsten in alle welzijnsectoren maken dat er al lang geen sprake meer is van vrije keuze en autonomie.

‘Dat (gesubsidieerde) geld is van ons’ is de mantra van vele grote spelers en zij maken het de nieuwkomers op ‘hun’ terrein niet gemakkelijk. Dat blijkt onder meer uit het trieste verhaal van ‘Huisje Debo’ in Tervuren, dat zich een plaatsje probeerde te verwerven in de sector van de zelfstandige kinderopvang waaraan nochtans een grote nood is, maar die in de wurggreep van de administratie, de sociale inspectie en het sociaal secretariaat terecht kwam.

Vraag- en buurtgebonden aanpak

Mieke Vogels signaleert echter ook mooie verhalen zoals dat van Pegode, de voorziening in de Rupelstreek die een maximaal beroep doet op samenwerking met de bestaande voorzieningen en overheden in de regio. Die aanpak wordt ook al 25 jaar bewezen in ‘huize de Perrekens’ in Geel, waar dementerende bejaarden worden opgevangen in een huis in de rij. Zij pleit ook, verwijzend naar Wallonië en Frankrijk, voor een coöperatieve kinderopvang, maar des crèches parentales maken volgens haar op dit ogenblik geen enkele kans om van de grond te komen in Vlaanderen. Ook in andere landen, – en dat voeg ik eraan toe – zijn er mooie voorbeelden. Ik denk dan aan Nederland bijvoorbeeld waar de coöperatie ‘Thuiszorg Dichtbij’ een 24-uursthuiszorg voor terminale patiënten heeft in de regio’s Drenthe, Groningen, Zwolle, Twente en Arnhem.

Dat zijn maar enkele voorbeelden die passen in de visie van Vogels: in plaats van een verzuilde moet er een vraag- en buurtgebonden aanpak komen. Terloops vermeldt Vogels dat zij als Vlaams minister van welzijn en gezondheid onder de paars-groene regering van Verhofstadt (zonder CD&V) daarvoor decretaal werk verrichtte, maar dat werd onder de volgende CD&V-ministers deskundig teruggeschroefd.

Dit boek is niet alleen een felle aanklacht tegen de verzuilde heilige huisjes in dit land, maar wil ook alternatieven aandragen. Daarvoor reikt Vogels in haar laatste hoofdstuk zeven hefbomen voor verandering aan waarin een buurt- en regiogebonden aanpak centraal moet staan en waarin een nieuw maatschappelijk middenveld een belangrijke rol kan spelen. Het is niet toevallig dat zij haar boek opdraagt aan een aantal koppige doordouwers aan de basis.

De tegenstelling arbeid-kapitaal

Het pleit voor Vogels datzij de strijd tegen de verzuilde machtcenakels niet opgeeft. Gepensioneerd- en combattief-zijn kunnen best samen gaan. Dat bewijst zij met dit boek. Het is een goed gemikte knuppel in het Vlaamse verzuilde hoenderhok. Toch meen ik dat progressieve pijlen niet alleen op dat doelwit moeten worden afgeschoten. Daarvoor is er die andere breuklijn in onze geschiedenis, met name de sociaaleconomische tegenstelling, die steeds meer het maatschappelijk leven gaat bepalen. Sinds het neoliberalisme geruisloos is binnengeslopen, wordt de tegenstelling arbeid-kapitaal steeds meer en als vanzelfsprekend beslecht in het voordeel van het kapitaal. In de Belgische context focust de politieke nieuwkomer NVA niet alleen op de communautaire breuklijn, maar echoot ze ook het neoliberale discours na dat via de Chicago boys en Milton Friedman uit de vorige eeuw is komen binnenwaaien. Lees er maar Ico Maly en zijn studie van Bart De Wever en de NVA op na.

Als goede neoliberalen houden de NVA’ers niet van het middenveld: noch van het oude, noch van het nieuwe. Laten we de staat maar ontvetten en de burger als individu verantwoordelijk stellen voor zijn successen, maar ook voor zijn mislukkingen. ‘Responsabiliseren’ heet het nu wat moraliserend. De burger responsabiliseren betekent echter dat de onrechtvaardige sociaaleconomische context uit het gezichtsveld verdwijnt.

There is no such thing as society. There are individual men and woman, and there are families.Wie zei het ook weer? Het thatcherisme heeft in de iets verzachte vorm van de NVA-gestalte weer zijn intrede gedaan. De NVA heeft geen voet in huis bij het oude middenveld en probeert via het ARCO-dossier wat politieke bommen te gooien om schade te berokkenen aan het ACW. Jazeker, het ACW is een onderdeel van de verzuilde christelijke zuil met alle nadelige gevolgen daaraan verbonden, maar we mogen toch ook niet vergeten dat die oude sociale beweging de medegrondlegger is van de welvaarstaat of wat er nog van overblijft. Jazeker, laten we de verzuiling aanpakken, maar toch ook niet vergeten dat er nog heel veel neoliberale katten te geselen zijn op de lange weg naar een meer rechtvaardige sociaalecologische samenleving.

De rekening van de verzuiling
Mieke Vogels
LannooCampus
2014
200
9789401416788
BRONDit artikel verscheen eerder op www.dewereldmorgen.be
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.