Krim: als binnengrenzen buitengrenzen worden

Krim
Facebooktwittergoogle_plusmail

Nikita Chroesjtsjov was zich van geen kwaad bewust toen hij in 1954 het schiereiland Krim “cadeau deed” aan Oekraïne. De Krim was tot dan toe deel van de republiek Rusland, een van de 15 republieken van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken – USSR. Het zat veel Russen wel dwars, velen voelden zich in de Sovjet-Unie verongelijkt. Want van de 15 republieken had Rusland  het minst autonomie, er was weinig onderscheid tussen Rusland en de Unie. Maar die overdracht in 1954  wekte ook geen trauma, de Krim bleef tenslotte binnen hetzelfde land. In 1991 kwam dat anders te liggen, de binnengrenzen van de imploderende Unie werden ineens staatsgrenzen. En dus kwam de Krim in een ander land dan Rusland terecht, namelijk het onafhankelijke Oekraïne.

Chroesjtsjov had uiteraard niet de mening van de lokale bevolking gevraagd. Dat waren toen hoofdzakelijk etnische Russen. Die Russen hadden deels de plaats ingenomen van de Krim-Tataren die Stalin in 1944 en bloc, 240.000 personen, naar Centraal-Azië had verbannen. Stalin vond hen schuldig aan collaboratie met de nazi-troepen, ook al vochten veel Tataren uit de Krim in het Rode Leger.

Migraties

Tataren is een verzamelnaam voor volkeren die afstammen van de Mongools-Turkse invallers in de 13e eeuw. Na de dood van de Mongoolse leider Djengis Khan maakte Krim en wat nu het zuiden van Oekraïne is, deel uit van een van de grote Tataarse khanaten, dat later onder protectoraat van het Turks-Ottomaanse rijk kwam.

De Mongolen hadden in 1240 Kiev, de eerste Russische staat, grondig vernield. Dat speelt mee in de gehechtheid van veel Russen aan Kiev als bakermat van het Russisch bestaan. Het werd opgerakeld tijdens het Sino-Sovjetconflict dat vanaf 1960 twee decennia lang Moskou en Beijing in vijandschap deed leven. De Russen waren vooral op het einde van de 19de en begin 20ste eeuw massaal zuidwaarts getrokken, waarbij de Krim met zijn mooie kusten vooral in de gunst stond van rijkere Russen.  De Tataren zagen die migratie minder graag. Toen de Krim in 1921 autonomie kreeg, waren ze al een minderheid geworden.

Discrete terugkeer

Die Tataren werden dus in 1944 verbannen. In 1956 verleende Chroesjtsjov eerherstel aan alle verbannen volkeren, onder wie de Tsjetsjenen. Ze mochten ook allemaal terugkeren. Maar niet de Krim-Tataren, zij bleven verstoken van eerherstel en terugkeer. Hun gebied, de Krim, was intussen van statuut veranderd. Maar het had vooral te maken met de intussen toegenomen Russische trek naar de Krim. Die Russen hielden de Tataren liever in Centraal-Azië. Daar kregen ze wel allerlei faciliteiten, maar het was niet wat velen wensten.

Er kwam een actieve Tataarse dissidentie. Een petitie voor terugkeer werd door 120.000 Tataren getekend, in 1967 richtten ze in Moskou een permanente vertegenwoordiging op om hun recht op terugkeer te bepleiten. Onder Sovjetleider Michail Gorbatsjov (1985-1991) kregen ze het “recht op een discrete individuele terugkeer”. Toen de Sovjet-Unie in 1991 uit elkaar viel, waren er op de Krim 130.000 Tataren, nu zijn ze met bijna dubbel zoveel. Goed voor een achtste van de bevolking.

De meeste van die Tataren zien het met het onafhankelijke Oekraïne wel zitten. De rijkste man van Oekraïne, Rinat Achmetov, is een Tataar. Hij was de grote promotor van de Partij van de Regio’s van Janoekovitsj, hij heeft zijn basis in het Donetsk-bekken, niet op de Krim.

In Rusland zouden de Krim-Tataren wel in het gezelschap zijn van enkele miljoenen Tataren, met aan de Wolga de autonome republiek Tatarstan. Tataar is eerder een verzamelnaam voor diverse groepen die verwant zijn, maar met elk hun eigen geschiedenis en belangen hebben.

Toen de Krim bij Oekraïne kwam, 1954, veranderde er niet zoveel voor de Tataren – ze zaten immers ver weg. In 1991 kwamen de kaarten natuurlijk anders te liggen, vooral dan voor de Russische meerderheid op de Krim die prompt een autonome republiek, binnen de Oekraïense grenzen, uitriep. Zij leefden nu immers in een staat waarin zij een minderheid waren, terwijl ze een andere nieuwe staat, de Russische Federatie, als hun vaderland beschouwden. Met de ommekeer in Kiev, die een duidelijk anti-Russische stempel heeft, zien ze zich als een bedreigde minderheid. De plannen om de taalwetten te wijzigen, is voor hen een regelrechte provocatie.

Turkse schaduw

De Turkse regering werpt zich nu op als beschermer van de Krim-Tataren. Sommige nationalisten dromen nog altijd van een groot Turks rijk, waarvan de Krim een protectoraat was. Veel Tataren uit de Krim wonen nin Turkije, hun lobby dringt aan op Turkse tussenkomst. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmed Davutoglu trok alvast naar Kierv waar hij ook Moestafa Dzjemilev ontmoette. Die is leider van de ‘Majlis’, het ‘parlement’ van de Krim-Tataren. In de Sovjetperiode leidde hij de campagne voor eerherstel en terugkeer. Turkije is sinds de jaren 1990 actief op de Krim, onder meer met “educatieve programma’s”.

Joegoslavië

Als binnengrenzen staatsgrenzen worden, ontstaan er meestal nieuwe spanningen, meerderheden en minderheden krijgen nieuw inhoud. Als die grenzen van karakter veranderen, wordt er dus beter rekening gehouden met die mutaties. Bij de implosie van Joegoslavië kregen we daar een resem voorbeelden van.

Toen Kroatië in 1991 de onafhankelijkheid uitriep, haastte de EU zich onder Duitse druk om die onvoorwaardelijk te erkennen. Er waren nochtans veel waarschuwingen uit de EU zelf gekomen om daar zeer voorzichtig mee te zijn. De Serviërs die in Kroatië woonden, dreigden immers een verdrukte minderheid te worden, zeker rekening houdend met wat er tijdens de tweede wereldoorlog was gebeurd, toen de Kroatische fascisten massaal Serviërs uitmoordden.

De waarschuwingen werden in de wind geslagen. In Slavonië, oostelijk Kroatië, met een sterke Servische aanwezigheid, barstte het geweld onmiddellijk los. Maar de spanningen waren het ergst in Krajina, een gebied met een grote Servische meerderheid. (Krajina betekent net als Oekraïna een militair versterkt grensgebied). Kroatische nationalistische milities organiseerden er een zeer grondige etnische zuivering, wie niet snel genoeg weg kon, werd omgebracht.

Garanties

Dat gebeurt er als binnengrenzen staatsgrenzen worden en er geen garanties komen voor verse minderheden. Zeker in een constructie als Joegoslavië. Daar waren de binnengrenzen getrokken met als een van de uitgangspunten dat het gewicht van de Serviërs moest worden ingeperkt – dat Servisch nationalisme en de Servische dominantie –  hadden het tussenoorlogse Joegoslavië immers zwaar gehypoteceerd.

Idem voor Servië waar de Albanezen een verdrukte minderheid waren. En toen Kosovo na veel ellende de onafhankelijkheid uitriep, werden de Serviërs van Kosovo een minderheid, met spanningen tot vandaag voor gevolg.

En Oekraïne? Het feit dat de Rada, het Oekraïense parlement, onmiddellijk na het verjagen van Janoekovitsj een wet goedkeurde die het statuut van de Russische taal in gebieden met sterke Russische aanwezigheid terugdraaide, wekt uiteraard een  zeer groot wantrouwen in die gebieden waar Russen en andere Russischtaligen de meerderheid uitmaken. Het geeft een signaal dat zij in dit Oekraïne tweederangsburgers zijn. Zoals dat ook gebeurde in twee Baltische staten, Estland en vooral Letland met hun grote Russische bevolking.Voor deze provocatie van de Rada, een eis van de radicale nationalisten, hebben de westerse diplomaten en media bijzonder weinig oog.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.