De Gouden Eeuw van de Amerikaanse wapenindustrie

BushPnacdollar
Facebooktwittergoogle_plusmail

Bij het lezen van het Sipri Yearbook voor 2012 duikt de vraag op naar het waarom van de hoge Amerikaanse defensie-uitgaven en van hun militaire basissen met moderne wapentechnologie in alle continenten. Een mogelijk antwoord doet ons uitkomen bij een analyse van de Amerikaanse buitenlandse en militaire politiek na de tweede wereldoorlog.

 

WOII

Het is pas tijdens de tweede wereldoorlog dat er in de VS een einde kwam aan de grote economische depressie van de jaren 1930. De VS was vóór 1942 niet rechtstreeks betrokken in het oorlogsgebeuren. Jacques Pauwels beschrijft in zijn boek “De mythe van de goede oorlog” hoe de Duitse afdelingen van de Amerikaanse bedrijven Ford, GM en ITT en andere voor nazi Duitsland allerlei wapentuig produceerden, de hele oorlog lang dus ook nadat de VS de oorlog hadden verklaard aan de asmogendheden. Via een systeem van leningen aan Groot-Brittannië – later ook aan Sovjet Rusland – voor de aankoop van Amerikaans oorlogsmaterieel bloeide de wapenindustrie in de VS als nooit tevoren. Voor de periode 1940-45 bedroegen de Amerikaanse uitgaven voor bewapening 185 miljard dollar en het aandeel voor defensie in het bnp steeg van 1939 tot 1945 van 1,5 procent naar 40 procent.

De winsten van de Amerikaanse wapenproducenten stegen in de oorlogsjaren met 40 procent in vergelijking met de periode 1936 tot 1939, dank zij de staatsbestellingen voor militaire uitrusting. Gedurende de oorlog kregen 6 grote VS producenten 75 procent van de lucratieve militaire bestellingen. IBM zag voor de periode 1940-45 zijn omzet stijgen van 46 naar 140 miljoen dollar, dank zij de bestellingen van de overheid. De VS overheid moest deze bedragen, die nodig waren voor de betaling van haar wapenaankopen, lenen bij het rijke Amerika en bij financiële instellingen die banden hadden met de wapenindustrie.

MIC

Na het einde van de oorlog werd er gevreesd voor de instorting van de militaire industrie. Niet de tewerkstelling was daarbij het grote probleem, wel dat er een einde zou komen aan de gouden tijd van hoge winsten. Een dergelijk catastrofe moest ten alle prijs vermeden worden. De overheidsuitgaven voor de defensie waren de bron voor een grote winststroom die maar kon worden aangehouden als er een nieuwe vijand zou opdagen nadat Duitsland en Japan verslagen waren. Dat is de fundamentele reden voor het opstarten van de koude oorlog in 1945, niet de zwaar geteisterde Sovjet-Unie was een gevaar, maar wel het Amerikaanse militaire economische complex. Eisenhouwer noemde dat de oorlogseconomie.

Die vijand werd dus gevonden in de ideologische tegenpool: de Sovjet-Unie was geschikt om de nieuwe baarlijke duivel te zijn voor de VS. Dat dit niet met realiteit overeenstemde was geen probleem.  De Sovjet-Unie had zwaar geleden in de oorlog en kon onmogelijk een bedreiging zijn voor het economisch en militair superieure Amerika. Moskou had niets te winnen eerder veel te verliezen bij een conflict met de VS, dat de atoombom al had ingezet tegen de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki. De creatie van het vijandbeeld kreeg snel vorm en grote omvang in de koude oorlog.

Om onderzoeks- en productiekosten op te vangen moet de productie hoog blijven. Daarom moest de Amerikaanse wapenproductie geëxporteerd worden naar de zelfverklaarde vrije wereld, de vele dictaturen inbegrepen. Zo waren de Amerikaanse wapenproducenten verzekerd van lucratieve verkoopcontracten; en zo verstevigde Washington zijn positie als wereldleider. De koude oorlog verschafte enorme winsten. Om dit alles te bewerkstelligen moest de VS wapenindustrie beroep doen op de hulp van gepensioneerde Pentagon generaals die in dienst traden van de wapenbedrijven maar ook van hoge staatsambtenaren in het defensie departement als presidentiële raadgevers en denktanks om met de technologische ontwikkeling nieuwe militaire doctrines uit te werken. Dit kluwen van het Pentagon, beleidsmensen, de industrie, de lobby’s en technologische en politieke onderzoeksgroepen, de persoonlijke contacten, noemen we het militair-industrieel complex.

staatsschuld

In 1945 bedroeg de Amerikaanse staatsschuld 258 miljard dollar, bij het einde van de koude oorlog in 1990 bedroeg ze 3.200 miljard dollar. In 2002 bereikte de staatsschuld het buitensporig bedrag van 6.200 miljard dollar. Vandaag bedraagt de Amerikaanse staatsschuld de som van meer dan 16.850 miljard of 53.540 dollar per capita. Op het eind van de tweede wereldoorlog betaalde de industrie 50 procent van alle belastingen, nu betalen ze ongeveer 1 procent. Meer dan 70 procent van alle buitenlandse multinationals betaalde geen enkele dollar belasting in 1991.

Met andere woorden, terwijl de winst van de koude oorlog geprivatiseerd werd in het voordeel van de rijke Amerikaanse elite, werden de kosten gesocialiseerd. Tijdens de koude oorlog werden de rijke Amerikanen rijker, de armen armer.

Vandaag bezit 1 procent aan de top niet minder dan 34 procent van de nationale rijkdom. Deze groep wil dat de VS deze politiek handhaaft. Een vredesdividend op het einde van de koude oorlog was niet in het belang van de rijke Amerikanen, omdat de sociale diensten geen enorme winsten opbrengen voor hun ondernemingen zoals bij hoge defensie-uitgaven aan bewapening.

Nieuwe vijanden

In deze context werd Saddam Hussein in scene gebracht als “deus ex machina”, de redder van de bewapeningsindustrie.  Een nieuw vijandbeeld kreeg vorm – Saddam is de nieuwe Hitler – om de Amerikaanse oorlogsstrategie, verpakt als kruistocht voor democratie en stabiliteit, aan de VS burgers en buitenwereld te kunnen verkopen. Het bood de VS de gelegenheid om de enorme defensie en bewapeningsuitgaven op gang te houden als de dynamo voor de economie en rijke bron voor winst.

Onder het democratisch bewind van Democraat Bill Clinton werd de strijd tegen Saddam gestabiliseerd en Washington vond een bijkomende buitenlandse bedreiging in de Balkan, met name het Servië van Milosevic.
De aanslag van 9/11 bood dan de opportuniteit aan de neo-conservatieven rond G.W.Bush met hun Project for a New American Century, om een volk onder een bommenregen te bedelven, een volk dat niets van doen had met de aanslagen. Meteen werd de Amerikaanse wapenindustrie rijkelijk van nieuwe wapenverkoopcontracten voorzien, voor een oorlog die niet kon gewonnen worden.

Maar de ideologen waren superieur in het bedenken van een nieuwe permanente vijand: het terrorisme. Het is een vijand die we niet kunnen identificeren, die we niet kunnen lokaliseren, wiens sterkte we niet kunnen bepalen: dus een permanente oorlogstoestand is het ‘enige antwoord’. Hoe dan ook geeft de slagzin ‘oorlog tegen het terrorisme’ in feite Washington het recht om wereldwijd een bestendige oorlog te voeren tegen landen die door de Westerse elite als thuishaven van het terrorisme gebrandmerkt worden. Op deze wijze werd het probleem van na de tweede wereldoorlog en na de koude oorlog opgelost – met name het risico zonder vijand te vallen – qua justificatie voor het in stand houden en opvoeren van de militaire bewapening.
De statistieken spreken voor zich, in 1996 schatte men de militaire uitgaven van de VS op 265 miljard dollar als buitensporig. Maar dank zij Bush junior kreeg het Pentagon in 2002 een bedrag toegewezen van 350 miljard dollar en voor 2003 beloofde de president een defensie bedrag van 390 miljard dollar. De Amerikaanse militaire budgetten bleven in de daarop volgende jaren verder groeien om zo de financiering te verzekeren van massale wapenaankopen, tot grote vreugde van de wapenproducenten.  Maar hiervoor moest de VS regering natuurlijk in andere sectoren besparen.

Na 9/11 kreeg Bush junior carte blanche om over al oorlog te voeren en tegen eender wie. Bush gooide zijn bommen over Afghanistan, stuurde een sterke troepenmacht om het land te bezetten, om zoals hij beweerde het land een onderkomen bood aan Bin Laden. Ook om de sfeer van de bedreigde Amerikaanse veiligheid aan te kunnen houden werd Saddam Hussein opnieuw in scene gebracht. De werkelijke rede voor zijn militaire machtsontplooiing waren de grote gas en olie reserves die de VS voor haar oliemaatschappijen wil controleren.
De Amerikaanse oorlog tegen Irak is voor de Derdewereldlanden een duidelijke waarschuwing. Wie zich niet wil onderwerpen aan het Amerikaanse dictaat, loopt het gevaar het slachtoffer te worden van een militair ingrijpen van VS en NAVO.

besluit

De jaren na de instorting van het Sovjet-systeem hebben ons aangetoond hoe Washington landen beschuldigde tot de as van het kwaad te behoren, Iran, Syrië, Libië, Somalië, Noord-Korea, Cuba, Venezuela. Bijgevolg mogen we gerust stellen dat de 21ste eeuw de periode blijft van een permanente Amerikaanse destabilisering en permanente oorlog. Wereldoorlog II, koude oorlog, oorlog tegen het terrorisme: een gouden eeuw voor de wapenindustrie van de VS.