Het Westen speelt met vuur in Syrië

Facebooktwittergoogle_plusmail

De gruwelijke beelden van honderden doden in Ghouta, ten oosten van Damascus, zorgen voor een shockgolf in de hele wereld. Volgens de eerste berichten zijn ze het slachtoffer van een aanval met een uiterst toxisch gas. Even shockerend is de wijze waarop in het Westen de gruwelijke beelden van de gasaanval in Syrië worden gebruikt om de publieke opinie voor te bereiden op een militaire interventie.

Zonder enig bewijs wordt het regime beschuldigd achter de gasaanval te zitten. De propagandamachine draait op volle toeren met maar een doel: een militaire campagne opzetten om het regime – dat al langer een doorn in het oog is – ten val te brengen na het falen van de militaire oppositie.

De bewijzen ontbreken vooralsnog, maar dat hindert Washington, Londen en Parijs niet om alle registers open te trekken. De belangrijkste vraag is: wat heeft het regime er bij te winnen? De laatste maanden heeft het Syrische leger verschillende militaire successen geboekt tegen een verdeelde en minder slagkrachtige gewapende oppositie. Waarom dan zijn toevlucht zoeken tot chemische wapens als dit het overschrijden zou betekenen van de fameuze rode lijn van Obama? Het klinkt niet zeer logisch dat Bashar al-Assad uit is op politieke zelfmoord en dat dan nog op het ogenblik dat de VN-inspecteurs op enkele kilometers van de plaats van de aanval logeren.

Dat het Westen zonder enige bewijzen meteen met de vinger naar het regime in Damascus wijst, strookt ook niet met eerdere berichten over de inzet van chemische wapens. Begin mei maakte een VN onderzoekscommissie haar rapport daarover bekend waarin gesteld wordt dat er sterke aanwijzingen zijn dat er Sarin gas werd ingezet. “Door de oppositie, de rebellen, niet door regeringstroepen” aldus commissielid Carla Del Ponte’. Enkele weken later, op 30 mei, meldden Turkse kranten dat er twaalf militanten van Al Nusra – een gewapende Salafistische brigade in Syrië – werden gearresteerd nadat twee kilo Sarin-gas in hun woonst in de Turkse steden Adana en Mersin was gevonden.

Met andere woorden, de hypothese dat het om een ‘false flag’-operatie kan gaan door radicale buitenlandse salafisten die in Syrië hun eigen oorlog voeren, houdt minstens evenzeer steek. Nog een mogelijke hypothese is dat een depot met chemische wapens of producten werd geraakt en daarbij toxische gassen vrijkwamen. Dit alles past alleen niet in de internationale westerse agenda’s waarin men van de val van het regime in Damascus een prioriteit heeft gemaakt. Wel is er nu een voorwendsel gevonden om de scenario’s van de grote militaire interventies van de afgelopen jaren op te diepen. Net als in Kosovo en Irak moet het gruwelijk karakter van het nieuws benadrukken dat een oorlog noodzakelijk en legitiem is om erger te voorkomen ook al moet dat zonder VN-mandaat. Net als in Afghanistan en Libië hoopt men de situatie op het terrein te keren door het verlenen van luchtsteun aan de gewapende oppositie, die nochtans verdeeld is en geregeld het nieuws haalt met grove mensenrechtenschendingen.

Haytham Manna van het Nationale Coördinatiecomité voor een Democratische verandering, een breed oppositieplatform dat doodgezwegen wordt in onze media, verklaarde dat een buitenlandse militaire interventie een aanval betekent op de Syrische bevolking. “Helaas zijn er internationale en regionale machten die vinden dat het voortzetten van deze uitputtingsoorlog hun belangen dient”, aldus Manna. Hij benadrukt dat de democratische oppositie al ontelbare keren de terugtrekking van alle buitenlandse strijders vraagt alsook het stopzetten van de bewapening van alle partijen zodat er een einde kan komen aan de vernietiging van het land.

Een militaire interventie dreigt de situatie niet alleen in Syrië maar ook in de regio verregaand te destabiliseren. Libanon, waar nu al een deel van het conflict wordt uitgevochten, dreigt verder mee in het conflict te worden gezogen. Iran heeft gesteld dat het zal reageren als bondgenoot Syrië wordt aangevallen. Hezbollah kan reageren richting Israël en omgekeerd. Er is ook de gespannen situatie aan de Turks-Syrische grens. Turkije biedt een thuishaven voor de gewapende oppositie wat weer op veel ongenoegen stuit van de belangrijke (Arabischtalige) Alevitische en Christelijke minderheid in de grensstreek die vreest voor de gevolgen van het verdwijnen van Bashar Al-Assad.

Een Syrische – al dan niet gefabriceerde reactie – op Turkije kan dan weer zorgen voor een antwoord van de NAVO, waarvan Turkije lid is. Het is tenslotte niet moeilijk te voorspellen dat ook de radicale islamisten – die een belangrijke fractie vormen van de gewapende oppositie – daar profijt uit zullen trekken. Het gaat om net diezelfde groepen waar we in het Westen zo voor beducht zijn. Hoe valt dit te rijmen? En vooral: wat na de val van Bashar al-Assad? Willen we een nieuw Irak in een nog onstabielere regio?

Er is geen militaire oplossing voor het conflict. De Syrische bevolking is sterk verdeeld en hoe dan ook de enige verliezer. Het is duidelijk dat het Westen een politiek proces zoals bij de aanvang van de zomer was voorzien bij voorbaat wil blokkeren en een eind wil maken aan de rol en invloed van Moskou in het land. Het Westen speelt met vuur… en het leven van een hele bevolking.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers