Hersenspoeling sputtert

oorlog media
Facebooktwittergoogle_plusmail

De doorgaans goed geoliede propagandamachines sputteren. Ze slaagden er in Europa en Noord-Amerika de voorbije weken niet in “de geesten”, de “hearts and minds” rond de nationale vlaggen te scharen om ten oorlog te trekken. Niet dat regeerders zich daar door laten afschrikken om oorlog te voeren, maar het speelt zeker mee in de aarzelingen en weigeringen om de Syrische regeerders te gaan bestoken, schuldig of niet aan een aanval met chemische wapens op de eigen bevolking.

Overduidelijk

De afwijzing van een militaire aanval op Syrië is overweldigend. Geen enkele regeerder kon er zijn eigen bevolking van overtuigen dat die aanval verantwoord was, ook de Turkse premier Erdogan niet. De overgrote meerderheid van de Turkse burgers was en is tegen de grootscheepse Turkse inmenging in de Syrische oorlog. De meeste media hadden nochtans hun best gedaan om de Turken warm te krijgen voor een oorlog aan de zijde van rebellen.

Peilingen zijnde wat ze zijn, meestal grove ramingen, toch zijn de cijfers zo verbluffend duidelijk dat er geen twijfel is: alom is de afwijzing zeer groot. Twee derde van de Amerikanen en drie vierde van de Europeanen zijn absoluut tegen een militair ingrijpen in Syrië. Dat ligt niet aan de “opiniemakers”, de meeste westerse media deden hun best om het regime Assad te diaboliseren, om de strijd in Syrië voor te stellen als een kamp tussen Goed en Kwaad.

Precedenten

Het leek in zekere zin een herhaling van de oorlogen in Joegoslavië. De westerse media, op enkele zeldzame uitzonderingen na, wezen de Serviërs aan als de slechterikken, de anderen waren zonder uitzondering slachtoffers wier oorlogsmisdaden nauwelijks of soms helemaal niet in de media kwamen. Deze zware vereenvoudiging leidde tot zeer grote media-uitwassen.

Vanuit Sarajevo werd jarenlang bericht over de ongenadige belegering en uithongering van de stad door de Servische milities die vanuit de omringende bergen de stad bestookten en de luchthaven bombardeerden om vluchten met voedselladingen te blokkeren. Tot later bleek dat veel van die beschietingen het werk waren van lokale maffiabenden die de voedselprijzen op hun markten hoog wilden houden. Er kwamen VN-sancties tegen het Servische kamp na de afschuwwekkende moord op mensen die in Sarajevo bij een bakkerij aanschoven. Amerikaanse bronnen, militaire, hadden het later over de grote waarschijnlijkheid dat die beschietingen van de eigen milities kwamen.

Maal honderd

Niet geleerd werd het nog erger ten tijde van de Kosovo-oorlog in 1999 toen de meeste media zonder enige aarzeling de beschuldigingen overnamen dat de Serviërs in Kosovo alle mannen tussen 14 en 40 hadden uitgemoord, dat er 350.000 of meer doden in massagraven lagen, enz. De hersenspeolingen werkten toen, de publieke opinie in de westerse landen stond in meerderheid achter de Navo-bombardementen, de hersenspoeling werkte. Later bleek het werkelijke aantal lijken in massagraven een honderdste van de oorspronkelijke beweringen – met minstens een derde ervan slachtoffers van het Kosovaarse Bevrijdingsleger.

Sindsdien hebben de oorlogsstokers het moeilijker gekregen. Zowel de geloofwaardigheid van regeerders als van media heeft zware deuken gekregen. Dat was oorverdovend zo in de aanloop naar de oorlog tegen Saddam Hoessein van Irak. Sommige westerse media hadden toen al begrepen dat voorzichtigheid geboden was tegenover de ‘bewijzen’ die Bush en Blair aanbrachten ov er Saddams massavernietigingswapens. Maar het uitgebreide imperium van Rupert Murdoch was niet het enige om op te roepen tot oorlog.

Niettemin betoogden op 15 maart 2003 wereldwijd 100 miljoen mensen tegen de aangekondigde inval in Irak. In West-Europa was de opinie overweldigend tegen die oorlog gekant, wat meespeelde in de beslissing van vele regeringen om niet mee te doen. In Duitsland hielp dat kanselier Schröder mee aan de overwinning. Dat zijn opvolgster Angela Merkel nu weigert om een aanval op Syrië te steunen, heeft deels ook te maken met de aankomende verkiezingen.

Hollande

In Frankrijk was president François Hollande er begin dit jaar in geslaagd de opinie massaal achter zijn militaire interventie in Mali te krijgen. Er was bijna een nationale unie rond het sturen van Franse troepen tegen de islamistische vijand. Hollande zag deze keer in de weigering van het Britse Lagerhuis om ten strijde te trekken de kans om de show te stelen als de trouwste bondgenoot van Washington, iets waar de gaullist Jacques Chirac in 2003 hard zou voor bedankt hebben. Een neprevanche voor 1956, het avontuur van Fransen en Britten die toen het Suez-kanaal bezetten in de mening dat ze nog grote mogendheden waren – tot de VS hen terugfloten.

Hollande maakte zich begin september boos op de rechtse krant Le Figaro die een interview met Assad publiceerde. Hij had anders niet te klagen over de meeste Franse media die de ‘mainstream’ volgden: Assad de schurk moet bestraft worden. Met op de eerste rij de krant Le Monde die al maanden campagne voerde voor een militair ingrijpen, onder meer op basis van de “bewijzen” die reporters van deze krant uit Syrië meebrachten over chemische oorlogvoering.

Natalie Nougayrède, directrice van Le Monde, schreef een editoriaal waarin tot ze opriep tot militaire interventie, in de stijl van oorlogsfilosoof Bernard-Henri Lévy die ex-president Sarkozy al op het goede spoor had geholpen in Libië. De directrice bestempelde al degenen die zich daartegen verzetten als medeplichtigen van een moordenaarsregime – paus Franciscus dus incluis? Geen zweem van twijfel over de verantwoordelijkheid voor de aanval met chemische wapens; indien de VN-inspectie Assad niet beschuldigt, is dat omdat het regime de sporen heeft uitgewist….

Hoeft het dan te verbazen dat de westerse media bij de opinie zo laag scoren inzake betrouwbaarheid? Volgzaamheid, de mainstream volgen neemt zo vaak de plaats in van kritische benadering. Die publieke opinie heeft niet alleen de ervaring van Saddams massavernietingswapens als grote leugen, intussen wordt ook steeds duidelijker hoe de militaire dure interventie in Afghanistan op een fiasco afstevent.

De directrice van Le Monde bewijst Assad een dienst als ze de tegenstanders van militaire ninterventie als zijn medeplichtigen aanklaagt, alsof tegenstanders van oorlog, honderden miljoenen, Assad goedpraten. Het is niet omdat er enkele portretten van Assad in betogingen opduiken (die zouden beter geweerd worden), dat de tegenstanders van de oorlog Assad aan de macht willen houden. Tijdens de betogingen tegen de Navo-bombardementen in ex-Joegoslavië, riepen velen van ons ook leuzen tegen de Servische heerser Slobodan Milosevic. Tegen militaire interventie gekant zijn, staat niet gelijk aan steun voor het regime.

Intussen, hoeveel media herinneren eraan dat de VS verarmd uranium gebruikten in Irak, dat Israël chemische wapens inzette in Gaza? Dat de Amerikanen jarenlang massa’s napalm op Vietnam en Cambodja gooiden? Dat Saddam Hoessein chemische wapens inzette tegen zijn eigen Koerden en tegen de Iraanse bevolking in de tijd dat hij bij de westerse leiders op een goed blaadje stond?

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.