Korea: wie bedreigt wie?

North--South-Korea
Facebooktwittergoogle_plusmail

Volgens westerse waarnemers verscherpt een reeks initiatieven van Noord-Koreaanse zijde de spanning op het schiereiland en in de regio. Het begon met de lancering van een langeafstandsraket in december 2012, vervolgens was er de nieuwe kernwapenproefneming in februari 2013,  en verder de unilaterale opzegging van de wapenstilstand, een nucleaire bedreiging van het VS grondgebied en het sluiten van het Kaesong Industrial Complex.

 

Het meest opvallend is wellicht het besluit van het Centraal Comité van de Koreaanse Arbeiderspartij met de wettelijke bevestiging van Noord-Korea’s nucleaire status ter zelfverdediging van het land.

Bij deze ontwikkelingen stellen er zich enkele essentiële vragen. Wie bedreigt en chanteert wie?  Wie van de antagonisten toont zijn/geen bereidheid voor het stand brengen van een oplossing?  Gaat het om een woordenoorlog of gaat het om imperiale berekeningen? Waarom escaleert precies nu de toestand rond het Koreaanse schiereiland? Wat kan gedaan worden om het conflict ten minste te verzachten?

Maar in plaats deze vragen in hun historische context te bekijken, worden ze ofwel verzwegen ofwel op basis van onjuiste informatie weggemoffeld. De westerse politici proclameren zichzelf al te graag als de “internationale gemeenschap” die het recht heeft om overal in de wereld als stabiliteitsfactor op te treden. In een dergelijk perspectief moet de Noord-Koreanse despoot, met zijn veronderstelde nucleaire bedreiging in beeld worden gebracht. Op deze wijze kan men de groeiende Amerikaanse militaire aanwezigheid in Azië door de Amerikaanse en Europese publieke opinie makkelijker laten aanvaarden.

Bedreigen en bedreigd worden

Verliezen we toch niet uit het oog dat, tien jaar geleden, de Amerikaanse troepen samen met de coalition of the willing Irak binnenvielen, dat door de VS gebrandmerkt was als land van het kwaad. Iedereen weet nu dat deze oorlog op grove misvattingen steunde afkomstig uit de leugenfabriek van het Pentagon.

De desastreuze gevolgen zijn vandaag gekend. Voor de onmiddellijk betrokken Iraakse burgers is het een catastrofe zonder einde. Voor de verantwoordelijken is het een voldoening dat ze zich niet voor het Internationaal Strafhof moeten verantwoorden voor oorlogsmisdaden. De Amerikaanse regeringen van Clinton tot Obama hebben inderdaad tot op heden geweigerd om toe te treden tot het International Strafhof. Nochtans stelde de huidige Amerikaanse minister voor het buitenlandbeleid John F.Kerry, in een artikel van de Huffington Post begin april, dat de straffeloosheid de vijand is van de vrede. Kerry heeft gelijk, onze wereld zou beter af zijn als alle oorlogsmisdadigers voor een rechtbank zouden worden gebracht. Clinton, Blair, Bush zouden zich moeten verantwoorden voor hun oorlogsmisdaden tegen de burgers van Joegoslavië, Irak en Afghanistan. Ook Obama met zijn drone aanvallen in Jemen, Afghanistan en Pakistan maakt zich schuldig aan oorlogsmisdaden. Maar dat bedoelde John Kerry natuurlijk niet.

De politieke leiders in Pjongjang trokken al geruime tijd geleden de nodige lessen uit de deze toestand. De oorlog tegen Irak heeft, in hun lezing van de feiten, aangetoond dat een natie over aangepaste militaire macht moet beschikken om zijn soevereiniteit te verdedigen. Daarom eist Pjongjang het recht op om voor zijn zelfverdediging over een zo groot mogelijk afschrikkingpotentieel te beschikken, inclusief met nucleaire capaciteit.

Het Westen

In het Westen zien we niet hoe provocatief de daden van de VS en Zuid-Korea wel zijn. De twee landen willen met hun legeroefeningen Noord-Korea in een permanente alarmtoestand houden. Ze willen Pjongjang zo verder onder druk zetten door het land te verplichten zijn beperkte middelen te gebruiken voor het versterken van zijn legermacht. Ze hopen hierbij dat Noord-Korea gedestabiliseerd geraakt en in een chaotische situatie terechtkomt, wat ook nadelig is voor China.

In december 2011, na de dood van Kim Jong Il, dachten de regeringen van Seoel en Washington dat de tijd gunstig was om een versnelling hoger te schakelen. De al voorhanden zijnde militaire capaciteit werd opgedreven, de militaire coöperatie tussen Zuid-Korea en Japan werd verhoogd, en de interoperabiliteit van de militaire  samenwerking Korea – US – Japan werd verder versterkt. Zuid-Korea kwam in het bezit van Amerikaanse kuisraketten en jaarlijks worden grote militaire manoeuvres in de nabijheid van de grens en de territoriale waters van Noord-Korea opgevoerd als agressieve repetities met namen als “Foal Eagle” (zwangere arend) en “ Key Resolve” (cruciaal besluit). Gelijktijdig werd de marinebasis op het Zuid-Koreaanse eiland Jeju uitgebreid.

In de zomer van 2012 moest de VS bevelhebber voor speciale opdrachten in Korea, brigade generaal Neil H. Tolley, ontslag nemen nadat hij verklaard had dat een speciaal hiervoor opgeleid commando in Noord Korea ingezet werd om de verdedigingsmiddelen en tunnels langs de grens tussen Noord en Zuid-Korea in kaart te brengen. Tijdens de gezamenlijke Zuid-Koreaans-Amerikaanse vlootoefeningen van dit jaar werden de slagschepen USS John Mc Caen en USS Dectur naar de West Pacific verlegd. Door het inzetten van F22 jachtvliegtuigen, B52 bomenwerpers en B2 Stealth bommenwerpers werd een nooit geziene machtsontplooiing in scene gezet. Reeds in 2005 verklaarde gewezen NAVO opperbevelhebber Wesley Clark voor CNN, dat “Operationplan 8022” in werking moest treden. Met andere woorden de VS moest middels nucleaire aanvallen het kernwapenpotentieel van Noord Korea elimineren.

Noord-Korea ziet dit als oorlogsvoorbereiding. Pjongjang meent voornamelijk op eigen kracht te moeten steunen. Op het grondgebied van Noord-Korea zijn geen buitenlandse militairen gestationeerd in tegenstelling tot Zuid-Korea, waar het Pentagon meer dan 30.000 Amerikaanse GI’s onderhoudt.  Vier Amerikaanse generaals leiden er een regionaal militair commando met enorm veel macht. Ze zijn quasi de Romeinse consuls in een vreemd land met de opdracht de Amerikaanse invloed in de regio te garanderen.

Net na het bezoek van John Kerry aan China half april, stelde het officiële Chinese persagentschap dat de VS olie op het vuur giet. “De VS blijft meer jachtvliegtuigen, bommenwerpers en ruimteschildschepen naar de Oost-Aziatische regio sturen, en voert grote militaire oefeningen door met Aziatische bondgenoten in een dramatisch vertoon van ‘pre-emptive power’”.

Na 1994 begon een periode van ontspanning voor het Koreaanse schiereiland, maar bij het aantreden van George W. Bush in 2001 veranderde de toon grondig. Bush bestempelde de zonneschijn-politiek (goodwill operaties ten opzichte van Noord-Korea) als naïef en noemde Noord-Korea een bedreigingsfactor in Oost-Azië. Hierdoor kwam een compleet andere en nieuwe oriëntering van het Amerikaanse buitenlands beleid tot stand dat enkel nog van onderhandelingen wou weten op de eigen voorwaarden, met name Noord-Koreaanse denuclearisering.

voor intern gebruik

Noord-Korea zet een hoge borst op als het gaat om zijn kernwapenprogramma. Dat heeft zoals gezegd alles van doen met zelfverdediging. Men is er inderdaad bang dat het Westen met zijn constante oorlogen de laatste twintig jaar, er niet aan zou twijfelen om een zwak Noord-Korea binnen te vallen. Maar in vergelijking met het VS kernwapenarsenaal gaat ’t om peanuts. Militair gezien is Noord-Korea helemaal geen bedreiging van de VS. Theoretisch misschien wel voor Zuid-Korea en hoewel Pyongyang steeds over de Amerikaanse vijand spreekt, weet men in beide kampen dat bij een eventuele militaire clash het vooral de Koreanen zullen zijn die het slachtoffer worden.

Enkele Belgische onderzoekers° menen dat de stoerdoenerij van Noord-Koreaanse leiders vooral bestemd is voor binnenlands gebruik. Volgens hen moet het regime van Kim Jong-Un optornen tegen geweldige binnenlandse uitdagingen. Economische hervormingen zouden zich opdringen. Niet in functie van de eigen Noord-Koreaanse objectieven maar om de controle over de bevolking te houden die steeds meer op de ‘grijze markt’ moet hopen voor zijn overleving. Dergelijke hervormingen kunnen voor de jonge leider problematisch zijn. Hij moet zich het aureool van zijn grootvader, stichter van de Democratische Republiek Korea, eigen kunnen maken. Economische veranderingen in navolging van China zouden zijn status niet ten goede komen: van de gids en bewaker van het ideologisch erfgoed dreigt hij dan een manager te moeten worden zonder ervaring. Dit is de deur open zetten voor kritiek en contestatie, aldus deze onderzoekers.

Mocht echter het huidig opbod kunnen resulteren in een nieuw veiligheidsakkoord met humanitaire en economische hulp, dan zou de nieuwe leider zichzelf als overwinnaar aan zijn bevolking kunnen presenteren, een leider die ook door de internationale gemeenschap wordt gerespecteerd. Dergelijke ontwikkelingen zouden dan wellicht wel de ruimte creëren voor binnenlandse veranderingen.

Obama’s ‘pacific pivot’

Tijdens zijn rondreis door Azië en Australië vorig jaar, verkondigde de VS president zijn nieuwe doctrine voor de regio, waarbij de Aziatische ruimte als toekomstige draaischijf en ankerplaats voor het Amerikaanse engagement moet uitgebouwd worden met de vestiging en uitbreiding van militaire basissen. President Obama bouwt verder op een initiatief van zijn voorganger G. W. Bush, met name het ‘Trans Pacific Partnership’. Deze economische verdieping van handelsbetrekkingen met een reeks Zuid-Oost-Aziatische landen heeft ook een militaire component. Nauwere militaire banden met Japan, de Filipijnen, Indonesië, Maleisië en zelfs met Vietnam. De militaire samenwerkingen die tegen de ‘dreiging van de grote Chinese draak’ moeten optornen, vormen ook de sleutel tot het openbreken van de markten.

Wat onze gevestigde media meestal verzwijgen is dat al dat wapengekletter in het gebied van de Stille Oceaan vooral gaat over de ontginning van grote olie- en gasreserves, over de controle van belangrijke handelszeeroutes, over de positie in een gebied met grote economische groei. Het gaat finaal om rivaliteit met China die het Noord-Korea dossier vandaag een grotere dimensie geeft. Omgekeerd ook, het conflict met Noord-Korea is een prachtig alibi dat de ware tweestrijd verdoezelt. Dit conflict biedt een schitterende gelegenheid om de regio verder te militariseren onder Amerikaanse controle. Officieel gaat het om de dreiging van Noord-Korea af te blokken, in werkelijkheid gaat het om de groeiende economische en militaire macht van China te counteren.

Weliswaar is Peking met een nucleair Noord-Korea niet gelukkig, maar Peking maakt zich meer zorgen over een instabiel Koreaanse schiereiland. Een gedestabiliseerd buurland dreigt een deel van de chaos over de grenzen te exporteren onder de vorm van vluchtelingenstromen bijvoorbeeld. Wat het Westen schijnbaar niet wil begrijpen is dat door Pjongjang onder druk te zetten men de Noord-Koreaanse afhankelijkheid ten opzichte van China verhoogt. Weliswaar keurde de pas verkozen Chinese president Xi Jinping het zelfzuchtig optreden van Noord-Korea af, maar hij waarschuwde tegelijkertijd dat Noord-Korea een nauwe bondgenoot blijft. Noord-Korea krijgt van zijn grote buur olie, levensmiddelen en andere producten die noodzakelijk zijn voor het land. Probleem voor Bejing is dat zolang een oplossing voor het Koreaans conflict uitblijft de VS, Japan en Zuid-Korea de gelegenheid te baat nemen voor een verdere militarisering van de regio.

onderhandelingen

In de strijd tussen de twee giganten, USA en China, wil Noord-Korea niet de rekening betalen. Door zich ‘moeilijk’ op te stellen hoopt Pjongjang op een betere positie aan de onderhandelingstafel. Het opzeggen van de wapenstilstand – een akkoord van 1953 – zou dan niets anders zijn dan een verborgen uitnodiging om nieuwe onderhandelingen aan te gaan om een definitief vredesakkoord af te sluiten dat het voortbestaan van de Democratische Republiek Korea garandeert. De nieuwe leiding in Noord-Korea doet zodanig haar best om de huidige crisis als uitzonderlijk en als nooit gezien voor te stellen dat deze onderliggende motivering overduidelijk is, zegt menig waarnemer.

In het verleden heeft deze tactiek meerdere malen gewerkt. In de jaren 1990 sleepte Noord-Korea op die manier een hulpovereenkomst uit de brand : voedselhulp, energieleveringen. De VS leefde dit kaderakkoord wel niet correct na. Van 1998 tot 2008 was er de sunshine politiek vanuit Zuid-Korea waarbij een tijd lang met het idee gespeeld werd om de beide Koreaanse te herenigen onder het motto: één land, twee systemen. In navolging van de integratie van Hong Kong in China.

Om Noord-Korea – ondertussen lid van de as van het kwaad – telkens terug aan de onderhandelingstafel te krijgen na bijvoorbeeld de uitstap uit het NPT (2003), of na de eerste kernproefneming (2006) of het buiten zetten van de IAEA-inspecteurs (2008), of de tweede nucleaire test (2009) kreeg Noord-Korea bepaalde hulp of andere toegevingen. Bepaalde waarnemers menen dat het vandaag om hetzelfde patroon draait.
De voorwaarde van denuclearisering van Noord-Korea vooraleer aan tafel te gaan zitten die John Kerry in China was gaan verkopen, kreeg als antwoord dat iedereen voorstander is van een kernwapenvrij Koreaans schiereiland. Met andere woorden de Amerikaanse militaire nucleaire capaciteit moet ook weg uit Korea. De nieuwe president van Zuid-Korea wil onmiddellijk onderhandelen zonder de voorwaarde van denuclearisering van Pyongyang.

besluit

Dit dossier is interessant voor de militaristen aller landen die hier een argument vinden om hun kernwapenarsenaal aan te houden of te moderniseren. Het is meteen ook een krachtig verkoopsargument voor het installeren van een ruimteschild. Business gegarandeerd. Omgekeerd ondersteunt het ook het idee dat de veiligheid van een land inderdaad best gegarandeerd wordt door het bezit van kernwapens.
Zestig jaar na het wapenstilstand bestand is het hoog tijd om eindelijk ernstig werk te maken voor het tot stand komen van een duurzaam vredesverdrag onder gelijkwaardige gesprekspartners in het belang van de bevolking van het Koreaanse schiereiland.

°Bruno Hellendorff GRIP & UCL (Louvain-la-Neuve) en Thierry Kellner ULB (Brussel)