Duitse bondsdagverkiezingen: overmoed vs onverschilligheid

duitslandverkiezingen
Facebooktwittergoogle_plusmail

Krijgen we na de saaie campagne voor de Duitse bondsdagverkiezingen toch nog een spannende verkiezingsavond? Niet omdat ook maar iemand zou betwijfelen dat uittredend bondskanselier Merkel zichzelf zal opvolgen; maar omdat nagelbijtend wordt afgewacht met welke coalitie dat zal gebeuren. Kan de coalitie van christendemocraten en liberalen voortregeren, ook na de smadelijke FDP-flop in Beieren? Is die nederlaag een veeg teken, of zal ze de liberalen juist een Mitleidbonus opleveren en boven de 5%-kiesdrempel houden? Of moet Merkel genoegen nemen met een heruitgave van de ‘grote’ coalitie tussen christen- en sociaal-democraten?

Maandenlang hadden journalisten en politieke commentatoren redenen te over om te klagen dat de campagne voor de bondsdagverkiezingen zo saai was. De christendemocraten van CDU-CSU hadden – peiling na peiling – een afgetekende voorsprong op de sociaaldemocratische SPD, en dat was overduidelijk de verdienste van kanselier Merkel, die haar SPD-‘uitdager’ Peer Steinbrück ver achter zich liet wanneer werd gepeild in wie de Duitsers het grootste vertrouwen hadden. Ook de steun van de Groenen zou niet volstaan voor een rood-groene meerderheid, en geen van die beide partijen was of is te vinden voor een bondgenootschap met (of zelfs maar gedoogsteun door) ‘die Linke’. Dus bleef de enige vraag of de liberale FDP er zou in slagen de kiesdrempel van 5% te halen, om aldus een voortzetting van de huidige coalitie mogelijk te maken.

Die vraag heeft in de na-oorlogse periode trouwens al vaker voor bang afwachten gezorgd bij federale verkiezingen. Maar telkens opnieuw wisten de liberalen te overleven – met de hulp van het Duitse kiesstelsel en van ‘strategisch stemmende’ christendemocraten. Vaak werd zelfs (ten onrechte natuurlijk) gefluisterd dat de peilingen heel bewust de FDP rond die fatale kiesdrempel lieten schommelen om aldus ‘burgerlijke’ kiezers juist te motiveren de FDP boven water te houden. Om hun ‘burgerlijke’ coalitie in het zadel te houden riepen zelfs christendemocratische boegbeelden hun eigen kiezers in nauwelijks versluierde termen op om met hun Zweitstimme (zie: Obesitas bedreigt Bundestag) de FDP een duwtje in de rug te geven.

 

Splitsen, die stem

Daarom viel het in deze campagne des te meer op dat kanselier Merkel dat niét deed, hoewel de liberalen er bijzonder slecht voorstaan. Dus werd oud-kanselier Kohl van stal gehaald om (vermoedelijk wel in overleg met Merkel) vooral de wat oudere kiezers er aan te herinneren dat ze hun twee stemmen strategisch moeten splitsen indien ze een grote coalitie willen vermijden. Christendemocraten die met twee tongen spreken, dat is ook in Duitsland niet echt iets nieuws. Maar elke kiezer met twee stemmen? Hoe werkt dat?

Ietwat vereenvoudigd gaat het zo. Uit elk van de 299 kiesdistricten wordt één volksvertegenwoordiger naar de bondsraad gestuurd: de kandidaat die het hoogste aantal stemmen behaalt. Om dat uit te maken dient de eerste stem. Vervolgens worden nog eens evenveel zetels verdeeld in verhouding tot de stemmenpercentages die de diverse partijen hebben behaald; dat cijfer wordt bepaald met de tweede stem. De kiezer kan dus een districtskandidaat kiezen voor één partij, maar met zijn tweede stem een andere partij steunen voor de ‘nationale’ verdeling van de andere helft van de zetels. In werkelijkheid is het allemaal nog wat ingewikkelder (zie kaderstuk).
Op die manier kunnen de kiezers dus door ‘strategisch stemgedrag’ mee bepalen welke coalitie ze willen zien. En nu de FDP er bijzonder belabberd voor staat, is ze meer dan ooit afhankelijk van de “berekende gulheid” van de christendemocratische achterban. Maar nog nooit ging ze daarin zo ver als nu. Terwijl kanselier Merkel de kiezers oproept om hun beide stemmen aan de christendemocraten te geven, gaf voormalig FDP-partijleider Westerwelle, thans minister van Buitenlandse Zaken onder Merkel, zoveel mogelijk ruchtbaarheid aan het feit dat hij in zijn eigen kiesdistrict een formele afspraak had om CDU-stemmen te krijgen. Of dat allemaal helpt, zal zondag moeten blijken. Enerzijds hopen de liberalen dat ze zoals in het verleden toch weer door het oog van de naald zullen kruipen. Anderzijds hebben ze er in de voorbije jaren zowel partij-intern als binnen de regering zo’n potje van gemaakt dat ze nauwelijks nog enige geloofwaardigheid genieten. Toppunt van ironie: juist doordat ze in Beieren uit het deelstaatparlement vliegen (wegens geen 5%) kunnen ze nationaal allicht rekenen op een Mitleidbonus van burgerlijke kiezers die “nu zeker” hun tweede stem aan de FDP schenken. Het was trouwens opvallend hoe de zegevierende Beierse christendemocraten zonder veel omwegen duidelijk maakten dat ‘hun’ kiezers zondag e.k. op bondsniveau wél voor de FDP mogen stemmen.

 

Peer Pech

Nu: de een zijn dood is de ander zijn brood, nietwaar? De hachelijke positie van de liberalen is ondertussen zowat de enige hoop voor de sociaaldemocraten. De SPD ligt in de peilingen al maandenlang ongeveer 15 procent achter op de CDU-CSU, en slaagt er maar niet in die achterstand te verkleinen, laat staan goed te maken. Ook niet na het ophefmakende televisie-debat tussen kanselier Merkel en SPD-kandidaat Steinbrück, toen het er eventjes op leek dat de SPD-campagne nu – rijkelijk laat ! – op dreef zou geraken.

Immers: het debat liep op vier zenders, met bijna 17 miljoen kijkers, waarvan ongeveer een derde erkende dat het debat hen qua partijkeuze best wel ’s van idee kon doen veranderen. En uit dat debat kwam Peer Steinbrück stukken beter dan verwacht – wat dus potentieel een verschuiving van een paar miljoen stemmen had kunnen betekenen. Viel dat even tegen.

Het hele ‘duel’ tussen Merkel en haar uitdager bleek ontzettend veel moeite en heisa voor niets: in de dagen en weken na het debat gaven de peilingen precies dezelfde cijfers te zien als voordien: CDU-CSU veilig vooraan met 40 procent, de SPD even treurig als voorheen met een schamele 25 %. Pech voor Peer. Alleen dierf niemand in de eigen partij hem dat belabberde resultaat nog persoonlijk in de schoenen schuiven, zoals dat in het afgelopen jaar wel vaak was gebeurd. En dus … deed Peer een goeie week voor de stembusslag nog maar ’s wat hij in voorbije campagne al meer dan eens had gedaan: zichzelf talentrijk in de voet schieten. De opgeheven middenvinger in de ‘Süddeutsche Zeitung’ was in feite niets meer dan één foto uit een reeks voor een “interview zonder woorden” zoals die krant er elke week brengt; maar in deze saaie verkiezingscampagne werd het beeld door de meeste media – en uiteraard wàt gretig door alle andere partijen – uitgelegd als een belediging voor de kiezer. Een interpretatie die er bij de openbare opinie inging als koek, precies omdat ze naadloos aansloot bij het imago dat Steinbrück al de hele tijd achtervolgt: de superslimme technocraat die zichzelf ver verheven acht boven anderen, en die dat tot overmaat van ramp ook nauwelijks kan – of wil – verbergen.

Net zoals de al even succesloze SPD-kanselierskandidaat bij de vorige verkiezingen, Walter Steinmeier, was Steinbrück ook (van 2005 tot 2009) minister geweest in de grote coalitie onder Merkel én een overtuigd voorvechter van de radicale (maar weinig sociale) ‘modernisering’ van de arbeidsmarkt die als ‘Agenda 2010’ was doorgeduwd door de rood-groene regering Schröder-Fischer. En net zoals Steinmeier trad hij eigenlijk tegen zijn zin in het strijdperk, wel wetend dat dit een kamikaze-opdracht werd.

Ironisch genoeg was het die – in SPD-rangen heftig omstreden – ‘Agenda’ die de grondslag legde voor de heropleving van de economie en daarmee voor het succes van Angela Merkel.

Die schiep er trouwens tijdens het tv-debat zichtbaar genoegen in, telkens opnieuw de verdienste te beklemtonen van die hervormingen, en zo de poten onder Steinbrücks toch al wankele stoel nog verder weg te zagen. Of … zo vroegen aardig wat waarnemers zich meteen na het debat af, om het terrein te effenen voor een heruitgave van de grote coalitie onder haar leiding? Die veronderstelling werd alvast versterkt door het feit dat de debat-moderatoren haar slechts met moeite een woord van lof konden ontlokken voor de uittredende regering met de FDP. Méér dan wat obligate lof zou trouwens volstrekt ongeloofwaardig geklonken hebben na een regeringsperiode die van begin tot einde gekenmerkt werd door openlijke ruzies tusssen beide coalitie-‘partners’. 

 

Het groene spook

De schijnwerpers zijn dus – niet verrassend – vooral gericht op de drie ‘historische’ partijen. Maar verrassingen zijn niet helemaal uitgesloten, en fantasietjes dus evenmin. Een van die fantasietjes luidt: als Merkel met haar 40 procent en flink wat Überhangmandate (zie: Obesitas bedreigt Bundestag) rotsvast in het zadel zit, maar zelfs samen met de FDP niet over een mathematische meerderheid beschikt, zou ze ook naar een heel andere formule kunnen grijpen dan een grote coalitie.

Merkel heeft de reputatie van moeilijke keuzes uit de weg te gaan, lang te aarzelen alvorens belangrijke beslissingen te nemen, bang te zijn om haar kiezers voor het hoofd te stoten, enz. Maar, hoe hardnekkig dat beeld ook is, het klopt niet. Vergeet niet, zo wordt hier en daar gespeculeerd, dat Merkel haar politieke carrière vleugels zag krijgen toen kanselier Kohl haar destijds minister voor (onder meer) Milieu maakte.  Kortom: voor vele groenen mag het een natte droom zijn en voor vele andere een helse nachtmerrie, maar een “zwart-groene” coalitie (zwart is in Duitsland de kleur van de christendemocraten) valt niet perse uit te sluiten. Tenslotte levert zo een – voorheen ondenkbare – coalitie goed werk in Baden-Württemberg, de deelstaat die niet ten onrechte als model geldt voor alle andere. Rood-groene coalities waren vroeger haast even ondenkbaar, en zijn toch ook eerst op deelstaatniveau uitgeprobeerd voor ze op bondsniveau salonfähig werden. En hoe vaak werd al niet geopperd dat de groenen al bij al toch vooral een partij zijn van “welstellende weldenkenden” die op termijn perfect in de plaats zouden kunnen treden van een FDP die haar tijd gehad heeft.

Niet zomaar een fantasietje dus, maar allicht geen realiteit voor morgen. Want Merkel weet verdomd goed dat in haar eigen partij wel een dynamische jonge garde voor zo’n bondgenootschap zou te vinden zijn, maar zeker de doorsnee-CDU-kiezer niet. En bij de groenen kan je er donder op zeggen dat zo’n maneuver de oude tegenstelling tussen fundi’s en realo’s zou laten oplaaien tot een heuse scheuring.

Een ander fantasietje, dat in elke verkiezingsstrijd weer opduikt maar nog veel minder levenskansen heeft in de nabije toekomst, is de hypothese van een coalitie tussen SPD en groenen plus ‘Linke’ – of zelfs maar van een rood-groene coalitie, die in het parlement zou worden gedoogd door links. Die formule is weinig meer dan wensdenken van de voormalige communisten. Zowel door SPD als door de groenen wordt ze telkens opnieuw en zeer uitdrukkelijk uitgesloten; de afkeer waarmee dat gebeurt spreekt boekdelen – en is overigens historisch perfect verklaarbaar. 

 

Dodelijk succes

Op naar een grote coalitie dan maar? Moment! Er loeren nog een paar “voetangels en schietgeweren”.
Allereerst het feit dat in Duitsland – zoals in vrijwel alle beschaafde landen behalve België – geen opkomstplicht bestaat bij verkiezingen. Dat betekent dat de partijen zich moeten inspannen om het kiezerscorps als geheel – maar evenzeer hun eigen achterban – te motiveren om überhaupt ter stembus te trekken op een zonnige of regenachtige zondag. In de voorbije verkiezingen speelde die echte keuzevrijheid vooral in het nadeel van de SPD omdat veel traditionele sociaaldemocratische kiezers door het asociale beleid van Schröder waren teleurgesteld.

Maar ook voor de CDU-CSU loert gevaar, zij het van heel andere aard. Overmatig succes in de peilingen kan de eigen achterban immers lui maken: de overwinning staat vast, waarom zou ik me nog moe maken? Reeds in 2009 was dàt de belangrijkste boodschap van Merkel in haar laatste meetings: verkiezingen worden gewonnen in het stemhokje, niet in de peilingen. Volgende zondag kan voortijdige zege-zekerheid extra zwaar wegen. Nu zusterpartij CSU in de deelstaat Beieren haar absolute meerderheid heeft heroverd, kunnen potentiële CDU-kiezers elders in Duitsland denken dat de buit binnen is, en … thuisblijven.

Daarnaast bestaat nog een ander “ongewenst succes”-scenario: een handvol kleine partijen die de kiesdrempel niet halen, maar wel samen zo’n tien procent van de uitgebrachte stemmen binnenhalen, verkleinen de taart die moet verdeeld worden, en zouden er zo kunnen voor zorgen dat de CDU-CSU met een goeie 40 % op haar eentje een meerderheid in de bondsdag verovert. En geen enkele partij regeert nu eenmaal graag zonder coalitiepartner, die verantwoordelijk kan worden gesteld voor alles wat fout loopt…

 

Populisme

Een van die ‘kleintjes’ zou trouwens wel ’s voor een verrassing kunnen zorgen. In de voorbije jaren trokken – tot ontzetting van alle ‘ernstige’ partijen – de ‘piraten’ binnen in enkele deelstaatparlementen; anno 2013 geeft niemand hen een kans op bondsniveau. Maar de ‘Alternative für Deutschland’ (AfD) is een ander paar mouwen. Die partij is een rechtstreeks product van de Euro-crisis, en wordt door media en andere partijen ietwat  gemakzuchtig afgedaan als ‘anti-Euro-partij’.

Juist is: de partij wil de huidige Euro-constructie zien verdwijnen. Onder het motto: “Duitsland heeft de Euro niet nodig, en voor vele andere landen blijkt hij schadelijk”. In de plaats daarvan moet een terugkeer komen naar nationale munten OF naar kleinere en stabielere samenwerkingsverbanden; een terugkeer naar de D-Mark mag in elk geval geen taboe meer zijn. De partij zegt overigens ook dat de immense kosten voor de redding van de huidige Euro niet mogen worden afgewenteld op de belastingbetalers maar op banken, hedge-funds en grote fortuinen. En dat banken die aan grootheidswaan lijden dan zelf maar voor hun verliezen moeten opdraaien. Kortom: je reinste populisme, zoals dat dan heet uit de mond van regerende en andere weldenkenden.

In geen enkele peiling haalt de ‘Alternative’ meer dan 4 procent. Maar peilingen zijn geen resultaten, en met name de FDP heeft al vaak aangetoond dat een partij in het kieslokaal vaak beter scoort dan in vrijblijvende peilingen – ook weer met dank aan het ontbreken van een opkomstplicht. Merkel weet dat het Euro-thema bijzonder gevoelig ligt bij het Duitse publiek, en heeft in de voorbije maanden nooit opgehouden te beklemtonen dat Duitsland echt wel voordeel heeft bij het voortbestaan van de Euro. Maar zij was wel zo eerlijk toe te geven dat zij niet kon garanderen dat het overeind houden van de muntunie de Duitsers niets meer zou kosten. En zij doet er natuurlijk alles aan om te voorkomen dat er nog voor 22 september een of ander acute crisis zou uitbreken; want dàn haalt de AfD gegarandeerd de kiesdrempel.

Cru samengevat: kanselier Merkel hoeft geen enkele andere partij te vrezen; zij moet alleen opboksen tegen een tweevoudig – en paradoxaal – risico: de  onverschilligheid bij het kiezerspubliek aan de ene kant, de overmoed in eigen rangen aan de andere. En dan rest zondagavond alleen nog de vraag naar de coalitie. Als de FDP de kiesdrempel én genoeg zetels haalt, heeft Merkel politiek gezien geen andere keus dan een voortzetting van de zwart-gele formule. Indien de FDP – ondanks de Mitleidbonus na de afgang in Beieren – toch beneden 5% blijft, heeft ze mathematisch geen keus: dan komt er een grote coalitie met de SPD.

Steinbrück heeft al duidelijk gemaakt dat hij van zo’n kabinet geen deel wil uitmaken, maar sluit de formule zeker niet uit; en in zijn partij staan velen al te  trappelen. Mathematisch zijn er ook andere coalitieformules mogelijk,  maar die zijn anno 2013 (nog) niet realistisch. En zo werd het dan toch nog een beetje spannend …