Sjevardnadze, enkele nuances

shevardnadze-
Facebooktwittergoogle_plusmail

Edward Sjevardnadze is na zijn dood enkele dagen geleden in de meeste westerse media meestal afgeschilderd als de wijze diplomaat die ervoor zorgde dat het Sovjetrijk en het Sovjetstelsel vreedzaam ten onder gingen. Hij was ook wel de man die als president van het onafhankelijke Georgië te autoritair was geworden en daarom in 2003 met de ‘rozenrevolutie’ opzij werd gezet. Maar er waren meer onfrisse kanten aan deze man, onder meer in oliegeur gedrenkte affaires.

Sjevardnadze was een klassieke Sovjet-apparatsjik die via de Komsomol (communistische jeugd) carrière maakte in de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU). Als Georgisch minister van Binnenlandse Zaken organiseerde hij vanaf 1965 jacht op Georgische nationalisten die voor soevereiniteit of zelfs onafhankelijkheid pleitten.

Georgisch

Hij organiseerde in 1972 een complot tegen de regionale partijleider Vasili Mjavanadze, beschuldigd van corruptie, en werd zelf Georgisch partijleider. Toen in 1978 de passies hoog oplaaiden toen een ontwerp voor grondwetsherziening niet langer bepaalde dat het Georgisch de officiële taal was, wist Sjevardnadze de gemoederen te bedaren door de status van het Georgisch te bevestigen en door het tegelijk op te nemen voor de Georgische cultuur en kunst. Het zou hem later, in 1992, goed van pas komen. Maar tegelijk, om Moskou te paaien, verklaarde hij toen dat voor de Georgiërs “de zon opgaat in het noorden” (Moskou).

Het bracht hem datzelfde jaar (1978) al, als plaatsvervangend lid, in het Politburo van de CPSU, één jaar voor Michail Gorbatsjov er lid van werd. Toen deze laatste in 1985 partijleider werd, kreeg Sjevardnadze naast een vast zitje in dat Politburo – hij werd er nummer drie – de post van Sovjetminister van Buitenlandse Zaken.

Chevron

Als chef van de Sovjetdiplomatie toonde hij zich een verbeten voorstander van de best mogelijke betrekkingen met Washington, wat uitmondde in enkele akkoorden over bewapeningsbeperking. Sjevardnadze week op het einde van de jaren 1980 bijna niet meer van de zijde van zijn Amerikaanse collega James Baker (samen op de foto) die zoals zijn president, George Bush sr., goede relaties had in de oliebusiness. Sjevardnadze werd een hardnekkig pleitbezorger van een gigantische deal met het Amerikaanse Chevron voor de ontginning van de olievelden van Tengiz, in Kazachstan.

In Kazachstan was men woedend, de deal kwam erop neer dat Chevron kon boren, versluizen en winst opstrijken, en in ruil daarvoor nauwelijks iets moest terugdoen. Ook in Moskou was het verzet tegen dit soort uitverkoop groot, maar Sjevardnadze had er geen oor naar. De westerse wereld zou de perestrojka, de nieuwe politiek van Gorbatsjov, beoordelen op dit contract, luidde het. “Een smerige deal”, een plundering van onze rijkdommen, zegden de critici volkomen terecht. Chevron ontkende dat er smeergeld was betaald om deze deal te bekomen, maar weigerde al snel elke commentaar. Pas na de implosie van de Sovjet-Unie, toen Kazachstan een onafhankelijke staat werd, stemde Chevron toe in grotere compensaties.

Redder

Eind 1990 begreep Sjevardnadze dat het systeem warain hij carrière had gemaakt, nummer drie van het hoogste beleidsorgaan was een grote prestatie, ten onder ging en hij nam ontslag. De communistische apparatsjik werd een “democraat” die zoals veel van zijn collega’s ervan droomde het collectivisme, in die zin dat alle economische productie-eenheden in staatsbezit zijn, op te doeken. Het was een deel van de nomenklatoera zelf dat het Sovjetsysteem deed imploderen. Hij richtte een eigen partij op, maar raakte nooit verder dan enkele handvollen medestanders.

Intussen implodeerde eind 1991 ook de Sovjet-Unie zelf, maar Georgië was in april al een onafhankelijke staat geworden. De nationalist Zviad Gamsachoerdia won met glans (87%) de presidentsverkiezingen. In diens opvatting was er in een democratie alleen plaats voor de overwinnaar, zodat hij vond dat hij het recht had de politieke oppositie en de etnische minderheden, zoals Abchazen en Osseten, te vervolgen. Er kwam al snel een coalitie van opposanten en maffieuze milities die hem begin 1992 verjaagden.

Die coalitie zat met een imagoprobleem naar de buitenwereld toe. In Moskou zat er gelukkig een werkloze maar ambitieuze en in het buitenland gerespecteerde Georgische politicus, Edward Sjevardnadze. De nieuwe machthebbers riepen hem naar Tbilisi om er president van het onafhankelijke Georgië te worden, hij die als partijchef de voorstanders van die onafhankelijkheid deed opsluiten.

Alweer olie

Hij deed als president de wapens met het opstandige Abchazië zwijgen – de oorlog had meer dan een kwart miljoen Georgiërs uit Abchazië op de vlucht gedreven (en dat is nog altijd zo). Hij trachtte goede banden te onderhouden met Moskou. Maar toen in 2004 zijn vroegere collega Geidar Aliëv, president van Azerbeidzjan, verrassend een deal sloot met een westers consortium voor de ontginning van olievelden in de Caspische Zee, kreeg Georgië ineens een strategisch belang, want die olie zou via een pijpleiding door Azerbeidzjan en Georgië naar zee vloeien en dat zorgt voor veel royalties.

Sjevardnadze ging meer en meer zijn vriendschappen in het Westen, vooral in de VS en Duitsland, onderhouden. Zijn beleid werd vooral na zijn verkiezingszege in 2000 (met 80 %), autoritairder. Hij had intussen nieuwe oliedeals gesloten, voor het transport van olie ditmaal. Hij deed dat onder meer in 1998 met …Chevron voor het vervoer van meer olie uit de Tengiz-velden. Door een aanpassing van de pijpleiding zou Chevron zijn transport van 3 miljoen ton per jaar verdrievoudigen. Sjevardnadze bracht toen een mislukte aanslag op zijn leven in verband met deze deals. Hij zat bij die aanslag in een gepantserde wagen die hij cadeau had gekregen van zijn vriend Helmut Kohl, bondskanselier van Duitsland ten tijde van de Duitse hereniging.

Rozen

In Georgië namen de beschuldigingen aan het adres van Sjevardnadze over corruptie en persoonlijke verrijking met de dag toe. De patriarch werd met de dag onpopulairder, wat uitmondde in de “rozenrevolutie” die grote logistieke steun uit de VS kreeg. Sjevardnadze was intussen nochtans een pleitbezorger geworden van Georgische toetreding tot de Navo. Maar grove fraude bij de verkiezingen van eind 2002 deed voor veel Georgiërs de deur toe.

Michail Saakasjvili kreeg toen ruime steun voor zijn “rozenrevolutie”, vooral omdat hij een strenge aanpak van de corruptie beloofde. Maar hij liet de clan Sjevardnadze met rust en werd na enkele jaren zelf beschuldigd van corruptie. Veel Georgiërs vonden dat corruptie en machtsmisbruik alweer even erg waren als daarvoor en kozen andere wegen. Saakasjvili ontvluchtte eind vorig jaar Georgië waar de justitie hem aan de tand wil voelen.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.