Wat Benin ons leert over de fundamentalistische terreur in West-Afrika

boko-HARAM
Facebooktwittergoogle_plusmail

De religieuze vrede en eenheid tussen moslims en christenen in Benin biedt de beste garantie om te beseffen dat het Boko Haram conflict in het noorden van Nigeria een politiek/religieuze machtsstrijd is, die enkel om Nigeriaanse oplossingen vraagt. De door het Westen aangeboden hulp in het zoektocht naar de ontvoerde schoolmeisjes van Chibok ruikt dan ook naar een mogelijke militaire interventie. Een verplaatsing van het centrum van de globale oorlog tegen terreur naar Nigeria dreigt hierdoor ook dit deel van de West-Afrikaanse regio mee te sleuren in een draaikolk van haat en terreur.

Er kunnen grote vraagtekens worden geplaatst bij de door het Westen (en China) aangeboden hulp in de zoektocht naar de ontvoerde schoolmeisjes in het hoge noordoosten van Nigeria. De aangeboden hulp lijkt immers opnieuw een pretext te zijn voor een westerse militaire interventie in functie van de globale oorlog tegen terreur. Leggen de recente gebeurtenissen in Nigeria niet soms ook de eerste krijtlijnen van een westerse politiek van chaos in de savanne van Noord-Nigeria bloot?

Aan de vooravond van het economisch wereldforum in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja worden er twee bomaanslagen gepleegd. Kort daarop blijkt Boko Haram in Chibok meer dan 200 schoolmeisjes te hebben ontvoerd. Hierop volgen overal ter wereld protestacties met de ondertussen wereldbekende hashtag “bring back our girls”. Nochtans zorgde het militaire offensief en president Jonathans beleid van de noodtoestand in drie noordoostelijke deelstaten Borno, Yobe en Adamawa voor een aanzienlijke vermindering van het geweld in andere delen van het Noorden – Het conflict werd teruggedrongen tot het eigenlijke territorium van Boko Haram in deze noordoostelijke deelstaten. En dan plots nieuwe aanslagen, terwijl de laatste bomaanslag in Abuja op de VN gebouwen dateert van augustus 2011.

Wordt Nigeria hierdoor niet soms opgevorderd tot een nieuw strijdtoneel van de globale oorlog tegen terreur? Zijn de Westerse mogendheden of scherper gesteld, is de transnationale oligarchie die overal ter wereld de neoliberale metafysica uitdraagt nog wel het beste geplaatst om nu ook de strijd aan te gaan met Boko Haram in Nigeria? Is de globale oorlog tegen terreur niet soms verworden tot een pijnlijke aaneenschakeling van mislukkingen?

Hier volgt een kort opsomming van de aangeboden hulp. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, John Kerry heeft laten weten een interdisciplinair militair team naar Nigeria te sturen. David Cameron, de premier van het Verenigd Koninkrijk heeft president Jonathan op het hart gedrukt dat ze klaar staan om Nigeria te helpen waar nodig. De Chinese premier Li Keqiang wil haar inlichtingendiensten en satellietinstallaties ter beschikking stellen. De Franse president François Hollande ziet het zelfs nog groter en wil in Parijs een summit organiseren rond veiligheid in de West-Afrikaanse regio. Hij nodigt hierbij ook de buurlanden van Nigeria zoals Benin, Kameroon, Tsjaad en Niger uit. De eerste minister van Israël, Benjamin Netanyahu staat eveneens klaar om hulp te bieden in het zoeken van de ontvoerde meisjes en het bestrijden van de gruwelijke terreur.

 

Proxy interventie

Volgens professor Bruno J. Cordier, die verbonden is aan de vakgroep Conflict- en Ontwikkelingsstudies van de Universiteit Gent blijft deze aangeboden hulp vooralsnog beperkt tot wat hij een proxy interventie noemt. In plaats van een rechtstreekse interventie opteren de westerse mogendheden voorlopig voor het aangaan van samenwerkingsverbanden met lokale actoren. Dat kan gaan van het opleiden en adviseren van de lokale politie en strijdkrachten, undercoveracties, het steunen van lokale milities, de inzet van huurlingen tot steun aan een gestuurd middenveld. De politisering van de bring back our girls protesten is hiervan alvast een duidelijk voorbeeld. Desondanks het spontane karakter van deze protesten worden ze in Nigeria politiek gecoördineerd door de recent opgerichte APC coalitie van de belangrijkste oppositiepartijen. Dit verklaart ook waarom de First Lady van Nigeria, Patience Goodluck ternauwernood de opdracht gaf om de leiders van de eerste protesten te laten arresteren. Sindsdien proberen de politiemachten in sommige grootsteden zoals in Abuja of in Kaduna ook nieuwe protestmarsen te onderdrukken.

In een televisie-interview met Sahara reporters (een populair nieuwsmedium van Nigeriaanse burgerjournalisten) vertelde de oprichter en politiek activist Omoyele Sowore ook dat de Amerikanen al aanwezig zijn. Op zich is dat niet verwonderlijk, want de Amerikaanse inlichtingendiensten volgen het Boko Haram conflict al op sinds de brutale veiligheidsoperatie van de Nigeriaanse regering eind juli 2009. Volgens een uitgelekt document, dat kan geraadpleegd worden op de website van Wikileaks waarschuwde de Amerikaanse inlichtingendiensten toen voor een nakende gewapende opstand van de moslimbeweging rond de geestelijke figuur van Mohammed Yusuf. Tijdens deze onlusten kwamen er toen een 3000tal vermeende moslimmilitanten om het leven.

 

Van Michelle Obama tot Abubakar Shekau

De onverwachte internationale solidariteitsacties zijn ook een opmerkelijke evolutie in de politisering van het ontvoeringsdrama. Het is natuurlijk een gemeenplaats dat kinderen symbool staan voor onschuld en kwetsbaarheid. Maar de recuperatie van de bring back our girls hashtag door figuren als Michelle Obama (VS), David Cameron (UK) en Angelina Jolie (VN) wijzen toch ook in de richting van het kneden van de publieke opinie: we worden klaargestoomd om een mogelijke humanitaire interventie aangestuurd door onze westerse leiders te zien als de enige rechtvaardige oplossing om de veilige terugkeer van de schoolmeisjes te bespoedigen en het conflict te beëindigen.

Het ontvoeringsdrama is echter niet meer dan een nieuw dieptepunt in het aanslepende Boko Haram conflict. We mogen namelijk niet uit het oog verliezen dat de plaatselijke bevolking in de noordoostelijke deelstaten de ondraaglijke last van de terreur al sinds die fatale opstand van 2009 op haar schouders draagt. Als de cijfers van het Amerikaanse Council on Foreign Relations kloppen, dan kwamen er alleen al in de noordoostelijke deelstaat Borno tussen 29 mei 2011 en 31 maart 2014 nog eens 10262 mensen om het leven in geweld gerelateerd aan de brutale wederopstanding van Boko Haram. Tienduizenden mensen sloegen in deze noordoostelijke regio ook op de vlucht voor de aanhoudende terreur. Waarom protesteert men in het Westen dus niet voor een veilige terugkeer van de ontheemden of waarom voert men geen Recht op onderwijs-campagne voor de miljoenen straatkinderen in het Noorden van Nigeria?

Het is zelfs nog maar de vraag of de op touw gezette reddingsactie enige kans van slagen heeft, laat staan dat het Boko Haram conflict door buitenlandse steun plotsklaps kan beëindigd worden. Als Abubakar Shekau, de leider van Boko Haram in een van zijn laatste videoboodschappen stelt dat er na zijn dood nog meer schrikwekkende leiders zijn plaats zullen innemen, dan kan je hem beter ernstig nemen. Als er echt een militaire interventie komt, dan tekenen de westerse mogendheden opnieuw voor een uitzichtloze strijd tegen de terreur. Meer nog: ze krijgen dan ook te maken met andere fundamentalistische bewegingen die naar de wapens zullen grijpen om de soevereiniteit van de noordelijke regio’s met man en macht te verdedigen tegen buitenlandse inmenging.

Als we naar de huidige toestand kijken waarin de war on terror zich bevindt, kan men met moeite spreken over daadwerkelijke overwinningen. Paradoxaal genoeg heeft de Amerikaanse oorlog tegen de terreur enkel maar de terreur versterkt. De schaamteloze militaire interventie in Libië leidde tot een versterking van de zogenaamde terreurnetwerken in de Sahel regio doordat ze toegang kregen tot het vrijgekomen wapenarsenaal. Onder het leiderschap van Mohammed Yusuf bond de beweging de strijd aan met plaatselijke overheden en politiediensten nog met stenen, machetes, pijl en boog en oude geweren. Maar na de opstand van 2009 evolueerde die strijd wel tot het plegen van zware bomaanslagen zoals op de zetel van de Verenigde Naties in hoofdstad Abuja. Tijdens slachtpartijen vallen er soms honderden doden en dorpen worden soms bijna met de grond gelijkmaakt. Alles wijst erop dat de militanten van Shekau gesteund worden door het internationale jihadisme.

Maar in de eerste plaats blijft het Boko Haram conflict wel een politiek/religieuze machtsstrijd in Nigeria, die vraagt om een politieke oplossing. Enkel de Nigeriaanse leiders, politieke partijen en middenveldorganisaties kunnen dit probleem oplossen. Dit kan geïllustreerd worden door een vergelijking te maken met buurland Benin dat tot nu toe gespaard is gebleven van de fundamentalistische moslimterreur.

 

Benin als voorbeeld van religieuze vrede

In algemene zin kan de bekende opdeling van een christelijk zuiden en islamitisch noorden ook toegepast worden op Benin. Aan de ene kant wordt de religieuze beleving van christenen sterk bepaald door de fundamentalistische pinksterkerken en in belangrijke mate ook door de katholieke kerk (wat minder het geval is in Nigeria). Aan de andere kant wordt de religieuze beleving van moslims er net zoals in het Noorden van Nigeria sterk bepaald door het wahabitisch puritanisme. Politiek gezien speelt het regionalisme ook een rol in de Beninse machtspolitiek. Er spelen ook onderhuidse frustraties mee tussen het noorden en zuiden die teruggaan tot het tijdperk van de slavernij en het kolonialisme. Maar anders dan Nigeria is Benin allerminst een dramatisch schouwtoneel van gewelddadige politieke conflicten met religieuze dan wel etnische dimensies. In tegenstelling tot Nigeria zijn er geen bekende gevallen van electorale slachtpartijen, etnische zuiveringen of van fundamentalistische terreurbewegingen die kerken of moskees in brand steken, laat staan dat er sprake is van ontvoeringen. Kortom in Benin leven moslims en christenen in vrede en eenheid. Hoe kan dit dan verklaard worden?

Het antwoord daarop is heel eenvoudig: Benin kent een sterke cultuur van dialoog en openheid en die wordt ook nooit op een helling geplaatst door deelname van religieuze leiders aan het politieke debat. Sterker zelfs: tijdens het recente debat over de grondwetswijziging gaven moslimleiders te kennen zich niet te willen mengen in dat politiek debat. Natuurlijk steekt Nigeria veel complexer in elkaar dan het kleine Benin, nochtans doet dat geen afbreuk aan haar opvallende voorbeeldfunctie van religieuze vrede. Niet alleen Benin, maar evengoed andere landen zoals Togo en Ghana vervullen een gelijkaardige voorbeeldfunctie in de West-Afrikaanse regio. Nigeria kan hieruit dus lessen trekken voor de toekomst, maar evengoed het Westen met haar kenmerkende moeizame verhouding tot diversiteit en religie kan hieruit leren.

Indien een militaire interventie in Nigeria in de geesten van westerse machthebbers een onafwendbaar scenario wordt, dan is kans wel reëel dat ze de West-Afrikaanse regio in een draaikolk van haat en terreur mee zullen sleuren. Het Noorden van Nigeria zal ten onder gaan aan splinteroorlogen. De westerse mogendheden zullen hun machtsgreep op de petroleumeconomie en andere groei-economieën in het Zuiden kunnen versterken. Mogelijkerwijs kunnen de dingen hierdoor ook in het vreedzame Benin op dramatische wijze keren. De groeiende haat voor het Westen komt nu al tot uitdrukking in allerhande samenzweringstheorieën die het Westen opvoeren als de hoofdschuldige van de terreur in de Sahel. Bovendien dient men ook rekening te houden met de onvoorspelbare, maar explosieve cocktail van armoede, snelle bevolkingsgroei, werkloosheid en zeker ook het gewonde geheugen. Het recente onderzoek van econoom Sendhil Mullainathan en psycholoog Eldar Shafir toont op overtuigende wijze aan dat schaarste ons denkvermogen beperkt. Het lijkt dan ook helemaal niet uitgesloten dat dit ook verstrekkende gevolgen kan hebben bij een militaire interventie in landen waarmee miljoenen mannen en vrouwen hoe dan ook niet zijn gebaat. Hoe triestig ziet onze westerse wereld er tenslotte vandaag ook niet uit als de internationale solidariteit van nietsvermoedende vaders en moeders eigenlijk wordt opgevoerd in de snode plannen van de westerse oligarchie om hun machtsgreep op de grootste economie van het Afrikaanse continent te versterken met iets meer dan heldhaftige reddingsoperaties?