The Intercept, een nieuwe spreekbuis voor Snowden.

theIntercept
Facebooktwittergoogle_plusmail

De journalisten die Snowden had gecontacteerd om zijn eerste onthullingen wereldkundig te maken – Glen Greenwald en Laura Poitras –  lanceerden samen met onderzoeksjournalist Jeremy Scahill en enkele anderen  op  10 februari 2014 de nieuwe website “The Intercept”.(https://firstlook.org/theintercept/news/) Het zaakje wordt gefinancierd door First Look Media, dat is opgericht door Pierre Omidyar, een multimiljonair mede-oprichter van E-Bay.

 

Op korte termijn wil The Intercept vooral een platform zijn om de informatie die Snowdon heeft doorgespeeld naar buiten te brengen. Deze stap is hoognodig omdat de laatste zeven maanden journalisten die over de NSA-documenten schrijven, bedreigd worden door een heel gamma regeringsfunctionarissen. Deze groeiende en gecoördineerde intimidatie-campagne overstijgt soms de bedreigingen zelf, aldus de website. De initiatiefnemers zeggen te blijven geloven in een werkelijk vrije en onafhankelijke pers als een vitaal onderdeel van een elke gezonde democratische samenleving.

First Look Media maakt zich sterk dat het veilig is bij haar te publiceren. De elektronische beveiliging staat sterk, heet het. Bovendien heeft Omidyar zich omgeven met juristen die niet alleen juridisch sterk zijn en de gevaren kennen, maar die ook vastberaden zijn om het nieuws bij het publiek te brengen, zegt Jay Rosen, professor aan New York University en adviseur voor First Look Media.

In een eerste faze zal de aandacht hoofdzakelijk gaan naar het NSA-verhaal. “Documenten uit eerste hand waarop onze verslaggeving is gebaseerd zullen worden gepubliceerd. Verslaggevers  in Washington zullen de reacties rapporteren op onze onthullingen.” Er komen regelmatig columns van Glen Greenwald en anderen, ook van externe experten die opiniestukken zullen schrijven.

Op langere termijn wil The Intercept ruimte geven aan agressieve en onafhankelijke journalistiek, met woord en wederwoord, over een hele reeks onderwerpen van geheimhouding, criminele en justitiële misbruiken en schendingen van burgerrechten, tot de houding van de media, sociale ongelijkheid en alle vormen van financiële of politieke corruptie.

Het lijkt me van bijzonder belang dat een dergelijk nieuwsplatform bestaat en dat er blijft gerapporteerd worden over de omvang en diepgang van deze spionage en afluisterpraktijken. Zoniet wordt deze kennis en het weten hierover weer snel oversneeuwd door de waan van de dag.  We zijn op de hoogte van het bestaan van NSA sedert 6 september 1960 toen twee naar de USSR gevluchte NSA-ambtenaren tijdens een persconferentie in Moskou hun verhaal deden. 100.000 werknemers, 8 miljard dollar jaarlijks budget, reuze computers om dagelijks 400.000 gesprekken in en buiten de Verenigde Staten te onderscheppen, af te luisteren, te decoderen. Ze brachtten aan het licht dat de VS NSA-ambtenaren had doen infiltreren in de ambassades en geheime diensten van veertig bevriende landen, zoals Italië, Frankrijk, Turkije, Indonesië, Engeland… September 1960! Iedereen was even later deze informatie kennelijk al vergeten. Uiteraard waren de onthullingen toen ongeloofwaardig omdat “de daad van de twee ambtenaren voornamelijk te verklaren was door hun homosexualiteit”.  New York Times journalist Harrison Salisbury heeft erover geschreven, maar blijkbaar onvoldoende om het actief in het geheugen te griffen van zovele collega-journalisten, of van politici en activisten. Dit verhaal werd ons in 1983 opnieuw onder de neus geschoven in het boek van Eric Laurent “La puce et les Géants”(Fayard 1983 – format de poche Editions Complexe 1986). En opnieuw verdween het in de vergetelheid van ons vrijeperssysteem. Of werd er nooit door opgepikt. Hopelijk maken alle journalisten The Intercept tot de openingspagina van hun internet zodat we niet opnieuw vergeten.