Poetins “vergeten” opposanten

imagesZXUG0784
Facebooktwittergoogle_plusmail

Vladimir Poetin slaat en zalft. De Russische president wil zo weinig mogelijk ruimte geven aan elke vorm van oppositie, zowel het arsenaal aan wetten en wapens zorgen daarvoor. Maar tegelijk meet hij zich een imago aan van een ootmoedige patriarch die gevangenen doet vrijlaten. De amnestie voor de 20ste verjaardag van de grondwet is echter zeer selectief, ze moet dienen om Poetins imago in binnen- en buitenland op te poetsen aan de vooravond van de Olympische Winterspelen in Sotsji.

De westerse media besteedden zeer ruim aandacht aan de vrijlating van oligarch Michail Chodorkovsky na tien jaar gevangenis. Hij werd prompt naar Duitsland gestuurd vanwaar hij doorreisde naar Zwitserland, waar hij vermoedelijk wel een spaarpot heeft uit de tijd dat hij als grootste Russisch oligarch fortuin vergaarde. Hij werd veroordeeld wegens fraude en andere economische misdrijven.

Public relations

Maar zowat alle oligarchen zijn in datzelfde bedje ziek. Poetin nam het echter niet dat hij ook politieke ambities had en daarmee de afspraak van 2000 tussen het Kremlin en de oligarchen niet nakwam. Poetin zei toe in grote lijnen: we raken niet aan jullie crimineel vergaarde fortuin, maar hou u ver van de politiek. Chodorkovsky heeft het begrepen, hij zal nu vanuit veiliger oorden zijn zaken, wat ervan overblijft, beheren.

Zoals alle oligarchen is een figuur als Chodorkovsky niet geliefd bij een grote meerderheid van de Russen. Zijn vrijlating is een waarschuwing aan de andere oligarchen, in de zin van: wees gerust, uw belangen zijn veilig zolang jullie maar geen politieke dromen koesteren. Ze moeten beseffen dat de Russische justitie hen op elk ogenblik een ernstig vergrijp kan aanwrijven. De vrijlating is ook een geste naar de stedelijke middengroepen die in Chodorkovsky een slachtoffer van Poetins willekeur zien. Het is een public relationsgeste naar het Westen.

Dat geldt in enige mate ook voor Nadezjda Tolokonnikova en Maria Alechina, twee vrouwen van Pussy Riot die werden vrijgelaten en hulde brachten aan Chodorkovsky als een verdediger van mensenrechten… Vooral hun brieven uit gevangenschap over de omstandigheden in de gevangenis kregen voor het Kremlin toch wel wat te veel weerklank in het buitenland. In Rusland zelf is de weerklank kleiner, niet alleen door de gemuilkorfde media maar ook omdat dit soort protesten voorbijgaan aan de bekommernissen van een meerderheid van de bevolking, en dat zijn vooral sociale bekommernissen.

6 mei

In het kader van de amnestie zijn ook vijf mensen vrijgelaten die opgesloten zaten in de “6 mei affaire”. Het gaat om actievoerders die in mei 2012 waren opgepakt en veroordeeld wegens “ernstige ordeverstoring” en “geweld tegen de politie”. Vladimir Akimenkov, die in de gevangenis bijna blind werd, is een van de vrijgelatenen. De meeste veroordeelden komen echter niet in aanmerking voor amnestie omdat ze “geweld hebben gebruikt”.

De bekendste van de veroordeelden is Sergej Oedaltsov die onder huisarrest leeft. Oedaltsov is een leider van het “Links Front”, een oppositiebundeling die niet alleen opkomt voor respect voor individuele mensenrechten, maar ook en vooral voor de vele maatschappelijke problemen van de Russische samenleving. Nu Poetin aankijkt op een economische stagnatie stijgt het risico op sociale spanningen. Zoals in de meeste kapitalistische landen zijn de ongelijkheden in Rusland nog verder toegenomen (zie ook Uitpers 17 oktober 2013 ‘Ruslands schreeuwende ongelijkheden’).

En dan zijn linkse activisten voor het Kremlin gevaarlijker dan een ambitieuze oligarch of artiesten die protesteren tegen de banden tussen staat en kerk (Pussy Riot). Oedaltsov en zijn medestanders worden daarom zoveel mogelijk gehinderd. Eind 2011 werd Oedaltsov vijf dagen vastgehouden omdat hij op verkiezingsdag de straat op de verkeerde plaats had overgestoken. Na vijf dagen werd hij weer twee weken opgesloten omdat hij twee maanden eerder het ziekenhuis te vroeg had verlaten. Complete willekeur dus. In oktober 2012 werden diverse linkse militanten beschuldigd van een samenzwering om Poetin omver te werpen. De meesten onder hen zitten nog vast, zoals Alexei Gaskarov, een socialist die zeer actief is in de strijd tegen de steeds luidruchtiger fascistische groepen.

Accenten

Deze opposanten komen echter minder in onze (en de Russische) media. Alle aandacht gaat naar Chodorkovsky, Pussy Riot en Alexei Navalny (zie ook Uitpers 14 aug. 2013 “Xenofobie troef in Moskou” over Navalny’s xenofobe standpunten).  Zij hebben wel een politiek programma met sociale prioriteiten, terwijl Poetin zelf veel socialer klinkt dan de Chodorkovsky’s en Navalny’s.

De Communistische Partij, tot nog toe nauwelijks oppositie te noemen, tracht een weg te vinden tussen volgzaamheid en oppositie. Zij wierp zich vorig jaar actief in de strijd tegen de ontmanteling van de Academie voor Wetenschappen, een 300 jaar oude instelling waaronder bijna één miljoen onderzoekers en academici vallen. Zelfs onder Stalin werd haar autonomie min of meer gerespecteerd. Maar Poetin decreteerde haar ontbinding om die ganse academische wereld rechtstreeks onder controle van het regeringsapparaat te plaatsen, wat volgens de tegenstanders de deur openzet voor grootscheepse corruptie.  Omvangrijke protesten daartegen kregen in de westerse media weinig aandacht.

Sotsji

In de aanloop naar Sotsji en tijdens de winterspelen, zal veel aandacht uitgaan naar de toenemende repressie tegen holebi’s. Poetin liet niet alleen een wet stemmen, politie en justitie gedogen dat nationalistische groepen jacht op homo’s maken. Het is echter ook belangrijk de komende weken tegelijk de andere slachtoffers van Poetins repressie onder de aandacht te brengen. En in dat kader ook de toestanden in de strafkampen aan  te klagen, de meeste van de 800.000 gevangenen in Rusland ontberen de meest elementaire mensenrechten, zoals gezondheidszorg.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.