Transatlantisch partnership voor handel en investeringen

transatlancticpartnership
Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 13 februari 2013 kondigden de leiders van de EU en de VS gezamenlijk aan dat ze politieke onderhandelingen zullen opstarten met het oog op het intensifiëren van de handels- en investeringsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de VS. De zaak werd een week eerder al door Karel De Gucht beslecht met zijn Amerikaanse evenknie Ron Kirk. We lazen een artikel hierover op  www.econospheres.be van Ricardo Cherenti en Bruno Poncelet. Een synthese.

Lobby en constultatie

EU-commissaris De Gucht en VS Vertegenwoordiger voor Handel Ron Kirk zijn de voorzitters van de “Werkgroep op hoog niveau voor werk en groei” die opgericht werd in november 2011 en die in februari zijn eindrapport afleverde.(i) De werkgroep consulteerde het werkveld waarin de lobbygroep “Trans-Atlantische Dialoog van de Zakenwereld” een belangrijke rol speelde. Trouwens deze lobbygroep fusioneerde begin 2013 met een andere, met name de European American Busines Council. Ze zetten hun activiteiten verder onder de nieuwe naam Transatlantic Business Council.

Er was ook een openbare consultatie maar die was eigenlijk niet zo geweldig ‘publiek’. Ze werd in de EU in april 2012 gelanceerd maar er kwamen slechts 48 antwoorden binnen, waarvan 34 industriële of financiële lobby’s en 5 privé ondernemingen. De Europese overheden, noch de Amerikaanse hadden hierover uitvoerig gecommuniceerd.

Ook de vragenlijst blonk niet uit in haar brede opzet: 12 vragen over de industriële en commerciële mogelijkheden, 3 vragen over eerder burgergerichte onderwerpen (verbruikers, milieu, sociale rechten en arbeidsvoorwaarden, 3 vragen van zeer algemene aard.

Gevaren

Vrijhandel bestaat niet. Hoe meer de handel zich ontwikkelt, hoe meer tussenpersonen, hoe meer controle, hoe meer regulering. Maar welke regulering, welke controle, door wie en met welke doelstellingen, dat is de cruciale vraag.

Een handelsunie tussen Europa en de Verenigde Staten is een verlengstuk van de huidige logica van een eenheidsmarkt, het is er tevens een verdieping van. In zo’n eenheidsmarkt worden alle wettelijke regelingen voor het vrij verkeer van goederen en diensten (incluis geld en arbeidslocaties) ge-uniformeerd, terwijl de  multinationale ondernemingen de handen vrij krijgen om de verschillende systemen in die eenheidsmarkt tegen mekaar uit te spelen in functie van directe winst: sociale bescherming, fiscaliteit, arbeidsvoorwaarden, financiering van de sociale zekerheid.

Het concrete impact van de politieke keuzes is dat de multinationals steeds meer mogelijkheden krijgen om te groeien en zich op intercontinentale wijze te structureren. Ze krijgen daarvoor de totale steun van de politieke elites met wie ze geregeld samen komen: Davos, de Trilaterale, de Bilderberggroep, het Peterson Instituut voor Internationale Economie, noem maar op. Aan de andere zijde worden alle instanties voor regulering door de lagere besturen, maar ook de politiek, het verenigsleven, de vakbonden onderworpen aan logica’s waar ze geen greep meer op hebben en waar ze steeds machtelozer tegenover staan.

Het concrete impact van de ‘vrije investeringen’ zie je ook in het dossier van staalreus ArcelorMittal die zomaar alleen beslist om zijn vestigingen in Florange en in Luik te sluiten, hierbij weigert de productie-infrastructuur te verkopen aan een eventuele overnemer om de eigen positie in de sector te versterken, en duizenden mensen zomaar op straat zet. Intussen werden technologische brevetten en de beroepskennis van de staalarbeiders, die op een lange industriële traditie berust, lekker verworven voor de mega-onderneming.

Het concrete impact van de vrijhandel betreft ook het massaal beroep doen op onderaanneming, met een groeiende groep onderling concurrerende commerciële tusssenhandelaars die prestaties of diensten aanbieden aan de laagst mogelijke prijs. De gevolgen voor de arbeiders zijn catastrofaal in een werkorganisatie die steeds tiranniekere vormen aanneemt. Dit misprijzen voor arbeiders en kwaliteitswerk heeft ook een prijs op gezondheidsvlak: de recente crisis met het paarden-rundsvlees is slechts een erg gemediatiseerde verwittiging voor het slecht functioneren van dit systeem waarbij toxische producten en gevaarlijke goederen onze bodem vervuilen, het grondwater en de lucht pollueren.

Het concrete impact van een trans-Atlantische markt is bij nader toekijken een doodsteek voor de democratie. Zo is de officiële, prioritaire inzet van de huidige onderhandelingen werk maken van een harmonisering van de Europese en Amerikaanse wetgevingen, maar ook – indien mogelijk – het stemmen verhinderen van nieuwe handelswetgeving die zou verschillen voor beide continenten. Je moet geen master in de politicologie hebben om te begrijpen wat dit inhoudt: het neutraliseren van de democratische, locale besluitvorming (denk maar aan de nationale parlementen), ten voordele van onderhandelingscomités die de buitenwereld haast niet kent, en die zeker niet aan democratische controle onderworpen zijn.  Dit verschuiven van de politieke macht naar technocratische comités zet de poort wagenwijd open voor de commerciële belangen van handelslobby’s, ten nadele van het algemeen belang.

Lobby

Dit verhaal van de trans-Atlantische markt is een verhaal van de lobbyisten, waarin bijvoorbeeld de lobbygroep Transatlantic Policy Network een belangrijke plaats inneemt. Dit Network telt onder zijn leden zowel politieke mandatarissen (zowat 8% van de leden van het Europees Parlement), als invloedrijke multinationals (ArcellorMittal, bijvoorbeeld, was in 2011 lid van deze groep). Deze incestueuze vermenging van politiek en zakenwereld resulteert in een politieke filosofie die de commerciële expansie als het alfa en omega van de democratie beschouwt. Dit Transatlantic Policy Network leverde in oktober 2011 een rapport aan de politieke wereld met volgend besluit. “Met het doel om het ongebruikte potentieel nieuwe jobs en groei ten volle te realiseren, roepen wij op tot een volwaardig Intiatief voor  Trans-Atlantische Arbeid en Groei. Wij roepen ook op een stappenplan uit te werken dat tegen 2020 alle douanebarrières voor handel en investeringen opheft, en over te gaan tot een nultarief voor de trans-Atlantische handel.”

Democratie kan en mag niet herleid worden tot een opheffing van douanebarrières. De beloften van de vrijhandel zijn nog nooit uitgekomen, want de multinationals hechten geen belang aan tewerkstelling, aan kwaliteitsprodcuten, aan openbare financiën ten dienste van de samenleving. Democratie is niet het speelveld van lobyygroepen, maar krijgt vorm door de mobilisaties van de burgers ter verdediging van hun rechten.

(i)  http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2013/february/tradoc_150519.pdf