Syrië: de ‘voorlopige’ mislukking van Genève II

syrie oorlog
Facebooktwittergoogle_plusmail

Genève II startte onder een slecht gesternte en het resultaat is er dan ook naar. De partijen gingen uit elkaar zonder enige overeenstemming over een politieke transitie. Die zou een uitweg kunnen bieden uit de desastreuze burgeroorlog. Maar, zo klinkt het aan de kant van optimisten, is het op zich niet al een voortgang dat er überhaupt onderhandeld wordt? (Foto: Leila Ben Allal)

Of er over enkele dagen een nieuwe onderhandelingsronde komt, zoals voorgesteld door VN Gezant Lakhdar Brahimi, blijft vooralsnog onzeker. De Syrische regeringsonderhandelaars wilden zich daar niet op laten vastpinnen. Daarbij zal de ‘geheime’ beslissing van het Amerikaans Congres om wapens te leveren aan de ‘gematigde’ oppositie zeker niet bijdragen tot een klimaat van vertrouwen, waar nu reeds zoveel gebrek aan is.

Bij de start van de onderhandelingen op 22 januari waren beide kampen het eens om het slotcommuniqué van Genève I (30 juni 2012) als basis te gebruiken. Daarin kwamen de vijf permanente leden van de VN-veiligheidsraad, vertegenwoordigers van de EU en de Arabische Liga een aantal te nemen stappen en maatregelen overeen: de vorming van een transitieregering met daarin leden van de regering en de oppositie, een herziening van de grondwet en het wettelijke apparaat, vrije verkiezingen en de volledige vertegenwoordiging van vrouwen in alle aspecten van de transitie.

Het regende verwijten over en weer, maar dat was te verwachten. De regeringsonderhandelaars verweten de oppositie dat ze alleen uit zijn op het aftreden van Assad en zo van meet af aan op een mislukking van de conferentie aan te sturen. Volgens het regeringsvoorstel moet de transitie focussen op de soevereiniteit van het land en kan er geen sprake zijn van een buitenlandse interventie. Syrië moet evolueren in een pluralistische en democratische richting.

Tot slot moet het terrorisme verworpen worden. Dat laatste vormde duidelijk de grootste focus van de regering, die nagenoeg elke gewapende strijd als ‘terrorisme’ bestempelt. De oppositie legde daarintegen de nadruk op een overgangsperiode zonder huidig president Assad. Voor de regeringsonderhandelaars is dat een brug te ver. Van het vertrek van Assad, zoals ook de VS eisen, kan volgens minister van Buitenlandse Zaken, Walid Moallem, alleen sprake zijn als dat “beslist wordt door het Syrische Volk”.

 

Regime nog altijd stevig in het zadel

De figuur van Assad, symbool van het Syrische regime, zorgt voor grote verdeeldheid. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, stelde meermaals zijn veto over Assad want met hem is er geen “weg naar de vrede”. Op het terrein loopt het echter anders en zit Assad stevig in het zadel.

Waarom zou hij vertrekken als zijn troepen 13 van de 14 provinciale hoofdsteden in handen hebben, terwijl ze daarnaast ook geleidelijk aan de districten in Damascus, Aleppo en Homs die in 2012 in handen van de rebellen zijn gevallen, terug aan het innemen zijn? Dat vraagt Patrick Cockburn, journalist van de Britse krant The Independent, zich vanuit Damascus af.

Bovendien zijn tijdens de jongste maanden verschillende oppositiegroepen onderling slaags geraakt. Zo vechten de radicale jihadisten van de Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIL) ten noorden van Aleppo met brigades van het Vrije Syrische Leger over de controle van de aanvoerlijnen naar Turkije. Zowel politiek als militair is de oppositie zwak en verdeeld.

 

Mensenrechtenschendingen en diplomatieke manoeuvres

Wellicht niet helemaal toevallig werd net voor en tijdens de conferentie bezwarend materiaal gepubliceerd over zware mensenrechtenschendingen waaraan het Syrische regime zich zou bezondigd hebben. Het ging om een als ‘vertrouwelijk’ gelabeld rapport van enkele voormalige rechters van diverse internationale straftribunalen. Het rapport bevat foto’s die moeten aantonen dat er op ‘industriële schaal’ Syrische gevangenen worden vermoord.

Meteen daarna kwam Human Rights Watch met een tweede rapport, ditmaal over de grootschalige vernietiging van hele wijken in en rond Syrische steden. Bedoeld of niet bedoeld, de regeringsonderhandelaars zagen hierin een manoeuvre om hun credibiliteit en onderhandelingspositie te ondergraven. Het is overigens twijfelachtig of dit in Syrië zal leiden tot meer steun voor de oppositie. Ook aan de andere kant maken verschillende gewapende milities zich schuldig aan de zwaarste mensenrechtenschendingen. Zo waren er onlangs weer slachtpartijen in Adra, een stad ten noorden van Damascus. Voor veel Syriërs zijn beide kampen verantwoordelijk voor de vernietiging van hun land.

De blokkades van hele wijken is eveneens een praktijk die door beide kampen wordt toegepast. Het gaat om een tactiek die een gevolg is van een gebrek aan materieel en manschappen. Daarnaast is het ook een uiting van de militaire impasse waarin het conflict is terechtgekomen.  Over enkele van die blokkades, namelijk het stadscentrum van Homs en het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmoek, zijn op de conferentie zogenaamde ‘vertrouwenswekkende maatregelen’ gesloten die soelaas moeten brengen voor de achtergebleven uitgehongerde bewoners. 

Op het terrein laat de ernstige uitvoering daarvan op zich wachten, waarbij beide kampen elkaar de schuld geven. Het humanitaire lijden is in dit conflict, niet voor de eerste keer, de inzet van een politiek spel. Op de conferentie en in de media ging veel aandacht naar de nood aan medicijnen en voedsel voor de naar schatting 2.500 slachtoffers van een blokkade in het oude stadscentrum van Homs door regeringstroepen.

De oppositie hield zich evenwel op de vlakte over de blokkade tegen 45.000 sjiieten in de steden van al-Zahraa en Nubul net buiten Aleppo. Dat was ook het geval in de westerse media, waar vooral de Amerikaanse beschuldigingen aan het adres van Assad een echo kregen.

 

Militaire en politieke impasse

Moest de regering geloven in een militaire overwinning, dan zou ze wellicht niet aan de onderhandelingstafel plaatsnemen. Uiteenlopende rebellengroepen, van het Vrije Syrische Leger tot aan Al Qaida-verbonden milities controleren nog steeds grote stukken grondgebied in het noorden en het oosten van het land. Het Syrische leger beschikt over onvoldoende troepen om deze gebeiden te heroveren.

Dat verklaart waarom het moet teruggrijpen naar het wapen van de blokkade of – zoals dat op verschillende plaatsen het geval is – een wapenbestand sluit met lokale milities. Paradoxaal genoeg zou de militaire impasse wel eens de sleutel kunnen zijn om uit de politieke impasse te geraken.

Met de nodige dosis optimisme zou je kunnen zeggen dat er ondanks alles toch een voorzichtige opening is gemaakt. “Er is zeker en vast overeenstemming over een transitieregering,” aldus de Syrische Academicus Yazan Abdullah uit het Verenigd Koninkrijk die de onderhandelingen in Genève bijwoonde. “De vraag is in welk kader. Zal het een transitieorgaan zijn dat boven de huidige grondwet staat of een transitieregering die verantwoording moet afleggen aan de huidige grondwet (zoals de regering dat wil, nvdr)? Dat is een groot verschil.”

 

Zwakke en verdeelde oppositie

Maar zelfs al zou het tot een akkoord komen, dan is het nog maar de vraag in welke mate zo’n akkoord gedragen zal worden op het terrein. De Syrische Nationale Coalitie voor de Revolutionaire en Oppositiekrachten die namens de oppositie aan de onderhandelingstafel zat, vertegenwoordigt er maar een klein deel van. Ze is intern sterk verdeeld. Een week voor de onderhandelingen was amper de helft van de leden voorstander om aan de onderhandelingen deel te nemen. Bovendien moet de Coalitie heel wat – dikwijls vergeefse – inspanningen leveren om invloed te verwerven op de strijdende milities op het terrein. Haar zwakte is dat ze erg afhankelijk is van hun steun als het ooit tot een akkoord zou komen.

Het andere oppositieplatform, het Nationale Coördinatiecomité voor een Democratische Verandering (NCCDV), waarin linkse en nationalistische partijen zetelen, stuurde zijn kat naar Genève. Dit platform is nochtans al jaren de meest uitgesproken voorstander van politieke onderhandelingen en kant zich tegen de militarisering en het sektarisch karakter van het conflict. Het NCCDV was er niet over te spreken dat het Westen alleen de Syrische Nationale Coalitie als onderhandelaar van de oppositie wilde erkennen, een deelname was dus enkel mogelijk onder haar hoede.

Bovendien spraken de VS hun veto uit over de deelname van de Koerdisch Hoge Raad, die in het noorden van Syrië een autonome zone heeft geïnstalleerd die het ook militair controleert. Volgens woordvoerder Haytham Manna was er bijgevolg geen sprake van een onafhankelijke en representatieve delegatie, maar stond de oppositie ‘onder controle’ van de VS en Saudi-Arabië. Die bepalen zo ook de termen van de onderhandelingen, en daarmee de mislukking ervan. Volgens Manna heeft de Syrische Nationale Coalitie al “lang alle populaire steun kwijtgespeeld”.

 

Veto’s en wapenleveringen hypothekeren politiek proces

Het veto van de VS, Saudi-Arabië en de Syrische Nationale Coalitie over de deelname van Iran droeg ook bij tot het hypothekeren van de onderhandelingen. Iran is de belangrijkste steunpilaar van het regime in Damascus, zowel financieel als logistiek. Een akkoord zonder instemming van Iran zou dan ook een kort leven zijn beschoren. De grote rivaal van Iran, Saudi-Arabië, mocht dan wel weer deelnemen. De buitenlandse belangen en de militaire inmenging vormen de grootste obstakels voor een duurzame vrede.

De regeringsonderhandelaars toonden zich verontwaardigd over de ‘geheime’ beslissing van het Amerikaans Congres om wapens te leveren aan de gematigde oppositie. De VS willen met de wapenleveringen een dubbel slag slaan: de opmars van de jihadisten ten koste van de gematigde opposanten tegengaan alsook hun militaire en politieke positie verstevigen. Een gevaarlijke gok die niet alleen verdere onderhandelingen in gevaar kan brengen, maar ook het omgekeerde effect kan bereiken.

Op het terrein is het een illusie om te denken dat de wapens niet in ‘verkeerde handen’ (Al Qaida en aanverwante) zullen vallen. In de praktijk wisselen gewapende milities nogal gemakkelijk van kamp en zijn veel van de wapens in jihadistische handen buitgemaakt na gevechten met andere rebellen.

 

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers