Van Bretoense naar Franse woede

Ecotaxe Le mouvement gagne la-3a534d70d39fc3a76152d1edb7b4967f1
Facebooktwittergoogle_plusmail

Bretagne kookt. Op 2 november betoogden tussen 20.00 en 30.000 woedende betogers in Quimper tegen de ecotaks, voor hen symbool van de verdere aftakeling van de Bretoense economie. Ze schreeuwden “Re ‘zo re”, teveel is teveel, om hun woede te uiten tegen de golf van afdankingen en bedrijfssluitingen, ook bij bedrijven die veel winst maken. Op 30 november komt er een nieuwe betoging van protest “tegen Parijs”. Het Bretoense regionalisme viert hoogtij, maar de vakbonden waarschuwen de regering dat die woede makkelijk naar de rest van het land kan overslaan.

Het is in veel opzichten een ongewone beweging, waarin de patronale organisatie Medef, grote landbouwuitbaters, bazen van supermarkten, syndicalisten, regionalisten, de uiterst-linkse NPA (Nouveau Parti anticapitaliste) samen opstappen. De ecotaks doet de woede overkoken, maar het is vooral de golf van bedrijfssluitingen en afdankingen in de agrobusiness, de automobiel en andere sleutelbedrijvigheden, die al een tijd kwaad bloed zetten.

Ecotaks

Bretagne, tot de jaren 1980 een rechts bolwerk, is nu al enkele decennia een socialistisch wingewest. De Bretoenen voelen zich des te meer bedrogen door president Hollande en zijn regering.

De ecotaks, die een bijkomende belasting zou heffen op 600.000 Franse en 200.000 buitenlandse vrachtwagens, wordt in Bretagne als echt onrechtvaardig aangevoeld omwille van de geografische ligging (de verre afstand tot bijv. Parijs). Die taks werd in 2009, onder Sarkozy, door rechts en links goedgekeurd. Ze zou normaal in 2011 in voege treden, maar nu wordt het ten vroegste 2014. De staat heeft de inning wel toevertrouwd aan een privéfirma die daarvoor 20% van de geinde sommen krijgt. Ook dat zette kwaad bloed.

“Sociale plannen”

Bretagne krijgt zwaar zijn deel van de “plans sociaux”, het eufemisme voor een reeks afdankingen en sluitingen die in weinig tijd rond 10.000 arbeidsplaatsen kostten. De slagen vielen vooral in bedrijven die met landbouw en veeteelt te maken hebben. Dat is een zeer belangrijke sector in Bretagne, een gevolg van de “arbeidsverdeling” vanaf de jaren 1960. Het agrarische katholieke Bretagne zou agrarisch blijven, maar met grote uitbatingen en verwante industrieën. Bij de Bretoense tak van de patronale Medef zitten dan ook veel patroons uit die sectoren.

De sluiting van het grote slachthuis Gad, 889 personeelsleden, gaf in oktober een enorme schok. Na harde acties verkregen ze een ruimere vertrekpremie, maar de regering wees voorstellen voor nationalisatie onmiddellijk af. Het bleef niet bij Gad. De kippenslachterij Tilly-Sabco kondigde de stopzetting van zijn Bretoense activiteiten aan, opnieuw 1000 arbeidsplaatsen. “De staat moet eisen stellen aan bedrijven die massaal ontslaan in plaats van ze voortdurend te subsidiëren zonder tegenprestatie”, aldus boze personeelsleden die zich erg verraden voelen door de regerende socialisten. Ook ‘Europa’ krijgt mee de schuld, de slachthuizen hebben namelijk zwaar te lijden van de Duitse concurrentie. De Duitse slachthuizen betalen zeer lage lonen, tot 4 € per uur aan personeel uit Roemenië. Vandaar ook de slogans tegen de sociale dumping in Europa.

Vooral de sluiting van twee eenheden van ‘Marine Harvest’, de nummer één van de wereld voor gerookte zalm, drijft de woede op. Die (Noorse) firma maakte alleen al vorig trimester een winst van 111 miljoen euro. Vandaar ook de eis van de betogers in Quimper om dat soort ontslagen te verbieden.

Vlag en muts

Het wijdverbreide gevoel dat Bretagne extra van de crisis te lijden heeft, geeft voedsel aan de toch al sterke regionalistische gevoelens. Het politiek nationalisme staat wel niet sterk, de pogingen om de Bretoense taal levend te houden zijn geen massasucces. Maar nu leeft het regionalisme, vooral in de zin van ‘Parijs negeert ons’, op. De Bretoense vlag duikt overal op, en de actievoerder hebben de rode muts overgenomen van de Bretoense fiscale revolte uit de 17e eeuw.

Het schokt linkse activisten dat leden van de patronale Medef naast syndicalisten nu rondlopen met een rood revoltesymbool, roepend ‘Re ‘zo re”, teveel is teveel. Omwille van dat bizarre gemengde karakter van ‘fiscale’ en sociale revolte, hadden de leiding van CGT en een deel van links opgeroepen voor een aparte betoging in het nabije Carhaix, de plaats vanwaar de revolte gestart was. De burgemeester van Carhaix, de centrumlinkse regionalist Christian Troadec, is de oprichter van het “collectief voor werk in Bretagne” en de ziel van de betoging in Quimper. Vandaar dat de NPA de 2000 betogers van Carhaix verweet op de verkeerde plaats te zijn, ze hadden beter in Quimper het antikapitalistisch aspect van de beweging komen versterken, aldus deze beweging.

Uitbreiding?

Intussen waarschuwen vakbondsmensen de regering voor een sociaal explosief klimaat in het ganse land. Wat nu in Bretagne gebeurt, de woede die overkookt, kan gemakkelijk overslaan, aldus onder meer de linkse vakbond CGT.

Sociale analisten beamen dat het misnoegen erg groot is. Hollande heeft alle beloften ingeslikt en voert een klassiek neoliberaal beleid waarbij in de eerste plaats wordt gedacht aan het heil van de ondernemers. De nog overblijvende linksen in de PS hebben het steeds moeilijker dat beleid te verteren, zeker als ze ook de politiek van minister van Binnenlandse Zaken Manuel Valls bekijken, Valls die eenzelfde beleid voert als zijn voorganger Sarkozy.

Toch menen de meeste analisten dat het niet tot een algemene revolte komt, de meeste mensen zitten er moedeloos, verslagen bij. De regering vreest vooral dat ze wachten op de lokale en Europese verkiezingen om hun opgekropte woede te uiten, door massaal niet te stemmen of hun stem aan het uiterst-rechtse Front National (FN) te geven.

Maar het algemene gevoel ‘teveel is teveel’ is zo sterk, dat het wachten is op een vonk die het kruitvat doet ontploffen. Indien het zover zou komen, is het de vraag of links van links en de vakbonden – erg zwak ingeplant en verdeeld over acht vakbondscentrales – in staat zijn te beletten dat uiterst-rechts daar de vruchten van plukt.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.