Syrië: oorlogsscenario in plaats van diplomatiek offensief

wapens syria
Facebooktwittergoogle_plusmail

Begin juni zou er een internationale vredesconferentie (Genève II) komen over Syrië, zo lieten de VS en Rusland na grondig overleg verstaan. Er leek een consensus te groeien dat het Syrische conflict niet militair kon opgelost worden. Maar na de herovering van al Qusair door het reguliere Syrische leger, lijkt Washington het geweer van schouder te hebben veranderd. De regering Obama luidde de alarmbel met een verhaal dat erg doet denken aan de saga rond Irak meer dan 10 jaar geleden: het Syrische regime heeft chemische wapens ingezet en daarmee de ‘rode lijn’ overschreden.

 

Echte bewijzen worden er niet geleverd, wel dat ‘onze’ inlichtingendiensten over betrouwbare informatie beschikken dat het Syrische regime op kleine schaal verschillende keren chemische wapens heeft ingezet met inbegrip van het zenuwgas Sarin. Obama heeft eerder verschillende keren laten verstaan dat aan de inzet van chemische wapens zware consequenties zijn verbonden. Hij kondigde dan ook prompt aan om de militaire hulp aan de rebellen op te schroeven.

 

Obama moest een stok vinden om mee te slaan nu blijkt dat Assad in staat is terreinwinst te boeken tegen de erg verdeelde rebellen van wie een niet onbelangrijk deel in extremistisch vaarwater is terecht gekomen. Ook het feit dat er zelfs in de mainstreampers sprake is van groeiende populariteit voor Assad die zich kan presenteren als iemand die terug stabiliteit en orde kan brengen, doet de vertwijfeling in de westerse hoofdsteden toenemen. Over het lot en de toekomst van de Syrische bevolking gaat dit steekspel al lang niet meer. Washington, Moskou, Londen, Parijs, Istanboel, Doha, Riad en Teheran zijn vooral bekommerd om hun geostrategische winst of verlies.

 

Dat Washington nu plots spreekt over het ‘overschrijden van de rode lijn’ omdat chemische wapens zijn ingezet waarbij 150 mensen zouden zijn omgekomen, doet om meerdere redenen de wenkbrauwen fronsen. Vormden de vele tienduizenden doden van de afgelopen twee jaar dan geen rode lijn?

 

Er schuilt niet weinig ironie achter dit verhaal over chemische wapens. Een maand geleden stelde een onafhankelijke onderzoekscommissie van de Verenigde Naties nog vast dat ze over serieuze aanwijzingen beschikt dat “oppositietroepen het zenuwgas Sarin hebben ingezet”. Bovendien benadrukte dezelfde onderzoekscommissie dat ze daarentegen over geen concrete indicaties beschikte dat ook regeringstroepen chemische wapens zouden hebben ingezet. Kort daarna verschenen er berichten in de Turkse media. Die spraken over de inbeslagname van 2 kg Sarin bij 12-koppige cel van de Al-Nusra brigade in het zuidoosten van Turkije. Jabath al-Nusra is een van de belangrijkste gewapende oppositiegroeperingen die verschillende duizenden strijders in haar rangen telt. Velen zijn van buiten Syrië afkomstig. De organisatie verklaarde dit jaar dat ze zich verbonden heeft met Al Qaida. Washington heeft de organisatie trouwens in december 2012 op de lijst met terroristische organisaties gezet.

 

In Washington bleef het toen stil. Er was niemand die over een overschreden ‘rode lijn’ sprak. Er zit niet weinig contradictie in de houding van de Amerikaanse regering. Die gaat wapens leveren aan de oppositie, meer bepaald aan de Hoge Raad van het Vrije Syrische Leger, hoewel elke waarnemer weet dat er geen enkele garantie bestaat dat deze wapens uiteindelijk niet in handen komen van radicale Salafisten zoals Jabeth al-Nusra die volgens een VN-organisatie chemische wapens heeft ingezet en die volgens de VS een terroristische organisatie is. Er zit weinig logica in. Dat blijkt ook uit de discussies in het Verenigd Koninkrijk, waar premier Cameron aan de vooravond van de G8-top met groeiende tegenstand te kampen heeft in eigen rangen over mogelijke Britse wapenleveringen. De populaire conservatieve burgemeester van Londen, Boris Johnson, mengde zich in het debat: “Het zou gek zijn om wapens aan de rebellen te leveren in wat een brutale religieuze oorlog is geworden”.

 

Chemische wapens zijn een drogreden om militaire hulp te kunnen leveren aan de oppositie. De echte redenen zijn de val van Al Qusair, de verzwakking van de gewapende oppositie en de rol van Hezbollah en Iran op het Syrische strijdtoneel. Bovendien zagen de belangrijkste fracties van de Nationale Syrische Coalitie, het oppositieplatform dat door Washington en Europese bondgenoten als Frankrijk uitgeroepen is tot de legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk, geen heil in een internationale conferentie omdat ze er niets bij te winnen hebben. In de New York Times (9/06) verklaarde een rebellenleider: “Wat kunnen we nog vragen als we erg verzwakt naar Genève trekken? De Russen, de Iraniërs en de vertegenwoordigers van het Syrische regime zullen zeggen: jullie beschikken over geen macht. Wij controleren alles. Wat komen jullie vragen?”

 

Verder zal het wel toeval zijn dat de ‘smoking gun’ van chemische wapens naar boven wordt gehaald op het ogenblik dat het Witte Huis verveeld zit met een afluisterschandaal. De VS is een een supermacht die bij monde van zijn president al verschillende keren heeft verklaard dat ‘Assad moet vertrekken’. Obama wil geen gezichtsverlies in Syrië, nadat het regime al verschillende keren tot op sterven na dood is verklaard, terwijl de oppositie als ‘legitieme vertegenwoordiger’ is bestempeld. Washington heeft dus, net als Frankrijk en Groot-Brittannië, het diplomatieke scenario aan de kant geschoven en gekozen voor een oorlogsscenario. Eerst moeten wapens worden geleverd zodat de oppositie wordt versterkt. Waar het voor Obama op aan komt wordt goed samengevat door ‘regeringsfunctionarissen’ zoals die in de New York Times (11/06) worden geciteerd: “De vooruitgang van de Syrische president Assad op het slagveld heeft de Amerikaanse Syrië-strategie in vraag doen stellen, waardoor de Obama-regering opnieuw de militaire optie in overweging moet nemen, zoals de bewapening van de rebellen en luchtaanvallen om de burgerbevolking en de Syrische oppositie te verdedigen.”

 

In het Amerikaanse parlement is de oorlogslobby onder leiding van invloedrijke senatoren als McCain al heel lang vragende partij om steviger op te treden in Syrië omdat ‘nationale veiligheidsbelangen’ in het geding zijn. De VS kan niet toestaan dat Iran het voor het zeggen krijgt in Syrië. Daar vindt men dat de wapenleveringen onvoldoende zullen zijn om de balans in het voordeel van de rebellen te doen omslaan en dus moet de Syrische luchtmacht aan de grond worden gehouden en een veilige zone in Syrië worden afgekondigd, die beschermd wordt met Patriot-raketten. Een dergelijke no-fly zone heeft in Libië tot een open oorlog geleid. De bewuste patriotraketten en ook de vliegtuigbasissen die de no-fly zone zouden moeten afdwingen liggen in Turkije, een lid van de NAVO. Als Syrië riposteert, dan kan Ankara een beroep doen op artikel 5 van het NAVO-verdrag waardoor alle ander lidstaten – dus ook België – geacht worden om solidair bijstand leveren. Het is dan nog de vraag of Rusland zomaar zal toekijken. De gebeurtenissen in Syrië hebben in een oorlogsscenario genoeg potentieel in zich om tot een regionaal en zelfs internationaal conflict uit te groeien.

 

 

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers