Xenofobie troef in Moskou

putinkirill
Facebooktwittergoogle_plusmail

 De Russische hoofdstad Moskou mag een burgemeester kiezen – een die dus deze keer niet is aangesteld door het Kremlin. De grote verrassing is dat de veroordeelde Alexei Navalny, boegbeeld van de oppositie, kandidaat mag zijn. Hij is uitdager van uittredend burgemeester Sergej Sobianyn, een luitenant van president Vladimir Poetin. Deze twee kandidaten wedijveren tijdens hun campagne in xenofobie, met de talrijke Oezbeken, Kirgiezen en andere “tsjornoi” (zwarten) als grote zondebokken.

Navalny werd met zijn aanklachten tegen corruptie de bekendste onder de nieuwe opposanten. Hij voert die campagne en zijn huidige gooi naar het burgemeesterschap vooral via Internet, Twitter enz. Hij is vooral populair onder de Moskouse middengroepen die in de lente van vorig jaar talrijk op straat kwamen. Waarna Poetin zeer repressief optrad, een 30-tal deelnemers aan de protestacties zitten nog vast of moeten voor de rechtbank verschijnen waar hen zware straffen te wachten staan.

Onveiligheid

Opposant Navalny werd vorige maand ook veroordeeld, tot vijf jaar opsluiting. Dat was officieel niet voor zijn oppositiewerk, maar wegen verduistering. De dag na zijn veroordeling werd hij echter al vrijgelaten en hij kon zich, op aandringen van burgemeester Sobianyn, kandidaat stellen in Moskou. Navalny pakt in zijn campagne wel de corruptie aan. Maar het accent ligt op de onveiligheid en op de schuldigen daaraan: de immigranten, de vreemden.

Die vreemden, dat zijn vooral de 3 tot 5 miljoen burgers uit vroegere Sovjetrepublieken als Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan, Armenië, Azerbeidzjan…”Tsjornoi”, “zwarten”, van wie velen in Moskou in de wegen- en huizenbouw werken, of de klassieke karweien als vuilophaling, bestellingen, keukenhulp, afwasser en dergelijke doen. “Vertel nu niet dat Moskou smerig zal worden als er geen Oezbeken of Tadzjieken zijn om op te ruimen”, aldus Navalny op zijn meetings. Zijn remedie: een systeem van visa en een campagne om campagne Russen aan te sporen het werk van die vreemden te doen. Ziezo, Moskou zal direct veel veiliger worden…

Burgemeester Sobianyn voegt intussen de daad bij het woord. Hij doet de politie op de markten en in ateliers raid na raid uitvoeren om illegale vreemden massaal op te pakken. Daaronder ook enkele honderden Vietnamezen die in clandestiene ateliers dag na dag aan de machines zaten om ’s nachts in de kelders te gaan rusten. De netwerken van mensensmokkelaars die veel Vietnamezen naar West-Europa brengen, zijn dus duidelijk ook in Rusland bedrijvig.

Zuiver Rusland

Die “vreemden” zijn evenwel zelf de grootste slachtoffers van onveiligheid. Ze genieten uiteraard geen enkele sociale bescherming en zijn het doelwit van racistische politiemannen. En vooral van racistische commando’s van “patriottische organisaties” die opkomen voor een “zuiver Rusland”. Elk jaar worden verscheidene van die migranten gefolterd en vermoord. Waarbij de politie en justitie telkens zeer laks zijn in het opsporen en eventueel bestraffen van de daders.   Die xenofobie is niet nieuw. Ze kwam af en toe naar boven tijdens de laatste jaren van de Sovjet-Unie, toen “tsjornoi” de nieuwe markten domineerden en verantwoordelijk werden gesteld voor speculatie op voedingswaren. Tijdens de Jeltsintijd in de jaren 1990 misbruikten zowel de Russische als de Moskouse overheden die latente xenofobe gevoelens telkens ze een bliksemafleider nodig hadden.

Ze kunnen daarbij rekenen op de enthousiaste steun van de Russisch-Ortodoxe kerk. De patriarch en zijn compagnie zijn herauten van de echte Russische volksziel, ze zijn dus onvervalste patriotten.

Patriotten

Het werd erger onder Poetin. Vanaf 2000 doken steeds meer “patriottische” groepen op die een raszuiver Rusland nastreven en echte pogroms tegen migranten organiseerden. Het Kremlin riep dat geen halt toe en goot daarentegen vaak olie op het vuur met campagnes tegen vreemde inmenging.

Poetin gebruikt dat tegen elke vorm van oppositie. Een wet brandmerkt elke ngo die fondsen uit het buitenland ontvangt, die worden beschouwd als agenten van dat buitenland. Het argument wordt nu trouwens gebruikt tegen Navalny die ervan wordt beschuldigd veel fondsen uit het buitenland te hebben gekregen. Hij verweert zich daartegen met het argument dat dit geld uitsluitend van Russen uit het buitenland komt, dus zeker niet van vreemden!

Dissidentie

Opposant Navalny is dus in hetzelfde bedje ziek. Niet alle opposanten zijn overtuigde sociaalvoelende democraten. Sommigen doen denken aan enkele dissidenten uit de Sovjettijd die slechts één bekommernis hadden: een uitreisvisum. Vaak was dat naar Israël waar sommige zich ontpopten tot de allerergste racisten.

Anderen, die zich wel bekommerden om de rest van de samenleving, bleven na de ontbinding van de Sovjet-Unie dissidenten. Voor hen geen plaats in het roofdierkapitalisme onder Jelstin dat Poetin later consolideerde en uitbreidde tot zijn veiligheidsdiensten. De echte dissidenten uit de Sovjettijd bleven dissidenten.

Onder de nieuwe generatie opposanten treffen we dezelfde diversiteit aan, met liberalen en linkse opposanten die niet alleen strijden tegen de afbraak van democratische rechten en vrijheden maar ook tegen de sociale ongelijkheden. De repressie treft sinds vorig jaar vooral die groepen, zij zouden immers een grote rol kunnen spelen in een breder sociaal ongenoegen.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.