Europese verkiezingen: moet dat nu?

Eurpees Links foto
Facebooktwittergoogle_plusmail

Wie de verkiezingscampagne een beetje volgt krijgt al gauw de indruk dat in dit land alles draait rond woonbonus en leefloon. Niets is minder waar. Niet alleen is in Vlaanderen en in België de electorale strijd, onderhuids, gefocust op een oude en nog steeds relevante ideologische tegenstelling, bovendien staat er erg veel op het spel met de Europese verkiezingen.

Onvoorstelbaar toch dat de Vlaamse partijen een strijd voeren rond besparingen? Uiteraard zit er achter dit rekenwerk (http://www.standaard.be/rekening14) een links-rechts tegenstelling en het is wel positief dat dit nu duidelijk wordt. Want ook besparingen geven een beeld van het soort maatschappij en het soort staat dat de partijen nastreven.

Maar hoe zit het met de Europese Unie? Op dit vlak zijn de verschillen tussen de Vlaamse partijen veel moeilijker te vatten, behalve voor de uitersten van PVDA en Vlaams Belang. De PVDA laat het achterste van de tong niet zien, maar met voorstellen om zowel het Verdrag van Lissabon, het Begrotingsverdrag, het EuroPlus Pakt, het Europese semester en de sixpack te annuleren, kan het niet anders of de euro moet er aan geloven. Uit andere voorstellen kan men afleiden dat ook de interne markt geen lang leven kan beschoren zijn. Met deze voorstellen volgt de PVDA het voorbeeld van de eurosceptische Nederlandse SP, voor wie democratie over de landsgrenzen gewoon onmogelijk is.

Het Europees Parlement vandaag

Het EP (Europees Parlement) is ontstaan met de EGKS (Europese gemeenschap voor Kolen en Staal) in 1951 en met de Europese Economische Gemeenschap (1958). Tot 1979 werden de leden ervan aangeduid door de nationale parlementen. Sinds 1979 wordt het rechtstreeks verkozen.

Ook de bevoegdheden werden gestaag uitgebreid en vandaag kan er geen wetgeving worden goedgekeurd zonder het akkoord van het EP. De andere tak van de wetgevende macht zit echter bij de Raad van de Europese Unie (ministers uit de nationale regeringen), waar de procedures minder transparant zijn en de macht een pak groter. Het initiatiefrecht voor de wetgeving ligt uitsluitend bij de Europese Commissie die onder het tienjarig voorzitterschap van de Portugees Barroso is verworden tot een soort secretariaat van de Europese Raad. De Europese Commissie is een uitvoerend orgaan dat enkel kan handelen binnen het mandaat van de Verdragen en dat de richtlijnen van de Raad dient op te volgen.

Waarom zijn deze Europese verkiezingen belangrijk? Niet alleen omdat een groot gedeelte van onze wetgeving in de EU ontstaat, maar vooral omdat problemen in een gemondialiseerde wereld niet langer op nationaal vlak kunnen opgelost worden. Een goed voorbeeld zijn de loonkosten: we kunnen die laten dalen, maar als onze buurlanden dat ook doen, zitten we al gauw in een race to the bottom. Of denk aan belastingen: als landen met elkaar gaan concurreren om bedrijven aan te trekken komt het nulniveau zeer snel in zicht. Europese samenwerking is dus gewoon broodnodig.

Niet iedereen schijnt dat te beseffen, en dat is zeer mild geoordeeld. Sinds 1979 is de participatie aan deze verkiezingen voortdurend gedaald. In 1979 ging 61,99 % van de kiezers effectief naar de stembus, in 2009 was dat nog nauwelijks 43 %. Sinds 1999 is het minder dan de helft van de kiezers. Dieptepunten in 2009 waren een aantal Centraaleuropese landen: Slovakije met 19,64 %, Litouwen met 20,98 % en het erg Europees gezinde Polen met 24,53 %! In de grote Europese landen was het resultaat ook bijzonder triest: Verenigd Koninkrijk 34,7 %, Frankrijk 40,63 %, Duitsland 43,7 %. Nederland haalde nauwelijks 36,75 %.

De leden van het EP (766) zetelen niet in nationale delegaties maar in politieke fracties. De grootste fractie is die van de christen-democraten (EPP) met 274 leden, gevolgd door de sociaal-democraten (S&D) met 196 leden. De liberalen (ALDE) hebben 83 leden, de Groenen 57 en radicaal links (GUE) 35. Er zijn nog twee andere fracties: de Britse conservatieven (ECR) die samen met enkele verkozenen uit o.m. Polen, Italië en een Nederlands lid van de Christen Unie samen zetelen; de eurosceptische EFD verenigt o.m. de leden van het Britse UKIP, het Italiaanse Lega Nord, de Vlaming Frank Van Hecke van het Vlaams Belang en een Nederlander van de christelijke SGP. Leden van uiterst rechts zijn ‘niet-ingeschreven’, zij hebben geen fractie. Hierbij horen o.m. twee leden van het Vlaams Belang en het Franse Front national.

België heeft in de drie grote fracties telkens vijf leden, 4 leden bij de Groenen (waaronder één NVA-lid in de subfractie van de regionale partijen, destijds opgericht door de Volksunie), 2 Vlaamsbelangers bij de niet-ingeschrevenen en één bij EFD.

Met elke verkiezing treden er verschuivingen op, komen er nieuwe fracties bij of verdwijnen er andere. De Britse conservatieven b.v. zaten lang bij de christen-democraten, maar besloten uiteindelijk hun eigen weg te gaan. Vandaag is er discussie over de aanwezigheid van de ‘Forza Italia’ (Berlusconi) aanhang bij de EPP; de vraag of ze uit die fractie worden verwijderd is echter onzeker, want de christen-democraten en de sociaal-democraten voeren een strijd om de meerderheid in het Parlement en het zou een nek-aan-nek race kunnen worden.

Het aantal leden van het EP wordt met deze verkiezing ook terug gebracht tot 751, zoals bepaald in het verdrag van Lissabon. Voor België betekent dit een verlies van één zetel, en zal er worden gestemd voor 12 Nederlandstalige leden, 8 Franstalige leden, en één Duitstalige.
Van 1979 tot 1999 was de sociaal-democratische fractie in het EP de grootste. Zo’n meerderheid betekent echter niet veel omdat wetgeving die in eerste lezing niet is goedgekeurd, in tweede lezing met een absolute meerderheid moet worden aangenomen. Compromissen zijn dus altijd noodzakelijk en zelfs samen met radicaal links en de groenen lagen die nooit voor de hand. Vandaar dat altijd met christen-democraten en liberalen werd samengewerkt, met alle wishy-washy gevolgen vandien.

Wat wordt het de komende vijf jaar?

Deze verkiezingen kunnen een aardschok teweegbrengen. Het soberheidsbeleid van de afgelopen jaren heeft diepe wonden geslagen en het is nog steeds niet de linkerzijde die daar garen bij spint. De afkeer van dit Europa wordt elke dag groter en het staat vast dat de eurosceptische partijen een flinke slag zullen thuis halen.

Het Britse UKIP van stokebrand Nigel Farage kan in het VK de grootste overwinnaar worden, net als het Franse Front national van Marine Le Pen in Frankrijk. De Lega Nord in Italië kan door interne schandalen stemmen verliezen, maar Beppe Grillo zal het goed doen. Alternative fuer Deutschland kan zetels halen. De Nederlandse PVV van Geert Wilders, de Oostenrijkse FPÖ en het Hongaarse Jobbik maken hun opwachting. Volgens PollWatch kunnen de uiterst rechtse en de eurosceptische partijen samen 138 stemmen halen! Die zullen zeker niet in één fractie zetelen, maar we weten wel dat een akkoord mogelijk is tussen de PVV van Wilders, het FN van Marine Le Pen, het Vlaams Belang, de Oostenrijkse FPÖ en de Lega Nord. Dat is nog niet voldoende, want een fractie heeft minstens 25 leden uit 7 verschillende landen nodig.

De Europese leiders maken zich wel zorgen om dit succes van het rechts populisme, maar liggen er ook niet wakker van. De Europese leiders hebben de afgelopen jaren erg veel macht naar zich toe getrokken, in het nadeel van de Europese Commissie en met volledige veronachtzaming van het EP. Zij vinden het verlies van legitimiteit voor dit enige verkozen en politieke orgaan van de EU niet zo erg. Het is des te meer macht voor hen. Wat dit betekent voor de democratie is duidelijk.

Er is nog een ander probleem met een sterk eurosceptisch rechts. Als er geen akkoord is met de Raad moet wetgeving, zoals reeds gezegd, in tweede lezing met een absolute meerderheid worden aangenomen. Het zou wel eens kunnen dat de twee grote fracties, met het absenteïsme dat het EP kenmerkt, daar nauwelijks genoeg stemmen voor hebben, zodat de besluitvorming ernstig in het gedrang kan komen en de onderhandelingen in elk geval veel moeilijker worden.

Hoe zit het aan de linkerzijde? De groep van GUE (Verenigd Europees Links en Noords Groen Links) zal groter worden. Volgens PollWatch groeit de fractie van 35 naar 49 leden. Spectaculair is dat niet. Volgens de peilingen komt de stijging van het Griekse Syriza en het Spaanse Izquierda Unida. De Nederlandse SP zou van 2 naar 3 zetels klimmen en de PVDA zou één zetel halen. Italië zou met de lijst ‘Voor een ander Europa met Tsipras’ de groep kunnen versterken.

Feit is echter dat deze fractie intern ook sterk is verdeeld tussen eurosceptici en anderen die wel binnen de instellingen willen werken en de politieke richting willen bijsturen. Met een kleine, verdeelde fractie wordt dit echter wel erg moeilijk, zeg maar onmogelijk. Dat de linkerzijde deze ambiguïteit de afgelopen jaren niet heeft kunnen wegwerken is dramatisch.

En dan?

Wat staat er nu meteen op het spel, onmiddellijk na de verkiezingen?
Het eerste en belangrijke punt is de verkiezing van de voorzitter van de Europese Commissie. Volgens het Verdrag van Lissabon zal de Europese Raad ’rekening houden’ met de uitslag van de verkiezingen om een voorstel te formuleren dat dan door het EP moet goedgekeurd worden. Vandaar dat de grote fracties elk een kandidaat commissievoorzitter hebben aangeduid. De christen-democraten kozen de Luxemburger Jean-Claude Juncker, de sociaal-democraten de Duitser Martin Schultz, de liberalen Guy Verhofstadt, de Groenen José Bové en de Duitse Ska Keller en links de Griek Alexis Tsipras van Syriza. De vraag is nu of de Europese Raad het zal aandurven niet voor de kandidaat van de winnende partij te kiezen. Volgens Herman Van Rompuy dus wel. Volgens de peilingen zijn de christen-democraten aan de winnende hand, en Juncker zei ‘garanties’ te hebben gekregen van Bondskanselier Merkel. De vraag is echter of Merkel ook garanties heeft gekregen van Juncker? Geweten is dat de Europese Raad helemaal niet is opgezet met deze politisering en democratisering van de verkiezingen en vooral van het VK mag heel wat tegenstand worden verwacht. Zij houden liever alles achter gesloten deuren. De Europese Raad zal meteen na de verkiezingen informeel bijeenkomen voor een eerste overleg.

Naast de cruciale functie van de Commissievoorzitter komt er nog een hele stoelendans op gang. Het EP zelf moet een voorzitter verkiezen, Herman Van Rompuy moet als voorzitter van de Europese Raad worden vervangen, Catherine Ashton zal niet worden betreurd als Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Het zijn erg moeilijke evenwichten die moeten nagestreefd worden, tussen politieke fracties, nationaliteiten en gender. En de raad, zo weten we, wil liefst volgzame figuren in al die functies.

Besluit

De afgelopen maanden zijn tal van nieuwe initiatieven opgedoken om de Europese instellingen te verbeteren en/of om een ander beleid mogelijk te maken. Dat is uiteraard positief, maar ze komen schromelijk laat en maken op dit ogenblik weinig kans op slagen.
Vanuit politiek en progressief oogpunt kan men niet anders dan besluiten dat er meer Europese samenwerking nodig is, maar het woord integratie, laat staan federalisering, mag al bijna niet meer worden gebruikt. Zelfs sommige linkse partijen denken dat een inter-goevernementeel Europa het maximum is wat mogelijk en aanvaardbaar is. Dat in zo’n Europa het machtsonevenwicht tussen Lidstaten ten volle zou spelen en geen eind zou kunnen maken aan de onderlinge concurrentie, wordt wijselijk vergeten. Dat een Europese munt ook bescherming biedt tegen speculatie en devaluatie en daarom ook gemeenschappelijke begrotingsregels nodig heeft, mag niet worden gezegd.

Er kan geen twijfel over bestaan dat het huidige beleid met de maatregelen voor ‘economic governance’ die zijn genomen volledig de verkeerde richting uitgaan. Maar een of andere vorm van economisch bestuur is wel nodig en begrotingsregels eveneens. Het is daarom erg betreurenswaardig dat Tsipras de enige is die een zeker alternatief te bieden heeft, maar in de Belgische media moeten we daar het eerste woord nog over lezen.

De linkerzijde staat nog voor een erg moeilijke opdracht, want een progressief Europa zit er niet meteen in. Radicaal links heeft de ambiguïteit niet weten weg te werken. Men pleit nog steeds voor een ‘ander’, ‘democratisch’ en ‘sociaal’ Europa zonder te kunnen zeggen wat dit concreet betekent. De ‘Alter Summit’, de sociale bewegingen die zich in het kielzog van radicaal links hebben verenigd, bestaat hoofdzakelijk uit eurosceptische groepen en geraakt evenmin verder. Een ‘tribunaal’ tegen het beleid van de trojka is niet bepaald echt mobiliserend om mensen naar de stembus te lokken. Huilen met de pet op, hoe goed het analytische werk van sommige bewegingen ook is. Hoewel de sociale bewegingen de afgelopen vijf jaar een enorme sprong vooruit hebben gemaakt en Europees beleid nu wel op hun agenda staat, blijft het voorlopig allemaal beperkt tot een afwijzing. De hele moeilijke oefening heeft tot geen enkel constructief voorstel voor de verkiezingen geleid.

Noch voor de linkerzijde, noch voor de mainstream partijen ziet het er dus naar uit dat 25 mei een vrolijke dag wordt om naar uit te kijken. De kans is groot dat dit de eerste ‘zwarte zondag’ van de EU wordt. En dan? Dat blijft de grote vraag. Wat wordt de toekomst? Een grote vrijhandelsmarkt zoals de Britten dat altijd hebben gewild? Nog verbeterd door een vrijhandelsakkoord met de VS? Of een langzame verrotting door rechts? Het zijn twee realistische mogelijkheden die allebei grote risico’s met zich brengen. De EU is vandaag niet meer wat ze twintig jaar geleden was. De toekomstkansen zijn onzeker, maar het zou duidelijk moeten zijn dat we vandaag meer dan ooit, vanuit economisch, sociaal en politiek oogpunt wel degelijk een supranationale aanpak nodig hebben. Twee dingen weten we zeker: Oekraïne is slechts het begin van een grote geopolitieke verschuiving waarin de EU haar plaats nog niet gevonden heeft. En het ‘Europese sociale model’, onze verzorgingsstaten, ligt op apegapen. Met alleen een interne markt komen we er niet.

Tenslotte nog dit. Toen Jacques Delors eind van de jaren ’80 de hele beweging voor de interne markt en ‘1992’ op gang had gebracht, leidde dat tot een grootschalige deregulering van de economie,en later van de arbeidsmarkt. Toen dat gebeurd was en de Commissie meer macht had verworven, trok de Europese Raad de deur weer dicht. De Commissie werd verguisd en verzwakt en van enige re-regulering kwam weinig in huis.

Vandaag gebeurt hetzelfde met de democratie. De Europese Raad heeft de afgelopen jaren heel veel bevoegdheden doorgespeeld aan de Europese Commissie, zonder rekening te houden met het democratisch verkozen EP. Nu, in het licht van deze wellicht zwarte verkiezingen, zegt de Raad opnieuw ‘stop’. De legitimiteit van deze verkiezingen wordt al van te voren in twijfel getrokken en er gaan stemmen op om alles weer toe te spitsen op de nationale parlementen, of zeg maar, het beleid te hernationaliseren.

Soms vraag ik me af: weet eurosceptisch links dit wel? Beseft men dat uit precies hetzelfde vaatje wordt getapt als dat van de liberalen? Je wordt er triest van.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.