Bosnië, de privatiseringsramp

sarajevo
Facebooktwittergoogle_plusmail

Zijn de uitbarstingen van woede in Sarajevo, Tuzla en andere steden van Bosnië-Herzegovina een gevolg van de in gewikkelde structuur van het land? De schuld van de akkoorden van Dayton van 1995? Dat land zit inderdaad bijzonder complex in elkaar. Maar de hoofdoorzaak van de sociale conflicten ligt in de privatiseringen die volgden op de ontmanteling van de Joegoslavische staat en het Joegoslavisch systeem van staatseigendom met een vleugje zelfbeheer. De protesten gaan tegen de corrupte kleptocratische klieken die zich van de nationalismen bedienden om op een zeer cynische manier te stelen.

Van alle regio’s van ex-Joegoslavië heeft Bosnië-Herzegovina het zwaarst geleden onder de oorlogen die op de ontbinding van Joegoslavië in 1991 volgden. Minstens 100.000 doden, nu een bevolking van 3,8 miljoen, 600.000 minder dan in 1991, vooral door uitwijking. Het nationaal product lag na de oorlogen tussen Servische nationalisten, Kroatische nationalisten en  Bosnische Moslims (met hoofdletter, want beschouwd binnen Joegoslavië als een “etnie”) op nog een vijfde van daarvoor. De infrastructuur was grotendeels vernield.

Voogdij

Met de akkoorden van Dayton kwam er een einde aan de oorlogen. Er kwam een ingewikkelde staatsstructuur met een zwakke federale regering, een beurtrol voor het presidentschap,  twee ‘entiteiten’ – de Servische Republiek en het Kroatisch-Moslimgedeelte opgedeeld in tien kantons met elk een eigen bestuur met ruime bevoegdheden.

Maar in feite kwamen daar autoriteiten boven: een voogdij van EU voor politiek-administratief-politionele zaken, het IMF en de BERD (Europese Bank voor wederopbouw en Ontwikkeling) voor de economie. Die zorgden voor kredieten, maar die waren uiteraard niet belangloos. De nieuwe staat moest en zou zijn economie volledig opengooien, privatiseren.

Roof

Zoals was te voorspellen, draaiden die privatiseringen uit op een lange goed georganiseerde rooftocht. Die was te vergelijken met wat er bij voorbeeld in Rusland en Oekraïne gebeurde. Met in Bosnië de “nieuwe elites” die zich hadden opgeworpen als de nationalistische leiders van hun “etnie” en die na Dayton de lakens uitdeelden. Het gebeurde stapsgewijze, onder toezicht van EU, IMF en BERD.

Die laatste legde de etappes van de privatiseringen plaats. Na 1995 eerst de kleine ondernemingen; tussen 1999 en 2005 de banken (die nu honderd percent in buitenlandse handen zijn, vooral Duitse en Oostenrijkse), vanaf 2000 ook de zware industrie en de voorbije jaren de “strategische sectoren” zoals energie, telecommunicatie, luchtvaart. Een deel, zoals de banken, kwam dus in handen van multinationale groepen, de rest in handen van de haaien van de nieuwe elites die de nationalistische partijen gebruikten om de roof te begeleiden.

Tuzla

Want op roof  kwam het neer. Het is geen toeval dat op 5 februari de protesten startten in Tuzla. Het is een belangrijk industriecentrum, maar het was ook deze stad die in het begin van de jaren 1990 aan de nationalistische waanzin ontsnapte. Tuzla was zowat het symbool van gezamenlijke weerstand tegen de nationalismen, arbeiders van diverse “origine” (Serviërs, Kroaten en ‘Moslims’ zijn geen afzonderlijke volkeren). Het was naar Tuzla dat linkse groepen uit Europa hulpkaravanen stuurden.

Tuzla heeft diverse belangrijke bedrijven. Die werden geprivatiseerd via het systeem van ‘vouchers’, zoals in Rusland waar zo de oligarchen alles in handen kregen – de bevolking kreeg zogenaamd deelbewijzen die ze uit miserie voor een appel en ei aan de nieuwe bazen verkochten. In Tuzla ging dat onder meer om een belangrijk farmaceutisch bedrijf, schoenfabrieken, meubelfabrieken, chemie. Veel nieuwe eigenaars verkochten nadien inboedel en gebouwen, betaalden de lonen niet meer en gingen bedrieglijk bankroet. Met een werkloosheid van bijna de helft van de bevolking tot gevolg, zowel in Tuzla als gans Bosnië.

Kleptocratie

De woede smeulde al lang. Even was er de illusie dat de multi-etnische Sociaal-Democratische Partij en andere niet-etnische partijen het tij zouden doen keren. Maar de woede in Tuzla, Mostar, Sarajevo en andere steden richt zich tegen alle partijen, tegen alle autoriteiten van de Kroatisch-Moslim Federatie (het blijft veel rustiger in het Servisch gebiedsdeel).  Alle regeerders maakten zich immers in de ogen van de manifestanten schuldig aan corruptie en diefstal van collectief bezit. Zo eisen de arbeiders van Tuzla de re-nationalisatie van de geprivatiseerde bedrijven.

Vandaar dat de actievoerders partijgebouwen en overheidsgebouwen in brand steken als symbolen van de kleptocratie. Tienduizenden betogers schreeuwen hun woede uit tegen die regeerders, van wie velen – o.m. in Tuzla – ontslag namen, sommige zijn zelfs naar het buitenland gevlucht. Hun kapitaal achterna. Die lieden stalen meestal ook een flink deel van de buitenlandse kredieten voor wederopbouw.

Brigades

De woede richt zich dus tegen alle partijen, allemaal hebben ze enkele jaren het land of een deel ervan geregeerd. Een sleutelpartij was en is de Partij voor Democratische Actie (SDA) die Bosnische Moslims groepeert. Die partij was het werk van wijlen Alija Izetbegovic, een politieke erfgenaam van de Moslimbrigades die tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met de nazibezetters jacht maakten op weerstanders, Serviërs en joden.

Die partij is mee verantwoordelijk voor tientallen slachtingen  misdaden tegen de mensheid. Ze wierp zich op als verdedigster van de Moslims tegen het Servisch nationalisme, met als verborgen agenda de oprichting van een islamitische staat op de Balkan. Tijdens de oorlog kreeg ze steun van brigades bestaande uit buitenlandse vrijwilligers in de strijd tegen “de ongelovigen”. Saoedi-Arabië en de Emiraten financierden die operaties. Toch stelde het Westen Izetbegovic voor als “een gematigde moslim”. Sarajevo voerde mee onder zijn impuls een zeer pro-westerse en neoliberale koers, tot tevredenheid van EU en IMF.

Daardoor is Bosnië een klein fiscaal paradijs: een ‘flat tax’ voor de ondernemingen van 10 % en sociale bijdragen beperkt tot 10 % maximum.

Maffia

Het valt op dat in sommige manifestaties groepen van voetbalsupporters erg actief zijn. En dat doet hier en daar toch wel wenkbrauwen fronsen. Het protest lijkt spontaan en is dat allicht ook. Maar van sommige supportersclubs is bekend dat ze worden gemanipuleerd door maffiabazen die in Bosnië – zoals in veel andere landen – goed thuis zijn in de voetbalwereld.

De Bosnische maffia is wel niet direct een grootmacht. Maar ze heeft zich vanaf de jaren 1990 wel stevig kunnen inplanten, een inplanting die de overheden gedoogden. Drugs- en sigarettensmokkel, mensenhandel, wapensmokkel, afpersing het zijn enkele van de klassieke activiteiten.  Het zal er voor de actievoerders tegen de kleptocratie op aankomen zich zeer goed en autonoom te organiseren, om te beletten dat de ene kleptocraten de andere opvolgen.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.