Eilanden van agro-ecologie met elkaar verbinden

Facebooktwittergoogle_plusmail

Luc Vankrunkelsven (*) reist geregeld door Brazilië en houdt daarover een blog bij met een focus op de mooie en minder mooie kanten van de landbouw. Binnenkort verschijnt van hem het boek ‘Voeding Verknipt’. Hierna de indrukken van zijn jongste reis.

Ik zit in São Paulo, aan de ‘Praça da República’, in afwachting van een vliegtuig naar Europa. Een terugblik op vijf weken rondtrekken van universiteit naar universiteit, van landbouwschool naar landbouwschool, van sociale beweging naar sociale beweging … dringt zich op. Dit is de 21ste keer dat ik de oversteek naar dit land maakte. Lonen al die inspanningen, de onuitstaanbare pijn in de linkervoet (jicht! Gota!), de meer dan 11.000 km. rondhotsen in dit subcontinent?

Van Pelotas in het uiterste Zuiden naar Porto Velho in het Noord-Westen.

Naar Rondônia/Porto Velho trekken, is diep adem halen, want je trekt naar de periferie van de periferie. Wat een orgelpunt moest worden, werd een bijeenkomst in mineur: kleine opkomst in de UNIR, Universiteit van Rondônia, een deelstaat die hoe langer hoe meer gedomineerd wordt door de grootschalige, alles vernietigende export-landbouw. Zaaien dus en hopen dat er toch ooit iets vernieuwends uitkomt. We rijden langs de controversiële stuwdam ‘San Antonio’ (alweer een heilige voor een monsterachtige onderneming). De stad en vooral de ribeirinhos/de rivierbewoners staan al weken onder water. De stuwdammen zouden het overstromingseffect nog verhevigd hebben. In ieder geval is nu eindelijk een debat losgebarsten rond zin en onzin van zo’n megaprojecten. Zelfs deze hidrelêtricos op de voormalige watervallen zijn innig verbonden met de soja-opmars. Er waren te veel watervallen, opdat de sojaboten de Rio Madeira zouden kunnen gebruiken. Welnu, een vaargeul met sluizen zit in de plannen ingebouwd, zodat de boten op termijn de hoogteverschillen zouden kunnen overbruggen. Zo kan de soja vlugger en nóg goedkoper in Europa, China en Japan geraken.

De stuwdammen moesten er kost wat kost komen, ondanks de negatieve milieu-effectenstudies. President Dilma Rousseff duwde zelf de projecten over de nagetieve evaluaties heen. Over het algemeen is het methaaneffect voor de opwarming van de aarde weinig bestudeerd. Niet alleen heeft een methaan-uitstotend-rund een even groot opwarmingspotentieel als een kleine auto, ook deze San Antônio stoot vanuit verborgen krochten massa’s methaan uit. Niemand minder dan de klimaatspecialist Philip Fearnside openbaarde hoe de bouwheren te keer gingen. Woud werd geveld, het beste hout werd verkocht. De takken en bladeren werden gewoon in putten in het stuwmeer gedumpt. Deze gisten nu en wekken methaan op, 23 keer straffer dan CO2.

 

Agricultura Familiar

Deze tournee en het boek werden ingeschakeld in het ‘Internationaal jaar van de familiale landbouw’. Waar probeert de Braziliaanse familiale landbouw vooral te overleven? Deze boerenlandbouw is het sterkst in Zuid-Brazilië (Rio Grande do Sul, Santa Catarina, Paraná en – zij het in heel andere vormen – het Noord-Oosten; Bahia en andere deelstaten.)

Gestimuleerd door de ontwikkelingspolitiek van de civiel-militaire dictatuur verkochten veel gezinsboeren uit het Zuiden in de jaren ‘è0-’80 hun lap grond en trokken hogerop, via Mato Grosso du Sul, Mato Grosso, naar vooral Rondônia, maar ook tot Acre.(1) Voor hetzelfde geld konden ze hogerop veel meer goedkopere grond kopen. De laatste jaren voltrekt dit proces zich opnieuw: de soja-opmars in Zuid-Rondônia en de hoge sojagrondprijs doet gezinsboeren hun grond aan grote sojabedrijven verkopen. Ze trekken weer hogerop. Bijvoorbeeld in natuurgebieden en reservaten van de índios rond Porto Velho, beginnen ze ongecontroleerd te ontbossen. Zowel grote fazendeiros als kleine boeren ontpoppen er zich als ‘grileiros’ (zij die grond van de deelstaat of federale staat inpikken, ontbossen en bewerken). Niet zelden worden de kleinen dan nog eens opgejaagd door de groten. Letterlijk de ‘Farwest’. In 2012 piekte Rondônia met het hoogste aantal moorden op het platteland en doodsbedreigingen tegen hen die zich tegen de pletwals van de (internationale) agrobusiness verzetten.

 

Context agro-ecologie

Het eerste decennium van de 21ste eeuw kan geïndentificeerd worden als een periode waarin het Braziliaanse kapitalisme zich herpositioneerde. (2) Volgens Victor Pelaez “nam tussen 2001 en 2010 de landbouwproductie van de acht bijzonderste commodities, die veel landbouwgif gebruiken, toe met 97%, het ingezaaide areaal breidde met 30 % uit en de verkoop van agrotóxicos expoldeerde tot 200 %”. Deze gegevens openbaren dat er meer gif per hectare wordt gebruikt dan voorheen. De snelle doorbraak van de genetisch gemanipuleerde soja en maïs zijn daar niet vreemd aan.

Het is opvallend dat in deze vergiftigde context tal van agroecologie-cellen en dito-opleidingen ontstaan. Tijdens deze reis trok ik van het ene eiland naar het andere: Rio de Janeiro, Rio Pomba, Lavras, Araras, Sorocaba, Pelotas, Matinhos, Chapecó, Curitiba, Brasília, Goiânia, Cuiabá, Porto Velho. Sommige eilanden ontstaan midden in een gifzee van de dominante exportlandbouw.

Vreemd is nu dat ik als gringo op den duur meer zicht krijg op deze hoopgevende eilanden dan de Brazilanen zelf. Het wordt tijd dat de overheid middelen voorziet opdat bewoners van deze eilanden elkaar zouden kunnen ontmoeten. Ze kunnen veel van elkaar leren, al is het maar om de hoop te bewaren in deze hopeloos, vergiftigde situatie.

Gelukkig ondersteunt de regering niet alleen het monocultuurmodel van de groten. In oktober 2013 lanceerde president Dilma een veelbelovend plan: PLANAPO (Plano Nacional de Agroecologia e Produção Orgânica/Nationaal Plan voor Agroecologie en Organische Productie). Het officiële plan is een grote overwinning voor de sociale bewegingen, die er jarenlang om streden.

Laat de vele eilanden zich nu in netwerk verbinden en de druk op de overheden opvoeren, opdat de ‘landbouw van het leven’ meer zou ondersteund worden dan wel de ‘landbouw van de dood’.

 

Luc Vankrunkelsven,

São Paulo, 23 april 2014.

 

PS: Als ik tekst schrijf, stoot ik op een artikel in Le Monde. Het handelt over de ‘bijen-vrouwen’ in Sichuan, China. Omdat sinds de jaren ’90 wereldwijd de bijen schrikbarend achteruit gaan, bevruchten de vrouwen in deze streek al twintig jaar zelf hun boomgaarden. De bijen overleven er het overvloedige gebruik van pesticiden niet; de vrouwen voorlopig nog wel.

Is dit het toekomstbeeld van de landbouw: zelf in de bomen je leven riskeren om de bloesems in de pollentijd te bevruchten?

Globaal genomen wordt de economische waarde van de bijendienst geschat op 153 euro. In Europa alleen al zouden 13 miljoen bijenkolonies te kort zijn In de VS zijn bijen heel zeldzaam geworden. Het Amerikaans landbouwdepartement berekende dat gemiddeld 30 % van de bijenkorven het bij(l)tje er bij neerlegt. Bij sommige imkers kan dat tot 99 % gaan.

(*) Luc Vankrunkelsven werkt voor de Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw (Wervel vzw) in Brussel en de voorbije jaren ook in een vormingsprogramma van Fetraf-Sul/Cut, een boerenorganisatie die opkomt voor de kleine familiale boerengemeenschappen in het zuiden van Brazilië. Zij zien zich vooral bedreigd door de grootschalige sojaproducenten die steeds meer ggo’s verbouwen.

Noten:

  1. Zie: ‘We moésten ontbossen’ in: ‘Legal! Optimisme – realiteit – hoop’, Wervel, 2012.

  2. www.terradedireitos.org.br