Amerikaans nucleair specialist in Belgisch parlement.

B61Europa
Facebooktwittergoogle_plusmail

Hans Kristensen was de genodigde op de parlementaire commissievergadering buitenlandse zaken van 29 januari 2014. Als verantwoordelijke van het Nucleair Informatieproject van de Federation of American Scientists legde hij de situatie uit van de tactische kernbommen van de VS die in 5 lidstaten van de NAVO gestationeerd liggen, onder meer dus in Volkel (Nederland) en in Klene Brogel (België). Enkele notities. (lees ook verslag hierover van Lode Vanoost)

 

Hij stelt nadrukkelijk dat we de dwang tot consensus – bijvoorbeeld over het behouden of weghalen van kernbommen – binnen de NAVO niet mogen overroepen. Zo is er bijvoorbeeld een consensus om een bepaald niveau van militaire uitgaven te realiseren, en toch haalt bijna geen enkele lidstaat de norm; met andere woorden de landen zijn vrijer dan hun leiders dikwijls willen doen geloven aan de publieke opinie.

De recentste beslissingen van de NAVO komen er eigenlijk op neer dat we niets gaan wijzigen aan de sitautie van de tactische kernwapens in Europa zolang ook Rusland geen nieuwe stappen zet.
Maar welke rol spelen de Russische niet-strategische kernwapens in de veiligheidstrategie? Deze houden volgens hem geen antwoord in op de aanwezigheid van gelijkaardige Westerse wapens, maar steunen op de analyse dat de Russische conventionele bewapening achterop hinkt tegenover de Westerse, en dat er dus een extra beveiliging nodig is met tactische kernwapens. Het zal dus niet makkelijk zijn om de Russische plannenmakers in een voor-wat-hoort-wat-spel qua tactische kernwapens mee te krijgen.

Deze koppeling (wij zetten maar stappen als ook de Russen dat doen) was kennelijk niet van belang bij vorige wijzigingen in het arsenaal tactische bommen in Europa, toen ze werden weggehaald uit Griekenland, uit het Verenigd Koninkrijk, uit Ramstein in Duitsland. Waarom dan nu wel?

De keuze van onze leiders om in de Lissabontekst deze koppeling expliciet wel te maken, is eigenlijk een keuze om alles bij het oude te laten, en geen ontwapeningsstappen te moeten overwegen. Eigenlijk zien we op dit vlak een gebrek aan leiding, die in normale omstandigheden altijd van de VS is uitgegaan; president Obama is de gevangene van een Republikeinse meerderheid die hem gegund heeft het aantal kernwapens te verminderen, op voorwaarde echter dat hij eerst de moderniseringsplannen voor de kernwapens goedkeurde.

De modernisering van de B61-bommen die in Kleine Brogel liggen wordt in de VS en in militatire NAVO-kringen voorgesteld als ‘onderhoud’ (“Life Extension programme”) zodat deze wijzigingen als business-as-asual worden voorgesteld, waar geen hogere politieke regionen moeten worden voor aangesproken. Maar de vervanging van alle B-61 types door de B61-12 betekent wel degelijk een wijziging in de militaire bruikbaarheid van deze bommen: ze beschikken in de toekomst over de capaciteit om zich in de grond te boren alvorens te ontploffen (de zogenaamde bunkerbuster capaciteit), en door de toevoeging van een staartstuursysteem worden ze geüpgradet van gewone zwaartekrachtbommen naar stuurbare bommen. Dit betreft overduidelijk geen ‘onderhoud’ maar echte ‘upgrade’ en ‘vernieuwing’; en dus nieuwe, toegevoegde militaire capaciteit.

Door de grote verscheidenheid aan veiligheidsbelangen onder de verschillende lidstaten van de NAVO is het haast niet mogelijk om een consensus te vinden over ontwapeningsvoorstellen, daarom spreekt de Lissabontekst over een status quo. Eigenlijk zet de NAVO nooit lijnen uit wat de nucleaire strategie betreft, maar volgt Evere de wijzigingen die lidstaten doorvoeren. Dus…

Bij het behouden van de bommen in België, Nederland, Duitsland, Italië en Turkije, zou men zich de vraag moeten stellen of we deze bommen vandaag zouden installeren mochten ze er nog niet geweest zijn. Met andere woorden, vormen deze kernbommen een antwoord op de huidige ‘bedreigingen’ van de westerse veiligheid?

Stel even dat de NAVO niet zou bestaan, zou België dan een bilateraal akkoord afsluiten of bestendigen voor het plaatsen van Amerikaanse kernwapens op haar territorium? Dit zou trouwens niet kunnen onder het Non Proliferatie Verdrag, dat geen transfer van kernwapens van het ene land naar het andere toestaat. Vandaag wordt stilzwijgend aanvaard dat de beslissing van 1959 (in volle koude oorlog) om Amerikaanse bommen in Europa te stationeren impliciet aanvaard is geworden toen het Non-Proliferatie Verdag werd opgesteld in 1968. Maar klopt dat nog vandaag?

Vandaag dienen deze bommen vooral een politieke doelstelling, met name vormen ze het bewijs van de Noord-Amerikaanse betrokkenheid bij de Europese veiligheid. Dit lijkt een essentiële vraag te zijn van de Oost-Europese lidstaten van de NAVO. Kan die garantie alleen maar nucleaire proporties aannemen?

De Herziening van de Nucleaire positie van de NAVO maant de lidstaten wel aan om na te gaan hoe de veiligheid van Europa kan worden gegarandeerd in geval er geen Amerikaanse kernwapens zouden zijn gestationeerd. Zullen we daar op de volgende NAVO-top van sptember in Londen iets meer over horen?

 

zie ook Discussie over F16 en verslag vredesonferentie