Wapens voor de Syrische rebellen

armssupllySyriarebels
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het Westen wil duidelijk geen politieke oplossing voor de Syrië crisis, het wil met militaire middelen een oplossing bewerkstelligen. Hoewel het voor iedereen alsmaar duidelijker wordt dat een dergelijke aanpak van het conflict geen heil zal brengen. Het Westen treedt hiermee trouwens het volkenrecht met de voeten in de hoop Assad ten val te brengen.

 

Veertien van de zevenentwintig EU lidstaten konden niet instemmen met de vraag van Parijs en Londen om het wapenembargo tegen Syrië op te heffen. Een te klein aantal om Frankrijk en Groot-Brittannië te isoleren. Voor deze beide landen is heimwee naar hun koloniaal verleden immers nauw verbonden met hun streven om opnieuw invloed  in de regio te winnen. Wapenleveringen vormen een essentieel bestanddeel van het militair en buitenlands beleid van deze EU landen.

De burgeroorlog in Syrië zal door de wapenaanvoer nog escaleren. De wapens op het terrein worden hierdoor talrijker, zwaarder en efficiënter in een land waar er nu al geen gebrek is aan wapens. Het aanbod van de internationale wapenmarkt beslaat alle categorieën, tot grote vreugde van de Amerikaanse en EU wapenproducenten. Qatar, Saoedi-Arabië en de Golfstaten zorgen voor de nodige financiering en bezorgen de zogenoemde “Vrienden van Syrië” lokale bevriende krijgers. Deze hebben zich nooit bekommerd om het door de EU ingesteld wapenembargo. De wapenaanvoer via Turkije en Kroatië, de rebellen-opleidingskampen in Turkije en Jordanië werden er niet door gehinderd. Dit zijn feiten waar analisten voldoende aandacht zouden moeten voor opbrengen. Wat schijnbaar niemand interesseert is het feit dat deze wapenleveringen aan de ‘opstandelingen’ in een langdurige oorlogssituatie in tegenspraak zijn met het geldend volkenrecht en bijgevolg illegaal. Bovendien bepaalt het onlangs tot stand gekomen VN akkoord over de internationale wapenhandel dat dergelijke leveringen aan niet-staatsgebonden strijders ontoelaatbaar is, wanneer deze plaats grijpen buiten de instemming van het land waar de conflictpartijen elkaar bestrijden.

Een inbreuk op deze bepaling is volgens het geldend volkenrecht én het EU-recht in ieder geval verboden. Maar dit was en is nooit een zorg geweest voor het Westen. Door het opheffen en niet verlengen van het wapenembargo wordt regelrecht tegen het VN akkoord over de wapenhandel in geageerd. De aankondiging van de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië om de door hen geselecteerde opstandige krijgers met wapens te bevoorraden is een inbreuk op de verplichting tot internationale neutraliteit in een burgeroorlog.

De westerse politieke elite maakt zich over deze inbreuken op het volkenrecht weinig of geen zorgen. Dit toont duidelijk aan dat ze in wezen militaire oplossingen verkiezen boven politieke. De Westerse leiders kiezen sedert het einde van de koude oorlog voortdurend voor een oorlogspolitiek. Vandaag opnieuw. Dat blijkt duidelijk uit hun veelvuldige uitlatingen om zonder VN mandaat een vliegverbod in te stellen, de bewapening van hun bevriende krijgers en opstandelingen te vergroten; dit alles gestaafd in de verpakking ‘responsibility to protect’.

Ook moet het uit de ervaring van de voorbije jaren duidelijk zijn dat dit alles geconcipieerd is voor een mogelijke openlijk militaire interventie. De voorbeelden van Joegoslavië, Afghanistan, Irak en Libië hebben aangetoond dat een dergelijke militair ingrijpen door het Westen of de steun aan lokale bevriende gewapende groepen, niet tot vrede en stabiliteit leidt. De geviseerde landen worden onherroepelijk tot een puinhoop herleid met vele doden en een stroom van interne en externe vluchtelingen.

Hun negeren van het volkenrecht in dit dossier hindert onze westerse politici niet om Rusland wel te beschuldigen het volkenrecht te schenden door haar wapenlevering aan Assad. Moskou heeft met Syrië in 1973 een vriendschapsverdrag gesloten en voor Rusland is de Assad administratie nog altijd de legale regering van het land, van wie men verplichtingen kan verlangen. Dit is door de westerse fixatie op regime change volledig buiten beschouwing gelaten. Men voert een polemiek over de levering van de beloofde S-300 raketten – een verdedigingswapen – maar men vergeet bewust de opstelling van Patriot raketten in Turkije door NAVO en VS.
Het beëindigen van het EU wapenembargo in juli, zal ongetwijfeld het initiatief voor de internationale Syrië conferentie bemoeilijken en zelfs in gevaar brengen. De in vooruitzicht gestelde wapenleveringen, de militaire en financiële steun, zullen de bereidheid van de ‘opstandelingen’ tot dialoog zeker niet bevorderen. Men kan zich niet van de indruk ontdoen dat dit een gewilde politiek is van de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië. De beide grote financiers van de rebellen, Saoedi-Arabië en Qatar, doen sowieso alles voor een militaire escalatie. Het is publiekelijk geweten dat Qatar geen geld investeert zonder instemming of aanwijzing van Washington.

Geleidelijk stellen we een zekere ontnuchtering vast in verband met de militaire situatie van de ‘opstandelingen’ in Syrië. Obama zal rekening moeten houden met het Russische standpunt om een politieke oplossing te bewerkstelligen. Maar de Obama administratie heeft kennelijk besloten om de voorgenomen wapensteun nog op te drijven en de opleidingskampen in de buurlanden van Syrië onder de leiding van de CIA nog uit te breiden.

Het is 25 jaar geleden dat het Internationaal Gerechtshof de Verenigde Staten veroordeeld heeft voor haar clandestiene activiteiten in Nicaragua, wat Washington niet belet om de stabiliteit in verschillende landen die zich niet schikken naar haar dictaten, verder te ondermijnen.

Het grote oorlogsgevaar gaat vooral uit van Israël. Al tweemaal hebben Israëlische gevechtsvliegtuigen doelwitten in Syrië aangevallen. De Israëlische krant Haaretz schrijft dat Israël door de S-300 raketten bedreigd wordt en meent met de voorzitter van de Israëlische Veiligheidsraad, Yaakov Amidor, dat de Russen zich niet zullen inhouden om de raketten te leveren. Tel Aviv wil dat het luchtafweersysteem buiten werking wordt gesteld voor het operationeel is. Dat is een duidelijke aankondiging van verdere aanvallen. Wie zich tegen mogelijke aanvallen van het Israëlische leger wil beschermen is een bedreiging voor de zionistische staat.

Het zogenaamde gebruik van chemische wapens door het Syrische leger is (nog) niet door harde bewijzen gestaafd kunnen worden, en is dus niet afdoende om een militaire interventie te rechtvaardigen. Hier moeten we ons het debacle van het optreden van Powell voor de VN-veiligheidsraad in maart 2003 herinneren voor het goedpraten van de oorlog tegen Irak. Hij zetten toen minutieus uiteen hoe de Iraakse leiding kernwapens aan het aanmaken was. Later bleek dit een groot theaterstuk. Het Witte Huis, het Pentagon en de CIA is nooit verlegen om een oorlog op basis van leugens te starten, hierbij gesteund door onze gevestigde media. Vandaag zijn we getuigen van een gelijkaardig scenario.

Bestaat er een procedure om iemand de Nobelprijs voor de vrede weer af te pakken?