Vaticaanse bank blijft stinken

vaticaanbank
Facebooktwittergoogle_plusmail

Er circuleren de jongste tijd nogal wat lijsten met namen van “offshore paradijzen” waar de rijkeren van deze wereld de opbrengsten van ontduiking, fraude, georganiseerde misdaad en zo verder onderbrengen. Recente gebeurtenissen in het staatje “Heilige Stoel”, geografisch het Vaticaan, maken duidelijk dat die staat een plaats op die lijsten dubbel en dik verdient. Het Istituto per le Opere Religiose – IOR, “instituut voor religieuze werken”, komt voor de zoveelste keer in het nieuws met fraude en witwas. Voor de zoveelste keer sinds het schandaal rond de Banco Ambrosiano in 1982.

Het recente ontslag van toplieden van het IOR werpt een nieuw licht op de verkiezing van de Argentijn Jorge Mario Bergoglio tot paus Franciscus. Aan het aftreden van Ratzinger – Benedictus XVI – als paus, ging meer dan een jaar van intriges, onthullingen en geheime rapporten vooraf. Veel van die intriges draaiden rond IOR.

Verdachte tassen

IOR-directeur Paolo Cipriani en zijn adjunct Massimo Tulli namen ontslag na de arrestatie van monseigneur Nunzio Scarano, van Giovanni Zito, agent van de Italiaanse geheime dienst, en van financieel bemiddelaar Giovanni Carenzio. Die drie worden door de justitie in Rome beschuldigd van corruptie, fraude en witwas. Ze worden er onder meer van beticht dat ze 26 miljoen euro in cash uit Zwitserland naar Italië wilden smokkelen ten bate van enkele scheepsmagnaten die bevriend zijn met Scarano. Deze laatste heeft nauwe banden met het IOR.

Eind februari, enkele dagen vóór het conclaaf van kardinalen Bergoglio tot paus koos, was er al een ander bizar voorval op de Romeinse luchthaven Ciampino. Monseigneur Roberto Lucchini, rechterarm van de machtige Vaticaanse staatssecretaris Bertone, en advocaat Michele Briamonte, adviseur van het IOR, weigerden bij aankomst hun tassen te openen voor de agenten van de Guardia di Finanza. Ze lieten beide hun diplomatenpas van het Vaticaan zien, en al hebben ze volgens de Conventie van Wenen over diplomatie geen recht op diplomatieke onschendbaarheid, toch moest de politie hen uiteindelijk na tussenkomst uit het Vaticaan laten gaan zonder de inhoud van hun tassen te zien. De twee waren met een privéjet uit Turijn gekomen.

Zuivering

Rond die tijd zaten de kardinalen in het Vaticaan bijeen om na de “pensionering” van paus Ratzinger de toestand van de katholieke kerk, en vooral van haar leiding, te bespreken. Via lekken kwamen de krant la Repubblica en het weekblad L’Espresso te weten dat het er hard aan toe ging. De Braziliaanse kardinaal Joao Braz de Aviz kreeg er een groot applaus toen hij aandrong op transparantie en zuiveringen.

Hij en vooral Noord-Amerikaanse kardinalen drongen aan op een open bespreking van een discreet rapport van eind 2012 over de stand van Vaticaanse zaken. Volgens hardnekkige geruchten uit het Vaticaan besliste Ratzinger na het lezen van dat rapport dat hij maar beter op rust ging om de Augiasstal aan een ander over te laten. Er werd zelfs geopperd dat hij uit schrik opstapte.

Er waren twee opvallende punten in dat rapport: een over de ‘gay lobby’ die in het Vaticaan goed ingeplant blijkt, niet om de rechten van homoseksuelen te verdedigen, maar om zich gezamenlijk af te zetten tegen onderzoeken naar netwerken van mannelijke prostituees waar talrijke Vaticaanse eminenties klant zijn. En om mekaars posities te verdedigen. Verscheidene van die uiterst conservatieve eminenties blijken ook slachtoffer te zijn van chantagenetwerken waartegen ze zich collectief teweer stellen. Kortom, een illustratie van de hypocrisie van de katholieke kerkleiding.

Witwas in wijwater

Maar vooral het IOR kwam weer op de voorgrond. Sommige Vaticaanse kringen wilden het IOR doen schikken naar de regels van Moneyval (in 1997 door de Raad van Europa, niet de EU, opgericht controlesysteem tegen witwas). Maar chef Bertone en zijn omgeving saboteerden dat. Op het conclaaf was de hoop van die kringen gericht op de Braziliaanse kardinaal Odilo Scherer, groot verdediger van de Vaticaanse orde. Diens ongenuanceerde verdediging van de in schandalen gedompelde Curie was talrijke kardinalen te gortig.

Ze hadden voor Angelo Scola, aartsbisschop van Milaan en tegenstander van de Curie, kunnen kiezen. Maar die was dan “te radicaal” en de Curie stelde gewoon een veto. Bergoglio was een tussenoplossing. Hij had gepleit voor “purificazione”, zuivering, maar Bertone en zijn aanhang steunden hem volop in de hoop dat hij de vieze potjes zoveel mogelijk gedekt zou houden, zoals Ratzinger had gedaan. De gesprekken tussen Bergoglio en zijn voorganger Ratzinger gingen dan ook vooral over de stinkende put IOR.

Want begin 2012 was er wat Vatileaks werd genoemd, onthullingen in La Repubblica over de intriges en gevechten in het Vaticaan. Over medewerkers die werden verbannen omdat ze corruptieschandalen aanklaagden. De klokkenluider werd gevonden, Paolo Gabriele, al jaren “butler” van de paus en als dusdanig op de hoogte van veel intriges. Hij werd berecht en tot 18 maanden veroordeeld, maar de paus verleende hem genade. Intussen had Vatileaks een en ander aan het licht gebracht over het anders zo ondoorzichtige IOR, over de sabotage van elke poging om witwas tegen te gaan, over betalingen van smeergeld, zelfs om een audiëntie bij de paus af te kopen. Tenslotte heeft het Vaticaan een lange traditie van het verkopen van aflaten…

Ambrosiano

Het IOR heeft ook een lange traditie van witwassen en van banden met diverse lagen van de onderwereld, tot en met maffiagroepen. Het IOR kwam spectaculair in het nieuw in 1982 met het faillissement van de Banco Ambrosiano van bankier Roberto Calvi, bijgenaamd bankier van God en van de maffia. In die bank was ca 1,25 miljard euro (in 1982 een pak meer waard dan nu) verdwenen, overgesluisd naar maatschappijen in fiscaal paradijs Panama. Dat had slechts kunnen gebeuren omdat de baas van het IOR, monseigneur Marcinkus, vertrouwensbrieven had ondertekend om de transfer te bezegelen. Waar dat geld uiteindelijk terecht kwam? Poolse bronnen beweerden dat een deel naar de toenmalige anticommunistische oppositie, Solidarnosc, ging.

Maar er kwam nooit een ernstig onderzoek. Bij het aftreden van Benedictus XVI werd trouwens herinnerd aan de dood van paus Johannes Paulus I in 1979. Toen waren er ook speculaties dat hij op de hoogte was geraakt van het reilen en zeilen bij het IOR, over de banden met fraudeurs en maffiosi en dat hij daarom was vermoord.

Bankdirecteur Calvi vluchtte. Een deel van het verdwenen geld was van maffiagroepen die vertrouwen hadden in een bank die de zegen van het Vaticaan had. Calvi werd in Londen vermoord (hij hing aan de brug Blackfriars), ook al trachtten Italiaanse rechters enkele keren tegen beter weten in dat als een zelfmoord voor te stellen. De Italiaanse overheid kon met dat faillissement niet lachen en vaardigde een arrestatiebevel tegen Marcinkus uit. Maar in 1986 bezorgde de socialistische premier Bettino Craxi de monseigneur vergiffenis, hij kon het Vaticaan weer buitenkomen zonder risico op arrestatie. Later bleek dat Craxi en zijn partij ook geld van Calvi hadden gekregen.

Antonio Di Pietro, de magistraat die in 1992 met de operatie Schone Handen de wijdverbreide corruptie in Italië blootlegde, vertelde me dat hij bij de betaling van een smeergeld van 50 miljoen euro, vaststelde dat dit geld eerst op een rekening van het IOR was gestort. En dat dit Instituut voor Religieuze Werken vijf percent commissie nam voor het witwassen van die som.

Bij het IOR veranderde er sinds Marcinkus niets. Gotti Tedeschi had als president van het IOR tussen 2009 en 2012 geprobeerd wat meer openheid te brengen . Maar Ratzinger had daar geen enkel oor naar. Het Vaticaanse bestuur is totnogtoe stevig in handen geweest van de witwassers en hun medeplichtigen. Die laatste zitten ook in Italië, onder meer bij de geheime diensten. Vaak lijkt het wel of het geheim genootschap van de Loge P2, waartoe Calvi, generaals, politici en zakenlui (onder wie Silvio Berlusconi) behoorden, nog werkzaam is.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.