Bedenkingen bij honderd jaar Eerste Wereldoorlog

PC220781
Facebooktwittergoogle_plusmail

Leer het verleden als je de toekomst wil kennen … (Confucius)

‘Gezien universele en duurzame vrede slechts mogelijk zijn indien ze berusten op sociale rechtvaardigheid…’ (Preambule bij de Constitutie van de Internationale Arbeidsorganisatie, 1919).

Het eind van de negentiende eeuw was een periode van mondialisering, net zoals vandaag. De internationale handel en de financiële sector kenden een sterke groei. Over het verband tussen die mondialisering en de eerste wereldoorlog wil ik het hier niet hebben, wel over de lessen die men uit die periode heeft getrokken. Het zijn lessen die we best niet vergeten en die ook vandaag erg nuttig kunnen zijn, maar helaas onderbelicht blijven.

Nu vooral in België, maar ook elders, het begin van de eerste wereldoorlog wordt herdacht, is het goed naar de volledige erfenis ervan te kijken. Het valt me op dat dit tot hiertoe niet echt het geval is. Een grote les van die barbaarse oorlog van 1914-1918 was namelijk dat er geen vrede mogelijk is zonder sociale rechtvaardigheid.

Vandaar dat met het Vredesverdrag van Versailles ook de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) boven de doopvont werd gehouden.
De IAO is tot vandaag uniek in de wereld: het is de enige tripartiete internationale organisatie. Naast de Lidstaten hebben ook werkgevers en werknemers er een institutionele plaats met beslissingsmacht in.

Wat was de redenering honderd jaar geleden dan? De mondialisering was een feit en men wilde de internationale handel zeker geen strobreed in de weg leggen. Al decennialang waren allerhande internationale groepen wel aan het werk om sociale regels af te spreken. Men ging er van uit dat concurrentie een goede zaak was, maar dat ze ‘fair’ en loyaal moest zijn, en daarmee werd bedoeld dat landen met een goede sociale bescherming voor werknemers niet mochten gestraft worden, en dat het concurrentievermogen niet op de rug van de werknemers kon bereikt worden. De handel moest worden vrij gemaakt, maar zonder de levensstandaard van de mensen in gevaar te brengen. Toen!

Vandaar de internationale afspraken en vandaar dat de IAO meteen aan het werk ging om internationale akkoorden over arbeidsrecht en sociale zekerheid af te sluiten.

Het is interessant te zien hoe vanaf 1850 de internationale samenwerking op sociaal vlak vorm begon te krijgen. Uiteraard werd de sociale zekerheid in diverse landen ingevoerd in functie van locale machtsverhoudingen, behoeften en omstandigheden. Maar de grote lijnen en de argumenten werden internationaal uitgezet. Als een van de meest geïndustrialiseerde landen van die tijd speelden Belgische hervormers er trouwens een grote rol in.

Zoals steeds was het allerminst een zuiver altruïsme. De angst voor het socialisme en het communisme zat er goed in. Het paternalisme van de patroons en de filantropie waren nog zeer populair.

Na de eerste wereldoorlog stond één ding vast: werk en oorlog waren gemondialiseerd, maar het liberalisme had gefaald. Er werd een Volkerenbond opgericht en een Internationale Arbeidsorganisatie. De Volkerenbond heeft de crisis van de jaren ’30 niet overleefd, de IAO wel. Na de tweede wereldoorlog werd aan haar Constitutie een ‘Verklaring van Philadelphia’ gehecht die stelt dat waar armoede ook heerst, ze een bedreiging vormt voor alle mensen, overal. ‘Arbeid is geen koopwaar’, zo werd verklaard, en daarmee werd bedoeld dag arbeid ook een bron van persoonlijke ontplooiing kan zijn, van welzijn en van sociale integratie. Marktmechanismen hadden hun plaats, maar stonden in dienst van een hoger doel. Met vakbonden en collectieve onderhandelingen konden werknemers macht verwerven. Sociale en politieke veiligheid waren ondeelbaar, zo werd plechtig afgekondigd.

Wie al deze teksten van honderd of van zeventig jaar geleden leest, kan niet anders dan vaststellen dat ze meer dan ooit relevant zijn.
Op een ogenblik dat de sociale zekerheid wordt afgebouwd, dat de mondialisering drijft op toenemende armoede, ongelijkheid en op loonconcurrentie, dat internationale inspanningen om tot betere afspraken te komen steevast mislukken, kan men niet anders dan naar adem happen. Kunnen we vermijden dat de fouten van honderd jaar geleden worden herhaald?

De Europese Unie vaart resoluut een neoliberale koers. De Lidstaten lopen voor en lopen mee. Rechts-populistische partijen binden de strijd aan met ‘sociale fraude’ en ‘welfare’ toerisme. Met nieuwspraak zoals ‘sociale investeringen’ en ‘sociale innovatie’ worden mensen op zichzelf terug geworpen en doen we alsof de overheid geen grote rol te spelen heeft in het organiseren van solidariteit.

Onze sociale bescherming is aan hervorming toe. De maatschappij en de economie zijn niet meer wat ze zestig jaar geleden waren. In het kader van de zesde staatshervorming in België is zo’n hervorming aan de gang, maar enig publiek debat is er niet. Is structurele solidariteit dan onbelangrijk?

Mondiaal staat ‘sociale bescherming’ op de agenda, maar het is helaas niet meer dan een verbeterde armoedebestrijding. In dienst van de markt en van economische groei.

Opnieuw is het de IAO die een schuchtere poging doet om het tij te keren met ‘sokkels van sociale bescherming’ om iedereen tenminste een minimum aan sociale zekerheid te bieden.

Liberalen en conservatieven hebben hun voorstellen voor een nieuwe, minimale sociale bescherming klaar. De linkerzijde zwijgt als vermoord. Ze klaagt ‘armoede’ en gelukkig nu ook ‘ongelijkheid’ aan, maar heeft geen alternatief. Vakbonden verdedigen een onmogelijk status quo. Concrete voorstellen over wat een meerschalig sociaal beleid kan zijn of over wat we van de Europese Unie verwachten, zijn er niet.

Tenzij men het basisinkomen als alternatief wil zien, een intellectuele gemakkelijkheidsoplossing die met één klap het werk van een eeuw sociale strijd overboord gooit. Weg sociale en economische rechten, weg vakbonden.

Het is ook precies een jaar geleden dat in Bangladesh meer dan duizend mensen het leven lieten onder het puin van hun textielfabriek. Tot vandaag sterven er bijna dagelijks mensen op de bouwwerven in Brazilië en Qatar om ons voetbalplezier bij te brengen. In verschillende Europese landen is extreem-rechts aan een opmars begonnen. Het zijn allemaal symptomen van een crisis die de vrede bedreigt.

Even kijken naar het verleden, het kan echt helpen. De IAO kreeg in 1969 de Nobelprijs voor de vrede. Terecht. Sociale rechtvaardigheid is een essentiële bouwsteen van vrede. Maar komt voorlopig niet aan bod in de herinneringsmomenten.

Het natuurlijke doel van sociale bescherming is het vernietigen van een markt waarin menselijke arbeid koopwaar is geworden, zo stelde Karl Polanyi. Vandaag draait men die redenering om. Dit kan nooit goed aflopen.