Na raad van state uitspraken Uplace en Doel vrolijk de afgrond in met MER Oosterweel?

Facebooktwittergoogle_plusmail

Een cocktail van vastgeroeste structuren en onlogische gedragingen beletten ons vandaag vooruitgang in alle grote Vlaamse infrastructuurprojecten. Als Ademloos lid en bevoorrecht waarnemer deel ik graag mijn visie hierover, aan de hand van de ervaringen met het Oosterweel proces. Het Oosterweel drama in haar vele delen is natuurlijk uniek, maar wat geldt voor Oosterweel, geldt in grote mate ook voor Uplace, Doel e.a.

 

1) Walk and don’t look back en leer vooral niet bij

Herinner u dat het Oosterweel dossier voor de tweede keer een MER procedure volgt. In 2005 werd het onafhankelijke MER team geleid door een werknemer van TV SAM, het ingenieursbureau van N.V. BAM. stRaten-generaal tekende hiertegen protest aan, als inspreker van een alternatief tracé. Een MER bureau moet immers onafhankelijk én onpartijdig zijn. De overduidelijke partijdigheid van BAM werd uiteraard veroordeeld, maar noch BAM, noch haar eigenaar, de Vlaamse regering, waren onder de indruk. Begin 2008 verklaarde BAM nog dat het “wegschrijven van alternatieven” normaal was (sic). Pas rond 20 juni 2008 begreep men “dat het volk niet mee was” en werd Karel Vinck benoemd. Niet om BAM te saneren, maar om draagvlak te creëren voor Wapper en BAM tracé. Eindelijk werd ook een onafhankelijk ingenieursbureau aangesteld: ARUP/SUM, dat twee zeer BAM-kritische, accurate studies afleverde. Maar die studies werden zonder gêne ook “weggeschreven”.

Ook de volksraadpleging tegen het BAM-tracé, werd achteraf herschreven tot een keuze tussen brug of tunnel.

Toen stRaten-generaal en Forum 2020 – zeg maar de kritische BAMTRACE denkgroep van havenbedrijven en economisten – het Meccano alternatief op tafel legden, was de regering nog harder. Het Meccano tracé leidt verkeer rond de stad, ontsluit de haven maximaal en verwijst de randvoorwaarden (tol) van de regering naar de prullenbak. Het had met andere woorden heel wat troeven die onmiddellijk duidelijk waren voor iedereen én een historisch draagvlak bij zowel milieugroeperingen, gezondheids-actievoerders als haven en economie. Dus werd het in opdracht van Kris Peeters himself onmiddellijk weggeschreven en te vuur en te zwaard bestreden. Door de hele Vlaamse regering én BAM én VVC. Met als ultiem dieptepunt het fysiek uitschakelen van het Meccano tracé door er een gevangenis op te bouwen.

Dit zijn maar een paar voorbeelden van volstrekt arbitrair, uitgesproken partijdig gedrag dat dit dossier al sinds 2000 bepaalt. De politiek, zowel in Brussel als in Antwerpen, blijft hier zijn verantwoordelijkheid ontlopen. Voortschrijdend inzicht nihil want wie schrijdt zonder te zien kan niet bij leren.

 

2) Huidige MER procedure bedreigd door ingebakken structurele gebreken

Een Milieu Effecten Rapport (MER) vergelijkt verschillende alternatieven voor een infrastructuurproject op mobiliteit, leefbaarheid e.d.

Deze vergelijking moet uiteraard wetenschappelijk én onpartijdig zijn. Kan Vlaanderen dat wel voor de Oosterweel (en andere grote projecten)?

Beslist u zelf na volgende zeven bedenkingen:

1) De opdrachtgever is BAM (eigendom van de Vlaamse regering). Zij is nauw betrokken bij de totale procedure. Zij is ook betrokken partij, want indiener van het voorkeurstracé van de Vlaamse regering.

2) Het eigenlijke onderzoekswerk wordt door BAM uitbesteed aan een extern MER bureau: Antea Group. Zij moet in grote onafhankelijkheid haar werk  doen. Antea verdient natuurlijk het voorrecht van de “positieve twijfel”. Opdrachtgever BAM is echter absoluut niet onafhankelijk, maar volstrekt betrokken partij en blijft bij de voortgang van het proces nauw betrokken en houdt wellicht overdreven cruciale knoppen vast? BAM wordt bovendien aangejaagd door een Vlaamse regering, waarvan zowel de minister president en de vakminister meermaals verklaarden dat ze hun eigen voorkeursoplossing – het BAM tracé – zouden betonneren en tot hun laatste snik verdedigen. 

3) Dit MER bureau besteedt bovendien zelf ook werk uit (normaal): alle deelrapporten van het MER worden geschreven door externe experts. Deze deelrapporten worden door Antea gesynthetiseerd (rapport 13). Experts zijn geen heiligen of onbeschreven bladen. Ze hebben voorgeschiedenissen. Ze zijn eventueel zelfs betrokken partij. Indien de BAM én/of de Vlaamse regering betrokken is in de inschakeling van deze experts, dan is dat een evident gevaar voor de onafhankelijkheid. 

De vooringenomenheid in onderdelen van de ontwerp MER is zo grensverleggend dat dit moeilijk anders geïnterpreteerd kan worden.

4) De insprekers (indieners) van alternatieven worden niet gelijkaardig behandeld. Er wordt natuurlijk soms vergaderd. De BAM is wel bij de vergaderingen van de insprekers maar de insprekers zijn niet bij de vergaderingen van de BAM. Dit is niet neutraal en niet onafhankelijk.

5) Dit heeft bijvoorbeeld de volgende twee gevolgen:

– Ademloos & vrienden vroegen in hun MER bijdrage om het opnemen van afstandsperimeters van autosnelwegen. Het verband tussen afstand van verkeer en gezondheid is uitputtend bewezen en gerapporteerd. Het heeft zelfs geen zin om dit onderzoek naar gezondheidseffecten te voeren als je die afstandsperimeters niet meeneemt. Dit werd in de initiële richtlijnen als vanzelfsprekend meegenomen, maar later zonder deftige uitleg verwijderd. Het gevolg is dus een gezondheidsrapport dat niet kan wat het moet kunnen: de effecten op omwonenden van de verschillende tracés grondig én kwantitatief vergelijken.(Omdat BAM dan zou verliezen!).

– stRaten-generaal diende als onderzoeksvariante de mogelijke aanleg van lange overkappingen in. Overkappingen werden wél opgenomen op een paar plaatsen bij het BAM tracé maar nergens bij het Meccano tracé. Dit terwijl het Meccano tracé is ontworpen om zoveel mogelijk te kunnen overkappen en het BAM tracé overkappen voor het grootste deel onmogelijk maakt. 

Het gebrek aan logica en consistentie op basis van slechts deze twee voorbeelden geeft blijk van partijdigheid. Het leidt bovendien tot cruciale kennislacunes.

6) De ontwerp MER wordt ten slotte ter advisering voorgelegd aan een groot aantal overheidsinstanties en verder aan niets of niemand. Alsof kennis, inzichten, onafhankelijkheid een exclusieve kwaliteit zijn van overheidsinstanties. Alsof de civiele samenleving niet oordeelsbekwaam is  én geen betrokken partij? (Nee, want de enige info-avond , op 12/12 voor een bevolking van 900,000 m/v, in een zaal van 200 m/v, werd afgesloten zonder dat één persoon publiek één vraag mocht stellen, vroeger noemde men dit een geleide democratie). BAM ging tevreden huiswaarts.

7) De cel MER heeft nu, vanaf 13 december, drie weken tijd voor de finale validatie van die 2000 pagina’s onderzoek, expertenrapporten en syntheses. In een absoluut onvriendelijke, carrière-bedreigende setting -zie alle politieke uitspraken over het “voorkeurstracé”. Bovendien is dit één uit vele MERs die momenteel lopen. 

 

Deze punten onderbouwen de thesis dat afhankelijkheid én partijdigheid structureel verankerd zijn, ondanks de goede wil en hoge kwaliteit van onze ingenieurs, experten en administratie. De vele aantoonbare kennislacunes zijn onaanvaardbaar. De thesis dat partijdigheid verankerd zit in de MER structuur lijkt dus stevig onderbouwd, vormt een groot risico, en noopt tot zeer grote terughoudendheid van de betrokken overheden: BAM en VLAREG. Laat ons daarnaar kijken:

 

3) huidig MER rapport al in levensgevaar wegens politieke inmenging

Recentelijk is de Raad van State twee keer tussengekomen in 2 grote dossiers van de Vlaamse regering. Allebei wegens onzorgvuldig bestuursgedrag. Is die kans hier opnieuw aanwezig? Men moet ervoor vrezen. En daarmee bent u terug bij deel 1 van dit betoog: men leert niet bij, men kijkt niet om.

 

1) Over het ontwerp MER vond 8 november een perslunch plaats die aanvankelijk niet zo genoemd mocht worden. Waar de paar aanwezige journalisten geen documenten kregen, geen rapport kregen, maar waar straffe uitspraken werden gedaan, die achteraf niet gedragen bleken door het feitelijke ontwerp MER rapport. Op 5 december werd in de commissie openbare werken hiernaar verwezen door veel ongeruste of verontwaardigde  parlementariërs. Minister Crevits verdedigde dit gebeuren. Zij betwistte dat hier sprake was van “framing” (het zetten van de toon). Minister Crevits ontkende bovendien iedere betrokkenheid. Maar niemand nam deze verantwoordelijkheid echt van haar over. Terecht want dit besluit viel ruimschoots voor 5 december en het kabinet van o.a. minister Crevits was wél betrokken. Men verklaarde in de commissie dat dit gedrag normaal is (sic) omdat de adviesinstanties gelanceerd moesten worden. Normaal lijkt dat er dan een “advies-instantie-lunch” georganiseerd wordt in plaats van een perslunch? Maar normaliteit is niet de norm in dit dossier.

De verklaring is simpel. Het sinds 2005 te vuur en te zwaard verdedigde BAM tracé met heilige randvoorwaarden komt dramatisch slecht uit de ontwerp MER. Als laatste en zwakste optie. Het debat mocht hierover dus voor geen prijs gaan. Om dat debat te vermijden of op zijn minst te vertragen en te vertroebelen, moesten een paar goed gekozen onderwerpen heel zorgvuldig in de pers worden gebracht. Via een perslunch, met zorgvuldig gekozen journalisten. Framing dus. Je hebt deze uitleg en je hebt de uitleg van de minister – slechts één van de twee strookt met de realiteit.

 

2) Ook de cel MER, die haar rol in het parlement verdedigde (5/12) en haar onafhankelijkheid en vastberadenheid met overtuiging neerzette, moest signaleren dat zij in het ontwerp MER na eerste gedeeltelijke lezing al 300 fouten had gevonden (hallo!). Adviesorganen hebben al rapporten ingediend van 50 bladzijden en meer. Sommige adviesorganen wijzen erop dat de tijd niet toestond anders dan steekproefsgewijs om te gaan met lezen en adviseren (sic). Teveel tijd besteed aan de verkeerde lunch? Het grote aantal fouten werd sterk vergoelijkt in het parlement.. Vraag is of die fouten en bevooroordeling te wijten zijn aan de hierboven reeds aangehaalde structureel ingebakken zwakheden van de huidige MER procedure. 

Als te goeder trouwe adviesorganen zoveel fouten opmerken bij simpele eerste lectuur, dan is er iets aan de hand. Niemand duidde erop fouten te hebben gevonden ten nadele van het BAM tracé en ten voordele van het Meccano tracé. Alleen onafhankelijke Peer-review, zoals gebruikelijk in andere Europese landen, zou wellicht kunnen uitwijzen of deze fouten eerder één partij benadelen of at random zijn. Als deze reviewers concluderen dat de foutenlast voornamelijk ten nadele is van één tracé dan wordt het een ernstige zaak en is de gevreesde cirkel bijna rond. (Werk voor een zich zelf ernstig nemend parlement?).

 

3) Dit dossier volgt een zeer onrealistische en wellicht onwettige timing ten behoeve van politieke daadkracht. Op enkele weken van het einde van deze legislatuur, op de laatste kabinetsraad van Peeters II, op 4 april 2014, wil men De Knoop Doorhakken. Als dit ontwerp-MER-rapport echter één zaak onomstotelijk aantoont is het dit: geen enkel tracé werkt zonder de inbreng van de A102. Slechts één tracé werkt zonder R11bis. Het MER van die twee tracé’s wordt pas gestart begin 2014 en afgerond in 2015. Als die tracés niet naar behoren werken of er geen draagvlak voor gevonden kan worden, wat dan met De Doorgehakte Knoop? 

De regering zou beter daadkrachtig communiceren dat ze de knoop zal doorhakken als ze alle nodige informatie heeft, op het juiste moment, wanneer alle kaarten op tafel liggen, na afronding van álle MER procedures rond de grote mobiliteitsoplossing voor Antwerpen. We moeten er daarna de rest van de eeuw mee voort, dus…

 

4) Op de persconferentie van 11/12 van stRaten generaal over mobiliteit werden opnieuw enorme problemen geconstateerd. Het cijfermateriaal is zo opgenomen dat ieder begin van analyse eigenlijk dagen voorbereiding vraagt, bij gebrek aan een synoptische tabel. Zo’n vergelijkende synthesetabel staat bij voorbeeld wel in de relatief simpele Liefkenshoekstudie van hetzelfde instituut: Vlaams Verkeers Centrum. De afwezigheid hiervan creëert een kennismonopolie, want het bestaat natuurlijk wel. 

 

De combinatie van onzorgvuldigheid, structurele zwakheden, zware vermoedens van partijdigheid én incompleetheid maakt dat voortijdige besluitvorming in 2014 jammer maar helaas weinig kans maakt stand te houden in onze rechtstaat.

Of wil men een beslissing die net lang genoeg standhoudt voor het politiek overleven, ongeacht de kost? Wees waakzaam en herinner u de woorden van toenmalig minister van buitenlandse zaken Marc Eyskens: “In elk ander land zou ik ontslag nemen, maar niet in dit Apenland”.