Trans-Atlantisme, Wall Street, Marshall, T.i.n.a.

usdominance
Facebooktwittergoogle_plusmail

Met de tweede wereldoorlog intensifieerde de Verenigde Staten haar economische, militaire en politieke aanwezigheid in West-Europa. Na de capitulatie van het fascistische Duitsland redde Washington de Duitse, West-Europese en Aziatische leidende figuren, en dus de collaborateurs van de fascistische asmogendheden. Ze integreerde hen in haar strijd tegen het socialisme en zette de bakens uit voor een verenigd Europa. De “koude oorlog“ in Europa was een instrument voor een mogelijke nieuwe warme oorlog, maar vooral een middel om West-Europa in de Noord-Amerikaanse sfeer te houden. Vandaag organiseert de geïntegreerde globale kapitalistische wereld, onder leiding van de VS, de plundering van de eigen en andere nationale economieën en is niet bang om wie zich niet aan haar economisch, financieel en militaire dominantie wil onderwerpen, met geweld in te lijven.

 

Tweede wereldoorlog

De Verenigde Staten trad zo laat mogelijk in de oorlog, maar deed goede zaken met de beide oorlogvoerende kampen. De Wall-Street-banken verstrekten het Duitse Reich tijdens de jaren 1920 omvangrijke kredieten ( Dawes Plan 1924 en Young plan 1924) en verleenden uitstel van terugbetaling. Twintig grote Amerikaanse concerns vonden in Duitsland een ideaal werkterrein: IBM, General Motors (Opel), Ford, General Electric, Westinghouse, Eastman Kodak, Goodrich, Du Pont, Union Carbide e.a.. Tijdens de oorlog maakten hun Duitse filialen gebruik van de door de SS geleverde dwangarbeiders.

Zonder de olieproducten van Standard Oil (S.O., het latere ESSO, Exxon), kon de Wehrmacht de energieverslindende oorlogen in Europa, Noord-Afrika en tegen de Sovjet-Unie niet voeren. De transportplanning van de Blitzkrieg noch de jodenregistratie zouden mogelijk zijn geweest zonder de informatietechnologie van ITT en IBM. Ford en General Motors produceerden de motoren en vrachtwagens voor de veldtochten in Europa en de Sovjet-Unie. De Bank for International Settlements (BIS) in Basel, verschafte het Duitse Rijk de nodige deviezen door het witwassen van het geroofde goud dat de Wehrmacht uit de schatkist haalde van de centrale banken in de door hen bezette gebieden.

De VS, die belangrijke oorlogsproducten verkocht aan de West-Europese landen én aan Duitsland, hield zich jarenlang aan het motto dat senator en later president Harry Truman in 1941 formuleerde: “ We doen met beide kampen goede zaken, laat hen elkaar zoveel mogelijk ombrengen, dan komen wij”.

Op initiatief van de VS werd in 1944 het Internationale Monetair fonds en de Wereldbank opgericht, die het financiersysteem van de VN gingen uitmaken voor de opdrachten van de Amerikaanse concerns en banken. Later ook voor de ondernemingen uit de bevriende staten. Dat systeem leidde via de schuldenexplosie voor de onderontwikkelde landen en later ook voor de ontwikkelde tot afhankelijkheid van de opgelegde structurele aanpassingsprogramma’s met zware besparingspraktijken in de sociale sector. De Amerikaanse investeringsbanken die tijdens de New Deal (economisch programma in de VS 1933-36) opzij gezet waren, verwierven opnieuw een grotere invloed.

De Europese eenheid en het Marshall-Plan

Na 1945 bouwde de VS ijverig aan een West-Europees bolwerk tegen de socialistische landen van Oost-Europa. Dit alles met een propaganda-offensief op zijn Hollywoods voor de American way of life. Hiermee redde ze tegelijk de West-Europese elite, de banken en concerns, de politieke administratie, media en wetenschappers die met de nazi’s gecollaboreerd hadden. Het belangrijkste instrument hiervoor was het Marshall Plan, maar er was ook een rol voor NAVO, CIA, handelsrelaties, economische investeringen en de cultuurindustrie.

Het Marshall-Plan bracht, in tegenstrijd met de verspreide legende, weinig concrete hulp, maar het diende vooral om de “ Eurpean Unity” en de ééngemaakte markt als instelling tot stand te brengen.  De handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten werden geliberaliseerd, Amerikaanse ondernemingen investeerden in West-Europese bedrijven voor een veel groter bedrag dan het Marshall-Plan geld.
De Marshall-kredieten werden onder voorwaarden uitbetaald: linkse partijen mochten geen deel uitmaken van de regering, en moesten waar mogelijk uit parlement en vakbonden geweerd. Marshall geld vloeide ook langs duistere kanalen, bestemd voor de financiering van de nieuw opgerichte christelijke en conservatieve partijen. Het Amerikaanse Comité on United Europe promootte en financierde via de CIA met de hulp van Ford Foundation en de Rockfeller Institute, nieuwe media, het congres “Vrijheid van cultuur”, de Europese beweging voor de Bilderberg conferentie. De toenmalige CIA baas Allen Dulles, belichaamde de verstrengeling van de geheime dienst met Wall Street concerns. Hij was de advocaat van de Chase Manhattan, van United Fruit, Ford en de tijdens de tweede wereldoorlog van de Amerikaanse chemische industrie die nauwe banden had met I.G. Farben.

De NAVO verenigde op initiatief en onder leiding van Washington de West-Europese landen op militair vlak, waarbij de fascistische dictatuur van Salazar in Portugal geen bezwaar was voor de Amerikaanse variante van democratie. Het Spanje van Franco werd een Amerikaans bastion met talrijke militaire basissen. Zo werd West-Europa herschapen tot de achtertuin van de Verenigde Staten. De VS oefende druk uit op haar militaire bondgenoten Frankrijk en Groot-Brittannië om de Duitse Bondsrepubliek in de nieuwe West-Europese structuren op te nemen en te herbewapenen. In de ogen van Washington moest verhinderd worden dat Europa socialistisch zou worden en de arbeidersklasse zich verder zou emanciperen.

De koude oorlog na 1945

Na de oorlog waarin het fascistische Duitsland en Japan werden verslagen, was er een duidelijke verzwakking van de traditionele Europese koloniale machten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, België en kwam het dekolonisatieproces op kruissnelheid. In West en 0ost-Europa genoten de communistische en neutrale weerstandbewegingen de steun van een groot deel van de bevolking in hun strijd tegen de fascistische bezetters en hun lokale handlangers. Bijgevolg stelde de VS zich als doelstelling om aan deze ontwikkeling een einde te maken. Het was dan ook geen toeval dat Walter Lipmann, de vader van het neoliberalisme, in 1946 het begrip “koude oorlog” propageerde. Hierbij kreeg hij grote steun van de Europese sociaaldemocratie waaronder de Belgische sociaaldemocraat Paul Henri Spaak, met zijn rede voor de VN “nous avons peur”. Voor zijn ijver om de koude oorlog te promoten werd de door zijn partij hoog geprezen Belgische sociaaldemocraat beloond met de post van NAVO secretaris-generaal.

Na de militaire nederlaag  van de Griekse antifascistische weerstand (1946), , met der hulp van Groot-Brittannië, voerde de VS een hevige oorlog in Korea (1950-53). In Iran verdreef de CIA de wettig verkozen regeringsleider Mossadegh, die het Britse olieconcern AIOC had genationaliseerd, om vervolgens de dictator Reza Shah Palavi terug op de troon te plaatsen (1953). Daarna hadden de Amerikaanse concerns 40 procent van de aandelen in het nieuw opgerichte British Petroleum (BP) in hun portefeuille. In Zuid-Viëtnam financierde de VS vanaf 1955 een katholieke marionettenregering tegen de weerstandbeweging van Ho Chi Minh, die al tijdens de Japanse bezetting een actieve rol speelde en de strijd leidde tegen de Franse koloniale aanwezigheid. Op basis van leugens (President Lyndon Johnson loog over een aanval op een Amerikaans schip in de Golf van Tonkin om steun te krijgen voor militaire acties tegen Vietnam.) greep de VS openlijk in de burgeroorlog van Vietnam in, waarbij het land  door het gebruik van chemische wapens een van de wreedaardigste oorlogen moest ondergaan. In Indonesië steunde de VS het bloedbad van de volkenmoord waarbij enkele miljoenen burgers van het leven beroofd werden en bracht haar dictator Suharto aan de macht (1965). Op de Filippijnen greep VS-beschermeling en dictator Marcos de macht (1972). Dit alles was mogelijk dankzij de kredieten van het IMF en privilegies voor Amerikaanse concerns en banken.

In haar Amerikaanse achtertuin wakkerde de VS regering de burgeroorlogen aan en zette pro-kapitalistische dictators aan de macht, zoals in Nicaragua (1933), Cuba (1952), Guatemala (1954), Haïti (1957). Van zodra een volksbeweging de Amerikaanse protegé van de macht verdreef, Cuba 1959 of  Nicaragua 1979, organiseerde de VS putschen en moordaanslagen, militaire aanvallen en economische embargo’s. De aan de macht gebrachte dictaturen werden als vrienden van de kapitaaldemocratie omarmd, zoals onder andere Saoedi-Arabië en andere Arabische monarchieën. Saoedi-Arabië financierde de islamitische tegenstanders van de op emancipatie gerichte nationale Arabische regeringen, zoals die van de Egyptische president Nasser, die de Britse marionettenmonarchie van de macht had verdreven, en het Suez kanaal genationaliseerd had. Riyad als grote vriend steunde dan bijvoorbeeld met veel geld de verkiezingscampagne van Ronald Reagan.

Détente en neoliberalisme

Op het einde van de jaren zestig werd het duidelijk dat de Sovjet-Unie en de socialistische staten niet militair verslagen konden worden. Maar de VS had geen oren naar het concept van “vreedzame co-existentie”.
VS president Jimmy Carter (1977 tot 1981) wordt beschouwd als de ontspanningspresident. De conferentie voor veiligheid en samenwerking in Europa 1975 riep op tot onthouding van geweld en de eerbiediging van de mensenrechten (CVSE 1975). De baas van de Chase Manhttan Bank, David Rockefeller, en zijn voorganger McCloy de grote baas van het machtige “Council on Foreign Relations (CFR)” initieerden de Trilaterale Commissie. Ze gaven de bondgenoten in Europa en Japan de mogelijkheid om in informele kring mede te discussiëren over grote oriëntaties. Zelf vakbondsleiders van de bevriende landen werden bij de praktische uitvoering van de VS strategie betrokken.

Er werden verdragen ondertekend voor de begrenzing van de wapenwedloop ( SALT I en SALT II). Echter stelde Carter op het einde van zijn ambtstijd voor om de militaire uitgaven sterk te verhogen om onder meer aan het aanstellen van de Egyptische dictatuur onder Moebarak (1981) verder de nodige Amerikaanse steun te geven. Zijn opvolger Ronald Reagan wilde de militaire confrontatie, zelfs met extreme en irrationele raketsystemen (SDI), verder uitbreiden. Ook moorddadige terreuractie was een bestanddeel van de VS politiek om de spanning op te drijven, zoals het geheime Gladio-leger van de NAVO.

Ontspanning en nieuwe agressiviteit vormde een eenheid in het Amerikaanse buitenlandse beleid. Nieuw was hun propaganda voor mensenrechten, die echter de belangrijkste rechten, zoals sociale en arbeidsrechten en het verbod op folteren, uitsloot en tot vandaag buiten beschouwing laat.

Het in de VS ontwikkelde en het door de Nobelprijs geadelde “neoliberalisme” (Friedrich Hayek 1974, Milton Friedman 1976) komt neer op een theoretisch gestaafde operatieve concretisering voor de verdere ontwikkeling van de Wall Street, IMF en Wereldbank praktijken. Het neoliberalisme is tot op heden nog altijd de theoretische grondslag van de hervorming en onderwerping van de economie, financiën, politiek en cultureel systeem aan hun agressieve winstpraktijken. Het neoliberalisme staat voor het afbouwen van de financiële en economische overheidscontrole om deze te vervangen door de privé, de afzwakking en het buitenspel zetten van de vakbonden, het afbouwen van de sociale verworvenheden en de uitverkoop van staatseigendommen.
Het opdringen van de dictatuur van het Amerikaanse imperialisme was in de eerste plaats actief in Zuid-Amerika om zo de achtertuin van Washington beter in de greep te hebben. Dat Amerikaans programma werd met de hulp van de inheemse elite en de Amerikaanse geheime diensten, militaire adviseurs, wetenschappers en ondernemersorganisaties, USAID en PR-agentschappen in praktijk gebracht. De CIA coördineerde de diverse geheime diensten, leidde en trainde de inheemse militairen en politie op in diverse foltermethodes. Dit alles in naam van de strijd tegen het communisme, maar in werkelijkheid ging het om de greep en de controle over de natuurlijke bodemrijkdommmen van de landen. Tegen de onafhankelijke, socialistische en sociaal democratische en populistische regeringen, Brazilië (1964), Chili (1973), Uruguay (1973), Argentinië (1976) en Grenada (1983) werden militaire putsches en burgeroorlogen opgezet.

De VS regeringen verschaften zich voor de export van de Amerikaanse concerns, door belastingontduiking via brievenbusfirma’s, een belangrijk  kostenvoordeel ten opzichte van internationale concurrentie. De VS concerns kunnen sindsdien via de financiële oasen, in de Caraïben en bijvoorbeeld de VS-staat Delaware, hun belasting tot een minimum terugbrengen. Dat werd en wordt door de EU bekritiseerd, maar zonder resultaat; en deze parallelstructuur wordt ook door Europese concerns en banken uitgebreid in praktijk gebracht.

De implosie van het socialisme, de Europese Unie en de globalisering

De implosie van de socialistische landen in de jaren 1989/90 betekende ook het einde van de koude oorlog. In tegenstelling met de voorstellen van de ten ondergaande Sovjet-Unie bij monde van Michail Gorbatsjov, startte de VS onderhandelingen 2+4, om te verhinderen dat de Duitse Bondsrepubliek een neutraal kapitalistisch land zou worden. Ook Europa mocht niet neutraal worden. Gorbatsjov had een “Commonwealth van vrije naties” voorgesteld, waarbij de verschillende maatschappijstructuren en eigendomsvormen behouden zouden blijven. Zoveel nationale kapitalistische vrijheid was voor de VS te veel. De VS verhindert de ontbinding van de NAVO, hoewel de oorspronkelijke motivatie met het socialistische Oostblok als vijand niet meer kon gelden aangezien die was ontbonden en als socialistisch bolwerk was verdwenen. De VS wil ten allen prijze haar militair instrument in Europa handhaven. Het centrale streven van Washington was en is om de landen uit Oost- en Centraal-Europa in de NAVO en de EU vast te spijkeren. Dit laat de VS toe om de militaire Amerikaanse en NAVO aanwezigheid uit te breiden in de landen die grenzen aan Rusland. De nieuwe economische en financiële expansie van de VS is in de periode van “détente” begonnen. Maar de grote doorbraak van deze ontwikkeling kwam op gang na de implosie van het socialistische systeem vanaf 1990, door de opname van postsocialistische landen in NAVO en EU, door het begunstigen van de corrupte inheemse elite ( Jeltzin, en de oligarchen, Chodorkowski en anderen …).

Deze periode is ook gekenmerkt door een ganse reeks van gewapende conflicten. De NAVO preciseerde haar rol als bewaker van de toegang tot grondstoffen overal op onze planeet. Om haar machtspositie en invloed in Europa te vergroten dreef de VS haar investeringen in de EU op, alsook het aantal militaire basissen. Europese banken vestigden filialen in de VS, om hun positie op de Amerikaanse markt kracht bij te zetten en volgden de Amerikanen in de nieuw veroverde gebieden. Gedurende de onderwerping van Joegoslavië en de privatisering van de ondernemingen en grondstoffenexploitatie, kwamen ook de meningsverschillen naar buiten over de buitverdeling tussen de VS, de EU en vooral Duitsland.

De VS investeringsbanken kwamen zich vestigen in de EU, waardoor een grote privatisering van de beursgang op gang werd gebracht, via financieringspraktijken zoals de Cross-Border Leasing (1995), belastingvrije immobielenmarkt ( Real Estate Investment Trusts holdings – REIT) en de toelating van hedgefondsen en Private Equity-Fondsen. De Europese banken namen deze praktijken over en onderwierpen zich aan de drie leidinggevende VS ratingagentschappen.

De VS initieerde in deze fase verschillende raden, die als alternatief voor de VN moesten ageren. In 1995 werd de internationale handelsorganisatie GATT (Genedral Agreement on Tariffs and Trade) tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) omgevormd. De G7, de belangrijkste club van de kapitaaldemocratie, werd uitgebreid tot de G20 (1998/99), waarbij de Wereldbank, het IMF en de Europese centrale bank in de club opgenomen werden. Rusland, kreeg toegang tot de G8, maar werd uitgesloten bij financiële en economische beslissingen.

Wanneer de VN voor de Verenigde Staten niet past, dan beroept Washington zich op diffuse constructies, zoals de ‘coalition of the willing’ of de ‘internationale gemeenschap’, die echter beperkt is tot de westerse landen.
Ook de EU ontwikkelde zich meer en meer – onder leiding van Duitsland, de sterkste Europese economie – als beschermgemeenschap voor privé-investeerders. Zo wordt ons de westerse kapitalistische democratie verkocht als het beste wat men kan kopen. ‘There is no alternative’. Maar in werkelijkheid is het de dictatuur van het imperialisme die men aan de rest van de wereld wil opleggen.

De nieuwe vijanden

De veroorzakers van de zogenaamde financiële crisis zijn er sterker op geworden. Naar de mening en instemming van de burger wordt niet gevraagd. De besparingen en uitbuiting worden op de schouders van de werknemers gelegd, niet alleen in de landen van Zuid-Europa, maar ook in de kernlanden van de rijke EU staten en Amerika. Steden in de rijke westerse landen geraken in financiële ademnood of gaan failliet, hun uitgaven worden drastisch verminderd waardoor de sociale structuur in verval komt. De werkloosheid blijft op een zeer hoog peil, het degraderen van de arbeid en de mogelijkheid tot privé verrijking wordt door de staat aangemoedigd. De structurele uitbreiding van het aantal werkende armen blijft doorgaan. Dat zijn de actuele kenmerken van de VS en de EU waar men niet naast kan kijken.

De strijd tegen het “terrorisme” is voor de westerse imperiale macht niet succesvol, omdat hij vooral een andere doelstelling dient, namelijk het aanwakkeren van spanningen om de verovering van de wereld mogelijk te maken: het aanleggen van militaire basissen in functie van hun afzet en investeringsmarkten; van gas, olie en andere belangrijke grondstoffen; energieaanvoerlijnen en transportwegen. Dit alles met de eventuele hulp van hun landvoogden zoals in Irak, Afghanistan en Libië. De ondemocratische regeringen in deze landen en Golfmonarchieën worden zonder blozen aanvaard en aan de macht gehouden.

In 2012 heeft de VS de oprichting van een handelsakkoord met de EU – het transatlantisch Trade and Partnership – en met zeven Aziatische landen – het Trans Pacific Partnership – op de agenda geplaatst. Met deze handelsakkoorden moeten de grote investeerders hun winsten kunnen optimaliseren en zal een voor hen gunstige privé arbitrage ingesteld worden.

De nieuwe versie van de koude oorlog, geleid door de VS kapitaalmacht, is er een tegen de landen die niet meer of gedeeltelijk toegankelijk zijn voor het westers kapitaal. Deze koude oorlog richt zich vooral tegen China, Rusland en de weerspannige Latijns-Amerikaanse landen. De westerse kapitaalmacht wil de globale kapitaalmacht zijn.

Tot op heden is de kapitaalmacht, onder leiding van de VS, nog pertinent aanwezig, dankzij een breed spectrum van instrumenten voor machtsbehoud en beïnvloeding. Maar in dat instrumentarium worden de conflicten alsmaar groter en zichtbaarder. De politieke en economische westerse machthebbers weten al lang dat ze het vertrouwen en instemming van de burgers niet meer hebben waardoor hun machtspositie intern en externe op grotere weerstand zal stuiten.

Bronnen:
Die Wertengemeinchaft der lumpenreinen Hurensohne-Werner Rügemer
Der Mythos von guten Krieg – Jacques Pauwels
Was ist der Marshall Plan – J.Schop
The Marshall Plan, America,Britain and the reconstruction of Western Europe –Michael Hogan
The Origins of the Cold War in Europe –David Reynolds