De eurozone en haar schuldenlast

debt-slave-handjob gimp ul
Facebooktwittergoogle_plusmail

De schuldenlast van de eurozone blijft torenhoog. Volgens het rapport van Eurostat van 23.04.2014 bedraagt de openbare schuld in de eurozone (EZ-18) ongeveer negen biljoen euro, met name €8.890.375.000.000,-. De staatsschulden lopen hierdoor op tot 92,6 procent van het bruto binnenlands product van de eurozone; dat is bijna 2 procent meer dan het voorbije jaar, toen bedroeg de gezamenlijke schuld 90,7 procent bnp. De totale staatschuld van alle 28 EU-lidstaten (EU-28) bedraagt 11,4 biljoen euro of 87,1 procent van het bnp.

In 2013 bedroeg de Belgische staatsschuld 104,5% van het bnp, of + 4,71% ten opzichte van 2012. Deze is ondertussen door allerlei ingrepen aangepast zodat we lichtjes onder de 100% komen. Voor het jaar 2012 overschreed België haar opgestelde begroting met 3,9. %. De volgende kandidaat voor de 100% euro-18-schuldenclub is Frankrijk met een staatsschuld van 91%.

eurolanden

In het verdrag van Maastricht wordt geëist dat de schuldgraad van 60% ten opzichte van het bnp niet mag overschreden worden. Op 31.12.2013 kwam de eurozone uit op 92,6% van het bnp, waardoor de norm van Maastricht met 32,6 % overschreden werd. Voor de 28 EU-lidstaten met hun schuldenlast van 87,1% van het bnp, bedraagt de overschrijding 20,1%.

Voor de eurolanden bedraagt de pro capita schuldenlast voor de burgers, van kind tot senior, 27.000 euro. Een vierkoppige familie torst een schuldenlast van meer 100.000 euro.

Het deficit van de euro-18, bedraagt 292,77 miljard euro, per capita 875 euro. Door allerlei manipulaties haalt men zogezegd de 3% norm. Voor het geheel van de 28 EU-lidstaten gaat het om een begrotingsdeficit van 437,32 miljard euro of 862 euro pro capita en wordt de EU norm met 0,3% overschreden.
Ten opzichte van het jaar voor de crisis, 2007, stegen de schulden in de euroruimte met bijna drie biljoen euro (48,3%). Het grootste deel van deze stijging is te wijten aan de bankenredding.

Deze bankenredding heeft diepe wonden geslagen in de financiële en sociale toestand van de EU. Tot 2012 bedroeg de financiële hulp en garantiewaarborgen met belastinggeld van de burgers voor de banken 1.600.000.000.000 euro (1,6 biljoen). De financiële crisis is op zich een gigantische herverdeling van de belastingbetaler naar een minderheid van bankiers en bankaandeelhouders, die in goede tijden van hun gevaarlijke en dubieuze bankoperaties geprofiteerd hebben. De kosten voor de bankenredding bedroegen volgens het IMF voor Ierland 40% van het bnp, voor Griekenland 22%, Spanje ongeveer 8%. De schuldenlast van de periferielanden steeg met reuzenschreden: Griekenland met 175% van het bnp in 2013, in 2007 was het 105%, Italië 133% (104%), Portugal 129% (68%), Ierland 124% (25), Spanje 94% (36).

Ondanks het door de EU opgelegd spaardictaat, konden in het voorbije jaar maar twee van de 18 eurolanden hun schuldenlast een beetje verminderen: Letland en Duitsland. Letland het kleintje van de euro-club zag de schuld dalen met 2%, van 40,8% naar 38,1 % van haar bnp. Het grootste euroland, Duitsland ( 22% van het euro-18 BIP), van 81,0% naar 78,4%. Bij al de andere euro-landen nam het schuldenquota toe, vooral in de periferielanden: Griekenland +17,9 % van het bnp, Italië + 5,6 %, Cyprus + 24,9%, Portugal +4,9%, Spanje + 7,9%en Ierland + 6,3%.

rentelast

Deze ontwikkeling toont duidelijk dat de landen uit de periferie niet in staat zijn om met eigen middelen uit de schuldenput te geraken. Vooral de stijgende rentelast en de verdere staatsuitgaven voor de redding en herstructurering van de banken drukken hen nog dieper in het moeras. De ratingbureaus die de landen-met-veel-schulden zeer hoge rentes toewijzen drukken elke mogelijkheid tot ommekeer de kop in.

Dat is duidelijk merkbaar voor Griekenland. De Griekse regering verkondigde enkele weken geleden dat ze terug het vertrouwen van de internationale financieringsmarkt heeft en dat ze een nieuwe staatslening kon plaatsen aan een interest van 4,75%. Dit alles dankzij de inperking van de staatsuitgaven ten koste van de sociale diensten voor de burgers. Het zogenoemde primaire staatsbudget werd immers ‘geconsolideerd’ : men heeft de rentebetalingen en uitgaven voor het herkapitaliseren van de banken uit de staatsbegroting gehaald. Rekent men deze verstopte interesten van de nationale en internationale schuldeisers bij de pas opgestelde begroting, dan stijgt de staatsschuld van Griekenland met 18% en komt het land tot een schuldenberg van 319 miljard euro, een bedrag dat Griekenland onmogelijk kan aflossen.

Dat kunnen we dat ook vaststellen in de andere periferielanden. De rentelast wordt voor hen alsmaar moeilijker te dragen en de schulden zijn onbetaalbaar. Het draconische spaardictaat van de troïka wurgt iedere groei en werkt in verbinding met de hoge renteaflossing deze landen dus nog dieper in het schuldenmoeras.

Bij een schuldenquota van 130 procent en een gemiddelde rente van 5 procent, moet 6,5% van het bnp alleen al betaald worden voor de rente op de uitstaande staatsschuld. Hierbij heeft de nationale overheid van het land dan nog geen euro betaald voor de aflossing van de schuld zelf. Voor Griekenland met een schuldenquota van 175 procent, bedraagt het aandeel voor de betaling van de schuldenlast 10 procent van het bnp. De rentekosten vreten steeds meer de nieuw tot stand gebrachte waarde op.

Armoede

Volgens de Europese armoede-indicator leven in de EU ongeveer 20 miljoen burgers, 11%, in armoede. Dat is 1 op 7 berekend op basis van hun inkomen: een huishouden dat niet beschikt over een inkomen van 12.000 euro per jaar of 1.000 euro per maand; of voor een gezin van twee volwassen en twee kinderen over een inkomen van 2.100 euro per maand.

In 2013 liep in België 15,3 % van de bevolking of 1,650 miljoen burgers het gevaar in armoede terecht te komen. De armoedestatistieken van de EU-lidstaten laten geen verandering zien voor de gevolgen van de financiële crisis en het hieraan gekoppelde soberheidsbeleid in de door hen gehanteerde criteria. Hiermede willen ze de dramatische gevolgen verdoezelen.

Bij deze benarde financiële situatie van de EU moeten we ons de vraag stellen, uit welke kas zal het geld komen voor de toegezegde miljardenhulp aan Kiev.