Vlaanderen en Schotland op weg naar onafhankelijkheid

SepAnx
Facebooktwittergoogle_plusmail

Vlaanderen en Schotland zijn de regio’s in Europa waar de onafhankelijkheidspartijen verkiezing na verkiezing winnen. Maar wat gebeurt er eigenlijk in die regio’s? Zijn er overeenkomsten te bespeuren tussen het Vlaamse en Schotse nationalisme? En draait hun nationalisme alleen om onafhankelijkheid?

 

 

Vlaams nationalisme gaat voorwaarts

België is een federale staat met welgeteld zes parlementen die gelijkwaardig zijn aan elkaar.(1) In 1970 werd de eerste staatshervorming doorgevoerd door de traditionele politieke partijen, daarbij gesteund door Vlaamse en Waalse regionalisten. Er werden drie cultuurgemeenschappen opgericht: de Franstalige, Nederlandstalige en de Duitstalige gemeenschap. In Vlaanderen bevindt zich ook Brussel, de hoofdstad van België en Europa. Dit gebied werd een gewest; het werd ook officieel tweetalig (Frans en Nederlands), maar de lingua franca in Brussel is het Frans. Voor Vlaanderen en Wallonië werd eveneens een gewest gecreëerd. Ook de politieke partijen die ideologisch waren georganiseerd, splitsten zich op basis van taal. Het betekende het einde van een unitair land met één regering en één parlement. Ondertussen heeft België al zes staatshervormingen achter de rug.

Het Vlaams nationalisme is altijd een belangrijke politieke kracht geweest in België, maar na de Tweede Wereldoorlog raakte ze in diskrediet door collaboratie met nazi-Duitsland. Het Vlaams nationalisme zou pas in de jaren ’60 via de Volksunie weer een electorale factor worden. Eind jaren ’70 splitste de extreemrechtse en fascistische stroming zich af van de Volksunie en ging verder als het Vlaams Blok (thans Vlaams Belang). Het Vlaams Blok was een anti-migratiepartij die zich racistisch opstelde en die haar oorsprong kende in het fascisme. (2)

Met de opkomst van het Vlaams Blok verloor de Socialistische Partij (thans SP.a) veel van haar kiezers aan die partij. De jaren ’80 waren ook in België en Vlaanderen de periode waarin het neoliberalisme haar opgang maakt in de politieke arena. De SP werd ook meer en meer reformistisch en veel kiezers stemden toen al op het lokaal vlak op het Vlaams Blok. Het was vooral door de achteruitgang van de Belgische sociaal-democratie in Vlaanderen dat het Vlaams nationalisme meer en meer ingang vond in de samenleving.

Anders dan de meeste nationalistische partijen in Europa, wordt het Vlaams Blok politiek gemarginaliseerd door de traditionele politieke partijen en zelfs door de Volksunie. Maar door het Vlaams Blok raakt het Vlaamse onafhankelijkheidsdiscours wel gepopulariseerd. Als er een partij is die de geesten van de Vlamingen heeft doen rijpen voor het separatisme, dan is dat wel het Vlaams Blok. In 2001 viel de Volksunie uit elkaar en ontstond de Nieuwe Vlaamse Alliantie (N-VA). Zij deed mee aan elke verkiezing, maar bleef een kleine partij. Na 2006 veranderde de partij van tactiek en wierp zich op als een democratisch Vlaams-nationalistische partij die een alternatief is voor het Vlaams Belang. In essentie is de N-VA een klassieke nationalistische partij die het Vlaams zijn en haar identiteit in etnische termen definieert.(3)

Op 13 juni 2010 werd een niet-traditionele partij voor de eerste keer in de Belgische geschiedenis de grootste fractie in het federaal parlement. De N-VA haalt 28,2% van de stemmen in Vlaanderen. Voor de Belgische senaat behaalt ze zelfs 31,6%. Het Vlaams Belang (VB) sleept 12,6% van de stemmen in de wacht en de Vlaams gezinde libertaire partij Lijst De Decker  (LDD) nog eens 3,7%. Samen halen deze partijen bijna de helft van de stemmen in Vlaanderen (en dan rekenen we de Vlaams gezinde politici van de CD&V (Christen-Democratisch & Vlaams) nog niet eens mee).

Na de verkiezingen van 2010 wordt geprobeerd een federale regering te vormen en te onderhandelen over een zesde staatshervorming. Uiteindelijk resulteert de zesde staatshervorming in het Vlinderakkoord,(4) waarbij nieuwe bevoegdheden van het federale niveau naar andere (deelstatelijke) niveaus worden overgeheveld. Dit gebeurde evenwel zonder de N-VA; pas na 541 dagen wordt een federale regering gevormd. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2012 weet de N-VA zich lokaal te verankeren. De charismatische voorzitter, Bart De Wever, wordt de burgemeester van Antwerpen; in zijn overwinningsspeech vraagt hij de Belgische (Franstalige) premier Elio Di Rupo onmiddellijk werk te maken van een confederaal België.(5) Alle Vlaamse partijen, behalve de linkse partijen SP.a (Socialistische Partij anders) en Groen, hebben het confederalisme of onafhankelijkheid in hun partijprogramma staan.

 

Rechts nationalisme: van confederalisme naar onafhankelijkheid

In België vinden op 25 mei 2014 verkiezingen voor de zes parlementen plaats, alsmede voor het Europees Parlement plaats. En de grote vraag is: wordt de N-VA nog groter en deze keer onmisbaar voor een federale regering? En gaat een volgende regering de eerste stappen zetten naar het confederalisme?

In Brussel is het Vlaams, Brussels, federaal en Europees Parlement gevestigd. Daarnaast zetelen er enige internationale organisaties, zoals de NAVO en Europese Unie. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent ook sociologisch geen meerderheidsgroep. Het Arabisch is er zelfs de vierde meest gesproken taal. Ook identificeren de meeste Brusselaars zich met hun gewest. Een recent onderzoek heeft zelfs uitgewezen dat indien België zou ophouden te bestaan, ze liever een onafhankelijke staat zouden willen zijn.(6)

Het Vlaams nationalisme heeft deze werkelijkheid nooit aanvaard en is voorstander van een onafhankelijk Vlaanderen, met als hoofdstad Brussel. Dit is en blijft de eis van het Vlaams Belang en de N-VA probeert zich hiervan te differentiëren door te stellen dat ze onafhankelijkheid wil door evolutie. Zo lijkt het dat de partij meegaat in de logica van staatshervormingen. Maar tijdens de verkiezingscampagne voor de federale verkiezingen van 2010 lanceerde de N-VA het concept confederalisme. Al snel schreven de CD&V en Open VLD (Vlaams Liberaal Democraten) dit in hun partijprogramma. De N-VA bracht dit naar voor als: het zwaartepunt moet naar de deelstaten (cultuurgemeenschappen) worden verplaatst. Maar in de politieke theorie is het confederalisme duidelijk omschreven als een vrijwillig samenwerkingsverband tussen onafhankelijke staten.

De N-VA weet dat de meerderheid van de Vlamingen niet gewonnen is voor een onafhankelijk Vlaanderen. Zelfs binnen de eigen rangen gelooft slechts 29,5% daar in.(7) Eind november 2013 lanceerde de N-VA uiteindelijk haar confederale plannen. Een confederaal België zou bestaan uit twee deelstaten: Wallonië en Vlaanderen. In een grondverdrag zouden ze moeten beslissen wat ze nog samen gaan doen, aldus de N-VA. Het Belgisch niveau zal alleen nog over schuldafbouw, defensie, asielbeleid en nationaliteitsverwerving mogen beslissen. Brussel-Hoofdstad krijgt een speciaal statuut, maar de Brusselaars moeten kiezen voor een Vlaams of een Waals statuut. Er zal ook geen rechtstreeks verkozen federaal (Belgisch) parlement zijn, maar een parlement waarvan de leden worden aangewezen door het Waals en Vlaams Parlement.(8). Twee maanden later schrijven de Vlaamse Liberalen (Open VLD) het federalisme ten nadele van het confederalisme in hun partijprogramma. Hierdoor verliest de N-VA langs Vlaamse kant een bondgenoot voor haar nationalistische eisen. Alleen de CD&V heeft het confederalisme dan nog in haar partijprogramma staan.

Voor de N-VA is een onafhankelijk Vlaanderen een doel op zich zelf., te verwezenlijken door middel van een confederaal België. Anders gezegd: zij wil via confederalisme naar een onafhankelijk Vlaanderen. N-VA, en in een bredere analyse ook het Vlaamse nationalisme, wordt gekenmerkt door rechtse ideologieën (uitzonderingen daargelaten). Binnen de N-VA zijn neoliberalisme, conservatisme en nationalisme vertegenwoordigd in één coherente visie. In theorie botsen deze verschillende stromingen met elkaar, maar in de Vlaamse politieke ruimte trekken ze samen op tegen “links Wallonië (ook Brussel)”. Wallonië stemt al verscheidene decennia op centrum-linkse partijen (PS, Ecolo en Cdh). En een gemeenschappelijke vijand zorgt ervoor dat de grote verschillen tussen deze stromingen niet zo in de verf worden gezet. Het Vlaams nationalisme is een klassiek nationalisme dat onafhankelijkheid ziet als zelfbeschikkingsrecht: een Vlaamse soevereine staat als einddoel in combinatie met een conservatief wereldbeeld.

Het confederaal model dat N-VA wil verwezenlijken is gebaseerd op etniciteit, waarvan de basis de Vlaamse cultuur is. Het hebben van meervoudige (politieke/culturele) identiteiten is een visie die bij de N-VA ontbreekt. Ze kiest eerder voor homogene identiteiten: Een goed voorbeeld hiervan is het feit dat een Brusselaar moet kiezen voor Vlaanderen dan wel Wallonië.

 

De snelle groei van de SNP

Schotland, dat sinds 1707 besloot om in een unie met Engeland verder te gaan, heeft altijd bepaalde eigenheden behouden, zoals een eigen rechtssysteem. De Scottish National Party (SNP) bestaat al sinds 1934 en was een fusieproduct van de National Party of Scotland en de Scottish Party. De SNP koos al heel snel en rechtlijnig voor een onafhankelijk Schotland. Maar het zou pas vanaf de achteruitgang van Labour in de jaren ’60 zijn dat er meer en meer wordt gekozen voor de SNP.

In 1967 wint Winnie Ewing van de SNP in Hamilton een parlementszetel en verslaat ze de (sociaal-democratische) Labour-kandidaat. Dit betekende het eerste succes van het Schotse nationalisme en Groot-Brittannië in zijn algemeenheid werd politiek geherdefinieerd. De SNP heeft sindsdien een vaste vertegenwoordiging in het Britse parlement te Londen (Westminster). Het Britse koloniale rijk was na de jaren ’60 definitief verleden tijd en ook als geopolitieke entiteit was de Britse staat niet meer zeker van zijn plaats in de wereld. Na de Tweede Wereldoorlog namen de Verenigde Staten de fakkel over als de imperialistische wereldmacht. Dit leidde ertoe dat er bij de Schotten (maar ook in Wales en Noord-Ierland) andere identiteiten opgang maakten, en daarvan was het Schotse nationalisme er één van. De Britse sociaal-democratie in de uiting van Labour wist ook niet meer te bekoren zoals voordien.

In 1979 werd Margaret Thatcher gekozen als de Britse premier en met haar kreeg het neoliberalisme voor de eerste keer in Europa een praktische uitwerking. Haar beleid zorgde er vooral voor dat de Schotse stad Glasgow in snel tempo deïndustrialiseerde. Haar Conservatieve partij werd dan ook beschouwd als een anti-Schotse beweging die tot doel had Schotland te vernietigen. Ironisch genoeg werd in het zelfde jaar een referendum gehouden voor de oprichting van een Schots parlement. Van de kiezers stemde 51,6% voor en 48,3% tegen. Maar de voorstanders vertegenwoordigden 32,9% van het Schots electoraat, terwijl het quotum op 40% was gezet, en bijgevolg werd de Schotten hun parlement onthouden.

In de jaren ’80 schoof Labour meer en meer richting het politiek centrum op, terwijl de SNP juist meer naar links koerste. Om de vijandigheid tussen de SNP en Labour te begrijpen, moeten we de jaren van Thatcher in de analyse meenemen. Zowel de SNP als Labour wil de sociaal-democratische tendens vertegenwoordigen in Schotland. Maar Labour werd onder Tony Blair in de jaren ’90 ‘New Labour’: ze mengt neoliberalisme met een vleugje sociaal-democratie. Terwijl New Labour afstand doet van haar ideologische wortels, vestigt de SNP zich definitief als een sociaal-democratische partij. New Labour wint de verkiezingen in 1997 in heel Groot-Brittannië met een uitgebreid verkiezingsprogramma, waaronder de oprichting van een parlement voor Schotland (alsmede voor Wales en Noord-Ierland). In het zelfde jaar nog worden in Schotland en Wales referenda gehouden voor een eigen parlement.

Dit betekende de definitieve transformatie van de Schotse politiek en schiep politieke ruimte voor Schotland. De eerste regionale verkiezingen voor het Schotse parlement in 1999 werden gewonnen door Labour. Bij de volgende verkiezingen in 2003 won Labour wederom en werd herbevestigd als de leidende (sociaal-democratische) politieke kracht in Schotland. Maar in 2007 werd de SNP de grootste politieke partij in Schotland, al was het verschil maar één zetel. De SNP vormde een minderheidsregering en slaagde erin haar termijn uit te zitten. Ze ging de verkiezingen voor het Schotse parlement van 5 mei 2011 in met de belofte dat ze, bij het verkrijgen van een absolute meerderheid, een referendum zou houden over Schotse onafhankelijkheid.

Bij die verkiezingen haalt de SNP 45,4% van de stemmen binnen, en laat Labour (31,7%) ver achter zich. Het kiesstelsel van Schotland is een gemengd systeem dat twee modellen combineert: proportionaliteit en ‘first past the post’. Hierdoor krijgt de SNP een meerderheid in het Schotse parlement. Ze sleept 69 van de 129 zetels in de wacht, terwijl Labour het met 37 zetels moet doen.(9) De traditionele partijen in Westminster: de Conservatives, Labour en de Liberal Democrats worden met stomheid geslagen. Wat Labour in 1999 en 2003 niet lukte, lukte de SNP nu wel: een absolute meerderheid in het Schotse parlement.

 

Links nationalisme in Schotland: van onafhankelijkheid naar confederalisme

 

Op 18 september 2014 wordt er in een referendum aan de Schotten gevraagd de volgende vraag te beantwoorden: Should Scotland become an independent country? Diverse opiniepeilingen wijzen uit dat er in Schotland geen meerderheid bestaat voor een onafhankelijk Schotland (slechts één derde is voor). De meeste Schotten opteren voor devolution maximum, dat wil zeggen meer fiscale autonomie voor Schotland. Waarom zet de SNP zoveel op het spel voor een referendum waarvan de uitslag al op voorhand lijkt vast te staan?

De SNP ziet nationalisme en onafhankelijkheid als een middel op weg naar een eerlijker en sociaal rechtvaardiger Schotland. Ze definieert zich duidelijk als een sociaal-democratische partij en probeert zich nog linkser dan de Labour-partij op te stellen. In de politieke cultuur van Schotland kunnen we duidelijk een centrum-linkse consensus waarnemen. Samen met Labour en andere kleine linkse partijen vertegenwoordigt deze centrum-linkse consensus 80% van het Schotse electoraat.

De SNP leidt de Yes campaign (vóór onafhankelijkheid) die geen radicale omwenteling wil, maar wel gelooft in een (sociaal) confederaal Groot-Brittannië. Bij de presentatie van de White paper(10)  voor een onafhankelijk Schotland, door Alex Salmond, partijvoorzitter van de SNP en premier van Schotland, ging het meer over het beleid dat een onafhankelijk Schotland zou moeten voeren. De SNP zou  Koningshuis willen behouden in een onafhankelijk Schotland, alsmede het Britse pond. Maar iedereen weet dat in dat geval de Bank of England de fiscale soevereiniteit over Schotland zou bezitten. Alex Salmond en zijn SNP zien een monetaire unie met de rest van Groot-Brittannië als de enige realistische optie. Verhoging van de minimumlonen en ook de uitbreiding van gratis kinderopvang waren zaken die meer aandacht kregen dan de onafhankelijkheid an sich.

Bovenstaande geeft aan dat de SNP onafhankelijkheid gebruikt als middel om naar een confederaal Groot-Brittannië te evolueren. Binnen de kringen van de SNP wordt er al jaren gesproken over een sociale unie met de rest van Groot-Brittannië (Wales, Noord-Ierland en Engeland) en zelfs met de republiek Ierland. In 2011 schreef het SNP parlementslid Pete Wishart het volgende over de Britse identiteit: “Britishness will exist in Scotland long after we become independent. In fact I think that it could well be enhanced with independence. With independence we will get the opportunity to define a new Britishness, one based on equality and mutual respect. Britishness will still be all about our shared history and culture but it can also be about the new positive relationship we will seek to build.”(11)

In een onderzoek naar de opinies van de SNP-leden kwam verrassend naar voren dat 20% zich Brits voelt.(12) Het debat rond Schotland is niet alleen een debat over identiteit en natievorming, maar ook over ideologie. Binnen de SNP zijn er meerdere ideologische stromingen aanwezig, maar de sociaal-democratische stroming is het sterkst vertegenwoordigd. Deze verbindt een onafhankelijk Schotland met sociale rechtvaardigheid. De romantische nationalisten die Schotland als een eeuwige natie zien, vormen een kleine minderheid, maar ze blijven wel een stroming binnen de SNP (en ook in de rest van Schotland).

Ook de radicale linkse partijen, bewegingen en organisaties staan zeer positief tegenover een onafhankelijk Schotland. Deze krachten zijn verenigd in de Radical Independence Campaign (RIC). De RIC bestaat o.a uit de Scottish Socialist Party en de Scottish Green Party. Zij voert campagne voor een radicale omwenteling in Schotland: voor het einde van het neoliberalisme en een meer sociaal rechtvaardige samenleving. Voor de RIC is onafhankelijkheid geen einddoel maar een middel en moment om grote ideologische veranderingen teweeg te brengen.

De Better Together Campaign groepeert Labour, de Liberal Democrats en de Conservatives van de Britse premier David Cameron. Ze voeren campagne voor Groot-Brittannië en zijn tegen een onafhankelijk Schotland. Ook hier is sprake van een diversiteit aan opinies en toekomstvisies omtrent Schotlands plaats in Groot-Brittannië. De Liberal-Democrats zijn politiek aan te duiden als federalisten en willen op korte termijn Groot-Brittannië hervormen tot een federale staat. Labour daarentegen meent dat het Schotse parlement meer bevoegdheden moet krijgen om zijn eigen sociaal beleid te voeren.

Het referendum voor Schotse onafhankelijkheid mag niet onderschat worden. Indien Schotland onafhankelijk wordt, zal dit vérstrekkende gevolgen hebben voor de internationale betrekkingen. Ten eerste zal het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië een fors deel van zijn territorium verliezen. Ten tweede zullen er vraagtekens worden geplaatst bij het vetorecht van Groot-Brittannië in de VN-Veiligheidsraad. Ten derde zal de verplaatsing van de Britse kernwapens van Schotland naar een andere locatie in Groot-Brittannië het kernwapendebat wereldwijd weer in de kijker zetten. Ten vierde zouden politieke krachten in Baskenland, Vlaanderen, Wales, Quebec en Noord-Ierland onafhankelijkheid als een realistische optie gaan beschouwen. Het is voor de Europese Unie ook heel onduidelijk of Schotland automatisch EU-lid zal worden. Er is ook geen precedent.

 

Verschillen tussen het Schots en Vlaams nationalisme

 

Volgens de marxistische theoreticus Gramsci is nationalisme een neutrale ideologie die volgens een bepaald wereldbeeld kan worden gekleurd. Bart De Wever, voorzitter van de N-VA, heeft duidelijk beweerd dat hij opkeek naar Margaret Thatcher. Ook is zijn partij sterk beïnvloed door het denken van de Britse conservatieven Edmund Burke en Theodore Dalrymple. Dit zijn allemaal denkbeelden en visies waar ze bij de SNP de rillingen van krijgen. Zoals gezegd combineert de N-VA nationalisme, conservatisme en neoliberalisme.

Ook hanteert de N-VA een klassiek (etnisch) nationalisme, terwijl de SNP eerder een modern burgerschapsmodel (dat ook nationalistisch is) hanteert. Volgens de N-VA is de voorwaarde om Vlaming te zijn, de Nederlandse taal eigen maken. Hier wordt een taalobjectief aan het etnische burgerschapsmodel verbonden; dit ontbreekt bij de SNP, die gelooft in meervoudige identiteiten. Er is binnen de SNP ook een heftige discussie gaande over wat de Britse identiteit inhoudt. De N-VA vertrekt vanuit een homogene identiteit (het Vlaams zijn) en verbindt dit met andere lokale identiteiten. Een goed voorbeeld hiervan is haar houding ten opzichte van de Brusselse identiteit (die ze niet erkent).

Het grootste verschil tussen de twee politieke krachten is dat de SNP zich sociaal-democratisch oriënteert en de N-VA rechts conservatief. In beide partijen zijn andere stromingen vertegenwoordigd, maar de algemene karakterisering blijft gelden. In het Europees Parlement zitten de SNP en N-VA in één fractie, namelijk de Greens/European Free Alliance. Deze politieke fractie bevindt zich op sociaal-economisch terrein op de linkervleugel. De N-VA is hier de vreemde eend in de bijt, maar ze weet haar conservatieve profiel goed te verbergen.

Ook op strategisch vlak verschillen de N-VA en de SNP dag en nacht van elkaar. Alex Salmond, die beïnvloed is door de positieve psychologie, benadrukt de potentie van Schotland. Die strategie is van recente datum; ze wordt gebruikt sinds 2003. De N-VA daarentegen valt duidelijk het federaal niveau aan en omschrijft haar Franstalige premier als iemand die tegen Vlaanderen is. Voorts ontbreekt het verhaal wat Vlaanderen wel kan doen indien het onafhankelijk wordt. Op nationalistisch vlak verschillen de SNP en N-VA ook als verder wordt gekeken dan alleen naar de partijprogramma’s. Er is sprake van een paradox: de N-VA wil door haar confederalisme naar een onafhankelijk Vlaanderen evolueren; en de SNP wil door een onafhankelijk Schotland evolueren naar een confederaal Groot-Brittannië, waarbij de positie van Schotland wordt geherdefinieerd.

 

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit de Internationale Spectator, maandblad voor internationale politiek, uitgegeven door de Koninklijke Van Gorcum te Assen namens het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen ‘Clingendael’ te Den Haag. Het verscheen in het april nummer van 2014.

(1) Dit zijn de zes parlementen die bevoegd zijn in België: 1) Federaal parlement (de Kamer en Senaat); 2) Vlaams parlement; 3) het parlement van de Duitstalige gemeenschap; 4) het parlement van de Federatie Wallonië-Brussel; 5) Waals parlement; en 6) Brussels parlement.
(2) Louis Vos, ‘De rechts-radicale traditie in het Vlaams-nationalisme’, Wetenschappelijke Tijdingen, jrg. 52, nr 3, 1993, blz. 129-149.
(3) Ico Maly, N-VA:Analyse van een politieke ideologie, EPO, 2012 (608 blz.).
(4) Het vlinderakkoord: de zesde Belgische staatshervorming
(5) ‘Landslide overwinning voor N-VA: Bart De Wever roept Elio Di Rupo op tot confederalisme’
(6)  ‘Brusselaars liever onafhankelijk als België splitst’ (http://www.gva.be/nieuws/binnenland/aid1355937/brusselaars-liever-onafhankelijk-als-belgie-splitst.aspx).
(7) Enquête bij partijleden van N-VA en OpenVLD: eerste resultaten: http://habe.hogent.be/onderzoek/Ledenenqu%C3%AAte%20NVA%20en%20OpenVLD_eerste%20resultaten.pdf
(8)  ‘Verandering voor vooruitgang’ (confederaal programma N-VA): http://www.veranderingvoorvooruitgang.be/congresteksten
(9) SPICe Briefing, Election 2011, Edinburgh, Scottish Parliament, 2011.
(10)  Scotland’s Future: http://www.scotland.gov.uk/Publications/2013/11/9348/0
(11)  ‘SNP MP says independence could enhance “Britishness”’: http://news.stv.tv/politics/263677-snp-mp-says-independence-could-enhance-britishness/
(12) James Mitchell, Lynn Bennie & Rob Johns, The Scottish National Party: Transition to Power, Oxford: Oxford University Press, 2011.