Van Rio tot Istanbul één groot complot

imagesCAIMQSY4
Facebooktwittergoogle_plusmail

 In twee van de “opkomende economische machten”, Brazilië en  Turkije, komen massa’s mensen op straat. In Brazilië begonnen als protest tegen een relatief kleine prijsverhoging van het openbaar vervoer, in Turkije om een park in Istanbul te redden. Futiele aanleidingen, oordeelde de Turkse premier Recep Erdogan. En dus een bewijs dat er meer achter zit, namelijk een internationale samenzwering. De Braziliaanse presidente Dilma Roussef ziet wel in dat een dergelijk massaal protest diepere oorzaken heeft, in haar geval vooral het groeiend verzet tegen toenemende ongelijkheid in een groei-economie, zoals al zo vaak verwoord op de Wereld Sociale Forums.

Beide landen werden door economisten van het internationaal establishment als voorbeelden gesteld. Een snelle economische groei die een vooraanstaande plaats in de nieuwe G, de G20, opleverde. Maar zeker in het geval van Brazilië ging die groei gepaard met toenemende ongelijkheid.

Ongelijk

Nochtans leek Brazilië bovendien een model van het nieuwe linkse Latijns Amerika. Tien jaar lang met Lula als president, met zijn Arbeiderspartij, de PT, aan  het bewind. Men ging er dan licht aan voorbij dat die PT samen met diverse rechtse partijen regeert en dat daarom talrijke beloften van de PT, waaronder landhervorming, niet of nauwelijks van de grond zijn gekomen. De verwachtingen inzake milieubehoud en rechten van de oorspronkelijke inheemse bevolking werden al evenmin ingelost. Volgens katholieke zendelingen zijn de voorbije tien jaar meer dan 500 indianen vermoord in conflicten met grootgrondbezitters. De landroof blijft zeker in het noorden ongehinderd doorgaan.

Brazilië stortte zich onder de PT en haar coalitiegenoten volop in de kapitalistische mondialisering, weliswaar met sterke sociale accenten die een deel van de bevolking ten goede kwamen. Maar tegelijk zit Brazilië bij de koplopers inzake sociale ongelijkheid. Dat is niet alleen zichtbaar op het platteland, maar nog meer in de steden – waar meer dan driekwart van de bevolking woont. De rijkere inwoners trekken net zoals in de VS en een steeds groter deel van de wereld weg uit de centra naar gesloten stadsdelen of zelfs nieuwe steden waar privé bewakingsdiensten de toegangen tot die luxegetto’s bewaken. De centra blijven vaak wel het zakenhart, de minder gegoeden moeten het stellen met wijken waar de openbare nutsvoorzieningen vaak erg te wensen overlaten.

Bus gemist

Wat hebben bustarieven daar allemaal mee te maken? Sao Paulo (20 miljoen inwoners), Rio en andere steden hadden de bustarieven verhoogd met 20 centiem (7 eurocent). Op zichzelf lijkt dat voor buitenstaanders geen aanleiding tot een massale revolte. Maar die tarieven lagen al zeer hoog, Sao Paulo heeft een van de hoogste tarieven ter wereld. De Movimento Passe Livre (MPL), beweging voor vrije doorgang, zegt dat sommige pendelaars tot een derde van hun inkomen aan vervoer moeten besteden. En daarvoor zitten ze vaak ’s morgens en  ’s avonds telkens twee uur op gammele bussen. Want ook de slechte kwaliteit van dat openbaar vervoer speelt  in de protesten mee.

De hogere bustarieven waren voor veel Brazilianen een druppel te veel. De regering had  er nochtans op gerekend dat de aanloop naar de Mondial, wereldkampioenschap voetbal, in dit voetbalgekke land een golf van nationale trots zou ontketenen. Allen achter de nationale vlag geschaard en even de problemen van elke dag vergeten. Deze keer werkt dat echter niet. De Brazilianen hadden de voorbije weken enigszins onthutst kennis genomen van talrijke omkoopschandalen onder Lula’s bewind. En van de alsmaar stijgende uitgaven voor de Mondial die later, in 2016, wordt gevolgd door de Olympische Spelen. Terwijl de prijzen voor een toegangsbiljet op die beide spelen voortdurend hoger worden gesteld zodat ze alleen maar voor rijkere supporters toegankelijk zullen zijn.

Contrast

Het contrast tussen die torenhoge uitgaven voor spelen en de aantasting van een openbare dienst, de bussen, stak het vuur aan de lont. De MPL speelde een rol van motor in de eerste mobilisaties, voor zover geweten los van elke politieke partij. Opvallend is wel dat veel betogers onderstrepen dat ze tot nog toe op de PT stemden maar dat volgende keer niet meer zullen doen. Het vertrouwen is weg. In Sao Paulo bij voorbeeld beloofde burgemeester Fernando Haddad van de PT die nu de tarieven verhoogde, in zijn verkiezingscampagne goedkoper openbaar vervoer. Onafwendbaar wegens technische redenen, zei Haddad aan een delegatie van de betogers. Maar die dwongen hem en zijn collega’s van andere steden toch toe te geven.

De betogers drukken de ontgoocheling uit van een groot deel van de achterban van de PT die oordeelt dat de partij de verwachtingen niet inlost. Die verwachtingen, dat ging niet alleen over economische groeicijfers, maar ook over extra inspanningen voor onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, openbaar vervoer. Al dat geld voor sportspelen, terwijl er zo een hoge noden zijn in al die sectoren.

Zoals dikwijls in dergelijke situatie hebben de overheden hier buiten elke werkelijkheidszin gereageerd. Harde repressie hier en daar, weigeren toe te geven, betogers brandmerken als vandalen  en dan toch onder de grote druk bezwijken. Het betekent dat de meer dan een miljoen demonstranten en de velen die hen steunen – volgens peilingen 75 % van de bevolking – vooral leren hoe actie kan lonen. Het gaat hier om de grootste demonstraties sinds twintig jaar, dit komt neer op het ontwaken van de “Lula generaties”. Buiten partijstructuren om stellen ze de limieten en contradicties van een sociaaldemocratisch beleid vast.

Nieuwe PT?

De vraag is of er uit deze massale onvrede een politiek gestructureerd verlengstuk kan komen. Kan de PT zelf veranderd worden? De samenwerking met rechts en het cliëntelisme zijn intussen diep geworteld, buitenlandse investeerders hebben meer invloed op de beslissingen dan de vakbonden en dan de basis van de PT. Die partij voert een neoliberale politiek, weliswaar met een sociaal luik dat het lot van een deel van de bevolking heeft verbeterd – maar terwijl de Braziliaanse rijken wel veel veel rijker werden.

De PT kende al een bewogen intern leven, met sterke linkse georganiseerde tendensen die lang zeer sterk stonden. Een deel verliet al eerder de PT en zit nu bij de PSOL, de partij oor socialisme en vrijheid, die enkele lokale bolwerken heeft. President Roussef tracht haar persoonlijke populariteit uit te spelen om de gemoederen te bedaren, maar haar slappe houding heeft vooral een averechts effect.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.