Egypte voor en na de slachtingen

egypte tahrir pic 4
Facebooktwittergoogle_plusmail

De tijd dat bijna alle Egyptenaren op het Tahrirplein verenigd riepen om het vertrek van president Moebarak, is definitief voorbij. De afgelopen dagen heeft het leger de Moslimbroederschap met harde hand aangepakt. Het einde is nog niet in zicht (op dit moment duizend doden). Wat heeft geleid tot deze bloedige impasse?

 

 

De Egyptische revolutie

Naar aanleiding van het vertrek van de Tunesische president Ben Ali besloten een aantal linkse seculiere bewegingen in Egypte, zoals de 6 April-beweging, de Arabisch nationalistische bewegingen en andere onafhankelijke activisten, op te roepen tot een Dag van Woede op 25 januari 2011. Protesten hadden plaats in Suez, Cairo, Alexandria en vele andere steden in Egypte.

Een paar dagen later, op vrijdag 28 januari, riep de Moslimbroederschap haar leden indirect op om zich bij de protesten aan te sluiten. Vanuit talloze moskeeën vertrokken verschillende betogingen naar de pleinen waar voetbalhooligans, die een cruciale rol zouden spelen bij de gevechten tegen de ordediensten van Moebarak, zich bij hen voegden. De Salafisten, Soefi’s en rechts-liberalen hielden zich afzijdig en keken de kat uit de boom. Het was echter ook dankzij (maar niet uitsluitend) de massamobilisatie van de Moslimbroederschap dat de beweging tegen Moebarak volkser werd. De massa die in heel Egypte op straat stond tegen het regime, had verschillende ideologische doelen. Eén gemeenschappelijke doelstelling was: Mubarak moet weg.

Er is niet één revolutionaire stroming

We moeten de ‘Egyptische revolutie’ als een neutraal object beschouwen waarbij elke politieke beweging probeert het te kleuren volgens haar visies en wereldbeeld. De Moslimbroederschap en haar bondgenoten vertegenwoordigen de rechts-conservatieve stroming binnen de Egyptische revolutie terwijl de linkse seculiere krachten de progressieve stroming vertegenwoordigen. Verschillende actoren zullen van stroming/kamp veranderen en uiteindelijk zal er zich een derde stroming weten te ontwikkelen, het (rechtse) neoliberale-militaire kamp. Volgens mij is deze laatste stroming de contrarevolutie en niet, zoals later sommige linkse en liberale krachten beweren, de Moslimbroederschap. Door de Moslimbroederschap aan te duiden als de drijvende kracht achter de contrarevolutie, offert men veel nuance op en reduceert men de werkelijkheid tot een binaire strijd: Moslimbroederschap (en andere islamisten) versus de seculiere krachten. Dit speelt echter alleen in het voordeel van de derde neoliberale-militaire stroming.

Moebarak vertrekt en wat nu?

Op 11 februari 2011 nam Hosni Moebarak ontslag als president van Egypte. De verschillende politieke stromingen waren verenigd in de eis: Moebarak moet weg. Bepaalde slogans als waardigheid, vrijheid en sociale rechtvaardigheid deelden ze ook met elkaar. Zowel het progressieve als het rechts-conservatieve kamp hadden daarover een basis van overeenstemming. Dit was echter geen ideologische basis, maar eerder slogans van strategische aard. Slogans als vrijheid en rechtvaardigheid zijn goed om de massa mee te mobiliseren, maar zijn heel vaag en te algemeen om een land mee te besturen.

Dit werd duidelijk toen de Hoge Militare Raad van de Strijdkrachten (Supreme Council of the Armed Forces, SCAF) het bestuur overnam na het vertrek van Moebarak. Toen was er een basis voor gemeenschappelijkheid: allen wilden ze een moderne rechtsstaat, een duidelijk wettelijk kader voor economische activiteit en vrije media. De SCAF herschreef (of beter gezegd amendeerde) de grondwet en legde die voor aan de Egyptische bevolking door middel van een referendum. De Moslimbroederschap en andere islamisten riepen op om ja te stemmen. Het progressieve kamp deed het tegenovergestelde en riep op om nee te stemmen en te blijven betogen op straat. Op 20 maart 2011 vond het referendum plaats. Met een opkomst van 41 procent van de geregistreerde kiezers, stemde 77 procent voor de tijdelijke grondwet. Met de oproep van het Moslimbroederschap om voor de tijdelijke grondwet te stemmen, werden echter de eerste stappen gezet die zouden resulteren in een tijdelijke alliantie tussen het neoliberale-militaire en rechts-conservatieve kamp. Ondertussen bleven links-seculiere krachten een voortzetting van de Egyptische revolutie eisen door op straat te blijven komen. De Moslimbroederschap bleef daarentegen in zijn algemeenheid weg van de protesten en zei dat ze voortaan binnen de instituties de revolutie zou verder zetten. De episode rond de tijdelijke grondwet toont aan dat deze twee kampen niet alleen ideologisch verschillen maar op bepaalde momenten zelfs strategisch. Dit zou uiteindelijk leiden tot de versterking van het neoliberale-militaire kamp. De twee kampen waren er zich echter heel bewust van dat het Moebarakregime nog volledig intact was. Ze bestempelden hen als fulool (‘overblijfselen’ van Mubarak) of de ‘diepe staat’. Ze verwezen hiermee vooral naar de rechterlijke macht en de veiligheidsdiensten.   De nieuwe politieke ideologische ruimte

In de nieuwe politieke ruimte die vrijkwam met de val van Moebarak wisten verschillende politieke krachten zich te ontwikkelen. Het belangrijkste dat nu komt te gebeuren, is dat politieke bewegingen zich van elkaar gaan beginnen te onderscheiden (en zelfs binnen het eigen kamp). We kunnen volgende politieke krachten onderscheiden: 1. De Moslimbroederschap die de politieke partij ‘Vrijheid en Rechtvaardigheid ‘ zal oprichten. 2. De Salafisten waarvan de politieke partij Nour (verlichting) de belangrijkste vertegenwoordiger zal worden. En ook de demagogische politicus Hazm Abou Ismael die een hekel heeft aan het Egyptische leger. 3. De linkse seculiere krachten: Nasseristen, Marxisten en Sociaal-democraten; daarnaast politieke bewegingen zoals de 6 April beweging en de Revolutionaire Socialisten. 4. De centrum krachten: De ‘Sterke Egyptische Partij’ van de voormalige islamist Abdel Moneim Aboul Fotouh, die later presidentskandidaat zal zijn. De Constitutie partij (Hizb el-Dostour) van Mohammad El Baradei (voormalige Nobelprijs winnaar voor de vrede). De El Ghad partij van Ayman Nour et cetera. 5. De voormalige regime aanhangers (fulool): zoals de latere presidentskandidaat Ahmed Shafiq.

Dit zijn in grote lijnen de verschillende politieke krachten. Het rechts-conservatieve kamp bestaat uit 1 en 2. Het progressieve kamp bestaat uit 3 en 4. En het neoliberaal-militaire kamp bestaat uit 5 en de veiligheidsdiensten waaronder het leger. De indeling in verschillende kampen is vrij algemeen en is vooral opgesteld om de lezer het politiek veld wat overzichtelijker te maken.

Er zijn veel contradicties binnen elk kamp en tussen de verschillende politieke krachten. Om een aantal voorbeelden te geven: de Salafisten van de Nour-partij zijn op economisch vlak veel linkser te situeren dan de Nasseristen (Arabisch nationalisten) en de Moslimbroeders. De fulool hebben dan weer gemeen met de Moslimbroederschap dat ze voor een neoliberaal project zijn. Deze contradicties zijn niet eigen aan de Egyptische context maar aan de politieke . Op organisatorisch vlak is het rechts-conservatieve kamp het beste georganiseerd. De Moslimbroeders en de Salafisten hebben sociale bewegingen die onder andere zorgen voor een betaalbare gezondheidszorg, voedselpakketten en een gevoel van collectivisme. Het neoliberaal-militaire kamp heeft de macht in handen en controleert de Egyptische staat en een groot deel van de economie. De progressieve stroming heeft weinig militanten en activisten in vergelijking met de Moslimbroederschap, maar kan wel terugvallen op veel internationale relaties en heeft intellectueel veel te bieden. Maar op vlak van massamobilisatie blijft ze over het algemeen marginaal. Een dimensie van politiek voeren, die de islamisten weten te gebruiken in hun voordeel, is de identiteitspolitiek. De links-seculiere bewegingen proberen louter op basis van sociaal-economische eisen de massa te mobiliseren. De islamisten gebruiken niet louter harde politieke eisen om de bevolking aan zich te binden, maar spelen ook op gevoelens en gebruiken de factor islamitische identiteit (niet islam). De links-seculiere bewegingen hebben altijd deze manier van politiek voeren geminimaliseerd en bestempeld als conservatief en tribaal. Hier vergissen de seculieren zich echter in, want als je de factor islamitische identiteit niet erkent moet je een gedegen alternatief hebben.

De verkiezingsvallen

Door de tijdelijke grondwet konden er voor het eerst in de Egyptische geschiedenis vrije verkiezingen worden gehouden. De islamisten wilden volop gebruik maken van die opportuniteit, maar de seculiere krachten lieten de stembusslag aan zich voorbij gaan. Het SCAF regeerde ondertussen met ijzeren hand en daar waren vooral de links-seculiere krachten het slachtoffer van. Talloze mensenrechtenschendingen zoals politieke activisten opsluiten, vrouwen ontbloten … behoorden tot de dagelijkse realiteit. De Moslimbroederschap veroordeelde heel af en toe bepaalde gebeurtenissen maar wou de SCAF vooral niet voor het hoofd stoten. In het weekend van 19 november 2011 kwam een eigenaardige alliantie tot stand doordat de Nour-partij samen met de links-seculiere krachten de straat optrok tegen het leger. Vele waarnemers en experts hebben deze gebeurtenis toen over het hoofd gezien, maar dit bewijst dat de Salafisten geen opportunistische maar een pragmatische politieke speler zijn. Op 28 november 2011 vond de eerste ronde van de parlementsverkiezingen plaats. Het progressief kamp liet de verkiezingen aan zich voorbijgaan, maar de islamisten namen volop deel. De Moslimbroederschap en haar bondgenoten haalden 37,5 procent van de stemmen en de partij Nour en haar bondgenoten rijfden 27,8 procent van de stemmen binnen. Met een opkomst van 62 procent konden de verkiezingen worden bestempeld als een succes. Door verkiezingen te organiseren, trachtte het neoliberaal-militaire kamp, de energie en het enthousiasme te kanaliseren. Oppositionele politiek en dissidentie mochten volgens het SCAF alleen via de stembus plaatsvinden en vooral de islamisten keurden dit goed. Ondertussen geraakten sommige seculiere krachten geïrriteerd door de islamisten en hun mars naar de politieke macht. Ze lieten via de rechtbanken (die onder controle staan van Mubarak-aanhangers) een deel van het parlement ontbinden. De Moslimbroederschap beloofde ten aanzien van de seculiere krachten dat ze geen presidentskandidaat zou voorstellen, maar eerder iemand anders (een seculier kandidaat) zou steunen om zo het vertrouwen te winnen. Maar de Moslimbroederschap kwam op deze belofte terug en schoof uiteindelijk de oncharismatische Mohamed Mursi naar voor. De linkse-seculiere krachten gooiden hun gewicht achter de nasserist Hamdeen Sabahi. Een deel van de centrumkrachten diende de kandidatuur in van de voormalige moslimbroeder Abdel Moneim Aboul Fotouh. De fulool zetten hun kaarten in op Ahmed Shafiq, die de laatste premier onder Mubarak was. De immense populaire Salafist Hazem Abou Ismael mocht niet meedoen omdat zijn moeder zogenaamd de Amerikaanse nationaliteit zou bezitten. Hij is zowel populair onder de Moslimbroeders als bij de Salafisten. Uiteindelijk trapten alle revolutionaire krachten in de val van de presidentiele verkiezingen en ontstond met hun deelname de perceptie dat de revolutionaire strijd op straat voorbij was. In de eerste ronde kwam Mohamed Mursi op de eerste plaats met 24.78 procent van de stemmen en Ahmed Shafiq op de tweede met 23.66 procent. Voor de tweede ronde kwam de verdeeldheid van het Egyptische revolutionaire kamp (islamisten en seculieren) naar boven. Sommige seculiere krachten boycotten de stembusslag, andere riepen met veel tegenzin op om voor Mohamed Mursi te stemmen. De tweede ronde werd vooral gekenmerkt door het fenomeen tegenstemmen. Een stem op bijvoorbeeld Mohamed Mursi betekende vooral een stem tegen Ahmed Shafiq en vice versa. De fulool maakten hier handig gebruik van en Ahmed Shafiq kwam met de slogan ‘een burgerlijke staat’. In de Egyptische context betekende dit duidelijk een keuze voor een seculiere staat. Mohamed Mursi probeerde te counteren door te beloven dat wanneer hij verkozen geraakte, hij twee vice-presidenten zou aanduiden waarvan één een Koptische christen zou zijn en de andere een vrouw. Bovendien zou hij een grondwet laten goedkeuren op basis van een consensus. In de tweede ronde haalde Mohamed Mursi (51.73 procent) het heel nipt van Ahmed Shafiq (48.27 procent). Op dat moment begonnen de fulool alle krachten van het Tahrirplein tegen elkaar uit te spelen. De nipte overwinning van Mohamed Mursi was immers geen sterk mandaat en de alliantie die hij sloot met het neoliberaal-militaire kamp zou hem nog zuur opbreken.

Het beleid van Mursi

Op 30 juni 2012 legde Mursi officieel de eed af en werd daarmee de eerste democratisch verkozen president van Egypte. Mursi waande zich onaantastbaar omwille van zijn alliantie met het leger en het Westen. Hij liet een groot deel van de tunnels met Gaza onder water zetten. De Israëlische president Shimon Peres omschreef hem – nadat hij een staakt-het-vuren wist af te kondigen tussen Israël en Hamas – als een ‘goede vriend’. Hij verklaarde ook de oorlog aan Syrië en provoceerde in Iran de sjiieten met een sektarisch discours. Hij koos de kant van het neoliberalisme door een lening aan te vragen bij het IMF. Hij wou de belastingen niet verhogen voor de rijken en de belastingsvoordelen voor bedrijven gelieerd aan het leger niet schrappen. Tevens koos Mursi ervoor om de seculiere oppositie niet serieus te nemen en koppig aan zijn eigen plan vast te houden. Dit deed hij allemaal omdat hij zich gesterkt voelde in zijn alliantie met het leger.

Maar als we terugblikken op zijn beleid is het op 22 november 2012 dat Mursi zijn grootste fout maakte. Hij vaardigde toen de ‘grondwettelijke verklaring’ af. De essentie van die verklaring was dat geen enkel decreet van Mursi vatbaar was voor juridische procedures. Hij plaatste ze dus boven de wet. De oppositie verklaarde dat dit de eerste stap was richting een islamofascistische staat. Mohammad El Baradei bestempelde hem als de nieuwe farao. Uiteindelijk zou Mursi deze verklaring intrekken na massaal protest dat 45 mensen het leven koste. Het herschrijven van de grondwet werd versneld en de Salafisten en Moslimbroeders sloten een alliantie om deze grondwet te laten goedkeuren in de commissie. De seculiere leden van deze commissie dienden bijna allemaal hun ontslag in. De partij Nour koos voor haar primair doel: de verankering van de Islamitische identiteit in de grondwet.

Op 15 en 22 december 2012 vond het referendum voor de grondwet plaats. Een belangrijke kanttekening erbij, is dat het Egyptische leger volgens de nieuwe grondwet niet onder burgerlijke controle werd geplaatst, maar dat ze een volledig autonome instelling werd. Van de 51 miljoen kiesgerechtigde Egyptenaren kwamen er ongeveer 17 miljoen opdagen, 33 procent van het electoraat. Daarvan stemde 63 procent voor de nieuwe grondwet. Het progressieve kamp was verontwaardigd (omdat de grondwet niet seculier is) en de fulool wilden de macht niet delen met de Moslimbroederschap. Deze twee kampen gingen toenadering tot elkaar zoeken. Ze zetten een campagne op getouw die uiteindelijk zou leiden tot de coup van 30 juni 2013.

Het tijdelijke huwelijk tussen het progressieve kamp en de fulool

Saoedi-Arabië heeft zijn vijandschap tegen de Moslimbroeders nooit verborgen gehouden omdat ze hun monopolie op de soennitische islamitische identiteit betwist en tevens tegen massamobilisatie van het volk is. Via het Saoedische gesponsorde pan-arabische kanaal Al Arabiya kreeg Mursi te maken met een ware lastercampagne. Elk oppositielid mocht de revue passeren en zijn kritiek uiten zonder wederwoord. Bij de private Egyptische kanalen riep bijvoorbeeld de multimiljonair Mamdouh Hamzah openlijk op voor een militaire coup om Mursi af te zetten. Egyptische kanalen zoals CBC en ONTV zorgden voor een non-stop criminalisering en ophitsing van de gewone arme man/vrouw. De veramerikaniseerde Bassem Youssef, die een politieke satirische show presenteert, vergeleek Mursi en de Moslimbroederschap met de nazis. Bassem Youssef die aanhang heeft onder de bourgeoisie van Cairo, kon de gewone massa niet bereiken, dat deden de andere tv-zenders en shows.

Ondertussen hield het progressieve kamp zijn dromen voor werkelijkheid en geloofde dat de oppositie en mobilisatie tegen Mursi zijn verdienste waren. De miljardair en Mubarak-vriend Naguib Sawiris financierde campagnes en organisaties tegen de Moslimbroederschap. De veiligheidsdiensten weigerden om met Mursi samen te werken en zorgden voor een gevoel van onveiligheid in de grote steden van Egypte. Ondertussen richten een aantal nasseristische jongeren, de groep Tamarod (rebel) op en wilde meer handtekeningen verzamelen dan Mursi’s stemmenaantal tijdens de presidentsverkiezingen. De campagne moest op 30 juni 2013 resulteren in een tweede Egyptische revolutie. Sawiris stelde lokalen ter beschikking en financierde hen. Ook hielden de grote leveranciers van energie (diesel en gas) op met te leveren aan tankstations. Dit had tot gevolg dat er lange rijen van auto’s stil stonden bij de tankstations. Hiermee bewerkstelligde de fulool dat de middenklassen zich ook tegen Mursi keerden. Tegen eind juni 2013 was iedereen gekant tegen Mursi en de Moslimbroederschap. Zelfs de Salafisten keerden zich tegen Mursi en uiteindelijk pleegde het Egyptisch leger op 3 juli 2013 een coup onder het gejuich van de massa.

Voorbij de coup en politiek geweld ?

We kunnen niet ontkennen dat er op 30 juni 2013 miljoenen Egyptenaren op de been waren tegen Mursi. Het progressieve kamp spreekt hierbij van een massamobilisatie tegen Mursi, wat ik niet zal ontkennen, maar ze vergissen zich grotendeels, door deze te bestempelen als progressief. De gewone massa is niet door educatie en bewustzijn op straat gekomen tegen het neoliberaal beleid van Mursi. De gemiddelde man/vrouw in Egypte weet niet wat het IMF is of wat het neoliberalisme inhoudt. Ze zijn zich er ook niet van bewust wat arbeidsrechten en boerenrechten zijn. Ook weten ze niet wat sociale ongelijkheid betekent. Ze werden gemobiliseerd en opgehitst door private kanalen die in bezit zijn van de fulool. Het feit dat direct na de coup, alle mediakanalen van de Islamisten werden gesloten, moet een teken aan de wand zijn. Ook werd het anti-militaire salafistische kopstuk Hazm Abou Ismael ettelijke uren gearresteerd. Bovendien is de nieuwe regering onder de neoliberale premier Beblawi een terugkeer van Mubarak-aanhangers. De coup wordt daarenboven heel enthousiast gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabie. Er is zelfs sprake van om artikel 232 van de grondwet te annuleren zodat voormalige leden van Mubaraks partij, de NDP (Nationale Democratische Partij), kunnen terugkeren naar de politiek. Ondertussen is het leger met een offensief bezig dat al meer dan duizend aanhangers van het Moslimbroederschap het leven heeft gekost. De progressieve krachten kijken er naar en blijven onverschillig. Bepaalde fracties, zoals de Revolutionaire Socialisten, de 6 April Beweging en de Sterke Egyptische Partij, willen een derde weg vormen om uit de impasse te komen. Deze derde weg leidt naar een doodlopend straatje. Ze is tegen de Moslimbroederschap en het Egyptische leger. Massamobilisatie gebeurt door alle fracties van het Tahrirplein te betrekken en moet strategisch zijn. Deze moet vooral het neoliberale-militaire kamp viseren die hen beide tegen elkaar uitspeelt. Ideologische verschillen tussen de rechts-conservatieve stroming en de progressieve zullen er altijd bestaan. Dit is eigen aan een gezond toekomstig democratisch politiek systeem. De twee kampen moet echter elkaar zien als tegenstanders en niet als vijanden. Die houding moet dan een vertaling krijgen naar een strategie die een minimaal politiek programma naar voor kan schuiven. Zoals ik eerder hierboven heb vermeld, is er een basis waarmee ze de fulool op ideologische gronden kunnen bestrijden. Deze omvat onder andere een rechtssysteem dat is gebaseerd op sociale gelijkheid en niet op willekeur, een duidelijk wettelijk kader voor de economie, vrije media en een politieke setting waarbij alle politieke krachten met elkaar van mening kunnen verschillen. De impasse kan dus alleen worden doorbroken als iedereen zich ervan bewust wordt dat de ultieme vijanden van een democratisering van Egypte het leger en de bondgenoten ervan zijn.

Dit artikel verscheen eerder in De Wereld Morgen:

http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/08/19/egypte-voor-en-na-de-slachtingen