Israël bereid tot vredesgesprekken na EU-terechtwijzing

Kerry-Israel-Palestine
Facebooktwittergoogle_plusmail

Met de aankondiging van nieuwe gesprekken tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit maken we een herneming mee van het vastgelopen vredesproces voor het Midden-Oosten. Zonder een grotere internationale druk zal alles echter blijven zoals het is: catastrofaal.

 

De Israëlische regeringsleider, Benjamin Netanyahu is van alle markten thuis. Zijn politieke manoeuvreerbaarheid heeft hij de voorbije dagen nog maar eens getoond, toen hij zijn bereidheid voor nieuwe gesprekken met de Palestijnse autoriteit van Abbas aankondigde, de tot dan in zijn ogen weerbarstige Palestijnen. Hij bood zijn tegenstander zowaar een zoethoudertje aan door aan te kondigen enkele tientallen van terrorisme beschuldigde Palestijnse gevangenen die al jaren vast zitten, vrij te zullen laten. Dat behoort blijkbaar tot de toegevingen die hij de Amerikaanse staatssecretaris John Kerry beloofde, met name om voorafgaandelijk aan het heropstarten van de gesprekken, die sinds 3jaar in de koelkast liggen, een geste te doen zodanig dat Abbas de stap naar de gesprekstafel aan zijn achterban uit kan leggen.

Netanyahu toont meteen zijn goede wil aan de VS en de buitenwereld  en schuift de zwarte piet door naar de Palestijnen. Als Abbas de gesprekken voor het heropstarten van de onderhandelingen zou afwijzen dan is Israël in de ogen van Netanyahu en de Amerikanen niet de dwarsligger. Gaat Abbas akkoord, dan zal hij nog meer de steun van een groter deel van Palestijnen verliezen. De in Gaza regerende Hamas heeft Abbas het recht ontzegd om in naam van het Palestijnse volk te ageren en te spreken, laat staan onderhandelingen te voeren.

Netanyahu moet de ultra rechtse ministers in zijn regering, die zich tegen de vrijlating van “terroristen” verzetten en in het verweer komen, overtuigen. Verder heeft hij alle troeven in de hand. Geen enkele toegeving heeft hij gedaan wat de illegale Israëlische nederzettingen betreft. Alleen  is er vaag sprake van een bevriezing van de bouw van nederzettingen tijdens de duur van de onderhandelingen. Maar in werkelijkheid kan hij zijn geliefkoosde partituur verder spelen. Er wordt alleen onderhandeld tussen Israël en de Abbas autoriteit (zonder Gaza); een internationaal vredesproces wordt uitgesloten. Bij dergelijke onderhandelingen met ongelijke partners, moet men geen profeet zijn om te voorspellen dat de sterkere de zwakkere aan de uitgestoken hand laat verhongeren.

De diplomatieke nederlaag

Daarenboven komt dit nieuwe initiatief premier Netanyahu zeer goed uit. Zo kan hij de aandacht afwenden van zijn diplomatieke nederlaag die hij heeft opgelopen met de aankondiging van de EU richtlijn van 19 juli laatsleden, over de economische, commerciële, financiële en coöperatieve relaties met betrekking tot de Israëlische nederzettingen, die zal gelden vanaf 2014.

Deze richtlijn moet verhinderen dat de financiële steun van de EU in het kader van de samenwerkingsprogramma’s met Israëlische instellingen en ondernemingen, ook de nederzettingen van na 1967 op de Westelijke Jordaanoever, Jeruzalem en de Golan Hoogvlakte ten goede komt. De ontvangers van de EU middelen moeten zich ertoe verbinden dat deze niet meer naar de bezette gebieden zouden gaan.

DE EU richtlijn heeft het klimaat tussen de EU en Israël duidelijk verslecht. De Israëlische ambassadeurs werd opdracht gegeven om de EU landen mede te delen:” Dat geen enkele Israëlische regering de opgesomde voorwaarden zal aanvaarden “. President Shimon Peres richtte een dringende aanmaning aan de EU om de bovenvermelde richtlijn te herroepen. Ze is nadelig voor het vredesproces volgens de Israëlische president. Premier Netanyahu was nog duidelijker en wees de EU richtlijn gewoon van de hand. Als regeringsleider van de staat Israël zal hij niet toelaten dat honderdduizenden Israëli, die in “Judea, Samara, de Golan Hoogvlakte en in onze herenigde hoofdstad Jeruzalem leven benadeeld worden. We zullen en willen geen dictaat over grenzen aanvaarden.”

De EU richtlijn lijkt in haar onmiddellijke toepassing niet al te dramatisch zijn. De motivatie is ogenschijnlijk een grote politieke belediging voor Israël. Tel Aviv staat er op om voor zijn staatsgebied geen duidelijke definitieve landsgrens aan te geven. Dat werd duidelijk in 1967, door de bezetting van de Golan Hoogvlakte die later door Tel Aviv werd ingelijfd. Het wordt nog duidelijker in de afkondiging dat heel Jeruzalem, dus ook het in 1967 bezette Oost-Jeruzalem, de ondeelbare en eeuwige hoofdstad van Israël is en door de onophoudelijke nederzettingsbouw in de bezette Palestijnse gebieden, inclusief in Oost-Jeruzalem.

De EU commissie gaat met haar richtlijn er vanuit dat zowel Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en Golan hoogvlakte bezette gebieden zijn die door Israël niet kunnen ingelijfd worden. Dit beantwoordt inderdaad aan het geldend volkenrecht dat in een ganse reeks van documenten en conventies is vastgelegd. Zo bepaalt de conventie van Genève het verbod voor een bezettingsmacht om burgers van bezette gebieden te deporteren of te verplaatsen (art 49). Ook het manifest van Rome over het Internationaal Strafhof van 1998 noemt dergelijke bevolkingstransfers een oorlogsmisdaad ( art 8 – alinea 2b viii).

Illegale nederzettingen

De talrijke besluiten en resoluties van de VN Veiligheidsraad zijn hierover zeer duidelijk. De meest gekende resolutie 242 (1967) verlangt de Israëlische terugtrekking uit de door de zesdaagse oorlog bezette gebieden. Een jaar later volgde de resolutie 252 (1968) die alle door Israël genomen maatregelen om de status van Jeruzalem en geplande onteigening van grond en immobiliën als ongeldig verklaarde. De VN Veiligheidsraad sprak zich vervolgens meermaals uit over de bezette gebieden met de resolutie 267 (1969);271 (1969),445 (1979), 452 (1979), 465 (1980), 476 (1980) en ze wil dat Israël de uitspraak van het Internationaal gerechtshof in Den Haag over de bouw van de Israëlische muur respecteert.

De Israëlische reactie op de EU richtlijn ligt klaar en duidelijk in de lijn van de jarenlange weigering van Tel Aviv om de internationale wil van de  VN-wereldgemeenschap te erkennen en toe te passen. De laatste poging in 2003 van het zogenoemde Midden-Oosten kwartet om met zijn roadmap het Israëlisch- Palestijns vredesproces terug op gang te brengen en om in 2005 een Palestijnse staat naast Israël tot stand te brengen, mislukte door de stugge houding van de Israëlische regering die geen landsgrenzen wil vastleggen.

De internationale gemeenschap is tot op heden niet in staat – of het ontbreekt haar aan politieke wil – om de druk op Israël te verhogen. De kans op een rechtvaardige vrede, op basis van een tweestatenoplossing, wordt door de houding van Tel Aviv praktisch onmogelijk.

De EU commissie mag met dan misschien met haar richtlijn niet de bedoeling hebben gehad om het deze richting uit te laten gaan, objectief heeft ze iets in beweging gezet in het vastgelopen front van het Midden-Oosten. De Israëlische regering heeft dat onmiddellijk opgemerkt en een tegenoffensief opgestart.

Hopelijk is het niet alleen de EU commissie, maar zal ook de ganse reeks EU instellingen, raad, parlement en lidstaten de in de richtlijn opgesomde geografische afbakening blijven steunen. Maar hierover blijft er grote twijfel bestaan. Zo heeft de Duitse regering zich voorgenomen om zich te distantiëren na eerst toegestemd te hebben. Dit is voor de Israëlische regering van Netanyahu een mooi geschenk van de regering Merkel. Net als het op EU terroristenlijst plaatsen van de Libanese Hezbollah waardoor het licht op groen gezet wordt voor het inzetten van bewapende drones tegen deze groep. Wat zeker niet bijdraagt tot een vreedzame oplossing.

Niet alleen de Israëlische vredesbeweging, ook Israëlische journalisten steunen de intentie van de richtlijn. In een bijdrage in de liberale krant Haaretz  van 14 juli 2013 schrijft Gideon Levy het volgende: “De eis voor een economische boycot van Israël, waarvan de EU richtlijn nog ver verwijderd is, is een patriottische plicht is. Een internationale boycot is het meest dankbare kwaad dat het land kan overkomen. Het kan op termijn zelf lonend zijn.” De Israëlische regering, volgens de redenering van Gideon Levy zou op termijn aangezet kunnen worden om zich soepeler op te stellen in het vredesproces, wanneer vanuit het buitenland economisch en politieke druk groter worden. De negatieve economische gevolgen  van dergelijke druk zouden de regering in Tel Aviv moeten verplichten tot een ander politiek beleid.

Het is te hopen dat een en ander vrij spoedig een concrete invulling krijgt in het belang van de Israëli’s en Palestijnen.

Bron: Peter Strutynski Friedensratschlag – ( www.ag-frienforschung.de)
vertaling: Antoine Uytterhaeghe