Egypte, een coup als geen ander

imagesCA1GP17C
Facebooktwittergoogle_plusmail

 Het Egyptische leger heeft moorddadig, barbaars toegeslagen in zijn strijd tegen “terroristen”. Die “terroristen zijn dan wel deelnemers aan een sit-in die de vrijlating eisen van de in 2012 gekozen president. Dit barbaarse optreden doet voor nog erger vrezen. Degenen die zich op 3 juli, de dag van de coup, aan de kant van legerleider Al Sissi schaarden, riskeren vroeg of laat hetzelfde lot te zullen ondergaan.

 

 

 

De meeste Egyptenaren waren begin juli alvast erg opgelucht dat president Morsi en zijn Moslim Broederschap aan de dijk werden gezet. Zowel tegenstanders van het eerste uur als ontgoochelde aanhangers vonden de balans van hun een jaar durende regeerperiode erg negatief, op alle vlakken. Daarom ook dat de militaire heersers bij hun coup op brede steun konden rekenen. Maar hoe lang zal het duren eer die steun wegsmelt? Want die militaire heersers zijn er niet als beschermers van de democratische rechten en vrijheden, en sociale gerechtigheid is het laatste van hun zorgen. Dat heeft het bledbad van 14 augustus overduidelijk gemaakt.

Dat laatste gold ook voor de Moslim Broeders die zeker niets aan het sociaal-economische bestel wilden wijzigen of die democratische rechten en vrijheden, waaronder syndicale vrijheden, wilden waarborgen. Conservatisme, onverdraagzaamheid en repressie gekoppeld aan grote onbekwaamheid, de ontgoocheling was groot. Wat was er dan wel veranderd sinds de val van het Mobarak-regime begin 2011?

Afkeer

De afkeer van de Moslim Broeders groeide met de dag. De petitie voor de afzetting van Morsi als president oogstte grote bijval – al blijken de cijfers over 14, 23 of zelfs 33 miljoen ondertekenaars zwaar aangedikt. Idem voor het aantal betogers op 30 juni. Wellicht de grootste uit de Egyptische geschiedenis, maar voor deze keer gaven militaire en politiebronnen cijfers op die toch wel redelijk boven de werkelijkheid lagen. Dat was al een duidelijk teken over de implicatie van militairen in de campagne voor Morsi’s afzetting.

In de periode vóór de coup was er ook ineens schaarste aan brandstof. En terwijl de criminaliteit overhand toenam, was de politie nergens te bespeuren. Met de staatsgreep was er ineens brandstof en politie en werden de stroomonderbrekingen zeldzamer. Alsof de staat in één dag weer energie had gekregen.

Het was niet daarvoor de miljoenen mensen op straat waren gekomen. Ze eisten daadwerkelijke veranderingen, democratische vrijheden, maar ook menswaardig werk en loon, sociale gerechtigheid, een einde aan corruptie en uitbuiting. Het was geen revolutie, wel een massale kreet voor echte maatschappelijke verandering na Mobarak-dictatuur, de desastreuze militaire periode van begin 2011 tot juni 2012 en het droevige jaar Morsi-bewind.

Dieven

De legerleiding heeft dat protest gestolen. De impopulariteit van Morsi was een voorwendsel om haar orde te doen heersen. Stel u even voor dat het leger steevast de macht neemt als een gekozen staatshoofd het vertrouwen van de bevolking verliest; moet het Franse leger dan optreden nu president François Hollande op een dieptepunt zit?

De Westerse leiders zitten verveeld met de nieuwe situatie. Zij veroordelen geweld, roepen op tot dialoog, maar spreken niet over een staatsgreep. Voor Washington was de alliantie tussen leger en Moslim Broeders de ideale situatie. Maar ingaan tegen een legerleiding die zo een nauwe banden heeft met de VS en die de vrede met Israël waarborgt, is een te groot risico, dus blijven de VS op termijn geld aan de Egyptische militairen geven.

Rijke vrienden

Saudi-Arabië en de Arabische Emiraten zaten van hun kant al eerder klaar met hun geld, 12 miljard dollar, om het militair bewind te steunen. Tot groot verdriet van Qatar dat zich van Marokko tot Syrië en Irak geroepen voelt om de Moslim Broeders en co financieel en met wapens te steunen. Het is die regimes natuurlijk niet om democratie en sociale gerechtigheid te doen, wel integendeel. Een dictatuur die de maatschappelijke orde bestendigt, dat willen zij best financieren.

Dat geldt evenzeer voor de Egyptische rijken, al zijn die verdeeld tussen aanhangers van de Moslim Broeders en van het leger. Zolang hun belangen maar worden gevrijwaard. Vroeger waren de meesten vrienden van Mobarak. Diezelfde lieden duiken nu weer op aan de kant van de generaals – die ook al de steunpilaren van het Mobarak-regime waren. Zij behoorden er tot de meestbegunstigden: het leger is eigenaar van een zeer groot deel van de economie. Generaals heersen over zakenimperiums in alle belangrijke sectoren. Huizenbouw, wegwerken, veeteelt, huisraad, meubels, toerisme, zware industrie, zelfs kinderkribben behoren tot dat imperium.

Er is geen enkele transparantie, zodat het gissen is naar het aandeel van de militairen in de economie – iets waar zeer concrete privileges voor de generaals aan vasthangen. Oncontroleerbare gissingen gaan tot 40 % van de economie in militaire handen. Naast het ministerie van Defensie is er trouwens een ministerie van Militaire Productie. Er waren conflicten tussen de legerleiding en Morsi over diverse investeringplannen, wat meespeelde in de vijandschap tussen de Moslims Broeders en de generaals.

Kapitaal

Over de grote sociaal-economische lijnen waren ze het anders wel eens. Zowel de militaire regering als Morsi kozen in sociale conflicten resoluut de zijde van het patronaat. Er kwamen wetten die de syndicale rechten sterk beknotten. Militairen maakten met geweld een einde aan stakingen in Cairo, Suez, Fayyoum en elders. Vakbondsmensen werden opgesloten en met snelrecht veroordeeld. De Moslim Broeders hielden een voorstel tegen om het recht op de vorming van onafhankelijke vakbonden te waarborgen. Onder Morsi werden staatsbedrijven op een bedenkelijke manier geprivatiseerd. Rechterlijke bevelen om dat ongedaan te maken, werden genegeerd. Kortom, de Moslim Broeders staan onomwonden aan de kant van het kapitaal.

Ook de media werden onder Morsi gestroomlijnd, bijna zoals ten tijde van Mobarak. Journalisten die tegen de fundamentalistische stroom ingingen, werden bedreigd, ontslagen, door gewapende commando’s gefolterd, opgesloten. Vandaar de sterke wraakgevoelens tegen de Moslim Broeders vandaag in de media.

Hysterie

Want met de militaire coup is de situatie niet verbeterd. Diverse tv-zenders en bladen zijn gesloten, door de andere media gebrandmerkt als “spreekbuizen van terroristen”. De media die nog open zijn, voeren al weken een hysterische campagne. Zij nemen de gefabriceerde beschuldigingen tegen Morsi en zijn omgeving klakkeloos over en dikken ze nog aan om de Moslim Broeders te criminaliseren.

Die media zijn wel zwijgzamer over de terugkeer van vele “fouloul”, aanhangers van het Mobarak-bewind, in het zog van de militairen. Verscheidene feortuneerde zakenlui uit de Mobarak-periode gaven gul geld aan Tamarrod, de beweging die de massa’s van 30 juni op straat bracht en de miljoenen handtekeningen onder de anti-Morsi petitie verzamelde. President Adly Mansoer, twee dagen lang voorzitter van het Grondwettelijk Hof, was een belangrijke figuur van het Mobarak-bewind en heeft nauwe banden met Saudi-Arabië.

Er komen waarschijnlijk showprocessen tegen leiders en militanten van de Moslim Broeders, terwijl de vele militairen en politiemannen die tijdens Mobarak en ook nadien talrijke misdaden pleegden, uit handen van justitie blijven.

Restauratie?

Dit is geen restauratie van het oude regime, ook al duiken die oudgedienden overal op. De legerleiding kan de massamobilisaties van de voorbije weken tegen Morsi niet negeren, ze heeft er gebruik van gemaakt om de concurrentie uit te schakelen en zich op te werpen als een “leger van het volk” dat aan de wensen van dat volk tegemoet komt. Personen die zelf veel te lijden hadden van de repressie, lijden ineens aan ‘militarofolie’, in dit geval een vorm van geheugenverlies.

Om hun imago van “leger van het volk” aan te dikken, sluiten Al Sissi en zijn generaals een tijdelijke alliantie met een breed politiek gamma, waaronder “fouloul”. Die bondgenoten scharen- zich enthousiast of gelaten achter de bloedige repressie. Tot de dag dat ze er zelf slachtoffer van worden, zoals een minderheid van links en syndicalisten vandaag waarschuwt. De gebeurtenissen van deze 14 augustus zijn onheilspellend.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.