“98 % van de leningen is rechtstreeks naar de banken gegaan”

giorgos karatsioubanis
Facebooktwittergoogle_plusmail

Interview (*) met Giorgos Karatsioubanis van de Griekse partij Syriza

Giorgos Karatsioubanis is politiek secretaris van de Europese partij ‘Europees Links’ en is de verantwoordelijke voor alle Syriza-afdelingen buiten Griekenland, inclusief de Belgische tak. “De helft van de Grieken leeft immers in de diaspora”, zegt Karatsioubanis lachend. Hij is ook lid van het Europese beleidsdepartement van Syriza.

Syriza is een jonge partij. Hoe is ze ontstaan?

Syriza staat voor Coalitie van Radicaal-Links. De coalitie werd opgericht in de aanloop naar de Griekse parlementsverkiezingen van 2004. Een aantal linkse partijen en bewegingen -waaronder Synapismos, de partij waar ik vroeger actief bij was- werkten voor 2004 al samen in het Griekse Sociaal Forum en in vanaf 2001 ook in de zogenaamde Dialoogruimte voor Eenheid en Gemeenschappelijke Actie van Links. Uit de vele discussies bleek dat er heel wat gemeenschappelijke standpunten bestonden, daarom werd er besloten om meer gestructureerd samen te gaan werken in een electorale alliantie. Het is pas op het congres van juli 2013 dat Syriza zich effectief omvormde tot een echte partij.

Syriza leidde tot nu toe een kort maar turbulent bestaan. Een belangrijk moment voor de coalitie was de beweging tegen de hervorming van de Griekse grondwet in 2006. De Griekse regering wilde de wijziging van grondwetsartikel 16, dat stelt dat het hoger onderwijs uitsluitend een bevoegdheid is van de overheid. De regering wilde het onderwijs dus liberaliseren en de inrichting van privaat hoger onderwijs mogelijk maken. De studenten kwamen in opstand en slaagden er in om de meerderheid te halen in de Algemene Vergadering van tal van universiteiten. In het parlement kregen de studenten enkel de publieke steun van de parlementsleden van Syriza en de Griekse Communistische Partij (KKE). Het toonde in elk geval de band tussen Syriza als electorale alliantie en de vele linkse bewegingen. Op dat ogenblik beschikte Syriza maar over een kleine parlementsfractie van 6 leden, allen afkomstig uit Synapismos, de grootste partij in de coalitie. De parlementaire fractie van Syriza stond toen onder leiding van de voorzitter van Synapismos, Alekos Alavanos. In 2008 werd hij als voorzitter van Synapismos opgevolgd door Alexis Tsipras, een jonge politicus die furore maakte als lid van de gemeenteraad van Athene. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 toonde Syriza zich heel actief aan de basis, wat uiteindelijk zijn vruchten afwierp. In Athene rijfde Syriza toen 10,7% van de stemmen binnen. Dit betekende voor de Griekse politieke scene een kleine aardverschuiving. Het was de eerste keer dat Alexis Tsipras bij het brede publiek bekend geraakte. Vanaf 2009 leidde Tsipras ook de parlementaire fractie van Syriza.

 

Het feit dat jullie een erg diverse alliantie waren, zorgde ongetwijfeld ook voor heel wat spanningen. Er was op een gegeven moment zelfs een afsplitsing.

In de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2009 kampte Syriza met heel wat interne discussies. Dat was inderdaad een gevolg van de moeilijke evenwichtsoefening tussen de verschillende partijen en bewegingen die Syriza omvatte. De verkiezingsuitslag was dan ook beneden de verwachtingen. Met 4,7% van de stemmen geraakte slechts één kandidaat verkozen, terwijl we gehoopt hadden op een resultaat van rond de 10%. Het was een hele moeilijke periode voor Syriza. De regering kondigde kort daarna vervroegde parlementaire verkiezingen aan. We haalden opnieuw een mager resultaat met slechts 4,6% van de stemmen. Dat was goed voor 13 zetels op een totaal van 300 parlementsleden. Tsipras geraakte wel verkozen, en er waren nu ook vertegenwoordigers van andere groepen buiten Synapismos. Op het Syriza-congres van juni 2010 zorgden de interne spanningen voor een afsplitsing van een groep die meer wilde samenwerken met Pasok (de Panhelleense Socialistische Beweging), de sociaaldemocratische partij die de verkiezingen had gewonnen. De meeste voorstanders van deze visie waren leden van een tendens binnen Synapismos die vond dat de partij te veel van haar identiteit moest prijsgeven binnen Syriza. Ze vormden een nieuwe partij: Democratisch Links. Vier parlementsleden stapten mee over. Later zouden ze zich achter de regering scharen en het strenge Europese besparingsbeleid steunen.

Vanaf toen was het voor het overgebleven deel van Synapismos duidelijk dat de toekomst van de partij binnen de Syriza-coalitie lag. Een paar weken eerder hadden de Griekse regering en de Trojka [de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds] een memorandum opgesteld voor een hulppakket aan Griekenland van 110 miljard euro gespreid over 3 jaar, in ruil voor budgettaire maatregelen. In het parlement was de Syriza-fractie een van de felste tegenstanders van de besparingsmaatregelen die in dit kader werden afgesproken. We waren klein, maar we groeiden uit tot de belangrijkste oppositiegroep. De christendemocratische centrumpartij Néa Dimokratia vormde weliswaar de grootste oppositiepartij, maar ze vond dat de Europese besparingsmaatregelen noodzakelijk waren. De andere oppositiepartij, KKE, voerde wel actie tegen de maatregelen, maar stelde zich geïsoleerd op. De militanten van Syriza zochten de straat op, waar de vakbonden en de andere sociale organisaties zich bevonden. In 2011 werd het Atheense Syntagmaplein voor het parlement gedurende twee maanden bezet. Op hetzelfde ogenblik was er een Europese top in Nice waar de Duitse Bondskanselier Merkel en de Franse president Sarkozy, de Griekse Pasok-premier Papandreou onder zware druk zetten om nieuwe besparingsmaatregelen af te kondigen. Het was op dat ogenblik niet duidelijk of de regering daarover een referendum zou houden. Het was een periode van grote instabiliteit. Op het Syntagmaplein kwamen er heel wat mensen samen, die al gauw de ‘vergetenen’ van de maatschappij werden genoemd: de berooide arbeiders, de werklozen,… Het was een interessant experiment. De indignados hielden er hun volksvergaderingen, zoals dat ook in Spanje gebeurde. De debatten die er plaatsvonden, gingen gepaard met een verdere radicalisering van de burgers, een radicalisering die eigenlijk al twee jaar eerder in gang was gezet met de moord op de 15-jarige Alexis Grigoropoulos door twee politiemannen. Een incident dat toen in een context van economische crisis en hoge werkloosheid leidde tot hevige rellen over heel het land. De samenkomsten op het Syntagmaplein vormden een belangrijk moment in de vorming van de identiteit van Syriza. Veel mensen geraakten gepolitiseerd door het proces van participatie in de discussies, en wendden zich tot links en Syriza. Op het kleine bovenste gedeelte van het plein had je nog een beweging die zich tegen de besparingspolitiek keerde en waaruit een nieuwe partij zou groeien, de Partij van Onafhankelijke Grieken, een afscheuring van Néa Dimokratia. Het ging om een rechts nationalistische beweging. Later zouden deze mensen kiezen voor de neo-fascistische partij Gouden Dageraad.

 

De crisis woedde volop en er heerste een enorme volkswoede over de zeer zware besparingen. Hoe probeerde de bevolking zich te beschermen tegen de crisis en de besparingen?

Als antwoord op de crisis ontstonden er allerlei initiatieven in de steden verspreid over heel Griekenland. Er werden oplossingen gezocht voor de precaire situatie door sociale centra en discussiegroepen op te richten. Het verzet was creatief. Er waren burgerlijke ongehoorzaamheidsgroepen die weigerden om de tol op de wegen of de extra belasting op de energiefactuur te betalen. De regering had via de elektriciteitsrekening namelijk een heel hoge speciale belasting opgelegd. Het was in die tijd Synapismos die als eerste opriep om die taks niet te betalen en ongehoorzaamheidsacties te starten. Indien iemand niet in staat was om deze speciale taks te betalen, werd hij van het elektriciteitsnet afgesloten. De burgerlijke ongehoorzaamheidsbeweging sloot echter een alliantie af met de vakbonden van de elektriciteitsbedrijven om er voor te zorgen dat de mensen terug op het net werden aangesloten. Bovendien zorgde ze ook voor juridische steun. Er werden allerlei solidariteitsnetwerken opgericht. Hun belangrijkste slogan was: ‘niemand mag alleen staan in de crisis’. Er bestonden al scholen gerund door vrijwilligers die mensen zonder papieren onderwijs aanboden. Tijdens de jongste crisis groeide dit uit tot een project over heel Griekenland waarbij specifieke cursussen werden gegeven aan arme studenten. Avondcursussen vormden het antwoord op dure privéscholen. Het belangrijkste initiatief waren de solidariteitsnetwerken in de gezondheidszorg. Het onderwijs en de gezondheidszorg behoren tot de sectoren die het zwaarst getroffen worden door de besparingsmaatregelen. Kleinere scholen werden gesloten of gefusioneerd om te besparen op operationele kosten. Hetzelfde gold voor ziekenhuizen. In verschillende steden ontstonden daarop spontaan tal van medische en sociale centra. Dokters en medisch personeel, maar ook mensen zonder medische opleiding, boden vrijwillig hun diensten aan. Deze centra zijn ondertussen heel belangrijk geworden. Dat is logisch want met een werkloosheidsgraad van 30% hebben veel mensen geen toegang meer tot het reguliere gezondheidszorgsysteem. Het belangrijkste kenmerk van de solidariteitsnetwerken is dat de mensen die er hulp komen vragen ook een bijdrage leveren aan de centra. Mensen komen zo in de sociale actie terecht en geraken gepolitiseerd. Het is dus geen kwestie van filantropie.

 

Vanwaar kwamen de middelen om dat allemaal te organiseren?

Toen de parlementaire fractie van Syriza na de verkiezingen van mei 2012 voor de eerste keer samenkwam, besliste ze om 20% van de salarissen af te staan aan sociale projecten. Omdat het meestal om feitelijke initiatieven ging zonder legale structuur was het noodzakelijk om een financiële organisatie op te richten -die ‘Solidariteit voor Allen’ werd genoemd- om financiële of medische diensten te leveren. Bijvoorbeeld: als een medisch centrum in een van de steden een bepaald soort geneesmiddel niet heeft, kan het de medicatie via Solidariteit voor Allen van een ander medisch centrum verkrijgen. Ook zorgde het fonds voor middelen om medische centra te helpen bij het aanschaffen van infrastructuur. Een andere taak van deze koepelstructuur is het internationaal verspreiden van deze ervaringen. Vertegenwoordigers ervan gaan naar andere landen om te kijken of het Grieks experiment ook een bijdrage kan leveren aan de publieke gezondheidszorg elders.

Als gevolg van de bezetting van het Syntagmaplein, maar ook omdat hij door Duitsland en Frankrijk onder druk werd gezet om af te zien van een gepland referendum over de Europese Top van eind oktober 2011, was premier Papandreou verplicht om af te treden. In de plaats kwam er een technocratische regering onder leiding van Loukas Papadimos, de voorzitter van de Griekse Centrale Bank, die eerder ook vice-president was van de Europese Centrale Bank. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 6 mei 2012 merkten we dat de besparingspolitiek de mensen had wakker geschud. We voelden dat er iets aan het veranderen was, dat we als Syriza een belangrijkere politieke rol konden spelen. De partijen die de regering steunden, de zogenaamde memorandapartijen (Nea Dimokratia, Pasok en Democratisch Links) hadden niet echt een programma tijdens de kiescampagne. We kwamen in een situatie terecht waarbij de partijen die de memoranda [de besparingsafspraken met de Trojka] steunden, lijnrecht tegenover Syriza stonden. Telkens als Syriza zich uitsprak tegen de opgelegde besparingspolitiek werden we door de andere partijen aangevallen, terwijl ze zelf niet in staat waren om hun eigen programma uit te leggen. Het kiesresultaat oversteeg onze stoutste verwachtingen. We hadden nooit durven denken dat we over Pasok zouden springen en de tweede partij van het land zouden worden. We haalden bijna 17% van de stemmen. De grootste partij, Néa Dimokratia (18,85%), was niet in staat om een meerderheid te vormen. Hoewel de memorandapartijen Néa Dimokratia, Pasok en Democratisch Links een coalitie konden vormen, verkozen ze nieuwe parlementsverkiezingen te organiseren op 17 juni 2012. De electorale campagne die daarop volgde verliep in een sfeer van angst en instabiliteit. De rechtse partijen waarschuwden voor een communistische regering. Ze haalden slogans uit de kast die nog dateerden van de Koude Oorlog. Het debat verliep erg gepolariseerd. Uiteindelijk zouden de verkiezingen van juni 2012 opnieuw gewonnen worden door Néa Dimokratia en Syriza. Syriza haalde nu 26,8% van de stemmen en was de tweede partij van het land geworden. Met de steun van Pasok en Democratisch Links kwam er uiteindelijk een regering onder Néa Dimokratia, die meteen nieuwe besparingsmaatregelen nam. Ook al waren we de tweede grootste partij, niemand wilde met ons onderhandelen. Wij werden afgeschilderd als extremisten, ook in de Europese media.

Syriza was al sinds 2011 bezig met een unificatie-proces, d.w.z. met de omvorming van een kiesalliantie naar een partij. Toen na de verkiezingen van mei 2012 bleek dat Syriza wel eens de grootste partij zou kunnen worden, versnelde dit het unificatieproces. Volgens het Griekse systeem krijgt de partij met het hoogste kiesresultaat een bonus van 50 extra zetels in het parlement. Syriza was evenwel nog altijd een alliantie en zou dus geen beroep kunnen doen op die bonus. Voor de verkiezingen van juni 2012 presenteerde Syriza zich op papier voor het eerst als een partij. Na de verkiezingen werd voortgemaakt met de vorming van een echte eengemaakte partij, een proces dat in november 2013 werd afgerond, toen de verschillende componenten van de alliantie werden ontbonden.

 

Wat zijn volgens jou de belangrijkste redenen voor de financiële en economische crisis waarin Griekenland is beland? Tussen 2000 en 2007 zag het er immers allemaal nog rooskleurig uit en was Griekenland een van de sterkste groeiers in Europa.

Louter cijfermatig gesproken was de periode 2000-2007 er een van sterke economische groei. Maar in werkelijkheid bleef de bevolking uitgesloten van de opbrengsten van deze groei. Het was de zogenaamde gouden periode van Griekenland. Vergeet niet dat Griekenland de Olympische Spelen van 2004 organiseerde. In de aanloop daarnaar waren er heel veel infrastructuurwerken. Voor 2004 waren we de enige partij die tegen de komst van de Olympische Spelen was. We werden daarvoor als landverraders bestempeld. Tien jaar later zien we dat veel van de toen gebouwde infrastructuur in verval is geraakt en de stadia leegstaan. De vele miljarden die toen zijn geïnvesteerd zullen we vele generaties later nog afbetalen. Het is een van de redenen waarom de Griekse schuldenlast is geëxplodeerd. Daarnaast zijn de oorzaken van de Griekse crisis dezelfde als in de rest van Europa, samen te vatten als de gevolgen van de neoliberale politiek die is doorgevoerd. Syriza stelde dan ook vanaf de eerste dag van de crisis dat die niet zozeer een Grieks dan wel een Europees probleem is. Tussen 2000 en 2010 voerde Griekenland een strak neoliberaal beleid. Maar de 4 tot 5% groei die gerealiseerd werd, ging niet naar de Griekse maatschappij. De winsten bleven in handen van een kleine groep mensen. Vanaf 2008-2009 werd dit nog versterkt. Naar buiten uit zag het er allemaal goed uit, maar de regering stelde de cijfers mooier voor dan ze in werkelijkheid waren. Tijdens de verkiezingen van 2009 wisten de twee belangrijkste kandidaat-regeringsleiders, Papandreou en de toenmalige premier Karamanlis, al dat er problemen waren. Premier Karamanlis had een ontmoeting met de Griekse banken die hem vertelden wat de reële situatie was van de Griekse economie. Ze besloten om deze informatie bewust te verzwijgen tijdens de electorale campagne. De nieuwe regering onder leiding van Papandreou werd al gauw met de financiële en economische moeilijkheden geconfronteerd. Er kwam een neerwaartse spiraal op gang waarbij de kredietwaardigheid van Griekenland naar beneden tuimelde en de intresten op Griekse staatsobligaties astronomische proporties aannamen.

 

Griekenland kende ook zeer hoge militaire uitgaven die extra zwaar wogen op de begroting.

In vergelijking met het Bruto Binnenlands Product (BBP) behoorden de Griekse militaire uitgaven tot de hoogste binnen de Europese Unie. Historisch heeft dat natuurlijk te maken met de vele spanningen die we gekend hebben met Turkije, wat resulteerde in een wederzijdse wapenwedloop. Het was een behoorlijk absurde situatie want beide landen zijn lid van de NAVO. De jongste jaren zijn de relaties veel beter, maar toch nemen de militaire uitgaven nog altijd een grote hap uit de Griekse begroting. Ik ken niet de juiste cijfers van het jongste begrotingsvoorstel, maar in het recente verleden kwamen de defensie-uitgaven op meer dan 7% van de overheidsbestedingen. Bovendien werd Griekenland in volle crisis onder druk gezet om grote wapencontracten met Frankrijk en Duitsland na te leven in ruil voor nieuwe kredieten. We kochten bijvoorbeeld onderzeeërs van Duitsland die veel te duur bleken en totaal overbodig zijn. De ministerpost Defensie is erg belangrijk in Griekenland. Het departement wordt ook geteisterd door corruptie [onlangs nog werd een voormalig minister van Defensie tot 20 jaar cel veroordeeld wegens corruptie].

 

Een andere reden voor het Grieks begrotingstekort zou de gebrekkige inning en ontduiking van belastingen zijn, vooral bij grote inkomens.

Dat is een complexe materie met verschillende aspecten. De overheidsdepartementen die verantwoordelijk zijn voor de inning van de belastingen behoren tot de diensten die zwaar getroffen zijn door een slecht beleid en besparingen. De capaciteit om hun werk goed te doen is zwaar aangetast. Bijvoorbeeld in de regio waar ik woon, in het noorden van Griekenland met een bevolking van 170.000 mensen, bestaat de dienst die verantwoordelijk is voor de inning van de belastingen uit slechts 5 mensen. Tegelijkertijd ontbreekt de politieke wil om de grote inkomens te raken.

 

Op de ‘Dag van het Socialisme’ begin november in de Antwerpse Singel, zei je dat quasi al het geleende geld aan Griekenland rechtstreeks naar de banken ging.

98% van het geleende geld is inderdaad naar de banken gegaan, zodat ze niet over kop zouden gaan en in staat zouden zijn om hun schulden te vereffenen. Slechts 1,7% van de via de Troika ontvangen kredieten is geïnvesteerd in de reële economie. Het is onmogelijk om de economie te hervormen en terug op de been te krijgen met dit beetje geld. Een belangrijk punt in de Griekse schuldenkwestie is dat wij vinden dat het grootste deel van de schulden illegitiem is. Volgens ons zou er een opschorting moeten komen van de schuldaflossingen gedurende 3 tot 4 jaar, zodat de economie kan herstellen. Vervolgens kan het legitieme deel van de schuld afgelost worden. Dat gebeurde ook in 1953 toen een 25-tal landen, Griekenland inbegrepen, Duitsland te hulp schoten. Duitsland kreeg de nodige ademruimte om de schuldverplichtingen later na te komen. Toen we dit standpunt tussen de twee verkiezingen van 2012 [mei en juni] verkondigden, stelde de Franse bank PNB Paribas dat ze zelfs akkoord zouden gaan met een ademperiode van 10 jaar. Voor de bank, die heel wat Griekse schuldpapieren bezit, was het belangrijker om uiteindelijk al het geleende geld te recupereren dan er een deel van te verliezen door kwijtschelding, zoals een aantal belangrijke Europese leiders wilden. In elk geval was er volgens ons ruimte om daarover te onderhandelen, maar dat werd niet gedaan. Griekenland buigde zich slaafs naar de Europese dictaten. Het resultaat is nu dat de economie (in termen van BBP) sinds 2010 met een kwart is gekrompen.

 

Wat is jullie houding ten opzichte van de EU? Een aantal linkse groepen en partijen bepleiten een exit uit de Eurozone en zelfs de EU.

Op een van onze laatste congressen hebben we het standpunt ingenomen dat een politieke oplossing gevonden moet worden binnen de eurozone. Er zijn natuurlijk veel pro’s en contra’s op te sommen, maar dat zou ons hier te ver leiden. Voor een economie als de Griekse, die maar zo klein is en dus zo licht weegt in de eurozone, zou een exit een enorme destructief effect hebben. Niet alleen voor Griekenland maar ook voor de hele eurozone.

 

(*) Dit interview verscheen eerder in het Tijdschrift Vrede

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers