Frankrijk grootste struikelblok voor akkoord met Iran

iran6
Facebooktwittergoogle_plusmail

Waar iedereen dacht dat het de VS zou zijn die het hardst een nucleaire deal met Iran zou tegenwerken, blijkt Frankrijk het land te zijn dat zich het vlijtigst tegen een akkoord verzet. Voor Frankrijk gelden blijkbaar andere prioriteiten dan een oplossing voor het conflict met Iran.

Kernwapens in de wereld?

De vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië, onderhandelen samen met Duitsland (de ‘P5+1’) met Iran over het kernenergieprogramma van dat land. Dat programma kan immers gebruikt worden voor de aanmaak van kernbrandstof voor kernwapens.

Iran blijft dit echter ontkennen en claimt als lid van het Non-Proliferatieverdrag (NPT) het recht om gebruik te maken van kernenergie voor zijn energiebehoeften. Dat verdrag verplicht alle lidstaten de verspreiding en de uitbreiding van het aantal kernwapens (‘proliferatie’) in de wereld tegen te gaan en internationale controle van de eigen kerncentrales en onderzoekscentra voor kernenergie toe te laten door het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA).

Het legt de vijf kernmachten – de landen die eigen kernwapens bezitten – tevens de verplichting op te streven naar een reductie van hun eigen kernwapens, met het volledig verdwijnen van deze massavernietigingswapens als ultieme doelstelling.  Tevens moeten die machten zich onthouden van steun aan landen die kernwapens ontwikkelen zonder zich bij het NPT-verdrag aan te sluiten. Die vijf kernmachten zijn – niet toevallig – tevens de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad.

Er zijn daarnaast vier landen met kernwapens die géén lid zijn van het NPT-verdrag en zich dus ook niet houden aan de verplichtingen van dat verdrag: Noord-Korea, Pakistan, India en Israël. Noord-Korea was oorspronkelijk wel lid van het NPT maar heeft zich daar in 2006 uit teruggetrokken. Samen met India en Pakistan komt Noord-Korea openlijk uit voor het bezit en de verdere ontwikkeling van kernwapens.

Israël is sinds 1967 ook een kernmacht maar is de enige die dat blijft ontkennen. Het is ook het enige land dat zijn eigen kernwapentechnologie nooit heeft getest, hoewel er vermoedens zijn dat een kernbom werd getest in 1979 in Zuid-Afrika, onder het apartheidsregime (waar Israël altijd goede banden mee heeft gehad en intensieve militaire samenwerkingsverbanden).

Er zijn ook vier landen die officieel gestopt zijn met het bezit en aanmaken van kernwapens: Wit-Rusland, Kazakhstan, Oekraïne en Zuid-Afrika. In de drie eerste gevallen gaat het in feite slechts om de herpositionering van bestaande kernwapens van de ex-Sovjet-Unie naar Rusland. Zuid-Afrika is daarmee het enige land ter wereld dat zijn kernwapens echt heeft vernietigd (hoewel sommigen ook daar twijfels over hebben).

België, Duitsland, Nederland, Italië en Turkije hebben wel kernwapens op hun grondgebied maar die worden volledig beheerd door hun eigenaar, de VS. Ze worden dus niet als ‘kernmachten’ beschouwd volgens de voorwaarden van het NPT.

 

Van bondgenoot tot vijand

Iran begon reeds met de ontwikkeling van kernenergie onder het bewind van de sjah, waarschijnlijk sinds 1968. Iran is een aardolieproducent. De reden om toch kernenergie te ontwikkelen was financieel. De hoogwaardige petroleum in de Iraanse bodem kan veel meer opbrengen door raffinering tot hoogwaardige producten dan door eenvoudige verbranding voor energieproductie.

De Amerikaanse regering van president Gerald Ford (1973-1974) bevestigde dat het voor Iran economisch voordelig zou zijn om kernenergie te ontwikkelen.  De VS bouwde onder het regime van de sjah een kleine kernreactor voor onderzoek (zoals de kleine kerncentrale van het Studiecentrum Kernenergie SCK in Mol). Na de val van de sjah wilde het nieuwe regime in Teheran de ontwikkeling van eigen kernenergie verderzetten. De IAEA gaf daar aanvankelijk technische assistentie voor, tot die onder druk van de VS in 1983 werd stopgezet.

Hoewel Iran dat steeds heeft ontkend is er wel degelijk een periode geweest dat het regime van de ayatollah’s heeft gepoogd ook militaire toepassing van kernenergie te ontwikkelen, met het oog op het bezitten van eigen kernwapens. Volgens een rapport van de Amerikaanse inlichtingendiensten van 2007 zijn die pogingen gestaakt in 2003, niet zozeer omdat Iran zijn ambitie voor kernwapens verzaakte, maar omdat het niet in staat bleek de dure investeringen voor dergelijk onderzoek te betalen en de kennis niet bezat om vooruitgang te boeken. Ook rapporten van de IAEA van 2007 en 2008 bevestigen dat Iran sinds 2003 niet langer kernwapens poogt te ontwikkelen.

 

Bezorgdheid over kenrwapens?

Hoewel er dus geen enkel bewijs is dat Iran vandaag nog kernwapentechnologie poogt te ontwikkelen, blijven de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk stellen dat dat wel het geval is. Rusland en China scharen zich daarentegen achter de principiële stelling van Iran dat het land als lid van de NPT recht heeft op de ontwikkeling van eigen kernenergie voor ‘vreedzame doeleinden’.

Daarnaast is Israël de meest uitgesproken stem tegen de vermeende Iraanse nucleaire dreiging. Volgens dit land is alleen een militaire vernietiging van alle kernenergie-installaties in Iran de oplossing voor dit probleem. Meerdere Arabische oliestaten in het Midden-Oosten hebben eveneens opgeroepen voor militaire actie tegen Iran, om deze dreiging tegen te gaan.

De hardnekkigheid van de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, Israël en de Arabische oliestaten om Iran toch als een kernbedreiging voor te stellen heeft dus andere redenen. Iran stelt zich niet alleen onafhankelijk van hen op, bovendien poogt Iran een eigen invloedssfeer te ontwikkelen en te behouden in het Midden-Oosten. Zoveel ongehoorzaam gedrag is onduldbaar.

Deze landen beseffen uiteraard dat Iran voorstellen als een militair gevaar voor het Midden-Oosten totaal ongeloofwaardig is. Iran heeft een kleiner militair budget dan Noorwegen. De militaire doctrine van Iran is al dertig jaar onafgebroken gericht op defensieve territoriale verdediging tegen een indringer.  Iran heeft geen enkele militaire capaciteit om invasies uit te voeren.

Een zogenaamde dreiging met kernwapens is een veel handiger argument. Het echte gevaar van Iran is echter iets heel anders. Iran is een slecht voorbeeld voor andere landen in de regio, die uit Iran’s eigenzinnigheid zouden kunnen leren om zich ook meer onafhankelijk van de westerse grootmachten op te stellen.

 

Frankrijk’s nieuwe ambities

Frankrijk mag dan al het kleine broertje zijn in de groep van de vijf kernmachten. In het Midden-Oosten is het op allerlei vlak nog steeds een belangrijk speler. Saoedi-Arabië, Qatar en andere oliestaten zijn bijvoorbeeld zeer trouwe aankopers van Frans militair materiaal.

Saoedi-Arabië en Qatar beconcurreren elkaar voor de positie van lokale grootmacht in het Midden-Oosten maar zien beiden in Iran een vervelend speler, om gelijkaardige redenen als de VS, Groot-Brittanië en Frankrijk. Daarom ook geven zij zo actief steun aan bepaalde verzetsgroepen in Syrië. Het regime in Damascus is het enige dat nog openlijk de kant van Iran kiest.

De Saoedische prins Bandar is recent nog in Frankrijk geweest om een aantal miljardencontracten te tekenen. Frankrijk zal voor 1,1 miljard dollar euro de Saoedi-Arabische zeevloot moderniseren. Ook andere Golfstaten sluiten tegenwoordig nieuwe lucratieve contracten met de Franse wapenindustrie. Frankrijk heeft met andere woorden zeer concrete economische motieven om de kaart van Saoedi-Arabië en Israël te spelen in de onderhandelingen met Iran.

Een en ander kan ook niet los gezien worden van de vernieuwde neokoloniale rol die Frankijk ambieert in Afrika en het Midden-Oosten. Het land wil terug een internationale speler van formaat worden. Het gaat dus eveneens over het herstel van de oude Franse glorie. Dat verklaart ook waarom Frankrijk als oud-koloniale macht over Syrië keihard blijft aandringen op een militaire interventie in dat land (zoals het land ook het eerste was om militair tussenbeide te komen in Libië).

Het zou te eenvoudig zijn om de houding van Frankrijk in de onderhandelingen met Iran te herleiden tot enkel en alleen deze lucratieve contracten. Buitenlands beleid van een land wordt door teveel politieke, economische, culturele, historische motieven gedreven om één bepaalde beslissing te herleiden tot één bepaald motief.

In ieder geval – en ook dat is een historische constante – hebben de officiële argumenten die Frankrijk nu geeft om een oplossing voor het probleem Iran tegen te houden niets met de echte beleidsmotieven te maken.

Goede en slechte fundamentalisten

Voorstanders van een harde aanpak van Iran wijzen op het theocratische karakter en de keiharde repressie van het regime in Teheran. Iran heeft proportioneel het hoogst aantal executies ter wereld na China. Andere straffen bestaan uit verminking van ledematen. Folteringen van politieke dissidenten zijn er routine. Het zou echter verkeerd zijn daarin de redenen te zijn voor de vijandigheid van het westen tegen Iran.

Datzelfde westen heeft sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog tot op vandaag zeer goede banden met landen die qua repressie en fundamentalisme niet moeten onderdoen voor Iran. Saoedi-Arabië is het meest middeleeuwse feodale regime ter wereld, waar onthoofdingen met het zwaard in het openbaar doorgaan. Het is tevens een solide bondgenoot van het westen. De echte drijfveren van het westen moeten niet in de strijd tegen het islamitisch fundamentalisme worden gezocht.

Het zal uiteindelijk niet Frankrijk zijn dat een akkoord met Iran zal maken of breken. Veel heeft ook te maken met de dubbelzinnige houding van de VS, die Frankrijk de huidige speelruimte laat. Of er uiteindelijk een deal komt met Iran, hangt in hoofdzaak nog altijd van Washington af.

(http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/11/19/frankrijk-grootste-struikelblok-voor-akkoord-met-iran)

Politieke analyse vanuit het standpunt van de slachtoffers, geen 'objectieve-neutrale' desinformatie maar duidelijke keuzes. Ontmaskering van de mythe dat politiek ingewikkeld zou zijn, enkel uitlegbaar door zelfverklaarde 'experten'. Doorprikken bevooroordeelde berichtgeving om de wereld beter te begrijpen.