Meerderheid Belgen wil geen nieuwe gevechtsvliegtuigen

gevechtsvliegtuigen
Facebooktwittergoogle_plusmail
De komende regering zal een besluit moeten nemen over de vervanging van de Belgische F-16 gevechtsvliegtuigen. Het Vlaams Vredesinstituut publiceerde een advies daarover. Belangrijke vaststelling: er is heel weinig betrouwbare informatie voorhanden voor een grondig maatschappelijk debat. In een opiniepeiling keren de Belgen zich tegen de aankoop.
 
Over enkele jaren (periode 2023-2028) zullen deze gevechtsvliegtuigen hun maximum aantal vlieguren hebben bereikt. Het Vlaams Vredesinstituut heeft zopas zijn advies uitgebracht over de mogelijke vervanging van de F-16’s. 

Volgens het advies zijn er drie dimensies verbonden aan de debatten over de gevechtsvliegtuigen die bepalend zijn voor een beslissing. Ten eerste moet er duidelijkheid komen over de algemene visie op ‘nationale defensie’ binnen het Europees en NAVO-kader. Ten tweede zijn er de budgettaire implicaties van de eventuele vervanging van de gevechtsvliegtuigen. Volgens onze berekeningen zou het ongeveer zes miljard euro kosten om veertig F-35 aan te kopen (de wens van ontslagnemend minister van Defensie De Crem). Ten derde is er het economisch aspect van de compensatieregelingen die met grootschalige legeraankopen gepaard kunnen gaan.

Belgen zeggen neen tegen nieuwe gevechtsvliegtuigen

Niet onbelangrijk zijn de resultaten van een opiniepeiling uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen bij de Belgische bevolking over de aankoop van de gevechtsvliegtuigen. Daaruit blijkt dat bijna de helft (47 procent van de Belgen het oneens is met de stelling, ‘Het Belgische leger moet investeren in een opvolger van het F-16 gevechtsvliegtuig’. Een kwart gaat daar wel mee akkoord. Volgens het Vlaams Vredesinstituut is het opmerkelijk dat 28 procent (nog) geen mening heeft over het dossier, wat er op kan wijzen “dat er voor velen onvoldoende informatie beschikbaar is om zich een mening te vormen over dit belangrijk dossier”.

Debat over Defensie

Het debat over de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen kan niet losgekoppeld worden van het nationale debat over Defensie. Waar willen we naartoe met ons leger dat zich sinds het einde van de Koude Oorlog in Europees en NAVO-verband heeft geheroriënteerd tot een interventie- (of expeditie) leger? Vooral de NAVO heeft zich ontpopt tot een oorlogsmachine die weliswaar militaire veldslagen kan winnen, maar geen oorlogen – zoals we duidelijk zien in Afghanistan en Libië. Deze landen zijn verregaand ontwricht en dreigen te desintegreren.

De gevolgen van een harde militaire interventiepolitiek zien we vandaag nogmaals in Irak dat in een complete chaos is verzeild geraakt. De bijna exclusieve harde militaire aanpak heeft zijn failliet meermaals bewezen. Het wordt tijd om daarover eens een grondig debat te hebben en om ons lidmaatschap van dit agressief en ineffectief bondgenootschap in vraag te stellen.

NAVO wil hoger defensiebudget

Dat is nodig, temeer omdat België onder grote NAVO-druk staat om meer te investeren in Defensie en dan vooral op vlak van de aankoop van militair materieel. De NAVO-norm voor het defensiebudget is 2 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Op dit ogenblik geeft België evenwel ‘slechts’ 2,7 miljard euro per jaar uit aan Defensie (zonder de pensioenlasten) wat ongeveer 1 procent van het BBP is. Als we de NAVO willen volgen, dan moet België het defensiebudget verdubbelen. Alles wijst erop dat de defensiebudgetten van de NAVO-landen het centrale thema zullen worden op de komende NAVO-top begin september in Wales.

Waar willen we naartoe met ons leger? Kunnen we veiligheid, stabiliteit, mensenrechten en de ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’ (R2P) niet goedkoper en effectiever organiseren langs niet-militaire weg? Terwijl in het debat over het defensiebudget een aantal stemmen uit politieke, academische en zelfs journalistieke wereld pleiten voor een verhoging van het defensiebudget om ‘onze verantwoordelijkheid’ ten opzichte van onze (NAVO-)partners op ons te kunnen nemen, bedraagt het Belgische budget voor ontwikkelingssamenwerking – waar het echt over R2P gaat – amper de helft van het defensiebudget en vertoont het een dalende trend. De norm waartoe België zich toe heeft geëngageerd is een ontwikkelingsbudget dat 0,7 procent van het BBP bedraagt.

Economische compensaties?

Vanuit de defensie-industrie en het bredere militair industrieel complex (MIC) klinkt het dat we de boot niet mogen missen van de economische compensaties die met zo’n megabestelling van gevechtsvliegtuigen gepaard zouden gaan. Er wordt verwezen naar de vele miljoenen euro’s die de vervanging van de F-16’s ons via compensaties zouden kunnen opleveren. Daar wordt echter veel nonsens over verkocht. Ten eerste vergeet men te zeggen dat de economische compensaties (bestellingen van onderdelen, werkgelegenheid, het ontwikkelen van een industriële sector) van de met overheidsgelden betaalde militaire aankopen, vooral ten goede komen aan het bedrijfsleven – meer bepaald de wapenindustrie en aanverwanten. Ten tweede is het zeer waarschijnlijk dat bij investeringen in pakweg klimaatmaatregelen (isolatie, alternatieve energiebronnen) of sociale woningbouw de economische compensaties veel lucratiever zouden zijn. Ten derde vergeet men dat de marge voor compensaties zeer klein is.

In het huidige debat wordt door voorstanders van de aanschaf van nieuwe gevechtsvliegtuigen graag verwezen naar de economische compensaties die de aankoop van de F-16’s (in de jaren 1970) ons heeft opgeleverd. De twee dossiers zijn echter totaal niet vergelijkbaar. De Belgische industrie was in de aanloop naar de aankoop van de F-16’s bijvoorbeeld betrokken bij het hele ontwikkelingsproces van deze straaljager. Vandaag valt België buiten de ontwikkelingsfases van gelijk welke potentiële vervanger van de F-16 (de F-35, de Typhoon 2, de JAS Gripen, enz.). Dat betekent dat ons land alleen een duur en afgewerkt product kan aankopen. Beweringen en cijfers over economische compensaties komen ook altijd uit de hoek van de militaire industrie.

Er is dus dringend nood aan een onafhankelijke studie die zowel de behoefte, de kostprijs als de economische compensaties van nieuwe gevechtsvliegtuigen onderzoekt en in kaart brengt. Volgens het Vlaams Vredesinsituut zijn er in elk geval heel wat vragen met dit dossier gemoeid die een geïnformeerd maatschappelijk debat noodzakelijk maken.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers