Het militair-commercieel complex

TTIP
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het lijkt er wel op dat president Obama er zich van bewust is dat de dagen van de absolute VS hegemonie geteld zijn. Als Washington iets proclameert springt niet langer iedereen onmiddellijk in de houding. Daarom wordt er gezocht om het militaire overwicht politiek en economisch te laten wegen. Dat zien we onder meer in het Amerikaans offensief om overal handelsakkoorden af te sluiten die gepaard gaan met een militair expansiebeleid. Een nieuwste aanwijzing hiervoor is te vinden in het samenwerkingsakkoord tussen de NAVO en Colombia, een jaar na de ondertekening van bilaterale vrijhandelsakkoorden tussen Washington en Bogota. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat Colombia toe zou treden tot het Atlantisch bondgenootschap, maar deze overeenkomst om “mekaar te consulteren op gebieden van gemeenschappelijk belang” zal er voortaan onder meer voor zorgen dat het Colombiaanse leger kan deelnemen aan militaire manoeuvres van de Alliantie.  

Azië

Een ander voorbeeld betreft de recente toetreding van Japan tot het project van het Trans-Pacific Partnership. Dit initiatief wil een gordel rond China leggen met het creëren van een vrijhandelszone onder een reeks landen van de Stille Oceaan: Australië, Chili, Peru, Mexico, USA, Canada en de Aziatische landen Brunei, Maleisië, Singapore, Vietnam en dus nu ook Japan. De regering in Tokyo van Shinzo Abe blijft nationalistische provocaties produceren tegenover Peking, en verstopt zijn ambities niet om de Japanse grondwet te wijzigen om van het land een sterke militaire macht te maken. Met de toetreding van Japan wordt het Trans-Pacific Partnership de grootste vrijhandelszone van de wereld en geeft samen met het project voor een Trans-Atlantische Markt een duidelijk planetaire dimensie aan de militair-commerciële strategie van de Verenigde Staten. Inderdaad, de zogenaamde ‘Amerikaanse draai’ naar Azië heeft intussen als resultaat dat Amerikaanse marines worden ontplooid in de Australische basis van Darwin, die onder controle van Canberra blijft maar waar de VS oorlogsschepen steeds vrije toegang zullen hebben.

In dit verband is het meldenswaard dat in juni dit jaar de (toenmalige) Australische Labor-regeringspartij van leider wisselde en de pro-VS Julia Gillard verving door Kevin Rudd die Australië meer op de kaart wil zetten als een buffer en go-between tussen China en de VS. Intussen won de Liberal-National Coalition van Tony Abbott er de verkiezingen van september 2013. De maatregelen tegen CO2-uitstoot zullen worden teruggeschroefd en de Australisch-Amerikaanse vriendschap zal er wel bij varen.

Europa

De tweede ronde van de onderhandelingen voor een ‘Transatlantic Trade and Investment Partnership’ (TTIP) tussen de VS en de EU is net afgelopen (7 tot 13 oktober 2013). Het is nog te vroeg om exact te weten waarheen dit ons zal leiden, maar bijvoorbeeld corporateeurope.org is bijzonder sceptisch. We kunnen ons wel al een algemeen beeld vormen door naar een paar antecedenten te zoeken van dit project voor een trans-Atlantische markt. Zo heeft het Europees Parlement op 26 maart 2009 met overweldigende meerderheid een resolutie gestemd die opriep voor zo’n vrijhandelszone maar ook (art 53) voor “het wegwerken van de obstakels die de trans-Atlantische investeringen en financiële diensten zouden belemmeren”. Het EP pleit in die resolutie tevens voor de oprichting van een trans-Atlantische Politieke Raad voor een “systematische coördinatie op hoog niveau van het buitenlands en veiligheidsbeleid”. Het valt moeilijk te ontkennen dat de Europese Unie zich volledig wil inschrijven in een beleid dat de commerciële en militaire benaderingen doet samenlopen.

Helemaal vreemd is dat niet. Reeds in 1949 met de oprichting van de NAVO werd deze benadering onderstreept. Zo zegt artikel 2 van het NAVO-Handvest : “(…)Zij zullen trachten tegenstellingen in hun internationale economische politiek op te heffen en zullen elke vorm van individuele of collectieve onderlinge economische samenwerking aanmoedigen.” Het TTIP trekt gewoon de lijn door. In het geval een onderneming zich benadeeld voelt door het optreden van een staat zal het geschil niet voor de nationale gerechten worden behandeld maar voor een ‘neutrale’ arbitragetribunaal. Het Internationaal Centrum voor de beslechting van Investeringsgeschillen van de Wereldbank zal dus – aan werkelijkheid grenzende waarschijnlijkheid –  als rechter optreden. Dat komt overeen met de richtlijnen die de staatshoofden van de EU-lidstaten aan de Commissie meegaven in juni 2013, toen ze expliciet vroegen dat “het akkoord erop gericht moet zijn om een effectief en pertinent conflictbehandelingsmechanisme te voorzien voor geschillen tussen een investeerder en een overheid”. Wie zich wil verzetten tegen privatiseringen van openbare diensten, wie meer controle wil op de financiële praktijken, wie de eigen intellectuele eigendom wil beschermen of het beheer van biodiversiteit, weze gewaarschuwd. Een geheel van commerciële, politieke, justitiële en militaire benaderingen zal de huidige koers van neoliberale vrijhandel bewaken.

 

 

Bron:
een artikel dat V.C. schreef in ‘le drapeau rouge’ van september-oktober 2013 (vertaald en bewerkt door G.Spriet)